Leden van brancheverenigingen mening gevraagd over CBR

Leden van brancheverenigingen van Bovag, VRB en FAM kunnen een enquête invullen over hun ervaring met het CBR. Het onderzoek gaat hoofdzakelijk over de social media-campagne richting kandidaten, maar rijinstructeurs kunnen ook hun mening geven over het functioneren van het CBR.

De social media-campagne bestaat onder meer uit een miniwebsite die het CBR samen met de brancheorganisaties heeft opgezet. Daar krijgen leerlingen tips om hun rijbewijs op een ‘goede en veilige manier’ te halen. Ook zijn er advertenties op Facebook en Instagram met tips voor de rijopleiding.

Het doel van de enquête is om inzicht te krijgen hoe rijinstructeurs denken over die social mediacampagne. Het CBR heeft zelf onderzoek uitgevoerd naar de ervaring van kandidaten; de brancheverenigingen zijn tijdens het Branche Voorzitters Overleg (BVO) gevraagd om de vragen uit te zetten onder hun leden. De uitkomst van de enquête wordt binnen het BVO besproken en, indien nodig, wordt de strategie hierop aangepast.

Samenwerking

Naast vragen aan de instructeur over de rijbewijstips, worden zij gevraagd of ze weten hoe ze aan hun leerlingen komen: of zij merken aan hun (nieuwe) leerlingen dat hun kennis over het behalen van een rijbewijs verbeterd is en of het CBR überhaupt een rol moet of mag spelen in het voorlichtingstraject richting leerling en ouders.

Verder zijn er ook nog enkele vragen opgenomen over het functioneren van het CBR en hoe rijinstructeurs de samenwerking met het CBR ervaren: zijn de medewerkers afstandelijk of juist toegankelijk? Stellen ze de kandidaten op het gemak? Wat vinden instructeurs van de uitstraling van examencentra?

Uitnodiging

De sluitdatum van de enquête van VRB en FAM is 1 november. Leden hebben een uitnodiging met een unieke link via de mail gehad om deel te nemen aan het onderzoek. Bij Bovag valt het onderzoek onder het zogeheten ROCA, een periodiek onderzoek waarmee Bovag de mening vraagt van leden over de samenwerking met het CBR. Aan dat onderzoek wordt momenteel nog gewerkt; leden ontvangen nog een uitnodiging.

Lees ook: Onderzoek: jongeren halen informatie over slagingspercentage op website rijschool

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 25 Oct 2018 08:16:42 +0000

Oprichter terug bij Smit Rijschoolservice: ‘Altijd heimwee gehad’

Smit Rijschoolservice is weer in handen van de oorspronkelijke eigenaar. Elt Smit heeft de aandelen van het bedrijf teruggekocht en is weer terug op zijn oude stek. “Nadat ik het bedrijf had verkocht in 2012, had ik eigenlijk meteen al spijt”, vertelt de ondernemer vanuit zijn kantoor in Eindhoven.

Voor Elt Smit voelt het weer als thuiskomen. Met hetzelfde team werknemers – op één man na – gaat hij verder met waar hij eigenlijk nooit mee wilde stoppen: het ontwikkelen van lesmateriaal. “Ik ben de komende weken vooral bezig met inventariseren en inlezen. Vanaf het nieuwe jaar hoop ik weer echt aan de slag te gaan. Ik kijk ernaar uit om alle oude klanten weer te zien en te spreken.”

Interesse

Smit heeft het bedrijf in 1986 opgestart, maar verkocht de aandelen in 2012 aan de ANWB. Die verkoop leek op dat moment een verstandige beslissing, mede vanwege privéomstandigheden, vertelt hij. “Maar nadat ik het had verkocht, had ik meteen spijt. Dat gevoel is nooit weggegaan.” Smit is het bedrijf altijd blijven volgen. “Ik kwam ook regelmatig nog even binnenwandelen. Een paar maanden geleden kwam de optie om de onderneming terug te kopen ter sprake. Ik had misschien mijn leeftijd niet mee, maar ik had wél interesse.”

Alex Brown is 3D-animator en projectmanager bij Smit Rijschoolservice. Hij is blij dat zijn ‘oude baas’ weer terug is in het bedrijf. Al is het maar omdat de lijntjes nu veel korter zijn. “Met deze stap is de besluitprocedure veel sneller. Er zit minder vertraging op de lijn”, vertelt hij. Lachend: “Bovendien is Elt misschien wel de fitste van het hele kantoor.”

Innovatie

Tijdens het interview komt de aandacht voor vernieuwing steeds naar voren. Smit: “Het bedrijf begon met cassettebandjes en dia’s in de jaren tachtig. Tot de komst van de CD-rom. Wij waren in 1994 een van de eersten met theorielessen op de CD-rom. Een uitkomst was dat.”

Al was het bedrijf ook vaak nét iets te vroeg met innovaties, lacht Smit: “We hebben bijvoorbeeld ooit geïnvesteerd in een mooi project om kinderen op de basisschool, van groep 1 tot en met 8, voor te bereiden op het verkeer. Met alles erop en eraan: lessen over waar ze mogen lopen en fietsen, tekeningen maken, liedjes zingen. En ze leerden over het gebruik van openbaar vervoer, ter voorbereidingen op de middelbare school. Alles was digitaal, maar scholen bleken daar nog niet op voorbereid te zijn.”

Smit blijft zich inzetten om kinderen zo vroeg mogelijk voor te bereiden op het verkeer. “Men doet maar wat in het verkeer. De jeugd steekt verkeerd over en zit maar te appen op de fiets. Als je kinderen zo vroeg mogelijk leert over het verkeer, plukken ze daar later de vruchten van. Hier bleek echter geen geld voor te zijn. Verkeer blijft een ondergeschoven kindje bij scholen.”

Service

Waarschijnlijk zullen klanten voorlopig weinig merken van de overname. Smit heeft geen grote wijzigingen aan te kondigen. “Wel hebben we drie nieuwe busjes aangeschaft, die hadden al lang een keer vernieuwd moeten worden. Binnenkort komen dus weer mooie, nieuwe voertuigen bij het CBR te staan waar klanten hun producten kunnen kopen. Verder hebben we geen grote wijzigingen in petto, het loopt hier goed.”

Ook het motto van de ondernemer is niet veranderd: Mooie producten maken, waar klanten goed mee kunnen werken. “Klanten die drie linkerhanden hebben, moeten ook met onze producten kunnen werken. Ook de service is voor ons een van de belangrijkste kenmerken.” Zijn medewerker Alex Brown beaamt dat: “We zijn flexibel. Klanten zitten van ’s ochtends tot ’s avonds in de lesauto en geven in het weekend theorieles. Dan kun je niet zeggen dat je slechts tijdens kantooruren bereikbaar bent.”

Lees ook: ‘Simulator levert goed voorbereide leerling bij rijschool af’

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 24 Oct 2018 14:00:52 +0000

Geen ontheffing T-rijbewijs voor buitenlandse stagiairs

Het Nederlandse T-rijbewijs zorgt voor problemen bij boeren die buitenlandse studenten een stageplek aanbieden. De buitenlandse stagiairs mogen wel op eigen terrein rijden, maar niet op de openbare weg. Boeren vragen om maatwerk, maar minister Cora van Nieuwenhuizen ziet geen aanleiding om in te grijpen.

Het trekkerrijbewijs is in 2015 ingevoerd. In Nederland mogen bestuurders alleen met de tractor op de openbare rijden als zij in het bezit zijn van het T-rijbewijs, of een autorijbewijs hebben van vóór 2015. Dat geldt ook voor buitenlanders.

Openbare weg

Omroep Flevoland sprak met een boerin uit uit Biddinghuizen die twintig Franse stagiairs op het land heeft werken. De Franse studenten mogen wel op het land rijden, maar in Flevoland liggen de gronden van boeren vaak verspreid. Daardoor moeten de voertuigen vaak een stukje de openbare weg op. De boerin biedt al jaren stageplaatsen aan, maar moet er volgend jaar mee stoppen als er geen oplossing komt.

De VVD vroeg minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat om met een oplossing te komen, maar de bewindsvrouw ziet daar geen aanleiding voor. “Stagiairs kunnen ervaring opdoen met het werken met landbouwwerktuigen op besloten terrein”, laat ze schriftelijk weten. Over het wetsvoorstel voor het T-rijbewijs is destijds advies gevraagd aan de branche, waaronder LTO en Cumela. “Er is daarbij niet gebleken dat er mogelijke problemen zouden zijn met buitenlandse stagiairs omdat deze niet op de openbare weg zouden mogen rijden.”

Per land verschillend

Veel landen binnen Europa, waaronder België, Duitsland en Polen, hebben een aparte rijbewijscategorie voor tractoren. Wel zijn de eisen voor het rijexamen per land verschillend en heeft de categorie ook verschillende namen. De regeling van een trekkerrijbewijs is dus een nationale aangelegenheid.

Van Nieuwenhuizen: “De eis van het T-rijbewijs is in overeenstemming met het recht van de Europese Unie. De eis is non-discriminatoir en geldt voor iedereen, ongeacht nationaliteit. De eis is gerechtvaardigd om onze gezamenlijke doelstelling, het bevorderen van de verkeersveiligheid, te behalen.”

Lees ook: Onderzoekers prijzen effectiviteit T-rijbewijs

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 24 Oct 2018 09:09:41 +0000

‘Strijd EU en auto-industrie blokkeert ontwikkeling autonome auto’

Een stammenstrijd tussen de Europese Commissie en de auto-industrie zit op dit moment de verdere ontwikkeling van de zelfrijdende auto in de weg. Dat zegt Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met Zelfrijdend Vervoer, het zusterblad van RijschoolPro.

Van de Camp presenteerde in augustus een rapport, waarin hij pleit voor Europese regelgeving die de ontwikkeling van autonoom vervoer een boost geeft. “Bij de introductie van de zelfrijdende auto mist de kracht van de interne markt, zoals we die hebben in de landbouw- of staalindustrie. Er zijn heel veel landen en universiteiten bezig om autonoom vervoer te ontwikkelen, maar zodra we over de grens gaan is er geen verbinding en zijn er andere verkeers- en aansprakelijkheidsregels.” Om die reden is het volgens hem belangrijk dat er harmonisatie van regels plaatsvindt.

Communicatietechnologie

Eén van de grootste struikelpunten is volgens hem het verschil in communicatietechnologie. “In Europa hebben we niet met fysieke grenzen te maken, maar met telecommunicatiegrenzen. Daardoor liggen we steeds verder achter op China en Amerika, waar veel meer uniformiteit is.”

Europese landen zouden samen moeten optrekken in de keuze voor bepaalde technologieën. Europa zou zich daarnaast flexibel moeten opstellen. “De Europese Commissie wil dat wifi dé communicatietechnologie wordt van de zelfrijdende auto, terwijl de auto-industrie lobbyt voor 5G. Er is een soort stammenstrijd gaande terwijl we weten dat we beide technieken nodig hebben.”

Krachten bundelen

Van de Camp zou graag zien dat de Europese industrie de krachten bundelt, maar stelt vast dat dit (nog) niet het geval is. “Bij de ontwikkeling van technologieën als autonoom vervoer is de industrie vaak leidend. Toch zie je dat bijvoorbeeld BMW en Daimler eigen ontwikkeltrajecten hebben. Dit is overigens ook in de VS het geval. Ook daar zie je dat Uber en Google hun eigen pad volgen. Wat wij wel kunnen doen als Europese Unie is met ontwikkelingsgelden financiële prikkels geven.”

Lees het volledige verhaal op Zelfrijdend Vervoer.nl.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Marieke Van Gompel
Publicatie datum: Tue, 23 Oct 2018 12:36:21 +0000

Gratis vouchers voor oefenwebsite Theorie.nl

Rijschoolhouders kunnen momenteel gebruikmaken van een speciale actie van de website Theorie.nl, waar leerlingen kunnen oefenen voor het theorie-examen auto, motor en bromfiets.

Theorie.nl biedt rijschoolhouders de mogelijkheid om op een laagdrempelige manier inkomsten te genereren via deze website. Rijschoolhouders en instructeurs kunnen hun leerlingen een voucher te geven met een code om een gratis theorie-examen te maken. De oefenwebsite bevat meer dan 1.500 verschillende vragen. Op deze manier gaan zij goed voorbereid naar het CBR-examen.

Aanschaf pakket

De unieke code op de voucher wordt gekoppeld aan de rijschool. De leerling kan één gratis examen oefenen. Bij aanschaf van een pakket door door de leerling, ontvangt de rijschool een commissie oplopend tot 30 procent. Geïnteresseerde rijschoolhouders en instructeurs kunnen een formulier invullen om zich aan te melden. Theorie.nl stuurt de rijschool vervolgens gratis een stapel vouchers.

Dit artikel wordt u aangeboden door Theorie.nl

Bron: Verkeerspro
Auteur: Redactie
Publicatie datum: Mon, 08 Oct 2018 06:20:00 +0000

‘Kwaliteit cursus Code 95 vaak onder de maat’

Onlangs werd bekend dat de vrijstelling voor Code 95 voor oudere chauffeurs definitief vervalt. Als deze chauffeurs tijd en geld moeten investeren in hun nascholing, dan moeten zij wél waar voor hun geld krijgen, stelt Cor Wildeman. Als voormalig inspecteur én trainer uit hij zijn zorgen over de kwaliteit van Code 95-opleiders, met name voor de digitale tachograaf. Hij schreef een ingezonden stuk voor vakblad RijschoolPro.

“Tijdens mijn werk als inspecteur bij wat nu de Inspectie Leefomgeving en Transport heet, stak zo rond het begin van 1990 het fenomeen ‘fraude’ de kop op bij de – toen nog – analoge tachograaf. Mijn eerste case had ik bij een uit Duitsland afkomstig voertuig. Omdat er op dat moment nog zo ontzettend weinig kennis was van de werking van de tachograaf en steekhoudend bewijs niet verkregen kon worden, kwam de chauffeur er mee weg.

Dit was wel de aanleiding om mij, mede op verzoek van een leidinggevende, hierin te bekwamen. Het geheel geraakte in een dermate grote stroomversnelling dat ik al snel werd gevraagd of ik aan de collega’s cursus kon geven. Na samenstelling van een ‘cursusboek’ startte ik daarmee. Ook in het buitenland bleef dit niet onopgemerkt. Al snel volgden cursussen en seminars in Duitsland en België.

Waarom iemand inhuren als een op de loonlijst staande werknemer het ook wel even erbij kan doen?

Omdat de wijze waarop fraudes werden gepleegd een steeds grotere vlucht nam, werd in 2005 een internationale werkgroep opgericht met daarin deelnemers van meerdere EU-lidstaten. Deze werkgroep had als doel alle soorten bekende fraudes in kaart te brengen om daarmee vervolgens collega’s EU-breed te ondersteunen. Vanaf 2008 werd daar een ‘Masterclass’ digitale tachograaf aan toegevoegd, waaraan ik zestien keer als docent mocht deelnemen.

Nadat ik eind 2005 met pensioen ging ben ik zelfstandig verder gegaan en startte vanaf 2016 met mijn onderneming Tachograaf advies en Training. Inmiddels heb ik talloze trainingen in het kader van Code 95 gedaan voor de digitale tachograaf bij kwalitatief goede opleiders.

Tijdens deze trainingen heb ik echter ook meer dan voldoende signalen ontvangen dat de kwaliteit van opleidingen vaak – en soms sterk – onder de maat is. Uit ervaring, mailcontacten en telefoongesprekken is mij ook gebleken dat vaak die kwaliteit ondergeschikt wordt gemaakt aan andere aspecten. Waarom iemand inhuren als een op de loonlijst staande werknemer het ook wel even erbij kan doen?

Een andere opmerking was dat ‘het toch niet zo moeilijk kon zijn’. Men heeft er kennelijk geen flauw benul van dat onder andere de rijtijdenwetgeving een goede uitleg behoeft en het benoemen van de tijden niet voldoende is. De cursist kan dat zelf ook wel opzoeken. Ik hoor zelfs verhalen dat een docent binnen 1 uur klaar is met de uitleg van de digitale tachograaf.

Om de kwaliteit, die ik wil leveren, te ondersteunen geef ik elke cursist een ‘aide memoire’. Dit is een kaartje waarop de meest belangrijke pictogrammen staan en aan de binnenzijde de rij- en rusttijden worden benoemd. Cursisten stellen het bijzonder op prijs om iets tastbaars en bruikbaars te ontvangen. Ik zie het daarom met lede ogen aan dat veel opleiders de kwaliteit op een – te – laag niveau zetten.

Ik weet dat er docenten voor een groep worden gezet die vaak weinig of geen affiniteit hebben met de digitale tachograaf noch enige praktijkervaring. Hun achtergrond is een totaal andere. Hoe kun je dan vragen uit de praktijk goed beantwoorden? Uit een onlangs verschenen rapport van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijkt dat hetgeen ik al langere tijd wist, daarin wordt onderschreven. Men zet maar al te vaak ondeskundige docenten voor een groep.

Omdat het lesboek echter ook een kostenpost is, wordt ook daar zeer sterk op bezuinigd

Ook de verschillende lesboeken wil ik hierbij niet onvermeld laten. Diverse lesboeken geven qua stijl en inhoud vaak de indruk dat zij samengesteld zijn door een ‘theoreticus’. Omdat het lesboek echter ook een kostenpost is, wordt ook daar zeer sterk op bezuinigd. Een van de eerste boeken die ik tegenkwam, vermelde doodleuk iets dat in strijd met de wet was. Dit boekwerk is inmiddels vervangen door een door mij zelf samengesteld boekwerk.

Aan Vervoersondernemingen zou ik – met klem – het advies willen geven om goede informatie in te winnen omtrent de opleider maar ook de docent. Voor de vaak hoge kosten mag immers kwaliteit worden verwacht en een deskundige docent. Ook de instructie ter zake Out of Scope en Handmatige invoer laat menigmaal sterk te wensen over. De chauffeur is voor het doen van handmatige invoer zelf verantwoordelijk en de boete bedraagt in Nederland 550 euro.

Probeer te achterhalen of de betreffende docent dit beheerst. Sluit niet op voorhand een contract af voor meerdere groepen maar vraag eerst om een proefsessie. Inmiddels wordt ook van overheidswege aan het vorenstaande gewerkt. Een overheidsambtenaar die daarbij betrokken is, verwoordde het zo: ‘Wanneer pakt iedere partij zijn rol en verantwoordelijkheid op? Wanneer stopt men met het voor de klas zetten van onbekwame docenten?’”

Lees ook: Branche overrompeld door nieuwe maatregelen Code 95

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 05 Oct 2018 06:21:22 +0000

‘Leid bestuurder op voor toekomst, niet voor verleden’

Er wordt binnen de rijschoolbranche al jaren gesproken over het gebruik van ADAS. Dat leerlingen moeten leren omgaan met hulpsystemen, is al bijna geen discussiepunt meer. De vraag is: bij wie ligt het initiatief? Is het aan rijinstructeurs om dit onderwerp te behandelen in de rijles, of moet het CBR ADAS opnemen in het praktijkexamen? Het onderwerp kwam uitgebreid aan bod tijdens het congres op de Nationale Rijschooldag bij Autotron in Rosmalen.

Ter afsluiting van het congres, een onderdeel van de Nationale Rijschooldag op 18 september, gingen vier sprekers met elkaar en met het publiek in discussie. Het panel bestond uit Wilbert van Beersum, (rijinstructeursopleiding VRO), Chris Verstappen (uitgever Verjo), Harold Bekhuis (manager rijvaardigheid CBR) en Ernest Alvares (Veronica Verkeersschool). Een van de stellingen: ADAS moet verplicht worden in het praktijkexamen’.

Anticiperen op verkeer

“We lopen achter de feiten aan”, stelt Chris Verstappen van Verjo verkeersleermiddelen. “Voor fabrikanten is ADAS een gegeven. Het gaat razendsnel, we kunnen als branche niet meer blijven wachten. Wij moeten bestuurders zo opleiden dat ze veilig en verantwoord een voertuig kunnen gebruiken volgens de moderne methode, en niet opleiden op de manier waarop we in het verleden hebben gereden.”

Verstappen pleit al enkele jaren voor het invoeren van cruise control als verplicht onderdeel van het examen. “Iemand die goed met cruise control of adaptive cruise control overweg kan gaan, leert goed vooruit te kijken en te anticiperen op het verkeer. Dat is de kern van rijvaardigheid. Als we dat bereikt hebben, kunnen we ook eindelijk de stap maken naar de hoge ordevaardigheden.”

Daarbij heeft Verstappen ook een advies voor de rijinstructeurs: “Wees niet bang en begin mee zelf ADAS te gebruiken. Leer van je eigen fouten. Durf het daarna ook bij leerlingen toe te passen. In de RIS-boeken is ADAS al geïntegreerd. De ervaring leert dat leerlingen het makkelijk oppakken zonder dat het extra lessen kosten.”

Wat wel en niet toestaan?

Opleider Wilbert van Beersum sluit zich daarbij aan: “Kijk naar het navigatiesysteem, dit was niet direct verplicht in het examen, we konden er langzaam inrollen. Zo moet het ook gaan met ADAS. Als dit gefaseerd wordt ingevoerd, wennen de leerling en de instructeur hier vanzelf aan. We moeten niet te snel willen gaan, maar er moet wel duidelijkheid komen over welke systemen wel en niet in het examen moeten worden geïntegreerd. We hebben zo’n 144 verschillende systemen die ofwel informatie geven, of waarschuwen, of de rijtaak overnemen. Wat accepteren we wel met elkaar en wat niet?”

Nationaal Rijschool Congres, Nationale Rijschooldag 2018. foto Janny Mallee
Nationaal Rijschool Congres, Nationale Rijschooldag 2018. foto Janny Mallee. Vlnr: Ernest Alvares, Wilbert van Beersum, Chris Verstappen en Harold Bekhuis

Sinds 1 januari 2016 mogen examenkandidaten moderne ondersteunende systemen gebruiken tijdens de rijexamens voor de personenauto en de personenauto met aanhangwagen. Bij de rijexamens voor de beroepschauffeurs is dit al langer toegestaan. Systemen die ‘het rijden van de automobilist overnemen’, zijn tijdens het examen verboden. Van Beersum: “De discussie is: wat neemt de rijtaak over en wat niet. Adaptive cruise control en lane keeping assist nemen een deel van de rijtaak over. Gaan we dit wel of niet toestaan? Daar moet duidelijkheid over komen.”

Kat-en-muisspel

Ernest Alvares experimenteert al een tijdje met ADAS in zijn rijopleiding ‘Ik les honderd procent zelfrijdend’. “ADAS had al ingevoerd moeten zijn in het examen”, zegt hij resoluut.  “Het is de ideale hulprijinstructeur. Als instructeur stuit je bovendien op interessante discussiepunten: wanneer geef je bijvoorbeeld een cursist wel of geen ingreep en wanneer laat je het over aan de collision warning (automatisch afremmen, red.)? Ik pleit ervoor dat de rijschoolbranche hierin investeert. Koop auto’s met ADAS en ga hiermee aan de slag. Er gaat een nieuwe wereld voor je open.” Lachend: “Het is toch heerlijk dat als je adaptive cruise control inschakelt, je niet tegen de leerling hoeft te zeggen dat hij afstand moet houden?”

Toch is Alvares ook zeer kritisch naar het CBR. “Er wordt steeds een kat-en-muisspel gespeeld. Bij wie ligt het initiatief om de leerling kennis te laten maken met ADAS? Het CBR wijst naar rijscholen en de rijscholen wijzen naar het CBR. Ik investeer wel als rijschoolhouder in auto’s met ADAS, maar merk dat het CBR nog niet voldoende bezig is met dit onderwerp. Bijvoorbeeld collission warning: wordt dat gezien als een ingreep? Of automatisch fileparkeren. Als de kandidaat langs de auto rijdt en om vervolgens goed om zich heen kijkt: is dat niet een vaardigheid op zich?”

Uitdaging

Volgens Harold Bekhuis, manager rijvaardigheid bij het CBR, is het rijexamen nu voor alle type auto’s: met en zonder ADAS. Dat betekent dat in ieder geval de basisvaardigheden (voertuigbeheersing en verkeersinzicht) getoetst moeten worden, met het oog op de verkeersveiligheid. “Het is iedereen vrij, en juist aan te bevelen, om verkeersveilige bestuurders af te leveren om ADAS wel tijdens het lessen te behandelen.. Aan de branche de uitdaging om, samen met ons, zo goed mogelijk dit traject in te gaan.”

Het CBR onderzoekt momenteel in hoeverre rijschoolhouders nu ADAS gebruiken in de rijles, wat wenselijk is en wat de mogelijkheden zijn in het examen. Bekhuis noemt ook de praktische beperkingen van het gebruik van deze systemen: “Adaptive cruise control in de ochtendspits op de ring van Rotterdam: dat gaat niet werken. Begint een examen vanuit Winschoten, dan is ADAS prima te gebruiken. We willen werken naar een examen dat uniform is. We onderzoeken hoe we in de toekomst het examen op een goede manier kunnen afnemen, zodat we dit bij elke kandidaat goed kunnen testen.”

Enthousiast

Een rijschoolhouder uit Veghel vertelt tijdens de paneldiscussie dat hij prettige ervaring heeft met ADAS tijdens de rijles. “Ook wij hebben ADAS in de voertuigen zitten. Mijn leerlingen gebruiken dat zonder dat we hierop moeten aansturen. Ze doen dat al uit zichzelf.”

Eerder onderzocht RijschoolPro onder het gebruik van ADAS onder rijinstructeurs aan de hand van een enquete. Zo’n 2.500 instructeurs deden mee aan het onderzoek. Rijondersteunende systemen in de auto, zoals cruise control en parkeerhulp, zouden een onderdeel moeten zijn van de rijles, vindt maar liefst 78 procent van de deelnemers. Desondanks is 61 procent er géén voorstander van om ADAS als standaard onderdeel terug te laten komen in het praktijkexamen.”

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 04 Oct 2018 06:39:36 +0000

Onderzoek naar invoer gevaarherkenning in motorexamen

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzoekt in hoeverre het mogelijk is om gevaarherkenning op te nemen in het rijexamen voor de motor. Het trainen van gevaarherkenning is onderdeel van het nieuwe actieplan om de verkeersveiligheid voor motorrijders te verbeteren. 

Het ministerie ziet veel voordelen bij motorfietsen: ze bieden meer vrijheid, hebben een lagere CO2-uitstoot, verlichten de filedruk en nemen minder parkeerplekken in de binnensteden. “Daarom werkt het ministerie aan het veilig gebruik van motoren, zodat we steeds meer de lusten en steeds minder de lasten van motorrijder ondervinden.”

Het nieuwe actieplan is een vervolg op een pakket aan maatregelen uit 2011. Een van die maatregelen was het opzetten van een voortgezette rijopleiding om de zogeheten hogere ordevaardigheden trainen. Ook ging het ministerie onderzoeken of het omgaan met risico’s voor motorrijders voldoende aan bod komt in de rijopleiding.

Europese afspraken

In plaats van een nieuwe voortgezette rijopleiding te ontwikkelen, is gekozen om het effect te onderzoeken van de training ‘VRO Risico’ van de KNMV. Het onderzoek is destijds uitgevoerd door SWOV. Conclusie: het volgen van een vervolgopleiding heeft een positief effect op de veiligheid van het rijgedrag en gevaarherkenning door motorrijders, zelfs op de lange termijn. Het ministerie wil nu onderzoeken of en hoe dit verder gestimuleerd kan worden of dit bijvoorbeeld onderdeel moet worden van het rijexamen.

In de GDE matrix wordt beschreven wat van een bestuurder wordt verwacht. Hierin wordt gesproken over hogere orde vaardigheden en lage orde vaardigheden. Een voorbeeld van een lage ordevaardigheid is bedienen van het voertuig. Gevaarherkenning is een hogere ordevaardigheid.

Volgens het ministerie kunnen hogere ordevaardigheden pas worden getoetst na een tijdje ervaring te hebben opgedaan. “Dus niet in het examen zelf toetsen maar in een tweede fase”, meldt het ministerie. “De consequentie hiervan is dat deze kennis in de opleiding voor zowel de leerling als de rijinstructeur of tot examinator zal moeten worden aangeboden. Het ministerie zal bezien of er internationaal draagvlak is om deze hogere ordevaardigheden zoals risicoperceptie mee te willen nemen in de rijexamens.”

Examenvorm vinden

Chris Verstappen, directeur van Verjo verkeersleermiddelen, ziet een belangrijk probleem bij het testen van de hoge ordevaardigheden: “Iedereen is ervan overtuigd dat deze vaardigheden belangrijk zijn en dus in het examen thuishoren. Helaas is het de wetenschap tot nu toe niet gelukt om een goede examenvorm hiervoor te vinden.”

De EU richtlijn rijbewijzen stelt minimumeisen waaraan een examen voor praktijk en theorie moet voldoen, vertelt Verstappen. Elk land heeft dus ruimte om aanpassingen te doen aan de inhoud van het rijexamen zolang de minimum eisen uit de EU richtlijn rijbewijzen gewaarborgd zijn. “Waarom gaat het ministerie opzoek naar internationaal draagvlak? Immers wetenschappers hebben geen werkbaar antwoord gevonden dus moeten andere wegen bewandeld worden. Dit vraagt dat we out-of-the-box gaan denken.”

Type bestuurder

Belangrijk is dat we beseffen dat een motorrijder een andere type leerling en bestuurder is dan een kandidaat die voor zijn rijbewijs auto komt, meent Verstappen. “De meeste beginnende motorrijders hebben al een autorijbewijs en dus rijervaring. Bij het ontwikkelen van een goede gevaarherkenning voor de motorfiets moet hier rekening mee worden gehouden. Zomaar de gevaarherkenning van een beginnende autobestuurder overnemen, is niet zinnig.”

Veel motorinstructeurs hebben risicoperceptie en de consequenties daarvan al geïntegreerd in hun motorlessen, ziet hij. “Maar door de huidige marktwerking dreigt dit onderdeel van de opleiding steeds meer naar de achtergrond te schuiven. Het is de taak van een examen om dit te voorkomen.”

Andere plannen

Een ander belangrijk punt uit het actieplan is het gebruik van rijondersteunende systemen (ADAS). ADAS is met name ontwikkeld voor auto’s en vrachtauto’s maar komt in veel mindere mate voor bij motorfietsen. Het ministerie vindt dat deze systemen ook moeten bijdragen aan de veiligheid van de motorrijder.  Zo worden motorrijders lang niet altijd herkend door ‘Blind Spot’. Er moet worden onderzocht wat mogelijk is voor motorfietsen, wat daadwerkelijk werkt en wat de motorrijders zelf vinden van die systemen. Sommige fabrikanten van motorfietsen (Honda, Yamaha en BMW) werken al samen aan ADAS-voorzieningen voor de motorfiets.

De RDW onderzocht vorig jaar op verzoek van Motorrijders Actie Groep (MAG), Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging (KNMV) en de Federation of European Motorcyclists’ Associations (FEMA) de zichtbaarheid van motorfietsen voor voertuigen met innovatieve rijsystemen die de snelheid van het voertuig bepalen. Hieruit bleek onder meer dat motorrijders niet altijd werden herkend door de adaptive cruise control.

Motorhelmen

Ook het aanpassen van de Europese helmnormen is onderdeel van het actieplan. Helmen zijn beperkt houdbaar omdat het gas langzaam uit het schuim in de helmen loopt waardoor ze na zeven jaar niet meer te gebruiken zijn. Toch mogen helmen nog onbeperkt verkocht worden. Een wens van motorrijders is om bijvoorbeeld de productiedatum in de helm te zetten. En om uiteindelijk een verbod in te stellen op de verkoop van te oude helmen.

Met het nieuwe actieplan komt het ministerie ook tegemoet aan de APK-richtlijn (2014/45/EU). De EU maakt het in deze richtlijn mogelijk om motorfietsen APK-plichtig te maken. Nederland is tegen zo’n APK-plicht. De richtlijn geeft wel ruimte om motorfietsen uit te sluiten van de verplichting, mits de lidstaten met goede alternatieve maatregelen komen voor de veiligheid van motorrijders. “Dit actieplan, dat overigens ook zeker geschreven zou zijn zonder de APKrichtlijn – er was immers al een actieplan in 2010 – presenteert deze alternatieve verkeersveiligheidsmaatregelen.”

Het actieplan is tot stand gekomen in overleg met de leden van het Motorplatform, bestaande uit ANWB, BOVAG, CBR, FEHAC, FEMA, Landelijke Eenheid Politie, KNMV, LOOT, MAG, MON, Politieacademie, RAI Vereniging, RDW, ROF, SWOV en VVN.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 03 Oct 2018 13:57:08 +0000

‘Een op vijf jongeren heeft klacht over rijschool’

Een op de vijf jongeren heeft een negatieve ervaring met een rijschool of instructeur. Dat blijkt uit een enquête van het jongerenkanaal NOS Stories. De vaakst genoemde klachten zijn rij-instructeurs die geen les kunnen geven, lespakketten die de indruk geven dat je ‘snel’ je rijbewijs kunt halen en instructeurs die je bewust te vroeg laten afrijden.

NOS Stories hield een enquete op Instagram onder vijfduizend jongeren. Hoewel de verslaggevers melden dat het niet om een ‘echte’ enquete gaat, konden ze er wel belangrijke conclusies aan verbinden. Duizend jongeren hadden een klacht, die voornamelijk over de instructeur ging.

Klacht indienen

Ook merken de verslaggevers op dat lang niet alle kandidaten met klachten terecht kunnen bij een officiële instantie. “Alleen als je rijschool is aangesloten bij een brancheorganisatie, kun je met je klacht hogerop. Als je lest bij een school die niet is aangesloten en je hebt een klacht, word je van het kastje naar de muur gestuurd.”

Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur verwijst jongeren met klachten naar het CBR. Maar het CBR zelf spreekt dat tegen: “Wij gaan daar absoluut niet over. Wij gaan alleen over examens en examinatoren, niet over rijscholen en hun instructeurs.” Wel verwijst het CBR naar de Rijbewijstips en de Rijschoolzoeker.

Bekijk het item van NOS Stories:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 03 Oct 2018 07:58:59 +0000

Nieuwe wending WRM-debat: wat betekent dit voor de sanctie?

De uitkomst van het debat afgelopen donderdag in de Tweede Kamer levert gemengde gevoelens op binnen de rijschoolbranche. Eind deze maand willen de Kamerleden samen met de branche een ‘tegenvoorstel’ presenteren om het bijscholingstraject aan te pakken, daarna gaat het debat verder. Volgens de LBKR is dit een uitgelezen kans om de sanctie onder handen te nemen; FAM en VRB beginnen liever eerst bij de basis. RijschoolPro peilt de stemming onder de brancheorganisaties.

Donderdag sprak de Tweede Kamer over wijziging van de WRM met maatregelen voor de korte termijn, zoals het invoeren van de VOG voor de rijschoolbranche. Hoewel de sanctie niet op de agenda stond, werd deze uitvoerig besproken. De VVD wilde de sanctie behouden; SP, CDA, D66 en PVV zagen deze liever verdwijnen.

De minister gaf aan graag te willen praten over alternatieven, maar benadrukte wel dat er een vorm van sanctie moet blijven. Het is nu aan de Kamerleden om met een tegenvoorstel te komen voor het bijscholingstraject. Er is nog geen nieuwe datum vastgesteld voor het vervolg van het debat.

‘Eerst plannen uitwerken’

“Ons plan, geschreven door de branche, is misschien niet goed overgekomen bij de Kamerleden”, zegt FAM-voorzitter Ruud Rutten. Hij doelt op het aanbevelingsdocument dat samen met brancheverenigingen VRB en Bovag ter advies aan de Tweede Kamer is verstuurd. Daarin staan maatregelen die moeten leiden tot een professionelere branche. “In ons document staat dat ook wij vinden dat het niet goed gaat met de bijscholing en dat het anders moet. We hebben daarin exact beschreven hoe het beter kan. Dit moeten we ze nog maar een keer duidelijk maken.”

De brancheorganisaties hadden een plan voor de korte en lange termijn gemaakt. “Die plannen moeten we eerst goed uitwerken samen met het ministerie; dan pas kunnen we onze ‘oude schoenen weggooien’. Ja, dat gaat nog even duren, maar zo voorkomen we dat er een WRM doorheen wordt geduwd zonder sanctie en dat er vervolgens helemaal niks meer gaat gebeuren.”

Sanctioneren

Rutten is ervan overtuigd dat hij samen met VRB en Bovag de Kamerleden duidelijk kan maken dat de sanctie momenteel niet de juiste invulling heeft, maar dat die er ook niet helemaal vanaf moet. “Stel dat straks niemand gesanctioneerd kan worden. Wat gebeurt er dan als bijvoorbeeld als het kabinet valt? Dan wordt de rijschoolbranche weer op de achtergrond geplaatst. Dan hebben we helemaal niks meer. Dat moet men zich goed realiseren.”

De VRB noemt het positief dat de Tweede Kamer het unaniem eens is dat er echt iets moet gebeuren in de rijschoolbranche. Secretaris Irma Brauers: “Jammer is dat hetgeen wél positief is in het wijzigingsvoorstel ook weer vertraging oploopt. Voortuitlopen op zaken die nog afgestemd moeten worden, gaan we niet doen. We blijven constructief werken aan de professionalisering. En linksom of rechtsom: de minister wil ondanks alles een stok achter de deur hebben om instructeurs die niet willen of kunnen voldoen aan de kwaliteitseisen te weren uit de branche.”

Wandelgangen

Brauers merkt dat er een groot verschil is in het debat voor en achter de schermen. “De dynamiek van een plenair debat kun je alleen maar voelen wanneer je lijfelijk aanwezig bent. Wat je ziet op een scherm is bij lange na niet hetgeen er zich daadwerkelijk afspeelt. Het debat wordt eigenlijk niet gevoerd in de Tweede Kamer zelf, maar in de ‘wandelgangen’ als de Kamerleden bijgepraat worden over de laatste ontwikkelingen.”

Ook ziet Brauers hoe Kamerleden zaken met elkaar verwarren: “Het CBR dichten ze taken toe die niet bij het CBR liggen, zoals het controleren van onbevoegde instructeurs of het bijhouden van slagingspercentages per instructeur. Men vergeet dat gemakshalve even dat we in Nederland een examen gestuurd model hebben voor zowel de rijbewijsleerling als ook de rijinstructeur. En dat het bijhouden van slagingspercentages alleen maar mogelijk zou zijn wanneer een instructeur verplicht zou zijn om mee te rijden en hij of zij dan ook zelf voordelen zou generen.”

‘Gouden mogelijkheid’

“Het was een interessante dag met voor ons gevoel een goed debat”, vertelt Post, die als voorzitter van LBKR aanwezig was bij het debat. “De Kamerleden hadden zich over het algemeen goed voorbereid. De wending aangaande de praktijkbegeleiding versus sanctie en de schorsing daarop hadden we niet verwacht. Het is een gouden mogelijkheid om nu de juiste stappen te zetten.”

Jos Post is het naar eigen zeggen met Rutten eens dat ‘we geen oude schoenen moeten wegdoen voor we nieuwe hebben’. “Maar deze schoenen knellen en zijn oud en versleten. We moeten nu goede wandelschoenen aanschaffen die lang meekunnen.” Wat Post betreft gaat de sanctie van de praktijkbegeleding af, maar verdwijnt deze niet helemaal. “De sanctie moet worden doorgeschoven naar een ander onderdeel in het traject. Maar wat dat onderdeel precies is, moet nog blijken.”

Bovag komt op een later moment met een reactie op de recente ontwikkelingen.

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 02 Oct 2018 14:38:02 +0000