‘Tijd om eens na te gaan denken over een volwassen lesprijs’

De beslissing over de sanctie op praktijkbegeleiding is gevallen: een van de doelen waarvoor de LBKR is opgericht, is hiermee behaald. Waar gaat de belangengroep zich nu op richten? Voorzitter Jos Post schrijft hierover in zijn bijdrage voor RijschoolPro, de laatste van de serie columns waarin organisaties terugblikken op het afgelopen jaar. 
“Afgelopen jaar was voor ons een spannend jaar, het jaar van de verandering. De verandering zat hem met name in de inrichting van de sanctie. Wat door velen genoemd wordt als het verdwijnen van de sanctie hetgeen uiteraard niet waar is. De sanctie wordt slechts anders ingericht. Maar wel een verandering waardoor de sanctie een stuk menselijker wordt. Men wordt niet meer direct verplicht om de hypotheek tegen het licht te houden.
We hebben begrepen dat de VRB nog onduidelijkheden heeft aangaande de kosten van de verplichte bijscholing na het zakken op de praktijkbegeleiding. Dit geheel wordt omschreven als schandalig en minachting voor de rijschoolbranche. Het huidige traject brengt echter ook de nodige kosten en risico’s met zich mee die zeker niet mals zijn voor het overgrote deel van onze collega’s, meestal zelfstandigen zonder personeel. Ook nu is het zo, dat als iemand zakt zich zal moeten bijscholen om goed beslagen ten ijs te komen, tenslotte is hij of zij niet voor niets gezakt. De tijd die in de voorbereiding gestopt wordt is best aanzienlijk.
Het huidige, financiële risico is vele malen groter dan de bijscholing die door de politiek middels het amendement is ingebracht.
Het risico dat de rijinstructeur, met name de kleine zelfstandige, in het huidig systeem loopt is, groter dan dat van het nieuwe systeem. Bij onvoldoende van de derde praktijkbegeleiding kun je per direct je bevoegdheidspasje inleveren waardoor je dus per direct geen inkomen meer hebt. Dit financieel risico is vele malen groter dan de bijscholing die door de politiek middels het amendement in is gebracht. De LBKR wil de stelling van de VRB ontkrachten dat de politiek heeft beslist dit traject heel duur te maken, dit is niet het geval. Sterker, de vier partijen hebben gezegd dat de oplopende financiële kosten, wel de prikkel geven om zich ervoor in te zetten dat je wel gaat slagen. Met andere woorden, doordat je iedere keer weer bijscholing moet volgen (mocht je weer zakken), lopen de kosten op.
Ook hebben we meegewerkt om het rijleskeurmerk handen en voeten te geven. In ons manifest hebben we vanaf het begin gezegd dat een kwaliteitsregister wenselijk zou zijn. Met de invoering van het rijleskeurmerk, in januari 2019, wordt hier invulling aan gegeven. Middels de aanname van een motie is de minister nu ook verplicht te kijken naar de haalbaarheid van een verplichte deelname voor alle rijscholen hieraan.
Als jonge brancheorganisatie hebben we uiteraard te maken gehad met leermomenten, het zou raar geweest zijn als alles vloeiend zou gaan. Hier hebben we van tevoren al rekening mee gehouden, hierdoor valt het onder aan de streep nog mee.
Op de man spelen. zoals af en toe gebeurt, kan ik alleen maar keihard afkeuren.
Wel moet mij van het hart dat er nogal wat collega’s zijn, die het niet kunnen laten hard op de man te spelen via social media. Social media zijn een mooi podium om discussies te voeren en van gedachten te wisselen, echter op de man spelen zoals het af en toe gebeurt, kan ik alleen maar keihard afkeuren. Als iemand een probleem met iemand anders heeft, wees dan een volwassen man/vrouw, en zoek dan rechtstreeks contact met betrokkene en spreek het dan uit. Hiervoor kunnen social media nooit bedoeld zijn.
Een vooruitblik naar 2019. We hopen uiteraard dat de invoering van het rijleskeurmerk een succes gaat worden. De tijd zal dit gaan leren. Door invoering van dit keurmerk hopen we dat de betere rijscholen zich goed kunnen profileren.
In 2019 zal er invulling gegeven moeten worden aan het amendement en de moties. Hier moet door verschillende partijen aan gewerkt worden opdat dit een goed geheel wordt. Dit alles zal in samenwerking met alle branchepartijen moeten gebeuren.
De signalen die wij krijgen uit de markt is dat de agenda’s vol of bijna vol zijn. De markt is goed, de economie is goed. Tijd om eens te gaan nadenken over een volwassen lesprijs. Onze lesprijs is volgens mij voor ons allemaal al tijden te laag. Om ons heen is iedereen omhoog gegaan, van loodgieter tot en met de garagemonteur.
We moeten twee dingen doen, de consument laten inzien dat een prijs van 30 euro niet kan, en al onze collega’s moeten gaan begrijpen dat we met elkaar te goedkoop werken. Anders gezegd, wat ben je (of beter gezegd, wat ben jij) waard?
Het inzichtelijk maken van de kosten voor een rijles voor collega’s is een goed begin. Wel moeten we ervoor zorgen dat alle kosten daar dan ook in staan. Ik wens iedereen dan voor 2019 ook een goede lesprijs toe, tenslotte zou je je brood moeten kunnen verdienen in circa 40 uur.
Tenslotte hoop ik dat we met elkaar een mooi 2019 van kunnen maken. Laat ons gaan samenwerken. Alleen op die manier kunnen we met minimale inspanning gezamenlijk ons doel bereiken.
Met vriendelijke groet,
Jos Post
Voorzitter LBKR 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 04 Jan 2019 08:13:29 +0000

Aantal examinatoren CBR met een derde gegroeid

Het aantal examinatoren bij het CBR is sinds 2015 met een derde gegroeid. In totaal werken er nu zo’n 650 examinatoren. De verwachting is dat er in 2019 nog zo’n zeventig bij komen, om de wachttijden bij de praktijkexamens tegen te gaan.

Dat heeft het CBR laten weten aan De Telegraaf. In 2016 en 2017 zijn er in totaal 120 examinatoren aangenomen en vorig jaar waren dat er nog eens 106. “Dat is in deze krappe arbeidsmarkt een hele prestatie”, aldus het CBR.

Meer mogelijkheden

Harold Bekhuis, divisiemanager Rijvaardigheid, vertelt in zijn column op RijschoolPro bovendien dat de zoektocht naar examinatoren iets makkelijker is geworden nu een Havo- of MBO 4-diploma niet meer nodig is. Meer mensen komen daardoor in aanmerking voor de baan bij het CBR.

“We zagen in onze zoektocht naar nieuwe examinatoren heel veel goede mensen voorbij komen. Waar we niet mee verder konden omdat ze net niet aan onze harde eis voldeden: Havo of diploma MBO4”, aldus Bekhuis. “In juni hebben we de opleiding tot examinator door NLQF (internationale standaard QF) laten certificeren op dat niveau. Hierdoor kunnen ook mensen solliciteren die wél het vereiste werk- en denkniveau mbo4/havo hebben.”

Lees ook: ‘Minder verkeersslachtoffers? Dan ook kijken naar rijexamen’

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 03 Jan 2019 09:25:49 +0000

‘Extra kosten voor scholingstraject is minachting voor de rijschoolbranche’

De VRB maakt zich zorgen over het traject waar de Wet Rijonderricht Motorrijtuigen (WRM) in lijkt te komen. Een groot gedeelte van de rijinstructeurs is ontevreden omdat de verplichte, tweede praktijkbegeleiding voorlopig in stand blijft, stelt secretaris Irma Brauers. “Bovendien vind ik het schandalig dat de politiek heeft beslist om de verplichte bijscholing na een onvoldoende praktijkbegeleidingstraject heel duur te maken, alsof dat de manier is om de rotte appels uit de branche te halen. Dit is minachting richting de rijschoolbranche.” 

Brauers doelt op het amendement dat eerder deze maand is aangenomen. Het amendement van SP, gesteund door CDA, PVV en D66, houdt in dat een rijinstructeur zijn bevoegdheid niet verliest bij het ‘zakken’ voor zijn praktijkbegeleiding. In plaats daarvan moet de instructeur verplichte bijscholing volgen over de onderwerpen waarop hij gezakt is. Binnen zes maanden moet hij weer opnieuw een praktijkbegeleiding afleggen. Zakt hij weer, dan moet hij opnieuw binnen zes maanden terugkomen. Dit traject kan eindeloos herhaald worden. Ondertussen behoudt hij zijn WRM-bevoegdheid.

Het aannemen van het amendement zorgt ervoor dat de overige wijzigingen in de wet ook langer op zich laten wachten, zoals het afschaffen van de verplichte, tweede praktijkbegeleiding.

Prijskaartje

“In de nieuwe wet staat tot nu toe niets meer of minder dat je als instructeur na drie onvoldoende praktijkbegeleidingen verplicht scholing moet volgen afgestemd op de punten waarop je tekort schiet. In de praktijk gaat dit neerkomen op een traject dat dus één op één moet worden gemaakt”, aldus Brauers. “Dat je dus geen medecursist hebt maar dat het gecertificeerde opleidingsinstituut aantoonbaar de kennis, kunde en vaardigheden in huis moet hebben om dit voor je te verzorgen. Het prijskaartje dat hieraan gehangen wordt zal niet mals zijn.” Wie dit bijscholingstraject niet in wil gaan, zal alsnog zijn bevoegdheid verliezen.

“De politiek denkt kennelijk dat rijinstructeurs alleen maar getriggerd worden als iets geld kost. Dat vind ik schandalig. En wat hebben we hier nu mee bereikt op het gebied van professionalisering van de branche?” Brauers vermoedt bovendien dat hier de komende verkiezingen voor de Provinciale Staten bij meespelen. “Want het is opvallend dat na de stemming over de WRM en het amendement, geen van de vier partijen heeft aangegeven over hoe de praktische invulling eruit moet komen te zien.”

Beginnen bij fundamenten

Volgens Brauers dringt bij instructeurs hoe langer hoe meer het besef door dat oorspronkelijk voorgestelde bijscholingstraject, inclusief de praktijkbegeleidingen, wellicht toch minder ongunstig waren dan hetgeen er nu aangenomen is in het amendement. De minister en de brancheverenigingen wilden de sanctie voorlopig behouden. Wel was het voorstel om het aantal praktijkbegeleidingen per vijf jaar terug te schroeven van twee naar één. Ook moeten instructeurs een echte rijbewijsleerling bij de praktijkbegeleiding meenemen en gaat de examinator bepalen wat een logisch lesonderdeel moet zijn.

“Natuurlijk deed een groot gedeelte van de bijscholingen niet wat men in 2009 er van verwacht had, daar waren we al lang van overtuigd. Daarom moest er iets aan veranderen. De brancheverenigingen hebben al luisterend en aftastend bij de leden hier regelmatig naar gevraagd en ondanks het feit dat iedereen hoog inzette om de sanctie er van af te krijgen, waren we de mening toegedaan dat je eerst aan de fundamenten moest beginnen. Ook de enquête van Verkeerspro waarop 2466 personen reageerden, onderschreef deze mening.”

Totdat de nieuwe wet gepubliceerd is in de Staatscourant blijft alles voorlopig zoals het is, met voor instructeurs die niet in één keer kunnen laten zien dat ze de praktijkbegeleiding met voldoende resultaat hebben behaald, in ieder geval nog 2 kansen voordat men een herintrederstraject in moet. “Zonder bijkomende kosten en tijd die je opgelegd krijgt om verplichte scholing te volgen.”

Verplicht naar de opleiders

“En wat men zich wellicht ook niet gerealiseerd heeft dat de groep instructeurs die niet door de eerste praktijkbegeleiding heen komt vele malen groter was dan die 26 personen in 2017 die uiteindelijk voor het herintrederstraject in aanmerking kwamen”, vervolgt Brauers. “In 2017 scoorde 35 procent voor de eerste praktijkbegeleiding een onvoldoende. Dan kan natuurlijk te maken hebben dat men dit een voor “spek en bonen” praktijkbegeleiding vond, maar bij een tweede poging waren het toch nog steeds 7 procent van de kandidaten die onvoldoende scoorden. In absolute getallen 116 personen. Hiervan is niet duidelijk of zij zich voor die tweede praktijkbegeleiding hadden voorbereid door een cursus te volgen bij een opleidingsinstituut.”

Dan zijn er ook nog aanvullende regels aangenomen met de nieuwe WRM, zoals het meenemen van een echte rijbewijsleerling bij de praktijkbegeleiding en het feit dat de examinator bepaalt wat het logische lesonderdeel moet zijn. “Dat betekent dat deze aantallen gaan stijgen, terwijl er geen ‘vrijblijvende’ escape meer is. Je bent dus verplicht om naar een opleider te gaan, waarbij je als instructeur toch het zwaard van Damocles nog boven je hoofd hangt zoals overal in de stukken werd aangevoerd. Je mag dan wel blijven werken, maar het kostenplaatje en de tijd die je binnen zes maanden aan het bijscholen besteedt moet worden, is geen sinecure.”

“We hebben meerdere malen aangegeven dat de instructeurs die met passie en beleving van een leek een verantwoorde weggebruiker willen maken, met al (on)mogelijkheden die de kandidaten anno 2018-2019 nou eenmaal hebben, respect, aanzien en een belegde boterham verdienen. En dat ze niet nog een keer het kind van de rekening zijn en gedwongen worden om de leslokalen van de opleidingsinstituten te vullen.”

De leden van de VRB en de FAM hebben een schematisch overzicht ontvangen over de praktische invulling van het wijzigingsvoorstel.

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 28 Dec 2018 12:10:00 +0000

‘Veel kansen voor ons als erkende opleiders in verkeersveiligheid’

Er liggen volop kansen voor rijschoolhouders wanneer zij zich als expert profileren op het gebied van verkeersveiligheid. Bovag schreef hier al over in het trendrapport dat onlangs werd gepubliceerd, maar voorzitter Frank Hoornenborg onderstreept dit ook in zijn eindejaarscolumn op RijschoolPro.

Iedereen in onze branche weet dat de markt voor autorijlessen strak staat van de concurrentie. Het is voor veel collega’s moeilijk om de verleiding te weerstaan om mee te gaan in een ‘race to the bottom’. Er is echter altijd weer iemand in de regio die meent toch weer goedkoper te kunnen zijn. De goedkoopste zijn is immers heel eenvoudig en voor iedereen te realiseren, al dan niet met alle bedrijfseconomische gevolgen van dien.

De beste zijn, dát is echter de uitdaging. En in deze tijden: de slimste en de meest innovatieve. Kijken we naar de actualiteit -en dan heb ik het even niet over alle gedoe en het politieke gekonkel rondom de WRM en de sanctie- dan liggen er ook voor rijschoolhouders eigenlijk nog best veel kansen in de huidige markt. Tenminste, als je jezelf profileert als expert op het gebied van verkeersveiligheid.

Regelmatig zeggen pizzaketens en andere maaltijdbezorgers dat ze hun scooterrijders op cursus willen sturen

We lezen immers wekelijks, of misschien wel dagelijks, over de risico’s in het verkeer voor bijvoorbeeld ouderen met een elektrische fiets of een scootmobiel. Onlangs berichtte Veilig Verkeer Nederland over de gebrekkige kennis bij landgenoten over de verkeersregels. Regelmatig zeggen pizzaketens en andere maaltijdbezorgers dat ze hun scooterrijders op cursus willen sturen, bang voor het imago van hun onderneming door roekeloos rijgedrag.

Oftewel: heel veel kansen en gaten in de markt voor ons als erkende opleiders in verkeersveiligheid. Er blijken ook voor rijscholen voldoende mogelijkheden voor differentiatie en onderscheidend vermogen, zolang we oog houden voor de actualiteit en de maatschappij, en verder kijken dan alleen maar de traditionele rijlessen.

Ik hoop dat u met een open blik 2019 tegemoet treedt en ik wens alle collega’s fijne feestdagen en een succesvol nieuw jaar toe!

Frank Hoornenborg, Bovag Rijscholen

Lees ook: De 10 trends in de rijschoolbranche volgens Bovag

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 28 Dec 2018 07:47:11 +0000

Rijleskeurmerk van start: eisen gepubliceerd

Om in aanmerking te komen voor het Rijleskeurmerk, mag het slagingspercentage van een rijschool niet meer dan 10 procent lager zijn dan het landelijk gemiddelde. Ook moet de rijschool minstens vijftien examens per kalenderjaar laten afleggen: een greep uit de eisen voor het Rijleskeurmerk die donderdag gepubliceerd zijn. Aanmelden voor het keurmerk is al mogelijk.

De eisen zijn donderdag gepubliceerd op de website van het Rijleskeurmerk. Deze lijst is opgesteld door Stichting LBKR, ‘belanghebbenden’ en het Centrum voor Certificatie, de instantie die het keurmerk heeft opgezet. Op 2 januari wordt het Rijleskeurmerk officieel gelanceerd, maar aanmelden is nu al mogelijk voor rijschoolhouders.

In januari wordt ook de eerste certificering uitgereikt aan drie rijscholen die in de testfase hebben meegedraaid. Rijscholen met dit keurmerk krijgen een eigen pagina op de website, mogen het logo gebruiken in hun uitingen en krijgen stickers voor op de lesvoertuigen en het kantoorpand.

Een aantal opvallende eisen op een rij:

Inschrijving en slagingspercentage

  • Om in aanmerking te komen voor het keurmerk, mag de rijschool geen dubbele inschrijvingsovereenkomst hebben onder een andere rijschool of rijinstructeur.
  • Het slagingspercentage van de rijschool mag verder niet meer dan 10 procent naar beneden afwijken van het landelijk gemiddelde. Bij een afwijking hiervan moet gemotiveerd worden wat de reden hiervan is.
  • De rijschool moet minimaal vijftien examens (eerste en herexamens) per kalenderjaar laten afleggen.

Eisen instructeur

  • De rijinstructeur dient in het bezit te zijn van een diploma waaruit blijkt dat het taalniveau minimaal 2F is of, in het geval van anderstaligen het ERK niveau NT2 – B2.
  • De rijinstructeur van het bedrijf dient een VOG t.b.v. rijinstructeur te overleggen van maximaal 1 jaar oud.

Rijinstructie

  • Het praktisch rijonderricht dient ter afwisseling zoveel mogelijk op verschillende tijdstippen te kunnen worden gevolgd waaronder tijdens de spitsuren.
  • Er dient te worden gestreefd naar het geven van instructie tijdens verschillende weersomstandigheden.
  • Er dient een evenwichtige verdeling te zijn van instructie binnen en buiten de bebouwde kom.
  • Stilstaan tijdens de rijles is uitsluitend toegestaan ten behoeve van educatieve doeleinden met betrekking tot de rijles. Het is de rijinstructeur niet toegestaan om de lesauto stil te zetten ten behoeve van zijn eigen pauze of om telefoonverkeer af te wikkelen, tenzij dit niet ten koste gaat van de rijlestijd van de leerling. Een sanitaire stop van de leerling of van de rijinstructeur of een pauzestop op uitdrukkelijk verzoek van de leerling ten behoeve van bijvoorbeeld een rook- of koffiepauze, wordt hier niet onder gerekend.
  • Ook is een lijst opgesteld met 37 verplichte lesonderdelen.

Bedrijfsvoering

  • De rijschool moet bereikbaar zijn. Dit kan worden gerealiseerd met behulp of door middel van een antwoordservice of een automatisch antwoordapparaat; e-mail, WhatsApp of een ander sociaal medium. De rijschool verplicht zich op werkdagen binnen 12 uur per telefoon, e-mail, WhatsApp of anderszins schriftelijk te reageren op verzoeken of vragen van reeds ingeschreven leerlingen
  • Bij onverwachte en langdurige verhindering draagt de rijinstructeur in overleg met de leerling zorg voor tijdige vervanging, de mogelijkheid de les in te halen, inschakeling van een andere Rijleskeurmerk gecertificeerde rijinstructeur of voor verplaatsing van de rijles.
  • Elke rijinstructeur brengt 1 keer per 12 maanden een bezoek van minimaal 3 uur aan een collega (ook deelnemer van het Rijleskeurmerk). Van deze 3 uur wordt minimaal 2 uur besteed aan het achterin meerijden met een collega.

Bekijk ook de volledige lijst met eisen.

Gedragscode

Ook is een gedragscode opgenomen voor rijschoolhouders en instructeurs. Hierin staat onder meer dat er niet wordt gediscrimineerd, dat er geen onzedelijk gedrag plaatsvindt, dat de lesauto schoon is en dat het slagingspercentage op de website van de rijschool actueel is en overeenkomt met het slagingspercentage op de website van het CBR.

Kosten

Voor opname in het register is er een eerste audit nodig, die 540 euro kost. Als er geen bijzonderheden zijn zal er vervolgens in het tweede en derde jaar een schriftelijke controle plaatsvinden. De schriftelijke controles kosten 150 euro, wat uitkomt op gemiddeld 280 euro per jaar. In het vierde jaar vindt er weer een herkeuring op locatie plaats, die gelijk is aan de initiële audit.

Per extra rijinstructeur bedragen de extra jaarlijkse kosten 45,-.  Bij meerdere vestigingen zijn de kosten afhankelijk van het aantal vestigingen. Rijschoolhouders kunnen ervoor kiezen om over drie jaar hetzelfde bedrag van 280 euro te betalen. De voorwaarde is dan dat zij zich voor minimaal drie jaar inschrijven voor het Rijleskeurmerk.

Controle

Niet alle eisen zijn even makkelijk te controleren. Er wordt immers niet met elke les meegereden om te kijken of de instructeur aan alle punten voldoet. “Toegegeven, het Rijleskeurmerk zal nooit helemaal waterdicht zijn”, vertelt voorzitter René Ungerer, directeur van Centrum voor Certificiatie. Wel gaat Ungerer ervan uit dat de manier van controleren het erg lastig zal maken om te frauderen. “We combineren veel gegevens met elkaar. Zo kijken we bijvoorbeeld in Top Online, pikken daar een leerling uit en daar mag de instructeur alle schema’s van laten zien.”

Het Rijleskeurmerk komt 7 januari aan bod bij het televisieprogramma Radar. Op 8 februari wordt uitleg gegeven over het keurmerk op de bijeenkomst van de LBKR.

Lees ook: Slagingspercentage zal stijgen door komst Rijleskeurmerk

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 27 Dec 2018 10:08:02 +0000

‘Nooit kunnen bedenken wat een bewogen jaar het zou worden’

2018 was voor Eric Bakker het jaar waarin hij voorzitter werd van brancheverenging VRB. Dat heeft hij geweten: het was een bewogen jaar voor de rijschoolbranche, alleen al vanwege de aanpassing van de WRM. In zijn eindejaarscolumn voor RijschoolPro blikt hij terug. 

“Toen ik op 26 januari 2018 de voorzittershamer uit handen van Peter van Neck ontving, die tot dat moment VRB voorzitter was, had ik niet kunnen bedenken wat een bewogen jaar het zou worden.

Onze Algemene Ledenvergadering begon met Petra Delsing en René Verstraeten als gastsprekers. Zij benadrukten de fijne samenwerking met de VRB. We hebben veel inspanning verricht met betrekking tot de AVG wetgeving, wat resulteerde in documenten die onze leden via de website konden downloaden. Dat leverde veel positieve reacties op, vooral omdat velen er tegen op zagen hoe men dit in het vat moest gieten en dan is het toch een cadeautje wanneer je branchevereniging je zoveel werk uit handen neemt.

Ons bestuurslid Nico van Swam koos er jammer genoeg voor om vanaf 1 juli zijn werkzaamheden voor de VRB te beëindigen. Hij heeft in de afgelopen jaren zijn steentje meer dan bijgedragen en wij konden niets anders doen dan zijn besluit respecteren. Gelukkig kunnen we nog regelmatig een beroep op hem doen.

De Eigen Verklaring veranderde in de Gezondheidsverklaring, voor velen even wennen, ook al is het maar een naam.

De twijfel die er nog heerste bij het opstarten van de werkgroep Eerlijke Verdeling bleek dus uiteindelijk onterecht te zijn

Op 13 september lanceerde minister Cora van Nieuwenhuizen de campagne MONO om het bellen in het verkeer zoveel mogelijk te beperken. Het zal nog moeten blijken of het een succes is, gezien de korte tijd dat de campagne nog maar loopt. Als VRB juichen we dit initiatief van harte toe.

Ons aspirant bestuurslid Jos van Zuylen zette zich direct flink in voor het CCV segment, waardoor de eerlijke verdeling van de beschikbare capaciteit zijn beslag heeft gekregen. Niet alleen de gevestigde grote opleiders konden capaciteit inkopen, maar diegenen die slechts één vrachtwagen in wilden zetten kwamen ruimschoots en eerlijker aan bod. De twijfel die er nog heerste bij het opstarten van de werkgroep Eerlijke Verdeling bleek dus uiteindelijk onterecht te zijn, want het werkt!

De VRB stond eveneens aan de wieg van het ontwikkelen van de TOP tips, een voorlichtingscampagne van het CBR over de keuze van een rijschool. Er moet nog steeds het een en ander verbeterd worden, maar vooralsnog is het succesvol te noemen.

Er zijn mensen die wel eens vragen: ”Wat doen ze nou eigenlijk bij die VRB?” Daarom zijn we gestart met een lijst in de nieuwsbrieven waar het bestuur zoal naar toe gaat om mee te praten, om onze ideeën in te brengen en oplossingen aan te dragen bij verschillende partijen, van het CBR tot de Tweede Kamer en alles wat daar tussen in zit. En ondanks dat ook enkele van onze bestuursleden het privé voor hun kiezen hebben gehad, door ziekte en verlies van dierbaren ging alles toch door. Het zou fijn zijn als diegenen die via sociale media ongenuanceerd hun mening geven en dat zelfs zo nu en dan op de man spelen er eens aan zouden denken dat ook de bestuursleden maar mensen zijn, die het prettiger zouden vinden om respectvol behandeld te worden. Dat doen wij namelijk ook, en daar kom je het verst mee. VRB, je kunt het ook lezen als Verdraagzaam, Respectvol en Beschaafd.

Als alles zo was gegaan zoals wij hadden voorbereid, was de afschaffing van de tweede praktijkbegeleiding in juli 2019 definitief geworden

En ja, dan het andere hete hangijzer, waarvan ik bij mijn aantreden had gehoopt dat alles voor het einde van mijn eerste voorzittersjaar rond zou zijn, de wijziging van de WRM. We hebben er de afgelopen jaren (!) samen met Bovag rijscholen en de FAM keihard aan gewerkt om alles tot in de details uit te werken en tot een goed voorstel te komen om vooral de branche vanaf het startpunt te verbeteren. Als alles zo was gegaan zoals wij hadden voorbereid, was de afschaffing van de tweede praktijkbegeleiding in juli 2019 definitief geworden. De afschaffing is nu weliswaar eveneens een feit, alleen is er vanwege een ingediend amendement op voordracht van anderen een andere eis bijgekomen, namelijk het afschaffen van de sanctie.

Daardoor loopt nu helaas de verandering en uitwerking van de wetgeving veel vertraging op, en moeten jammer genoeg een aantal collega’s toch nog hun tweede praktijkbegeleiding gaan doen, terwijl zij dachten al klaar te zijn voor de komende vijf jaar. Het is zoals het is, en wij willen met een frisse blik de toekomst tegemoet gaan. Wij gaan ons als VRB dan ook zeker weer inzetten voor een uitwerking van de wetgeving die recht doet aan het mooie vak van rijinstructeur. Ons doel is en blijft dat wij willen zorgen voor een professionele branche, waarin elke serieuze opleider een goede boterham kan verdienen, met beleg erop.

Wij wensen iedereen fijne feestdagen, en alle goeds en veel leskilometers voor 2019. Het bestuur van de Vereniging Rijschool Belang.”

Eric Bakker,
Voorzitter VRB.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 25 Dec 2018 07:53:20 +0000

Klimaatakkoord: subsidie van 6.000 euro voor elektrische auto

Er komt een aanschafsubsidie van 6.000 euro voor elektrische auto’s. Dat is een van de maatregelen uit het concept-Klimaatakkoord dat vrijdag is gepresenteerd. Elektrische personenauto’s moeten concurrerend worden rond het jaar 2025. Ook wordt de komende tien jaar de laadinfrastructuur verder uitgerold.

Doel van het Klimaatakkoord is de uitstoot van CO2 in 2030 met 49 procent te verminderen ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot met 95 procent zijn afgenomen. De plannen op het gebied van mobiliteit zijn samengesteld door de Mobiliteitstafel, bestaande uit afgevaardigden van onder meer Bovag, ANWB, Rai en TLN.  De prioriteit ligt op elektrificeren en de inzet van hernieuwbare brandstoffen.

De maatregelen van de Mobiliteitstafel moeten invulling geven aan de doelstelling uit het regeerakkoord, om in 2030 alle nieuwe personenauto’s emissieloos te laten zijn. Wordt dit doel bereikt, dan betekent dat er 2 miljoen elektrische auto’s in Nederland rondrijden in 2030. Daar zijn wel 1,8 miljoen laadpunten voor nodig.

BPM en aanschafsubsidie

Voor particuliere uitstootvrije auto’s komt een aanschafsubsidie die begint met 6.000 euro per auto in 2021 en daalt naar 2.200 euro in 2030. Deze aanschafsubsidie is beschikbaar voor nieuw verkochte auto’s tot een maximum van 60.000 euro.

Emissieloze auto’s blijven vrijgesteld van het betalen van de BPM tot en met 2024. Vanaf 2025 betalen zij een vaste voet van 350 euro per auto. Deze auto’s blijven tot 2025 ook vrijgesteld van het betalen van de motorrijtuigenbelasting (MRB). Vanaf 2025 moet een oplopend percentage van de MRB worden betaald, beginnend bij 25 procent in 2025 tot 45 procent in 2030.

Voor zakelijke emissieloze auto’s wordt over een maximum van 50.000 euro van de catalogusprijs (voor batterij-elektrisch) een verlaagde bijtelling gehanteerd. De verlaagde bijtelling begint bij 8 procent in 2021 en stijgt van 10 procent in 2023 en 2024 door naar 20 procent in 2030.

Accijns diesel en benzine verhoogd

Om het rijden op fossiele brandstoffen te ontmoedigen, worden vanaf 2020 de accijnzen op benzine en diesel met 1 cent verhoogd. In 2023 zullen de accijnzen op diesel opnieuw met 1 cent worden verhoogd.

Lees hier alle plannen op het gebied van Mobiliteit uit het Klimaatakkoord.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Mon, 24 Dec 2018 12:40:15 +0000

De 10 trends binnen de rijschoolbranche volgens Bovag

Hoe moeten rijscholen omgaan met de hevige concurrentie binnen de rijschoolbranche? Hoe komen zij aan goed personeel? En welke kansen biedt de vergrijzing van de samenleving? Bovag heeft een handboek samengesteld voor haar leden met tien belangrijke trends binnen de branche. Ook wordt advies gegeven over hoe ondernemers hierop kunnen inspelen.

Bovag heeft onderzoeksbureau Jester Strategy in kaart laten brengen wat er de komende jaren op de rijschoolbranche afkomt. Vervolgens is een trendrapport gemaakt met concrete tips waarmee de Bovag-leden direct aan de slag kunnen gaan. “De belangrijkste les: maak nu keuzes en pak de kansen die alle veranderingen met zich mee brengen.”

De tien trends uit het rapport:

  1. Veranderende voertuigtechnologie
  2. Veel toetreding en concurrentie
  3. Tekort aan geschikt personeel
  4. Groeiend belang van marketing en social media
  5. Schaalvergroting in de transportsector
  6. Zorgen om verkeersveiligheid en sturing op kwaliteit
  7. Veeleisendheid van generatie Z
  8. Beweeglijkheid van de economie
  9. (Technologische) vernieuwing in scholing en onderwijs
  10. Toename (kapitaalkrachtige) ouderen

Lesprijzen onder druk

Het rapport schetst allereerst de branche anno 2018. Die is sterk gefragmenteerd, concludeert Bovag. “Jaarlijks neemt het CBR grofweg 500.000 praktijkexamens af. De examenkandidaten worden opgeleid door ongeveer 6.800 rijscholen, en er zijn ruim 14.000 WRM-instructeurs. Hoewel de aantallen instructeurs en rijscholen inmiddels dalen, maken deze cijfers duidelijk dat de gemiddelde bedrijfsgrootte klein is. Een rijschool leidt jaarlijks gemiddeld 62,5 leerlingen op voor een praktijkexamen (inclusief herexamens).”

Het aantal instructeurs per rijschool is gemiddeld nog geen 2. Daarentegen ziet Bovag dat minder dan 5 procent van de rijscholen meer dan 100 examens begeleidt, en goed is voor 32 procent van het aantal examens. “Wat we ook zien, is dat de rijlesprijzen onder druk staan. Waar de algemene consumentenprijzen de laatste jaren stijgen, dalen de rijlesprijzen. Dat zet een gezonde bedrijfsvoering onder druk.”

Concurrentie

Bovag noemt ook de hevige concurrentie op lesprijzen. “Het gevolg van de lage toetredingsdrempels is een grote hoeveelheid nieuwe rijscholen die zich niet verbinden aan brancheverenigingen of op andere wijze aan kwaliteitsverbetering en professionalisering werken. Het feit dat veel nieuwe toetreders geen kosten calculeren voor zaken als pensioenopbouw, afschrijving van materieel of opleiding van instructeurs, maakt dat ze uurtarieven hanteren die op lange termijn niet houdbaar zijn.”

Dit zorgt voor hevige concurrentie op prijs en druk op de bedrijfsvoering van gevestigde partijen, schrijft Bovag. “Daardoor komt bijvoorbeeld de beloning van instructeurs onder druk te staan, wat het lastig maakt om goed personeel te vinden.” Een van de tips: profileer op andere zaken dan op prijs. “Een interessant kanaal daarvoor is het voorlichten van ouders over het belang van nieuwe hulpmiddelen, goed getrainde instructeurs en een juiste combinatie van de theorie- en praktijkopleiding.”

Nieuwe technologie

Ook kan elektrisch rijden en de inzet van rij-ondersteunende technologieën kansen bieden. “Deze ontwikkelingen bieden veel kansen voor ondernemers, ook wanneer beheersing van nieuwe technologieën nog geen onderdeel is van de exameneisen van het CBR.” Rijscholen kunnen dan denken aan cursussen in samenwerking met dealers voor particulieren die een elektrische auto of een auto met ADAS aanschaffen. Daarnaast kunnen voor beroepschauffeurs nieuwe code 95-cursusmodules worden ontworpen rond de inzet van nieuwe aandrijftechnologie.

Oudere generatie

Voor rijscholen zijn er volop kansen in het bijscholen van ouderen, ziet Bovag. Ook voor andere vervoersmiddelen: elektrische fietsen, scootmobiel en scooters. “In het kader van verkeersveiligheid liggen samenwerkingen voor de hand met bijvoorbeeld gemeenten, verzekeraars en zorgpartijen. Dergelijke samenwerkingspartners kunnen onder meer subsidiëren, financieren en doorverwijzen naar rijscholen.” Rijscholen kunnen bijvoorbeeld opfriscursussen en andere specifieke verkeersveiligheidscursussen aanbieden voor senioren. Ook kunnen ze hun zorgen uit handen nemen wat betreft (her)keuring door het CBR.

Het rapport gaat verder ook in op de thema’s personeel, conjunctuur, de nieuwe generatie leerlingen, de transportsector en marketing. Frank Hoornenborg, voorzitter Bovag Rijscholen: “Hoe de toekomst er exact uitziet, weet niemand. Wel is het belangrijk om nu duidelijke keuzes te maken. Vind uit wat je onderscheidend vermogen is of zou moeten zijn, om te voorkomen dat je gevangen blijft in een vechtersmarkt. Keuzes maken loont. Ons rapport biedt veel inzicht in concrete kansen, die ondernemers zélf of samen met collega’s kunnen oppakken . Het is aan de rijschoolondernemer om het verschil te gaan maken.”

Lees ook: ‘Rijopleiding juist door technologische snufjes belangrijker dan ooit’

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 19 Dec 2018 12:40:32 +0000

Praktijkexamen auto op de schop vanaf 25 maart

Het praktijkexamen B gaat per 25 maart 2019 op meerdere punten veranderen. Zo wordt het gebruik van een navigatiesysteem standaard in het praktijkexamen opgenomen en krijgen de bijzondere verrichtingen een update. Dat heeft het CBR vrijdag aangekondigd.

Sinds september 2011 moet elke examenauto een navigatiesysteem hebben. Het gebruik van dit systeem is voor de examinator nu nog een van de drie mogelijkheden waaruit hij kan kiezen voor het examenonderdeel zelfstandig routerijden. Door van de navigatie een standaard onderdeel te maken, wil het CBR aansluiten op de dagelijkse praktijk waarin de meeste Nederlanders navigatieapparatuur in hun auto hebben.

Van de andere mogelijkheden vervalt het rijden naar een oriëntatiepunt (aangegeven plek). De clusteropdracht (steeds drie tot vijf routeopdrachten achter elkaar) komt alleen bij uitzondering nog aan bod, bijvoorbeeld bij uitval van de navigatie.

Bijzondere verrichtingen

Ook komen er veranderingen bij de bijzondere verrichtingen. De stopopdracht verdwijnt en maakt plaats voor recht achteruit rijden. Daarnaast worden de opdrachten voor de bijzondere verrichtingen preciezer. De examenkandidaat krijgt dan bijvoorbeeld niet meer te horen dat hij moet parkeren, maar dat hij moet fileparkeren of parkeren in een haaks of schuin vak.

Tot de overige bijzondere verrichtingen behoren de bocht achteruit rijden, omkeren door te steken, omkeren door een halve draai en de hellingproef. Van deze verrichtingen moeten er nog steeds twee worden uitgevoerd, waarvoor de kandidaat zélf een plek kiest.

Het recht achteruit rijden en de bocht achteruit wordt vanaf 1 juni getoetst. Het CBR wil de rijscholen hiermee tijd geven om dit goed aan te leren.

Situatiebevraging

Verder wordt de situatiebevraging per 25 maart uit het examen gehaald. Volgens het CBR kunnen de examenkandidaten hierdoor uit hun ritme worden gehaald. De situatiebevraging blijft wél een onderdeel van de tussentijdse toets. Daarmee kan het bijdragen aan gevaarherkenning, vooral als hieraan extra aandacht wordt besteed in de rijopleiding. De situatiebevraging blijft ook gehandhaafd bij T-praktijkexamens.

Informatieavonden

Over de aanpassing praktijkexamen B houdt het CBR in januari en februari informatieavonden voor rijscholen. Hierover krijgen zij binnenkort meer informatie.

Naast deze ‘update’ werkt het CBR aan het vernieuwen van het praktijkexamen. Dit is onderdeel van het Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid 2019-2021. “We willen allemaal dat het aantal verkeersdoden daalt. Dan moet je ook kijken naar de beginnende bestuurder, en dus ook naar het rijexamen. Meer informatie over hoe we dit vormgeven volgt in de loop van 2019.”

Lees ook: Praktijkexamen CBR wordt vernieuwd

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 21 Dec 2018 06:03:00 +0000

Rijscholen zien appverbod voor instructeurs niet zitten

Dat rijinstructeurs straks niet meer mogen bellen en appen tijdens de rijles wordt niet enthousiast ontvangen door de rijschoolbranche. Uit een poll van RijschoolPro, waar 470 lezers op hebben gereageerd, bleek dat 64 procent een verbod op (handheld) telefoongebruik geen goed idee vindt. Die uitkomst leidt weer tot grote verbazing bij de voorstanders.

Rijinstructeurs mogen op dit moment hun telefoon gebruiken tijdens het lesgeven, op grond van een uitzonderingsbepaling in het RVV 1990. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vindt dat rijinstructeurs die hun telefoon gebruiken tijdens het lesgeven, een verkeerd voorbeeld geven aan de beginnende bestuurder en wil daarom het handheld telefoongebruik door instructeurs verbieden en gaat hiervoor in overleg met de rijschoolbranche. Dit is een van de maatregelen uit het Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid 2019-2021.

Een goede instructeur kan multitasken en weet bij welke leerling hij of zij meer moet opletten als bij de ander.

Op de vraag of het verbod een goed idee is, werd veel gereageerd door lezers van RijschoolPro. Met name de zzp’ers zien problemen in het verbod. Zij hebben geen kantoormedewerkers die vragen van leerlingen kunnen opvangen. “Gaat me een hoop nieuwe aanmeldingen kosten! Misschien de minister bij mij kantoor komen zitten”, reageert een rijschoolhouder. “Even serieus: ze slagen vanochtend voor de theorie scooter en willen direct een datum voor praktijk horen. Als ik vervolgens vertel dat ik ze vanavond even terug bel hebben ze ergens anders al een datum!”

“Als een telefoon niet mag, moet ik dan overstappen naar papieren instructiekaart?”, vraagt een ander. “Dat mag dan wel? Wat is dan het verschil qua afleiding? Een goede instructeur kan multitasken en weet bij welke leerling hij of zij meer moet opletten als bij de ander.”

Een leerling hoort alle aandacht van een instructeur te krijgen

Andere rijinstructeurs vinden een ‘appverbod’ niet meer dan logisch, blijkt uit de reacties. “Een rijinstructeur hoort niet met zijn telefoon bezig te zijn tijdens het rijden en een leerling rent echt niet gelijk naar een andere rijschool als jij zegt dat je in de avond terugbelt. Leerlingen begrijpen dat heel goed.”

Een instructeur schrijft dat hij negatief verrast is door de uitkomst van de poll. “Tuurlijk mag je hem gebruiken als je stilstaat (omdat je er geweldig lesmateriaal op kwijt kan). Maar tijdens het rijden kan dit echt niet. Wij moeten het goede voorbeeld geven!”

De brancheverenigingen FAM, VRB en Bovag staan achter het plan van het ministerie. “Een leerling hoort alle aandacht van een instructeur te krijgen”, zegt FAM-voorzitter Ruud Rutten. Branchevereniging VRB is partner van de MONO-campagne tegen het appen in het verkeer. Instructeurs moeten het goede voorbeeld geven aan hun leerlingen, stelt Irma Brauers: “Wij roepen onze leden op het bellen en appen achterwege te laten tijdens de rijles.”

Ook Bovag is partner van MONO. “Een instructeur hoort het goede voorbeeld te geven en daar past telefoongebruik dus niet bij”, zegt Bovag-woordvoerder Tom Huyskens. “Sowieso dient een instructeur zijn ogen en oren bij de leerling en op de weg te houden.” Ook Bovag roept leden op om het telefoongebruik te beperken tot noodgevallen. “Telefoontjes en berichten van klanten kunnen in de meeste gevallen ook op een later tijdstip worden afgehandeld. Zorg dan bijvoorbeeld ook voor een sympathieke tekst op je voicemail die begrip kweekt voor het feit dat je rijles aan het geven bent en dus niet de telefoon kan beantwoorden op dat moment.”

Wij moeten het goede voorbeeld geven

Ook Stichting Yannick is blij met het voorgenomen besluit van het ministerie. Op de Nationale Rijschooldag in september ging de stichting in gesprek met de branche over het telefoongebruik. De stichting is vernoemd naar de 21-jarige Yannick Frijns. Zij werd twee jaar geleden op haar fiets aangereden door een automobiliste die vermoedelijk was afgeleid door haar telefoon. Een dag later overleed Yannick aan haar verwondingen.

Stoppen met het telefoongebruik tijdens de rijles was een van de aanbevelingen van de stichting. “Hier geldt de oude stelregel; goed voorbeeld doet goed volgen”, vertelt Frank Frijns, vader van Yannick. “Tijdens de rijles is de rijinstructeur de autoriteit, niet alleen op gebied van verkeerskennis maar ook met betrekking tot rijgedrag. Het gebruik van de mobiele telefoon tijdens de verkeersdeelname is ‘not done’, en dat moet ook de boodschap zijn van de instructeur aan de leerling.”

Tijdens de workshop waren de deelnemers het hier unaniem over eens, vertelt Frijns. “Ook over het feit dat zij daarmee het enige juiste en verantwoorde verkeersgedrag uitdragen. Onze stichting is dan ook zeer verheugd dat de overheid met ondersteuning van de sector deze maatregel nu heeft afgekondigd. Elk verkeersslachtoffer is er een teveel!”

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 20 Dec 2018 08:35:50 +0000