‘Langzaam maar zeker accepteert de rijschoolbranche dat we er zijn’

Begonnen als een Facebook-groep tegen de praktijkbegeleiding, is de Landelijke Beroepsgroep Kwaliteitsbevordering Rijschoolbranche (LBKR) in een jaar tijd uitgegroeid tot een stichting met honderd betalende deelnemers. Voorzitter Jos Post blikt terug op het afgelopen jaar. “We sluiten niet uit dat we een vereniging worden en aan willen sluiten bij de officiële overleggen.”

Het afgelopen jaar heeft Post (foto, rechtsboven) ervaren als een ‘opstartjaar’ dat voorbij gevlogen is. “Toen we aan de klus begonnen wist ik van tevoren dat we het een en ander niet snel voor elkaar zouden krijgen. Ook wisten we van tevoren dat we zowel met successen als met frustraties te maken zouden krijgen.” Vooral in het begin liep de communicatie  tussen LBKR en andere partijen in de branche niet altijd even goed, vertelt Post. “Zowel van ons uit als vanuit de media. Hier hebben we van geleerd. Dit loopt nu beter, dit geldt ook voor het contact met de brancheverenigingen.”

Groei

Maar eenmaal opgestart, zijn er zeker ook successen behaald: de groep groeit gestaag. Inmiddels bestaat LBKR uit honderd betalende rijinstructeurs en hebben verschillende sponsoren zich bij de stichting aangesloten. Onder hen ook instructeurs die bij andere brancheverenigingen lid zijn. Jos Post is zelf overigens ook lid van de VRB.

Verder noemt Post het mede opzetten van een broodfonds voor rijinstructeurs een winst voor de LBKR, net als interessante kortingen die ze rijschoolhouders kunnen aanbieden. “Ook hebben we goede gesprekken in Den Haag met verschillende politici. Aanstaande zaterdag houden we een politiek spreekuur in Vilsteren.”

Verbindende factor

Daarnaast merkt Post meer erkenning vanuit de rijschoolbranche. “Langzaam maar zeker acceptatie door ‘de branche’ dat we er zijn. Kijk bijvoorbeeld naar de Nationale Rijschooldag: samen met FAM en VRB staan we op het podium.”

Post ziet de rol van LBKR deels parallel lopen aan die van de brancheverenigingen. Anderzijds heeft de groep ook een overkoepelende rol, vertelt hij: “LBKR is uitgesprokener over het afschaffen van de praktijkbegeleiding en ziet mogelijkheden om dit te bewerkstelligen. Verder zien we ons als een verbindende factor tussen alle partijen in de branche. In de toekomst sluiten we niet uit dat we een vereniging worden en aan willen sluiten bij de officiële overleggen met het CBR en de brancheverenigingen.”

Het contact met de FAM En de VRB is goed te noemen, vertelt de voorzitter. “Elkaar vriend te noemen gaat te ver, maar dat hoeft ook niet. We respecteren elkaar en elkaars gedachtegoed, maar hebben dus een eigen mening. Belangrijk in deze is dat we allemaal een betere branche willen en dàt is belangrijk.”

Praktische bijscholing

Na een terugblik op het afgelopen jaar, komt natuurlijk de vraag hoe Post de komende periode voor zich ziet: “Het komende jaar zullen we verder vechten voor een kwalitatief betere branche waarbij we zullen laten zien dat we heel veel zaken wél willen. We willen graag beter in ons vak worden, we willen graag betere ondernemers worden en daarvoor zijn verschillende tools te bedenken. Hier zijn we druk mee bezig en daarbij kan de praktijkbegeleiding een echte praktijkbegeleiding worden die dan een praktische bijscholing is geworden verzorgd door een opleider van instructeurs.”

Lees ook: ‘Zie ons als een lastig persoon die tijdens een werkoverleg lastige vragen stelt’

FAM, VRB en LBKR geven samen een workshop op de Nationale Rijschooldag op 18 september bij Autotron in Rosmalen. Waar staan zij voor en in hoeverre werken ze samen? De voorzitters gaan graag het gesprek aan met de aanwezigen. Ben je geregistreerd voor het evenement? Dan kun je je aanmelden voor deze workshop om zeker te zijn van een plaats. 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 06 Sep 2018 09:37:25 +0000

Kwart van drugsgebruikende jongeren vindt rijden onder invloed prima

Van de jongeren die regelmatig drugs gebruiken, wil 27 procent ook onder invloed auto blijven rijden. Dat blijkt uit onderzoek van TeamAlert onder 364 jongeren die met drugs op rijden. De organisatie, die zich bezighoudt met jongeren en risicogedrag, pleit voor meer onderzoek, handhaving en bewustwordingscampagnes.

De groep die wil blijven autorijden, bestaat vooral uit jongeren die frequent drugs gebruiken, ziet TeamAlert. Rijden ze onder invloed van drugs, dan is dat volgens de organisatie voornamelijk op de terugweg van een festival, na het uitgaan of wanneer ze bij vrienden zijn geweest.

Alternatieven

Deze groep wil alleen stoppen wanneer er betere alternatieven voor vervoer naar huis zouden zijn, hun vrienden drugs in het verkeer niet meer zouden accepteren of wanneer er een grotere kans is om gepakt te worden. Desalniettemin blijft er nog een (kleine) groep over die aangeeft geen enkele reden te zien om te stoppen.

Uit het onderzoek bleek verder dat 20 procent van de jongeren die onder invloed rijdt van drugs, dit wil minderen en 53 procent hier helemaal mee wil stoppen. Van deze groep geeft 80 procent aan te weten hoe ze dat gaan doen. Maar een voornemen hebben betekent overigens niet altijd stoppen, benadrukken de onderzoekers.

‘Sociale norm nodig’

Directeur-bestuurder Henk Schravemade in een toelichting: “Er is meer dan een intentie nodig. Hiervoor moet minimaal de sociale norm omtrent drugsgebruik in het verkeer veranderen. Dit doet we door voorlichting aan deze jongeren te geven door middel van interventies en campagnes. Ook goede handhaving is hierbij belangrijk. Hoe vaker jongeren met drugs op aan het verkeer deelnemen, hoe lager de intentie is om te stoppen met drugs. Zo vroeg mogelijk beginnen met interventies en voorlichting is om deze reden belangrijk.”

Lees ook: Rij Tripvrij: nieuwe campagne tegen drugsgebruik in het verkeer

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 06 Sep 2018 07:54:32 +0000

Maak een proefrit met een speed pedelec op de Nationale Rijschooldag

Mango Mobility neemt dinsdag 18 september speed pedelecs mee naar de Nationale Rijschooldag bij Autotron Rosmalen. Rijinstructeurs kunnen proefrijden op snelle e-bikes van Stromer waarmee je 45 kilometer per uur kunt rijden. 

Hoewel de dag vooral in het teken staat van het testen van lesauto’s en het volgen van workshops, staat sales manager Anneke van Roemburg van Mango Mobility die dinsdag ook op de beurs met Stromer speed pedelecs.

Deze zeer snelle ebikes moeten op de rijbaan fietsen en dat brengt uitdagingen met zich mee. Mango Mobility merkt dat steeds meer rijschooleigenaren om die reden overwegen rijlessen op de speed pedelec aan te bieden. Daarom laat het bedrijf de instructeurs kennismaken met deze fietsen en proefrijden tijdens de Nationale Rijschooldag.

Rijlessen voor speed pedelecs

De Stromer heeft een maximum snelheid van 45 kilometer en wordt gezien als een bromfiets. Eerder maakte RijschoolPro een testrit samen met Mango om uitdagingen in het alledaagse verkeer zelf te ondervinden. Mango is groot voorstander van de speed pedelec op de rijbaan, maar merkt dat veel automobilisten het verwarrend vinden. “Wij hopen dat de speed pedelec niet meer uit het straatbeeld weg te denken is.”

Wel zijn alle partijen het erover eens dat rijlessen voor snelle ebikes helpen het verkeer veiliger te maken. Fietsers worden ook meer bewust van de snelheid die een speed pedelec binnen enkele seconden haalt. Controle over je elektrische fiets is zeer belangrijk. Tijdens de Nationale Rijschooldag in Autotron Rosmalen worden alle rijschoolhouders en instructeurs uitgenodigd om een proefrit met de Stromer te maken.

Wil jij ook een testrit maken? Meld je dan aan voor de Nationale Rijschooldag 2018. Op deze dag staan dertien automerken voor je klaar om een testrit te maken. Tijdens het Nationaal Rijschool Congres gaan we dieper in op het thema Rijles van de Toekomst. Ook zijn er meerdere gratis workshops te bezoeken.

Speed pedelecs van Stromer

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 05 Sep 2018 06:10:56 +0000

CBR weer van start met regiobijeenkomsten

Het CBR houdt dit najaar weer de zogeheten examenplaatsoverleggen. De eerste twee vinden dinsdagavond in Almelo en Nijmegen plaats. In tegenstelling tot vorig jaar zijn de bijeenkomsten overdag. Ook worden ze niet bij het CBR gehouden maar op een externe locatie.

Van dinsdag 4 september tot en met 16 oktober vinden de CBR-examenplaatsoverleggen plaats op 18 verschillende locaties in Nederland. Ze duren van 9.30 tot 11.30 uur of van 13.30 uur tot 15.30 uur. De overleggen hebben vooral een praktische invulling.

Vragen beantwoorden

Rijinstructeurs krijgen tips over TOP internet en informatie over de rijtest, meldt het CBR. “Daarnaast zijn we er natuurlijk om andere vragen te beantwoorden. Naast de collega’s van rijvaardigheid, proberen we zoveel mogelijk mensen van de divisies theorie, rijgeschiktheid en CCV aanwezig te laten zijn. Alle rijscholen zijn of worden zo’n drie tot vier weken voor het overleg door hun examenmanager uitgenodigd. Kom vooral!”

De geplande data en locaties zijn te vinden in dit overzicht en op TOP.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 04 Sep 2018 07:34:28 +0000

Piek in autoverkoop door nieuwe emissietest

De invoering van de nieuwe WLTP-emissietest per 1 september heeft ervoor gezorgd dat het aantal registraties van nieuwe personenauto’s in augustus 2018 flink is gestegen. Ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar nam het aantal met maar liefst 42,1 procent toe. Dat blijkt uit cijfers van Bovag, Rai Vereniging en RDC. De toename is vooral het gevolg van registraties van bepaalde nieuwe auto’s die door de invoering van de nieuwe emissietest mogelijk niet meer verkocht konden worden.

Vorige maand werden 41.355 nieuwe auto’s in Nederland geregistreerd, dat waren er in augustus 2017 29.093. Tot en met augustus 2018 zijn in Nederland 330.471 personenauto’s geregistreerd, 14,9 procent meer dan in de eerste acht maanden van vorig jaar. Voor heel 2018 verwachten Bovag en Rai Vereniging een totaal van 430.000 registraties, tegen 414.538 in 2017.

Sinds 1 september moet de CO2-uitstoot van alle nieuwe personenauto’s in Europa worden vastgesteld volgens de WLTP-testprocedure. De afkorting staat voor Worldwide harmonised Light vehicles Test Procedure. Deze nieuwe test benadert veel meer de praktijkomstandigheden dan de oude NEDC-methode (New European Driving Cycle).

Bestaande voorraden

Bij de introductie of aanscherping van de Europese eisen aan auto’s, mag de auto-industrie bestaande voorraden – die niet aan de nieuwe eisen voldoen – onder bepaalde condities nog een jaar verkopen. In dit geval moesten voor Nederland alle restantvoorraadauto’s voor 1 juni 2018 zijn geproduceerd. Deze auto’s mogen dan nog tot 1 september 2019 worden verkocht.

Afgelopen maanden hebben diverse automerken daardoor voorraden aangelegd en is er momenteel volop voorraad aanwezig op de markt die nog tegen de ‘oude’ prijzen mogen worden verkocht. Alle NEDC-auto’s die na 1 juni 2018 zijn gebouwd en daardoor niet in de restantvoorraadregeling passen, moesten voor 1 september 2018 op kenteken zijn gezet. Dit heeft ervoor gezorgd dat afgelopen maand het aantal registraties flink is toegenomen.

Belastingeffecten

De Nederlandse overheid heeft toegezegd dat per saldo de consument niet gedupeerd mag worden door eventuele negatieve prijseffecten van de nieuwe testmethode. Op dit moment onderzoeken het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Financiën daarom samen met Rai Vereniging en Bovag wat het BPM-effect van de WLTP op de Nederlandse markt is en hoe op de korte termijn eventuele negatieve belastingeffecten kunnen worden opgevangen.

Lees ook: Overstappen op andere lesauto? ‘Wacht niet te lang’

Bron: Verkeerspro
Auteur: Remco Nieuwenbroek
Publicatie datum: Mon, 03 Sep 2018 15:41:26 +0000

Natuur & Milieu: schoon vervoer heeft weinig prioriteit bij grote steden

Grote steden in Nederland laten te weinig ambitie zien op het gebied van duurzame mobiliteit. Dat blijkt uit een analyse van Natuur & Milieu. De maatschappelijke organisatie nam de nieuwe collegeakkoorden van de 32 meest dichtbevolkte gemeenten onder de loep en concludeert dat er nog volop werk aan de winkel is. Vooral de maatregelen op het gebied van elektrisch rijden blijven achter. Bestaande projecten en plannen werden niet in het onderzoek meegenomen.

Investeren in laadpalen is nog lang geen vanzelfsprekendheid, zo blijkt uit de plannen van de nieuwe colleges. In minder dan de helft van de onderzochte akkoorden wordt gesproken over extra oplaadmogelijkheden. In een derde van de collegeakkoorden wordt zelfs met geen woord gerept over elektrisch rijden. “Een kwalijke zaak”, vindt directeur Marjolein Demmers, van Natuur & Milieu. “Steden hebben de sleutel in handen richting schonere lucht en een lagere CO2-uitstoot. Vooral zij kunnen maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te behalen.”

Mix van maatregelen

Slechts 4 van de 32 onderzochte gemeenten scoren een ‘goed’. Zij hebben aandacht voor een brede range van maatregelen om mobiliteit in de stad te verduurzamen. Naast elektrische mobiliteit, werd onder meer gekeken naar het wel of niet hanteren van een milieuzone, waarbij bepaalde auto’s en andere voertuigen worden geweerd uit het centrum. Ook duurzame stadsdistributie en plannen voor een emissieloos openbaar vervoer werden meegenomen in het onderzoek. Gemeenten met veel concrete ambities zijn Utrecht, Den Haag, Leiden en Zaanstad.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Remco Nieuwenbroek
Publicatie datum: Thu, 23 Aug 2018 09:16:08 +0000

‘Auto’s met veiligheidssystemen rijden meer schade’

Auto’s die zijn uitgerust met veiligheidssystemen rijden vaker schade. Dat blijkt uit de Branchemonitor Schadesector 2018-2030. Bestuurders van auto’s met vier veiligheidsvoorzieningen hebben jaarlijks een kans van 23 procent op schade. Bij automobilisten zonder deze systemen gaat het om 14 procent. Er is gekeken naar remassistentie, rijstrookassistentie en parkeersensoren voor en achter.

De onderzoekers van Automotive Insiders en Oude-Esink Business-Advies koppelden informatie van schadeclaims van verzekeraars aan autotypes en veiligheidssystemen. “De systemen zijn betrekkelijk nieuw en nog niet uit ontwikkeld”, vertelt onderzoeker Ric van Vugt aan NRC.

Voorlichting

Ook moeten bestuurders volgens Van Vugt nog vertrouwder raken met de systemen. Ook de voorlichting kan beter. “Dealers of leasemaatschappijen vertellen vaak niets over de ingebouwde beveiligingen.” Van Vugt verwacht wel dat de auto’s op termijn veiliger worden, als de techniek beter wordt en de voorlichting verbetert. De onderzoekers hebben het rapport nog niet gepubliceerd.

Tijdens het Nationaal Rijschool Congres, onderdeel van de Nationale Rijschooldag, gaan we dieper in op het thema ADAS en zelfrijdende auto. Wat voor kansen en uitdagingen biedt ADAS voor rijscholen? De Nationale Rijschooldag vindt plaats op 18 september bij Autotron Rosmalen. Aanmelden kan via de website van het evenement.

Lees ook: In de toekomst juist méér rijles nodig

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 31 Aug 2018 07:11:51 +0000

Clusteropdracht motorexamen afgeschaft: ‘Kandidaat moet op rijden focussen’

De clusteropdrachten bij het motorexamen verkeersdeelneming (AVD) komen per 1 september 2018 te vervallen. Bij de clusteropdracht moet een kandidaat meerdere taken na elkaar uitvoeren. Vanaf volgende maand eist het CBR dat een motorinstructeur het examen bijwoont én dat er werkende communicatieapparatuur aanwezig is. Dat heeft de organisatie onlangs aangekondigd. 

Anders dan bij het autopraktijkexamen, komt de clusteropdracht in het motorexamen maar weinig voor. Tijdens het motorexamen verkeersdeelneming (AVD) krijgt de kandidaat doorgaans via een ontvangertje in zijn helm te horen waar hij naartoe moet rijden. Soms is dat niet mogelijk, bijvoorbeeld als de communicatieapparatuur stuk is of als er geen instructeur aanwezig is bij het examen om de opdrachten door te geven. Dan wordt de clusteropdracht ingezet.

Aansluiten op rijles

De examinator geeft de clusteropdracht staand naast de kandidaat op de motor. Een clusteropdracht kan bijvoorbeeld zijn: 2e weg links, rotonde rechtdoor en daarna borden Utrecht volgen. In deze gevallen moet de kandidaat tijdens de examenrit diverse keren stoppen voor drie tot vijf routeopdrachten. Dit leidt volgens het CBR  tot ‘onveilige en onwenselijke situaties voor zowel kandidaat als examinator’.

Het CBR wil voortaan dat de opdrachten altijd via communicatieapparatuur worden doorgegeven, door een WRM-bevoegde instructeur. “Bij voorkeur, maar niet verplicht, is dat de instructeur van wie de kandidaat ook les heeft gehad, omdat de kandidaat aan de wijze van communiceren gewend is”, vertelt woordvoerder Nathalie Dingeldein. “Het gebruik van communicatieapparatuur is bij rijles wettelijk verplicht, we sluiten daar nu met het examen naadloos op aan.”

Waarschuwen

Bovendien kan het volgens het CBR handig zijn dat de instructeur via de communicatieapparatuur ook mondeling kan ingrijpen bij eventueel dreigend gevaar. De taak van de opleider is om de opdrachten van de examinator door te geven aan de kandidaat via de communicatieapparatuur. Ook als de kandidaat voor een situatie gewaarschuwd moet worden, verzorgt de opleider dit in opdracht van de examinator, vertelt Dingeldein.

“We doen dit, omdat we daarmee aansluiten op de communicatie tijdens rijles en omdat we met de communicatieapparatuur mondeling kunnen waarschuwen. Daarbij kan de examinator zijn aandacht bij zijn eigen rijden en de beoordeling van de kandidaat houden én de kandidaat wordt niet belast met onnodige geheugenopdrachten. We willen dat de kandidaat zich op het rijden focust en niet op de vraag: was het nou 3e links, of 3e rechts? We toetsen tenslotte of iemand veilig rijdt en niet zijn geheugen.”

Aansprakelijk

Vanuit de rijschoolbranche werd de vraag gesteld wie er verantwoordelijk is als de kandidaat iets overkomt na het uitvoeren van een opdracht. “De kandidaat is bij het motorexamen de juridisch bestuurder en is daarom zelf verantwoordelijk. Een ingreep doen is niet mogelijk, hooguit kan de kandidaat door de examinator of instructeur gewaarschuwd worden. Daar ligt dan niet de juridische verantwoordelijkheid.”

Doven en slechthorenden

De clusteropdracht wordt overigens niet totaal afgeschaft, voor doven en slechthorenden blijft hij bestaan. Zij zijn deze manier van clusteren gewend in hun opleiding.

Lees ook: Leeftijd speelt geen rol voor motorcursist én instructeur

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 30 Aug 2018 09:29:16 +0000

‘Verkopen gaat veel verder dan het eenmalig aanbieden van een opleiding’

Op het gebied van Code 95 krijgen opleiders in de rijschoolbranche met steeds meer concurrenten te maken. Hoe kunnen bedrijven zich het beste onderscheiden ten opzichte van andere opleiders? Yana Ivanova van Rijschool Media2Go geeft opleiders tips tijdens haar workshop ‘Uitblinken met Code 95’ tijdens de Nationale Rijschooldag op 18 september bij Autotron Rosmalen. Ivanova geeft in onderstaande column alvast een voorproefje.

COLUMN – Veel ondernemers kampen met het gevoel dat ‘verkopen niet bij hen past’. Als de zaken goed gaan is er meestal geen reden voor paniek. Maar het succes van nu geeft geen garantie voor de toekomst. Wat is uiteindelijk de beste verkoopstrategie voor een verkeersschool als het gaat om de zakelijke markt? Wij hebben hierover een andere mening dan menig sales- en marketingbureaus. Voor zowel ondernemers als verkoopmedewerkers zouden wij het woord ‘verkopen’ in een nieuw daglicht willen zetten.

Wat verkopen wij eigenlijk?

Bij het woord ‘verkopen’ moeten we denken aan alle activiteiten die ervoor zorgen dat bestaande klanten terugkomen en nieuwe klanten binnen blijven komen. Een belangrijk onderdeel hiervan is het waarborgen van kernwaarden, service en kwaliteit. We moeten ervoor zorgen dat zo veel mogelijk potentiële klanten weten wat wij aanbieden en de kernwaarden van onze organisatie begrijpen. Daarnaast is het belangrijk dat bestaande
klanten niet ‘vergeten’ worden. Verkopen voor verkeersscholen gaat veel verder dan het eenmalig aanbieden van een opleiding aan een persoon of een bedrijf.

Verkopen heeft een negatieve lading

Helaas wordt verkopen nog steeds gezien als iets negatiefs. Ondernemers en medewerkers zorgen ervoor dat dit ook (bewust of onbewust) door alle lagen binnen de organisatie waargenomen wordt. Uiteindelijk heeft dit grote invloed op de mindset van iedereen met alle gevolgen van dien.

‘Wij hebben het te druk voor klanten’

In de wandelgangen binnen verkeersscholen hoor ik vaak “we hebben het zo druk” en “wij willen niet opdringen, de klanten moeten zelf kiezen”. Dit is volkomen begrijpelijk. Maar hoe bijzonder zal een cursist zich voelen als iedereen het zo druk heeft en dit laat blijken? Wat heeft hij aan de informatie die wij verstrekken over de wachttijden van het CBR? Uiteindelijk hebben we allemaal te maken met dezelfde wachttijden. Dus wat maakt ons anders dan de concurrent?

Verkopen begint bij het stellen van de juiste vragen

Bij het bepalen van een verkoopstrategie moeten we stilstaan bij hetgeen een chauffeur vertelt aan zijn werkgever over onze flexibiliteit. Hetgeen hij vertelt aan zijn kennissen en vrienden over een cursus die hij bij ons heeft gevolgd. Het draait allemaal om het stellen van de juiste vragen. Heeft de chauffeur die onlangs bij ons een cursus volgde de aandacht gekregen zoals voorheen (in mindere tijden)? En wat hebben we geleerd van de periode waarin het minder goed ging binnen de rijschoolbranche? Weten alle medewerkers waar de organisatie voor
staat en hoe zit het met de ‘afdeling verkoop’? Hoe moet een klant kiezen als hij niet weet
wat ons anders maakt dan de rest? Weten we het zelf eigenlijk wel?

Hoe maak je het verschil?

Alleen een goede verkoper of ondernemer, met aandacht en inzicht in de behoefte en beleving van de klant, kan het verschil maken. Aangezien steeds meer Code 95-aanbieders van buiten de branche een deel van ‘ons werk’ proberen binnen te slepen moeten we nu hieraan tijd en aandacht besteden. Hoe kunnen verkeersscholen het verschil maken op het gebied van branding, marketing en sales?”

Antwoorden op deze vragen geeft Yana Ivanova tijdens de workshop ‘Uitblinken met Code 95’ op de Nationale Rijschooldag, 18 september 2018 bij Autotron Rosmalen. Wie zich heeft geregistreerd voor dit evenement, kan zich vervolgens bij de workshop aanmelden. 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 30 Aug 2018 08:02:01 +0000

Europarlementariër: nieuwe technologie in auto’s moet onderdeel worden van rijexamen

Mensen moeten van jongs af aan voorbereid worden op de omgang met nieuwe technologie in auto’s. De techniek moet bijvoorbeeld een vast onderdeel moeten worden van de rijexamens voor auto’s en vrachtwagens. Dat zegt Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) die woensdag zijn rapport presenteerde over zelfrijdende voertuigen in de Transportcommissie van het Europees Parlement.

Het rapport van Wim van de Camp is een reactie op een mededeling van de Europese Commissie voor een EU-strategie voor toekomstige mobiliteit. De ambitie is van Europa een wereldleider te maken op het gebied van de uitrol van zelfrijdend vervoer en zo het aantal verkeersdoden en de uitstoot te verminderen.

Rijhulpmiddelen

“Technologische ontwikkelingen staan op het punt radicale veranderingen in het verkeer en in het transport mogelijk te maken. Deze veranderingen kunnen oplossingen bieden om het verkeer schoner, veiliger en toegankelijker te maken voor ouderen bijvoorbeeld”, aldus Wim van de Camp. “Zo worden steeds geavanceerdere vormen van rijhulpmiddelen straks standaard in alle auto’s ingebouwd. Hiermee kunnen we de verkeersveiligheid verbeteren, het overgrote deel van de ongelukken op de weg komt voort uit menselijke fouten.”

Rijexamens

Het is volgens Van de Camp van groot belang dat de EU het voortouw houdt, ook op het gebied van wetgeving. “Er zijn niet alleen aansprakelijkheidsvragen die opgelost moeten worden, er zijn ook fundamentele ethische vragen over de relatie tussen mens en machine. Mensen moeten altijd in staat blijven de controle terug te nemen van de machine. Mensen moeten ook van jongs af aan voorbereid worden op de omgang met deze technologie en het zal bijvoorbeeld ook een vast onderdeel moeten worden van de rijexamens voor auto’s en vrachtwagens.”

Lees hier de volledige reactie van Wim van de Camp.

Lees ook: Brussel wil veiligheidssystemen verplichten op nieuwe voertuigen

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 29 Aug 2018 15:13:38 +0000