Daimler: juist in tijdperk van autonoom rijden blijft rijbewijs zinvol

Gaan kinderen die nu worden geboren in de toekomst nog een rijbewijs halen? Marianne Reeb, toekomstonderzoeker bij Daimler AG, is daar zeker van. Zij schreef hier onlangs over in het magazine Mercedes Me. Lees hieronder haar verhaal.

“Juist in het tijdperk van het autonoom rijden blijft het rijbewijs zinvol. Wel zullen jongeren bij de rijlessen van de toekomst heel andere zaken leren dan nu het geval is. Als het autonoom rijden namelijk ingeburgerd is, hebben we te maken met grote mobiele robots, met intelligente machines. Daarbij willen wij mensen uiteraard de controle behouden – en zo moet het ook zijn.

Prof. dr. Marianne Reeb, toekomstonderzoeker bij Daimler AG. Foto Daimler AG

Ook over twintig jaar zal het autonoom rijden namelijk niet op elke weg, in elke verkeerssituaties en bij elk weertype 100 procent functioneren. We moeten dus altijd in staat zijn om de besturing weer in de hand te nemen. Bij de opleidingen moet er rekening mee worden gehouden dat de bestuurders van morgen minder rijervaring hebben dan die van nu.

De intelligent rijdende machine ondersteunt ons bij veel dingen, hij kan extreem snel extreem veel data verwerken op op basis daarvan gefundeerde beslissingen nemen. Een belangrijke vraag zal daarbij zijn hoe machines zo kunnen worden aangestuurd dat ze onze wensen uitvoeren. Dan moet ik eerst weten waar de machine toe in staat is en welke mogelijkheden hij heeft. Ik kan bijvoorbeeld zeggen dat ik wil dat er maandagochtend langzamer naar het werk wordt gereden, omdat ik nog niet helemaal wakker ben.

We moeten dus leren om met de machine te communiceren. Als mijn driejarig neefje aan Alexa, de virtuele assistent van Amazon, vraagt of ze alsjeblieft het licht aan wil doen, dan reageert Alexa niet omdat de kunstmatige intelligentie het woord ‘alsjeblieft’ niet kent. Die logica moet je eerst begrijpen.

Bij de opleidingen moet er rekening mee worden gehouden dat de bestuurders van morgen minder rijervaring hebben dan die van nu

De auto van de toekomst zal bovendien dingen kunnen die we ons nu nog niet eens kunnen voorstellen. Denk er alleen maar eens aan hoe smartphones ons dagelijks leven hebben veranderd. Ik kan ze configureren, de functies uitbreiden met apps en zo mijn leven op een nieuwe manier verrijken. Voor autofabrikanten kan dat betekenen dat we niet meer als fabriek alles voorschrijven, maar dat we de mensen keuzevrijheid geven. Wie weet immers wie de beste ideeën heeft? Onze klanten zullen de hardware die we gebouwd hebben maximaal benutten. Dat vind ik een fijn idee.

En een ding zal altijd blijven bestaan: het plezier dat mensen aan het rijden beleven. Ook de volwassenen van morgen zullen af en toe zelf gas willen geven.”

Foto credits: Daimler AG

Lees ook: ‘Leid bestuurder op voor toekomst, niet voor het verleden’

Bron: Verkeerspro
Auteur: Redactie
Publicatie datum: Tue, 30 Apr 2019 10:04:00 +0000

Personeelstekort blijft transporteurs parten spelen

In het eerste kwartaal van 2019 ervoer maar liefst 34 procent van de bedrijven in de logistieke sector een tekort aan arbeidskrachten als een belemmering voor groei. Het goederenwegvervoer spant hierbij de kroon. 

In het goederenwegvervoer vormt het tekort aan personeel voor 38 procent van de bedrijven een rem op verdere expansie. Dat concludeert ABN Amro in een rapport over personeelsbeleid in de sector.

Vrachtwagenchauffeurs

De bank verwacht dat de sector de komende jaren blijft groeien. Ook de gestage groei van het aantal banen en vacatures zet vermoedelijk door. Vooral de vraag naar chauffeurs is groot. Dat is niet verwonderlijk. Van de ruim 147.000 mensen in de sector werken er volgens het Sectorinstituut Transport en Logistiek circa 84.000 als vrachtwagenchauffeur.

Datzelfde instituut verwacht dat de vraag naar personeel de komende jaren verder stijgt door de vergrijzing. Het aantal werknemers ouder dan 55 jaar neemt toe. In 2010 was nog 16 procent ouder dan 55 jaar. In 2018 was dat opgelopen tot 25 procent. Er gaan de komende jaren dus meer werknemers met pensioen.

Concurrentie op prijs

De krapte op de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat de lonen snel stijgen. Toch zijn verladers niet per se bereid meer te betalen voor logistiek. Er wordt flink geconcurreerd op prijs. Dit leidt ertoe dat de winstmarges in de logistiek onder druk staan, zo blijkt uit recente conjunctuurenquêtes van brancheorganisatie TLN.

‘De logistiek heeft dus tegelijkertijd te maken met groeiende vraag, tekort aan personeel en felle concurrentie op prijs. Urgente zaken die veel aandacht van het management vragen. Hierdoor ontstaat het risico dat logistieke bedrijven te druk zijn met dagelijkse beslommeringen om zich om de lange termijn te bekommeren’, concludeert ABN Amro.

Lees meer bij Nieuwsblad Transport, zustersite van RijschoolPro.

Lees ook: Eerste leswagen met camera’s in plaats van spiegels op komst

Bron: Verkeerspro
Auteur: Redactie
Publicatie datum: Mon, 29 Apr 2019 06:18:03 +0000

Nieuwe simulator van Verjo goedgekeurd voor Code 95

De C/D-simulator van Verjo is gecertificeerd door het CBR. Hierdoor kan de simulator worden ingezet in de nascholing van beroepschauffeurs. “De EU heeft opleiders de opdracht gegeven om bij te dragen aan de CO2-reductie. Met de simulator kunnen we hier versneld invulling aan geven.” 

Met de behaalde definitieve CBR-certificering kan de simulator van Verjo worden ingezet bij de nascholing Het Nieuwe Rijden (HNR), Rijoptimalisatie, Manoeuvreren, Chauffeur LZV en Veilig werken met de vrachtauto. Ook voor het testen van nieuwe chauffeurs komt de simulator van pas.

De C/D-simulator beschikt naast een lucht geveerde bestuurdersstoel ook over een volledig motion based platform dat in combinatie met de gebruikte schermen en software ‘motion sickness’ voorkomt. “Dit maakt deze simulator geschikt voor alle leeftijdsgroepen”, vertelt Verjo-directeur Chris Verstappen.

Maatwerk

Klanten van opleiders kunnen maatwerk krijgen bijvoorbeeld in zaken als belading, weersomstandigheden,
dag- en nachtritten. “Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan afwijkende verkeerssituaties in het buitenland, bijvoorbeeld de roundabout in Engeland of bergen en heuvels in het algemeen.” Andere opties zijn onder andere het rijden op los zand, het rijden in extreem moeilijke omstandigheden, of een slipbaan.

E&R Opleidingen in Nieuwegein heeft als eerste Nederlandse opleider de Verjo-simulator aangeschaft. “E&R is
erg enthousiast over het gebruik van deze simulator voor het testen en werven van potentiële chauffeurs.”

Duurzaamheid

De ontwikkelingen op het gebied van het opleiden voor grote rijbewijzen en Code95 gaan snel, ziet Verstappen. “De vele technische innovaties van voertuigen, zoals ADAS, Euro6-normen en elektrische aandrijvingen vereisen een modernisering van opleidingsmaterialen. In zowel de basiskwalificatie als de nascholing levert de rijschoolbranche een duidelijke bijdrage op het gebied van het verduurzamen van de transportsector.”

De nieuwe EU-richtlijn die per 23 mei 2020 in moet gaan speelt hierin een grote rol. “Door de simulator kan de
rijschoolbranche versneld invulling geven aan de opdracht in de EU-richtlijn dat de opleiders moeten bijdragen
aan de CO2-reductie. We vertellen de chauffeurs niet alleen wat ze kunnen doen op dit gebied maar we laten
het ook zien. Bijvoorbeeld in duurzaam gebruik van opleidingsmateriaal, het voorkomen van geluidshinder en onnodige wegbewegingen. De markt, overheid en het CBR zullen gezamenlijk moeten doorontwikkelen.”

Examen Toets Besloten Terrein

Ook voor het oefenen bij de basisopleiding, zoals voor de Toets Besloten Terrein, kan de simulator worden ingezet. Het examen voor dit onderdeel is echter nog niet gecertificeerd. Wanneer dit wordt goedgekeurd, levert dat grote voordelen op, voorspelt Verstappen:  “Denk aan een enorme verlaging van belasting van het milieu. Daarnaast is het terrein objectief voor alle leerlingen. Opleiders hoeven bovendien niet telkens het terrein uit te zetten.” Hij somt nog een paar voordelen op: het raken van een pylon of stok met een wiel, voertuig of spiegel wordt geregistreerd, net als het raken van de denkbeeldige muur. Het evalueren van een leerling of een groep is eenvoudig via de replay-functie en het resultaat per leerling is printbaar.

De tekst gaat verder onder de foto

C/D-simulator Verjo

Europese samenwerking

Verjo heeft in Europa meerdere owner- en partnerships. In totaal worden meer dan 2000 simulatoren van Verjo en partners ingezet in opleidingstrajecten. Er werken meer dan 30 programmeurs en technici samen aan het simulatieplatform. “Hierdoor kunnen we goede en innovatieve opleidingsmaterialen maken. Het is interessant om te zien dat in de veelheid van inzichten en initiatieven er mooie, verbeterde of zelfs nieuwe toepassingen mogelijk zijn met bekende opleidingsmiddelen. De simulator heeft terecht al enige jaren bestaansrecht.” Ook heeft Verjo de module ‘elektrisch rijden met grote voertuigen’ (C/D) al aangekondigd.

Werkgelegenheid

Volgens Verstappen is er bij deze ontwikkeling geen sprake van een bedreiging voor de branche en de werkgelegenheid. “Absoluut niet. We zorgen er voor dat we relevant blijven en dat de schaars beschikbare rijinstructeurs goed planbaar blijven en een uitdagend werkpakket hebben en behouden.”

Lees ook: Europa beperkt e-learning Code 95 tot maximaal 12 uur

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 03 May 2019 14:51:19 +0000

Lachgas onschuldig? Niet in het verkeer

Lachgas, het onschuldig klinkende goedje, dook afgelopen dagen veel op in de media. Zo gebeurden er afgelopen maand meerdere verkeersongelukken waarbij lachgas een rol speelde. Wat is lachgas? Moeten rijinstructeurs hun leerlingen hierover informeren? En hoe gaat het CBR om met lachgas-gebruikers? 

Een greep uit de nieuwsberichten van afgelopen maand: in Wassenaar is in de nacht van zondag 14 op maandag 15 april een auto tegen een boom aan gereden. In de auto werd een fles met lachgas aangetroffen. Een dag later reed een auto de winkel van een tankstation binnen bij Nieuwerkerk aan den IJssel. De vier inzittenden hadden lachgas bij zich. Op 20 april raakte een auto van de weg bij Hedel. De bestuurder was gevlucht, maar in de auto lag nog een buis met lachgas. In Tilburg reed een man over de voet van een vrouw en ging er vervolgens vandoor. Getuigen zagen dat de man een grote ballon met vermoedelijk lachgas in zijn hand had.

Sterke roes

“Lachgas (distikstofmonoxide, N2O) is een kleurloos, niet-irriterend, zoetgeurend en zoet-smakend gas”, meldt het Trimbos-instituut. “Het inhaleren van lachgas zorgt voor een kortdurende maar sterke roes. Er is sprake van bewustzijnsdaling die een beetje lijkt op dronkenschap. Mensen die lachgas inhaleren dus als drug doen dat vrijwel altijd via een ballon. Het gas wordt door middel van een slagroom-spuit of een cilinder in de ballon gespoten.”

Volgens het instituut is het gebruik van lachgas het hoogst onder uitgaanspubliek van 15-35 jaar. In hun monitor over de periode 2015 tot en met 2017 kwam eind vorig jaar naar voren dat mbo- en hbo-studenten van zestien tot en met achttien jaar meer lachgas tot zich namen. 29 procent gebruikte in 2017 weleens lachgas, tegen 20 procent in 2015. Het blijken wel vooral experimenten.

Kick: rijden met ‘iets op’

Lachgas is dus, zo valt ook te concluderen uit het onderzoek, al langer populair. Maar waarom lijkt het nu dan zo’n ‘hot issue’? “Dat durf ik niet te zeggen”, zegt Gea-Marit Dekker, onderzoeker jongeren en gedrag bij TeamAlert. Wat volgens haar in waarschijnlijk mee speelt: lachgasampullen zijn makkelijk en legaal verkrijgbaar. Bovendien zijn ze goedkoop. Groepsgedrag is ook een hele belangrijke: jongeren jutten elkaar op en durven geen nee te zeggen. En social media. Dekker wijst op de berichten op Facebook en Instagram dat Ex on the Beach-deelnemer Lena een ravage zou hebben aangericht in Leeuwarden door met een vriendin in de auto lachgas te gebruiken.

TeamAlert ziet ook dat in de auto lachgas gebruikt wordt. Een exacte verklaring hiervoor heeft Dekker niet. “Volgens mij vinden jongeren een auto een fijne plek om drugs te gebruiken. Een eigen plek. Hier kunnen ze zich alleen of met vrienden terugtrekken. Uit gesprekken met focusgroepen van jongeren komt verder naar voren dat alcohol of drugs gebruiken achter het stuur een kick geeft. Rijden met iets op is volgens hen extra leuk.”

Strafbaar

Er zijn diverse wetsartikelen die het mogelijk maken om iemand die onder invloed is te vervolgen, vertelt Bert Kabel, advocaat en gespecialiseerd in verkeersrecht, tegen de NOS. Hij wijst op artikel 8, lid 1 van de Wegenverkeerswet. Dat verbiedt rijden onder invloed van middelen die (nog) niet nader zijn omschreven maar waarvan bekend is dat het gebruik de rijvaardigheid kan verminderen. Lachgas valt daar volgens hem ook onder.

Maar dan moet je wel bewijs hebben dat een bestuurder onder invloed is van lachgas. Dat is lastig, zegt Kabel. Een roes is immers maar kortstondig. Alleen een tank en ballonnetjes in de auto hebben is volgens hem niet voldoende bewijs. Er moeten bijvoorbeeld getuigen zijn die gezien hebben dat de bestuurder ze gebruikt heeft.

Een ‘oplossing’ zou kunnen zijn, denkt Kabel, om het strafbaar te stellen om een lachgas in het dashboardkastje van de auto te hebben liggen. Maar, benadrukt hij op de nieuwssite: ook al is er geen bewijs dat iemand lachgas gebruikt heeft achter het stuur, dan kan diegene ook gewoon veroordeeld worden voor gevaarlijk of roekeloos rijgedrag.

Rijbewijs kwijtraken

Hoe gaat het CBR om met een hype als lachgas? “Iedereen weet dat alcohol- en drugsgebruik in het verkeer altijd een slecht idee is. Dat geldt ook voor lachgas”, vertelt woordvoerster Nathalie Dingeldein. “We krijgen helaas steeds vaker mededelingen van de politie van jongeren die lachgas achter het stuur gebruiken en in ernstige roes verkeren. Dit is zorgelijk want het is echt levensgevaarlijk, niet alleen voor henzelf maar ook voor andere mensen op de weg.”

In het theorie-examen zitten vragen over alcohol en drugs, maar niet specifiek over lachgas. “Feit is dat iedereen wel weet dat het niet mag en gevaarlijk is als je moet rijden. Het gaat meestal niet zozeer om kennis, maar om gedrag en dat blijft een kwalijke zaak. Het is gevaarlijk dus gewoon niet doen.”

Psychoactief middel

Wie betrapt wordt met lachgas en door de politie gemeld wordt aan het CBR, moet zijn geschiktheid laten onderzoeken door de psychiater. De psychiater doet onderzoek op basis van een vermoeden van ongeschiktheid, namelijk ‘misbruik van psychoactieve middelen’, legt Dingeldein uit. “Daar valt lachgas onder. Je kunt je rijbewijs kwijtraken.”

Dat werd in februari nog door de rechtbank Midden-Nederland bevestigd. De rechtbank besloot dat het CBR terecht een rijbewijs ongeldig had verklaard van een bestuurder die lachgas had gebruikt. Bij deze zaak stond de vraag centraal of lachgas als misbruik van psychoactieve middelen kan worden aangemerkt. Lachgas is namelijk geen verboden stof volgens de Opiumwet.

“Dit betekent niet dat het geen psychoactief middel kan zijn”, aldus de rechtbank. “Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt duidelijk dat de werking van lachgas het gedrag van eiser en zijn rijvaardigheid heeft beïnvloed. Om die reden is een lachgas een psychoactief middel dat onder de reikwijdte van paragraaf 8.8 van de Regeling eisen geschiktheid 2000 valt.”

Waarschuwen tijdens rijopleiding

Een goede maatregel is, volgens Veilig Verkeer Nederland (VVN), dat rijinstructeurs hun leerlingen tijdens rijlessen wijzen op de gevaren van lachgasgebruik achter het stuur. “Wat ik voor me zie: tijdens de rijlessen gaat het niet alleen over verkeersregels en het bedienen van de auto”, vertelt woordvoerster Ingrid Wetser. “Het gaat ook over inzicht en gedrag. Over dat je je verantwoordelijkheid moet nemen tijdens het autorijden. Daar mag meer aandacht voor zijn. Dat is er al, maar het onderwerp lachgas moeten ze hier ook in meenemen.”

RijschoolPro stelde lezers de vraag of rijschoolhouders leerlingen al eens hebben gewezen op de gevaren van lachgas. Ruim driekwart (76 procent) gaf ‘nee’ als antwoord. “Hier ligt toch geen taak voor de rijopleiding”, reageert een rijschoolhouder. “In de lesauto en in de theorie liggen verkeerstaken en voertuigbeheersing. Opvoedkundige taken moeten ondergeschikt zijn.”

Commerciële druk

“Bij dit soort thema’s komt steeds de discussie naar voren over wat er op het gebied van inzicht en gedrag in de rijopleiding opgenomen moet worden”, ziet Chris Verstappen, directeur van Verjo verkeersleermiddelen. “Helaas is door de commerciële druk vanuit de markt niet altijd makkelijk om aandacht te besteden aan inzicht en gedrag. Om dit soort onderwerpen goed te laten landen is daarnaast belangrijk dat de kandidaten gemotiveerd zijn om meer te leren dan strikt noodzakelijk is voor het examen.”

“De maatschappij verwacht dat de beginnende bestuurder zich bewust is van wat het gewenste gedrag is en inzicht heeft in de gevolgen”, vervolgt hij. “Wetenschappers noemen dit de hogere ordevaardigheden uit de GDE-matrix. Maar een deel van het gewenste gedrag en inzicht is totaal niet toetsbaar voor een examinator of een theorie-examen. Dit is ruim 20 jaar geleden al door onderzoeken aangetoond en hebben de basis gelegd voor de unieke RIS-didactiek.”

Rijopleiding in Stappen

Verstappen ziet hierin een belangrijk verschil tussen de RIS en de ‘reguliere’ rijopleiding. “In het klassieke examen wordt dat getoetst wat getoetst kàn worden door de examinator. De basis is hiervoor de ministeriële regeling praktijkexamen en de uitwerking daarvan in de rijprocedure.”

Binnen de RIS-didactiek is duidelijk ruimte voor uitleg over gewenst gedrag en inzicht, stelt Verstappen. “Bij RIS wordt een kandidaat niet opgeleid voor het praktijkexamen maar ook bewust gemaakt van wat het gewenste gedrag is. Natuurlijk zijn er opleiders die hier aandacht aanbesteden zonder gebruik te maken van de RIS-didactiek. Binnen de RIS-didactiek is het logisch om hier aandacht aan te besteden en dat wordt dan ook de kandidaten en hun ouders geaccepteerd.”

Auteurs: Jan Pieter Rottier en Nadine Kieboom

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 03 May 2019 08:26:33 +0000

Ander uiterlijk voor hulpverleningsvoertuigen

Hulpverleningsvoertuigen van de overheid krijgen vanaf deze week gaandeweg een nieuw uiterlijk. De bekende strepen van politie, brandweer en ambulance, ook wel striping openbare orde en veiligheid (OOV-striping) genoemd, worden vernieuwd. Daardoor zijn de strepen ’s nachts nog duidelijker te zien.

Ook de striping op voertuigen van de Koninklijke Marechaussee, Reddingsbrigade Nederland, Veiligheidsregio’s en Defensie wordt aangepast. Het huidige ontwerp van de OOV-striping dateert uit 1993. Inmiddels zijn er folies die het licht vooral ‘s nachts beter reflecteren waardoor de strepen in het donker nog duidelijker zichtbaar zijn.

De strepen worden daarnaast tweemaal zo breed en wat hoger geplaatst. Dit moet beter aansluiten bij het ontwerp van de moderne voertuigen, die ronder en breder van vorm zijn dan oudere modellen. Verder zijn twee kleuren verhelderd. De roodoranje streep van politie en Marechaussee wordt rood, net als van de ambulance, en de Marechaussee krijgt een iets aangepaste tint blauw.

Geleidelijk zichtbaar

Om de kosten zo laag mogelijk te houden, is afgesproken dat voertuigen bij vervanging de nieuwe strepen krijgen. Het verbeterde ontwerp wordt daardoor geleidelijk zichtbaar in het straatbeeld. Het ontwerp is beschermd en het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) is namens de minister van Justitie en Veiligheid aangewezen om het gebruik te reguleren en controleren.

Lees ook: 6 tips voor leerling en instructeur: wat te doen bij sirene en zwaailicht?

Bron: Verkeerspro
Auteur: Jan Pieter Rottier
Publicatie datum: Fri, 19 Apr 2019 12:08:35 +0000

Aantal strafpunten beginnersrijbewijs toegenomen

Het aantal beginnende automobilisten met strafpunten neemt steeds verder toe. In 2016 werden 2733 strafpunten uitgedeeld, vorig jaar waren dat er 5470. Dat bevestigt het CBR aan persbureau ANP na berichtgeving van BNR. Bij twee strafpunten moet een automobilist opnieuw een rijvaardigheidstest doen bij het CBR.

De beginnersregeling bestaat zo’n 17 jaar. Bij een bepaalde verkeersovertredingen krijgt een beginnende bestuurder een strafpunt uitgereikt. Wie een tweede keer wordt aangehouden en veroordeeld, moet het rijbewijs inleveren. Vervolgens wordt de bestuurder doorgestuurd naar het CBR, waar hij een rijvaardigheidstest moet ondergaan.

Kritisch rapport

Vorig jaar bleek uit een evaluatie dat de regeling is niet erg effectief was. De pakkans is erg klein en als deze bestuurders al worden aangehouden, heeft dit niet altijd consequenties vanwege slechte communicatie tussen instanties.

In de periode tussen 2012 tot en met 2016 heeft het OM slechts 46 keer aan het CBR gemeld dat iemand een tweede strafpunt heeft gekregen. Bovendien zijn automobilisten nauwelijks op de hoogte van de regeling, terwijl deze juist voor een schrikeffect moet zorgen.

Vaker doorgestuurd naar CBR

De verantwoordelijke ministers Grapperhaus en Van Nieuwenhuizen wilden ondanks het kritische rapport de regeling toch in de lucht houden. Dat schreven de ministers in een brief. Ze wezen er ook op dat de uitvoering ‘zo goed als mogelijk is verbeterd.’ Dat is terug te zien in de cijfers: In 2017 heeft het OM al 117 mededelingen verstuurd, vorig jaar waren dat er 150.

Het aantal testen dat het CBR afneemt gaat niet gelijk op met het aantal mededelingen. Het CBR testte vorig jaar 103 bestuurders, in 2017 waren dat er 66, meldt BNR. Volgens woordvoerster Irene Heldens komt dat doordat het een uitgebreide procedure is. “Wij lopen niet achter, alle termijnen die er voor staan worden gehaald. Veel tests worden niet in hetzelfde jaar al gedaan. De procedure duurt lang en er moet eerst betaald worden voor de proef mag worden afgenomen. Niet iedereen heeft zomaar 1000 euro liggen.”

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 24 Apr 2019 12:26:19 +0000

Zorgautoriteit: standaardtarief voor rijbewijskeuring niet toegestaan

Medisch specialisten hanteren tegen de regels in standaardtarieven voor rijbewijskeuringen. De artsen mogen alleen de tijd in rekening brengen die ze daadwerkelijk aan een keuring hebben besteed, stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Ook vindt de NZa dat mensen zelf moeten kunnen kiezen naar welke specialist zij gaan voor hun rijbewijskeuring, vanwege de grote prijsverschillen.

De NZa heeft een inventarisatie gemaakt van klachten over rijbewijskeuringen. De meeste klachten gaan over hoge rekeningen door psychiaters en neurologen. Sommige keurend medisch specialisten declareren volgens de NZa standaard het hoogst toegestane bedrag dat soms oploopt tot meer dan driehonderd euro.

Een standaardtarief hanteren mag niet. Specialisten mogen alleen de directe en indirecte tijd in rekening brengen die ze daadwerkelijk aan een keuring besteden. De zorgautoriteit doet op dit moment onderzoek naar een aantal aanbieders van rijbewijskeuringen die zo werken.

De NZa gaat kijken of de regelgeving nog verder kan worden verbeterd. Ook stellen zij een brief op die mensen kunnen downloaden en toesturen aan hun rijbewijskeurder als zij geconfronteerd worden met een standaardtarief dat niet aansluit op het verloop van hun keuring. “Als wij toch meldingen ontvangen over rijbewijskeurders die standaardtarieven hanteren, dan spreken wij hen hierop aan. En bij misstanden grijpen we in”, aldus de NZa.

Zelf kiezen

Zo lang de tarieven zo sterk met elkaar verschillen, en mensen dit dus zelf moeten betalen, vindt de NZa dat mensen ook moeten kunnen kiezen door wie ze gekeurd worden. “Uit meldingen die wij ontvangen blijkt dat het CBR mensen verwijst naar een specifieke specialist. Op het moment dat er verschillen in tarieven zijn, is het voor mensen extra belangrijk dat ze zelf kunnen kiezen door wie ze gekeurd worden.”

Onnodig

Ook zouden alleen de mensen gekeurd moeten worden bij wie dat echt nodig is, vindt de NZa. “Voor mensen met ADHD is wettelijk bepaald dat zij gekeurd moeten worden. In de praktijk blijkt dat niet voor alle mensen met deze diagnose zo’n keuring nodig is.”

Vorig jaar is in de Gezondheidsverklaring een verduidelijking opgenomen voor mensen die als kind gediagnostiseerd zijn met ADHD, geen medicijnen gebruiken en bij wie de behandeling voor de 16e verjaardag is gestaakt. Zij hoeven niet gekeurd te worden. Deze verduidelijking kwam op verzoek van belangenvereniging Impuls. “Dit roept de vraag op of er meer mensen zijn die onnodig gekeurd worden. We doen een oproep aan de politiek om te kijken of de regelingen nog actueel zijn.”

Klachtenprocedure

Ook blijkt dat mensen nergens terecht kunnen als ze een klacht hebben over de keuring. Er bestaat voor rijbewijskeurders geen verplichting voor het aanbieden van een klachtenprocedure. Er bestaat een uitzondering in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) die hen hiervoor vrijpleit. “Dit is in onze ogen een onwenselijke situatie. De wet zou hierop aangepast moeten worden.”

Lees ook: Vraag over ADHD/ADD op Gezondheidsverklaring vaak onterecht met ‘ja’ beantwoord

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 24 Apr 2019 04:37:54 +0000

‘Nieuwe sanctie voor rijinstructeurs is geen verdienmodel’

Eigenlijk is hij al zes jaar met pensioen. Maar hij is, zo zegt hij zelf, verslaafd aan het vak. Eerder deze maand is Wilbert van Beersum benoemd tot voorzitter van de Landelijke Belangenvereniging voor Verkeersopleidingsinstituten (LBVI). We spreken met hem over de samenwerking in de branche, de plannen op het gebied van praktijkbegeleiding en de toekomstvisie van de LBVI.

Echt nieuw is deze functie niet voor Van Beersum. Hij is al enkele jaren vice-voorzitter bij LBVI. Arnold Beumer heeft om gezondheidsredenen het voorzitterschap neer moeten leggen. Van Beersum vormt nu het bestuur samen met penningmeester Simon Jongepier (Jongepier Verkeersopleidingen) en secretaris Paul Wemer (SAN Verkeersopleidingen).

De LBVI heeft tien leden. Een mooi aantal, vindt Van Beersum. “Ons uitgangspunt is dat we niet in elkaars vaarwater komen. We streven ook naar een landelijke dekking. Wel hebben we flink wat voorwaarden gesteld aan lidmaatschap. Zo moet een opleider minimaal drie jaar lang rijinstructeurs hebben opgeleid.” Aan interesse vanuit andere opleiders geen gebrek, stelt de voorzitter. “Alleen komen de meeste verzoeken van opleiders die willen meeliften op de bijscholing. Als een van onze leden een bijscholing indient bij het IBKI en deze wordt goedgekeurd, dan mogen alle LBVI-leden deze bijscholing geven. Dat maakt het interessant.”

Met de concurrent

Van Beersum is eigenaar van de Veldhovense Rijinstructeurs Opleiding. Samen met vijf medewerkers leidt hij rijinstructeurs op voor onder meer personenauto, motorfiets, vrachtauto, bus en tractor. Zijn achtergrond ligt in de militaire wereld. Hij gaf onder meer leiding aan een militaire rijschool met 45 instructeurs en 15 examinatoren. Als luitenant-kolonel was hij verantwoordelijk voor opleidingen en ontwikkelde hij diverse trainingen. In 2005 werd hij uitgezonden naar Afghanistan waar hij als ‘chief liasion’ de verbindende schakel was tussen hulporganisaties en ministerie.

Het zoeken naar verbinding lijkt hem ook in de rijschoolbranche goed te liggen. Met ministerie, IBKI en brancheverenigingen, maar ook met de ‘concurrent’, namelijk de VVB (Vereniging VerkeersveiligheidsBelangen), waar de VerkeersAcademie onder valt. “De afgelopen periode hebben we veel met elkaar opgetrokken en hebben we goede gesprekken gehad”, zegt Van Beersum.

Praktijkbegeleiding

Een voorbeeld van samenwerking is de invulling van het nieuwe sanctiebeleid bij de praktijkbegeleiding. In plaats van het verliezen van de bevoegdheid, komt er een educatieve sanctie. “De LBVI heeft samen met de VVB, FAM, VRB en Bovag een plan ontwikkeld”, vertelt Van Beersum. “Dat lukte door goed naar elkaar te luisteren. Men ziet steeds meer het belang van samenwerking in. Je zag dit al gebeuren toen de drie brancheverenigingen samen een voorstel indienden voor een nieuwe WRM.”

Voorafgaand aan de gesprekken over de WRM, werd eerst een interne bijeenkomst gehouden om de mening van de LBVI-leden te peilen. “We hielden een workshop om te bepalen welke richting de LBVI op wil gaan. Door dit eerst met de achterban te bespreken, ben je niet zomaar een voorzitter die iets roept, maar ga je veel sterker de gesprekken in.”

Geen verdienmodel

Dat de sanctie verandert, vindt Van Beersum overigens een verbetering. Zijn bedrijf geeft ook cursussen om instructeurs voor te bereiden op de praktijkbegeleiding. “Veel mensen die zakken voor de praktijkbegeleiding, doen dat omdat ze zenuwachtig zijn en niet omdat ze de vaardigheden niet beheersen. Bovendien vervalt de tweede verplichte bijscholing: als je in 1x slaagt, ben je er ook meteen vanaf.”

De details van de educatieve sanctie kan hij nog niet geven, wel de grote lijnen. Wie na de derde keer niet slaagt voor de praktijkbegeleiding, moet een verplichte cursus volgen. Deze cursus is afgestemd op het beoordelingsformulier. Maatwerk dus, en dat maakt het prijzig. Het gaat om een opleiding van drie dagen van zes uur, met zowel theorie- als praktijklessen. Vervolgens moeten de cursisten opnieuw examen afleggen bij IBKI. Een flinke kostenpost voor een instructeur.

Is zo’n educatieve sanctie commercieel gezien niet erg interessant voor de rijinstructeursopleidingen? “Dit wordt vaak gezegd, maar dat is absoluut niet zo”, stelt Van Beersum. “Op jaarbasis gaat het om zo’n 23 instructeurs. Dat zijn er gemiddeld 2 per opleider, die een individueel traject aanbieden. Daar zit geen verdienmodel in.”

Lerend leren

Het ontwikkelen van de educatieve sanctie is een maatregel voor de korte termijn; officieel staat de invoerdatum van de nieuwe WRM op 1 januari 2020, al betwijfelt Van Beersum of die datum haalbaar is. Voor de langere termijn wil Van Beersum zich onder meer richten op het vernieuwen van de bijscholingen om deze nog relevanter te maken voor rijinstructeurs. “Denk bijvoorbeeld aan Talking Traffic: reuze interessant. Je auto communiceert met de verkeerslichten en andere voertuigen. Er wordt op je telefoon of navigatie precies aangegeven met welke snelheid je moet rijden om groen licht te krijgen, of wanneer een hulpdienst in je buurt is. Erg interessant om uit te leggen aan de leerlingen.”

Naast de nieuwe bijscholingen, wil Van Beersum zich ook meer richten op het ‘lerend leren’. “Ik ben groot fan van de RIS, alleen dekt de naam de lading niet. Mensen hebben een verkeerd beeld van RIS. Rijopleiding in Stappen: dat is toch elke rijopleiding? Daarom spreek ik liever van lerend leren, leren door ervaring en gewoon doen. Dit zou in de instructeursopleiding nog veel uitgebreider aan bod moeten komen.”

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 23 Apr 2019 12:35:08 +0000

Nieuw theorieboek speelt in op populariteit elektrische scooters

De elektrische scooter is in opmars. Met dank aan het groeiend aanbod, de dalende prijzen en de uitgebreide actieradius. Verjo Verkeersleermiddelen heeft de e-scooter opgenomen in het nieuwe theorieboek bromfiets, waarin de afwijkende regels en gebruiken op een herkenbare manier worden omschreven.

Sinds de introductie van het bromfietscertificaat in 1996 is er veel veranderd voor de bestuurders van brom- en snorfietsen. Denk aan de plaats op de weg, het bromfietsrijbewijs, het praktijkexamen en de komst van de speed pedelec.  Op dit moment ziet Verjo-directeur Chris Verstappen de grote verandering bij tweewielers de snelle opmars van de elektrische scooter. “In Nederland rijden al meer e-scooters rond dan elektrische auto’s. Ook levert de e-scooter een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en het bereikbaar houden van de Nederlandse steden.”

Lesmateriaal

Verjo heeft de ontwikkeling rond de e-scooter verwerkt in het lesmateriaal. In het nieuwe theorieboek bromfiets worden de afwijkende regels en het gebruik van een e-scooter op een unieke manier weergegeven. De leerling herkent dit aan het icoontje ‘e-scooter’. Voor de leerlingen die nog met een fossiele bromfiets of snorfiets rijden, is dan ook meteen duidelijk dat het (nog) niet voor hen bedoeld is.

“We leiden de kandidaat niet alleen op voor een examen maar ook voor een veilige deelname aan het verkeer. Binnen Europa zijn wij de eerste die hier serieus aandacht aan besteden in het lesmateriaal. Diverse andere landen zullen op korte termijn ons voorbeeld gaan volgen.”

Prettig rijden

Het team van Verjo is met een nieuwe e-scooter op pad gegaan om alle foto’s en 3D-tekeningen te vernieuwen. “Voor ons was het rijden met de e-scooter een zeer prettige ervaring. We hebben gekozen voor het merk EMCO, de leading leverancier van e-scooters in Nederland.”

Momenteel worden alle theorieboeken van Verjo vernieuwd. Deze vernieuwing is begonnen met het RIS-praktijkboek op het gebied van gebruik ADAS en automaat rijden. De theorieboeken voor auto en vrachtauto/bus zijn al aangepast.

Na elk hoofdstuk zijn studievragen opgenomen. “Dit is belangrijk voor een leerling omdat ze dan gelijk kunnen toetsen of ze het hoofdstuk begrepen hebben. In het theorieboek bromfiets zijn ruim 150 unieke studievragen opgenomen.” Het nieuwe theorieboek is ook aangepast aan de nieuwe Amsterdamse regel ‘snorfiets op de rijbaan’ en andere wetswijzingen.

Lees ook: Populariteit elektrische scooters neemt flink toe

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 19 Apr 2019 13:52:33 +0000

Nieuw: volg een WRM-bijscholing op de Nationale Rijschooldag

De achtste editie van de Nationale Rijschooldag op dinsdag 18 juni heeft een nieuw onderdeel: je kunt een officiële WRM-bijscholing volgen van twee dagdelen. Ideaal voor wie maximaal profijt wil halen uit zijn bezoek aan de Nationale Rijschooldag in Den Bosch. Wees er snel bij, want er is maar een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.

De WRM-bijscholingen op de Nationale Rijschooldag zijn tot stand gekomen in samenwerking met branchevereniging VRB en met goedkeuring van IBKI. Bezoekers kunnen kiezen uit vijf verschillende bijscholingen. De cursussen bestaan uit twee dagdelen en duren van 9.00 tot 12.00 uur en van 13.30 tot 16.30 uur. Deelnemers krijgen gratis lunch aangeboden.

Opleiders WRM-bijscholing Nationale Rijschooldag
De WRM-bijscholingen:

  • RVV-vernieuwing: Leer op interactieve wijze over de laatste wijzigingen met betrekking tot de wet- en regelgeving. Opleider: Wilbert van Beersum / VRO
  • Lerend Leren: De moderne rijinstructeur neemt in zijn rijlessen steeds meer de rol van een coach aan. Opleider: Wilko Lenoir / Lenoir Opleidingen
  • Rijprocedure CDE: Met onder andere bediening van het voertuig en verkeersinzicht. Opleider: Hein Schenkelaars / Jongepier Verkeersopleidingen
  • Rijprocedure A: Voor motorinstructeurs. Krijg inzicht in de manier van beoordelen door de examinator. Opleider: Laurens Wisselink / De Verkeersacademie
  • Rijprocedure B: Leer alles over hoe je de rijprocedure kunt gebruiken tijdens de rijles. Opleider: Riny Reijbroeck / De Verkeersacademie

Aanmelden kan via de pagina met bijscholingen. Klik op de aanmeld-link die bij elke opleider vermeld staat.

Meer activiteiten

Ook nieuw dit jaar is het Ondernemersontbijt. Hiermee beginnen bezoekers de Nationale Rijschooldag ontspannen én informatief onder het genot van een ontbijt. Ze komen onder andere meer te weten over de ontwikkelingen op het gebied van brandstoffen en krijgen advies voor marketing. Daarnaast geeft de politie Oost-Brabant tips over het omgaan met hulpdiensten in het verkeer.

Ook kunnen bezoekers zich aanmelden voor een van de workshops, met bijdragen van onder meer IBKI, CBR en de KNMV. Op het buitenterrein kunnen instructeurs tientallen lesauto’s en motoren bekijken en een voertuig uitkiezen voor een testrit. In de hal naast het terrein vindt de Rijschoolbeurs plaats.

Info en registreren

De Nationale Rijschooldag vindt plaats bij 1931 Congrescentrum aan de Oude Engelenseweg 1 in Den Bosch. De locatie beschikt over voldoende parkeergelegenheid, maar is ook goed te bereiken met het openbaar vervoer. Vanaf treinstation ‘s-Hertogenbosch is het 12 minuten lopen. Wil je meer informatie, of wil je je meteen inschrijven? Bezoek dan de website van de Nationale Rijschooldag.

Lees ook: Inschrijving voor Nationale Rijschooldag geopend

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 25 Apr 2019 09:21:04 +0000