IBKI start 25 mei met WRM-examens

Het IBKI heeft officieel toestemming gekregen om alle WRM-activiteiten weer te starten. Al eerder was duidelijk geworden dat de theorie-examens en de praktijkrit (fase 1b) konden worden hervat. Nu is bekend geworden dat ook de examens waarbij drie personen in een lesauto noodzakelijk zijn, toegestaan zijn. De eerste examens zullen op maandag 25 mei worden uitgevoerd. De planning van examens is inmiddels gestart.
Het gaat om de volgende examens: de theorie-examens (fase 1a en fase 2a en 2b) en de praktische examens fase 1b (praktijkritten eigen rijvaardigheid), fase 3a (stagebeoordelingen) en praktische begeleidingen.

Protocol in de maak

Omdat tijdens de stagebeoordelingen en praktische begeleidingen meer dan twee personen in een lesvoertuig zitten, mogen deze examens alleen onder strenge voorwaarden worden uitgevoerd. IBKI legt de laatste hand aan een eigen protocol waarin deze voorwaarden worden vastgelegd. Kandidaten zullen vooraf instructies ontvangen, waarin wordt opgenomen wat van de kandidaat wordt verwacht en wat de kandidaat van de examinator kan verwachten. Vast staat dat de examinator voorafgaand aan het examen zorgvuldig zal vaststellen of de kandidaat gezond is. Bij gegronde twijfel zal het examen niet doorgaan.

Het protocol en de instructies worden binnenkort bekend gemaakt. Door alle maatregelen omtrent het coronavirus en de opgelopen achterstand kan de wachttijd voor examens langer zijn dan de branche gewend is. IBKI streeft ernaar om instructeurs van wie de bevoegdheid tijdelijk is verlengd, zo snel mogelijk in te plannen. Een bijkomende complicatie is dat het aantal examenlocaties in elk geval de komende weken beperkt zal zijn.

Stages mogen weer

Stagelessen, waarbij eveneens drie personen in een lesvoertuig zitten, zijn ook weer toegestaan. Deze lessen zullen moeten voldoen aan het protocol van IBKI. Het instituut zal weer stagecontroles gaan plannen en uitvoeren.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 13 May 2020 18:53:41 +0000

Minder nieuwe motoren verkocht, wel meer occasions

In april werden 1.488 nieuwe motorfietsen geregistreerd. Dat is 16,7 procent minder dan in april 2019. De vakhandel verkocht wel 8,9 procent meer occasions. Het blijkt uit een analyse van RDC-cijfers door Bovag.
Als gevolg van de coronamaatregelen daalde het aantal nieuwe motoren in maart ook al met zo’n 17 procent. De daling in registraties lijkt grotendeels het gevolg van afleverproblemen, omdat fabrieken gesloten zijn of waren. Tot en met april dit jaar bedroeg het verkoopniveau van nieuwe motorfietsen 5.211 stuks, oftewel 11,3 procent minder dan in de eerste vier maanden van 2019. Het jaar leek met een recordaantal van 960 exemplaren in januari goed te beginnen, maar het coronavirus gooit dus ook in deze sector roet in het eten. Voor elektrische motorfietsen groeide de belangstelling wel, aangezien tussen januari en april hiervan 108 stuks werden geregistreerd, tegen 57 in dezelfde periode vorig jaar.

Marktpotentieel

De vakhandel verkocht in april 5.511 gebruikte motoren, tegen 5.062 in dezelfde maand vorig jaar (+8,9 procent). Opvallend is dat de occasionhandel tussen particulieren onderling vorige maand met 31,5 procent steeg tot 10.676 stuks, terwijl deze in maart en februari -net als de verkoop door de vakhandel- nog daalde. In de anderhalvemetersamenleving is de motorfiets voor veel mensen wellicht een ideale oplossing voor zowel recreatie als voor woon-werkverkeer. Het marktpotentieel is in elk geval groot, aangezien circa de helft van de 1,5 miljoen Nederlanders met een motorrijbewijs geen eigen motor bezit. In de eerste vier maanden verkochten motorbedrijven in totaal 16.617 tweedehands motorfietsen aan consumenten en dat is met 1,4 procent marginaal meer dan in dezelfde periode een jaar geleden.

Snorfiets en speed pedelecs veren ook op

Het aantal registraties van nieuwe snorfietsen is vorige maand met 29 procent toegenomen ten opzichte van april 2019, terwijl de verkoop van gebruikte snorfietsen door de vakhandel met 34 procent steeg. Er werden in april 4.244 nieuwe snorfietsen tenaamgesteld, terwijl dat er in april 2019 nog 3.291 waren. Daarnaast ging het vorige maand om 1.990 nieuwe bromfietsen (waaronder circa 450 speed pedelecs) en dat is iets minder dan de 2.050 stuks in april vorig jaar. In totaal werden dit jaar tot en met april 12.306 nieuwe snorfietsen geregistreerd, oftewel 11,5 procent meer dan een jaar eerder. De afzet van nieuwe brommers bleef met 7.476 gelijk aan vorig jaar, maar in die categorie vallen ook de speed pedelecs. Daarvan werden dit jaar tot nu toe bijna 1.600 nieuwe exemplaren geregistreerd. Een jaar eerder waren dat er nog minder dan 1.000.

Occasions

Scooterbedrijven verkochten afgelopen april 4.492 tweedehands snorfietsen aan consumenten, tegen 3.354 in dezelfde maand vorig jaar (+34 procent). De verkoop van gebruikte bromfietsen door de vakhandel bleef ten opzichte van een jaar eerder stabiel, op 1.648 stuks. Particulieren onderling verhandelden vorige maand bijna 10.000 brommeroccasions (+24 procent) en bijna 19.500 tweedehands snorfietsen (+35 procent).

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Fri, 15 May 2020 05:48:52 +0000

Instructeur en opleider Roy Somer: ‘rijinstructie is topsport’

Roy Somer is RIS-instructeur, geeft WRM-bijscholingen en is coach van rijinstructeurs. Somer is ervan overtuigd dat het bieden van structuur de beste manier van onderwijs is. “Je moet iemand niet vertellen hoe hij iets moet doen, maar hij moet het stapsgewijs zelf ervaren.”
Roy Somer geeft al meer dan 40 jaar rijles. Pensioen? “Welnee, ik ben nog maar net begonnen”, lacht hij. De eigenaar van Autorijschool Nieuwegein en Roy Somer opleidingen heeft in al die jaren veel specialistische kennis opgedaan die van toepassing is binnen de rijschoolsector.

De instructeur staat voor continue ontwikkeling, “je moet blijven leren om beter te worden”, zegt hij. Want: “het succes van de leerling is jouw succes”. Somer is in het verleden topsporter geweest, binnen de boksring wist hij diverse kampioenschappen en titels te winnen. “Ik zeg vaak dat lesgeven topsport is. En ook een wereldkampioen heeft een coach nodig om scherp te blijven.”

Eigen lesmethode

Somer heeft als rijinstructeur de Unique Coaching Method opgezet. Die methode gebruikt hij in de dagelijkse praktijk in de lesauto. De UCM is vergelijkbaar met de RIS, ofwel de rijopleiding in stappen. Hij noemt de RIS een opleiding van deze tijd, modulair en aangepast aan hoe mensen leren. UCM is een eigen methode waarbij er steeds een stappenplan wordt doorlopen. Somer: “Wat is de motivatie van de leerling, wat is het doel? En wat moet je doen om dat doel te halen? Vervolgens is het een kwestie van toetsen, evalueren en corrigerende of bevestigende feedback geven. En laat je leerling zelf dingen benoemen, laat het ze ervaren. Kauw het vooral niet voor. Juist dan blijft de kennis hangen. Gebruik je zintuigen. Vertel het je leerlingen niet alleen, maar laat het ze zien en ervaren. Transformeer de leerling.”

De instructeur geeft een voorbeeld. “Als je gaat straatje keren of steken, begin je niet in een smalle straat met geparkeerde auto’s, maar juist op een brede weg met weinig verkeer en auto’s. Voor de leerling is dat te behappen, dat motiveert om verder te gaan. Na de oefening laat je de leerling zelf vertellen wat er gebeurde en hoe hij het ervaren heeft. Daarna geef je feedback, dat is corrigerend of juist bevestigend. Dat doe je niet pas als je weer thuis voor de deur staat.”

Zelf oplossingen vinden

Om kennis te laten hangen, moeten de stappen vooral niet te groot zijn, vindt Somer. Het mantra van de rijinstructeur moet zijn: leerlinggericht, prestatiegericht. “De leerling staat altijd centraal.”

Het onderwijs in de lesauto is volgens Somer te veel gericht op het behalen van het examen en niet op het opleiden van goede bestuurders. “Natuurlijk slagen ook leerlingen die niet volgens mijn methode of volgens de RIS les krijgen. Maar de verkeersveiligheid laat te wensen over. Ik wil leerlingen aanleren om zelf oplossingen te vinden. Dat ze met vertrouwen achter het stuur zitten als ik er niet meer naast zit.” Leerlingen bij Autorijschool Nieuwegein doorlopen gemiddeld 45 lesuren.

Online bijscholing

Somer geeft naast rijles ook WRM bijscholingen, dat doet hij al zo’n vijf jaar. Momenteel worden de bijscholingen vanwege de coronamaatregelen online gegeven. Bij Somer is de les verdeeld over twee dagdelen. Een WRM-bijscholing mag maximaal vijftien leerlingen hebben. “Teveel”, vindt Somer. “Ik doe de lessen met maximaal acht mensen tegelijk. Liever met wat minder, alleen dan lukt het om echt iedereen bij de les te betrekken en iets nieuws te leren. Dat krijg ik vaak terug in de feedback, dat de kleinere groepen als prettig worden ervaren. Dat er meer aandacht is. En bijna iedereen komt terug voor een volgende bijscholing.” Ook de coaching die hij aan rijinstructeurs biedt, verloopt nu ook telefonisch of met videobellen.

Somer geeft een zevental bijscholingen: RIS Instructeur (15), Verkeerskunde (16), Coaching en feedback geven (26), Rijprocedure in de praktijk (27), Voertuigbeheersing in de praktijk (32), Lerend Leren in de praktijk (38) en Lesplan maken (52). Op termijn kan je als rijinstructeur ook bij de opleider terecht voor Het RVV (28). De certificering voor deze bijscholing loopt momenteel.

Bewustzijn

Het volgen van bijscholing is verplicht voor rijinstructeurs. “Dat is goed”, vindt de opleider. “Controle bevordert het bewustzijn. Dat geldt ook voor de praktijkbegeleiding. Die mag het IBKI wat mij betreft wel vaker dan eens in de vijf jaar afnemen.”

Somer pleit ervoor om vooral niet te stoppen met blijven leren en ontwikkelen zodra de verplichte uren zijn afgevinkt. “Ik wil mensen laten nadenken, bijvoorbeeld over hoe ze de les inrichten. Zoek een coach, want voor je het weet sta je stil. En nogmaals; het succes van de leerlingen is jouw succes.”

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Mon, 18 May 2020 05:46:49 +0000

CBR plant 80.000 theorie- en praktijkexamens opnieuw in

In de eerste vier dagen dat kandidaten en rijscholen een theorie-examen of uitgesteld praktijkexamen bij het CBR opnieuw konden reserveren, zijn er 80.000 boekingen gemaakt. Dat is meer dan 10 keer zo veel als normaal, laat de organisatie weten. Door de coronacrisis zijn de wachttijden echter langer dan normaal. 
Het CBR neemt sinds woensdag 13 mei weer theorie-examens af en komende maandag wordt weer gestart met de praktijkexamens. Inmiddels hebben ruim 4.000 theoriekandidaten al een examen gedaan. Bij de praktijkexamens kunnen rijscholen voor hun kandidaten van wie het examen tot 6 mei is uitgesteld, als eerste een nieuw examen boeken. 

Volgens het CBR zijn vooraf maatregelen genomen om alle rijscholen en kandidaten een gelijke kans te geven om hun uitgestelde examens te kunnen reserveren. De organisatie zegt er alles aan te doen om overbelasting van de systemen tegen te gaan.

Capaciteit

Zo kunnen opleiders voorlopig alleen de uitgestelde praktijkexamens reserveren die in de periode van 16 maart tot 6 mei zijn uitgesteld. Deze examens worden in de komende 10 weken afgenomen. Rijscholen kunnen de examens stap voor stap reserveren. 

Het CBR laat weten dat sinds 13 mei in anderhalve dag tijd al meer dan 50 procent van deze examens opnieuw ingepland is in de komende 8 weken. Als alle uitgestelde examens gepland zijn, komt capaciteit beschikbaar voor andere examens op de overgebleven plekken of voor de periode daarna.

Minder kandidaten

Ook het aantal mensen dat tegelijkertijd MijnCBR kan bezoeken is beperkt. Dit betekent dat het langer kan duren tot de kandidaat of opleider een reservering kan maken, een Gezondheidsverklaring kan indienen of de rijschool kan machtigen. In alle examencentra moet aan strenge hygiënevoorschriften worden voldaan. Daardoor kunnen minder kandidaten tegelijkertijd in de examencentra aanwezig zijn.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Frank van de Ven
Publicatie datum: Fri, 15 May 2020 15:25:35 +0000

Aantal verkeersdoden niet gedaald tijdens corona-lockdown

Hoewel het aantal auto’s op de weg is gehalveerd, is het aantal verkeersdoden tijdens de corona-lockdown nauwelijks gedaald. Ongevallen zijn ernstiger en eisen meer slachtoffers, meldt het AD op basis van cijfers van de politie en verkeerskundig ICT-bureau VIA.
Tussen 16 maart en 26 april waren er op Nederlandse wegen in totaal 62 verkeersdoden. Dat aantal is maar iets minder dan in dezelfde periode afgelopen drie jaar: toen vielen er 65 verkeersdoden te betreuren. De cijfers zijn bovendien niet definitief: waarschijnlijk komen er nog één of twee dodelijke slachtoffers bij. Wie binnen 30 dagen na een ongeval overlijdt telt namelijk ook mee als verkeersdode.

Ernstige ongelukken

Al met al is het aantal dodelijke slachtoffers hetzelfde gebleven. Dat is opvallend, want het totale aantal ongelukken is sinds de lockdown gehalveerd. Het beeld vertekent echter nu veel simpele ongevallen met blikschade zijn weggevallen. De files zijn immers opgelost. De ongelukken die zich wél voordoen zijn ernstiger van aard. Per ongeval vallen er gemiddeld liefst 14 procent meer gewonden en doden. De kans om bij een ongeval gewond te raken of om het leven te komen is afgelopen twee maanden zelfs met ruim 30 procent gestegen.

Met name kinderen en ouderen lopen meer risico op een fataal ongeval, blijkt uit analyse van verkeerskundig ICT-bureau VIA. Erik Donkers van VIA: “Bij kinderen speelt waarschijnlijk mee dat ze nadat de scholen dicht gingen meer buiten zijn gaan spelen en fietsen.’’ Ook ouderen fietsen beduidend meer nu horeca, musea, winkels en theaters dicht zijn en komen daarbij vaker om.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 14 May 2020 08:19:51 +0000

Nog geen duidelijkheid over veiligheid spatschermen in lesauto

De RDW onderzoekt momenteel de veiligheid van schermen van hard en zacht plastic in voertuigen. Het gaat dan niet om de veiligheid die de schermen bieden tegen besmetting met het coronavirus, maar puur om de voertuigveiligheid. In de rijschoolbranche is veel behoefte aan duidelijkheid over het wel of niet gebruiken van zulke schermen.
Het onderzoek wordt gedaan in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het gebruik van zulke schermen is niet opgenomen in de richtlijnen voor contactberoepen van het RIVM en dat leidt tot veel onduidelijkheid. “Ondernemers stellen vragen over het uitrusten van voertuigen met afschermingen om chauffeurs en passagiers van elkaar te scheiden in verband met het coronavirus”, schrijft de RDW. De organisatie “kan geen oordeel vormen over de mate van bescherming die de schermen bieden tegen het coronavirus. Wel kunnen wij de voertuigveiligheid van de schermen beoordelen.”

De RDW zegt nadrukkelijk niet dat het gebruik wordt afgeraden noch dat het gebruik ervan nadelig is voor de veiligheid. Het gebruik wordt ook niet aangeraden. Die elementen worden nu juist onderzocht.

Nadelige effecten op veilligheid

Het onderzoek draait om de vraag of de schermen veilig zijn en ook veilig in voertuigen geplaatst kunnen worden. De RDW beoordeelt of het plaatsen van schermen in een voertuig voldoet aan internationale regelgeving. “Een wijziging aan een voertuig mag in de meeste gevallen niet zomaar gedaan worden. Het aanbrengen van een afscherming kan nadelige effecten hebben op de veiligheidsvoorzieningen die in een auto zijn aangebracht. Denk bijvoorbeeld aan de airbags, het zichtveld via de spiegels, het zicht naar buiten en de bewegingsruimte voor de bestuurder.”

Coronalab

In het zogeheten Coronalab werken de RDW en TNO momenteel samen aan verschillende tests. Er wordt onder meer gekeken naar hoe rijlessen en praktijkexamens in gesloten voertuigen (auto, vrachtauto, bus, tractor) op een veilige en werkbare manier kunnen worden uitgevoerd. Er vinden tests plaats met fysieke aanpassingen in het voertuig in combinatie met hygiëne- en gedragsprotocollen. Dit onderzoek wordt op korte termijn afgerond.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Vincent Krabbendam
Publicatie datum: Thu, 14 May 2020 04:30:02 +0000

‘1,6 miljoen auto’s rijden nog op winterbanden’

Bijna 20 procent van de Nederlandse personenauto’s rijdt nog op winterbanden. Dat blijkt uit een steekproef van Tyre Club. Volgens het bandenwisselbedrijf gaat het om 1,6 miljoen auto’s, bijna vier keer meer dan normaal in deze tijd van het jaar. De verkeersveiligheid kan hiermee in gevaar komen denkt de organisatie.
De afgelopen week controleerde Tyre Club de banden van 1.079 personenauto’s. Bij 194 auto’s werden winterbanden aangetroffen. “Door de coronacrisis stellen veel automobilisten hun bandenwissel uit en dat kan tot onveilige situaties leiden. De remweg is op winterbanden onder hogere temperaturen een stuk langer, ze slijten sneller en de wegligging is slechter.”

Steekproef

BOVAG doet volgens Tyre Club jaarlijks onderzoek naar het percentage niet gewisselde winterbanden. ‘Met de laatste steekproeven bij circa 1000 auto’s registreerde BOVAG dat gemiddeld ruim 5 procent ‘s zomers op winterbanden rijdt. Omgerekend naar het totale Nederlandse wagenpark van bijna 9 miljoen personenauto’s komt dat neer op 450.000 à 500.000 voertuigen. Wanneer de steekproef van Tyre Club van 2020 wordt vertaald naar het totale wagenpark, dan blijkt dat er nu nog 1,6 miljoen auto’s doorrijden op winterbanden.’

“Normaal gesproken ervaren veel mensen de bandenwissel al als gedoe”, zegt Peter Veldhoven, oprichter van Tyre Club. “Maar de afgelopen maanden zijn automobilisten schijnbaar helemaal terughoudend geweest om naar de autogarage te gaan. Tegelijkertijd constateren wij dat er juist nu een toenemende vraag is naar bandenwissel op locatie.”

Bron: Verkeerspro
Auteur: Michael Van Wijngaarden
Publicatie datum: Wed, 20 May 2020 09:07:49 +0000

‘Onrust over NOW-regeling neemt toe bij ondernemers’

De onrust over de NOW-regeling neemt toe bij ondernemers. Dat meldt rechtsbijstandsverzekeraar ARAG, die steeds meer vragen over werking van de regeling krijgt. ARAG schat in dat veel ondernemers vooral snel voorschotten hebben aangevraagd en gekregen, wat met de verrekening achteraf voor problemen kan zorgen.
Bedrijven met minstens 20 procent omzetverlies door de coronacrisis komen in aanmerking voor de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). Afhankelijk van de omzetdaling wordt tot 90 procent van de loonkosten vergoed. In april kreeg ARAG 54 vragen binnen over de regeling. In maart, kort na de invoering, waren dat er nog 29. Het bedrijf verwacht in mei meer vragen en na de definitieve berekening van de omzetdaling nog meer drukte, omdat dan mogelijk terugvorderingen volgen vanuit de overheid.

Zorgen over de toekomst

“Het wordt hier steeds drukker”, vertelt arbeidsjurist Hanneke Boesveld. “NOW aanvragen is makkelijk en toegankelijk. Ondernemers hebben razendsnel een voorschot ontvangen. Ik heb echter wel zorgen over de toekomst.” Boesveld doelt onder andere op het berekenen van de omzet en het loon die de hoogte van de loonkostensubsidie bepalen. “De ondernemer moet een inschatting maken van de omzetdaling, maar deze onzekere tijd maakt dat lastig. Veel ondernemers hadden snel hulp nodig en hebben dus ook niet gewacht om zo een beter beeld te krijgen van de gevolgen voor de omzet.”

Ongunstig

Daarbij wordt het voorschot op de subsidie gebaseerd op het loon van afgelopen januari. Dat loon kan hoger zijn dan het werkelijk betaalde loon in de periode maart tot en met mei 2020, omdat in januari vaak een dertiende maand wordt uitbetaald. Verder krijgt ARAG veel vragen van organisaties die afhankelijk zijn van seizoensgebonden omzetten. Voor hen is die groep is het ongunstig dat het omzetverlies wordt bepaald op basis van de gemiddelde kwartaalomzet in 2019. De subsidie kan daardoor uiteindelijk lager uitvallen dan wanneer het omzetverlies was vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder.

(Bron: ANP)

Bron: Verkeerspro
Auteur: Vincent Krabbendam
Publicatie datum: Tue, 19 May 2020 10:32:41 +0000

Rijontzegging en taakstraf voor beschonken rijinstructeur

Een 52-jarige rijschoolhouder uit Leusden heeft van de rechter een rijontzegging van tien maanden gekregen vanwege rijden onder invloed. De instructeur kreeg van de rechter te horen: “Van u wordt verwacht dat u laat zien wat wél en niet kan op weg. U zou echt beter moeten weten.”
De rechtbankverslaggever van het AD is aanwezig bij de zitting van de rijinstructeur die met tien glazen wijn op, of misschien wel meer, achter het stuur is gaan zitten. Op een donderdagavond in januari drinkt de man een stuk in zijn kraag. Hij drinkt tien glazen wijn, later zegt hij dat het waarschijnlijk nog meer is geweest. De volgende ochtend stapt hij in de auto om een frisse neus te gaan halen. Nog altijd onder de invloed, komt de man terecht in de berm waar hij niet meer uit komt. Uiteindelijk belandt hij op het politiebureau in Zeist.

De rechter vraagt de instructeur in de rechtszaal of hij eigenlijk wel had geslapen voordat hij weer in de auto kwam. De beklaagde heeft een opmerkelijk antwoord, is in het AD te lezen. “Ja, kort. Maar mijn schoonmaakster kwam binnen, een Spaanse die me de oren van ‘t hoofd lult. Dus ik dacht: ik ga d’r even uit.” De rijschoolhouder geeft toe op dat moment nog altijd aangeschoten te zijn.

Beter weten

De auto kwam vast te zitten in de berm, nadat deze was geparkeerd op een landweg. De instructeur haalt hulp en omdat hij niet nuchter overkomt, wordt toch ook de politie ingeschakeld. Hij heeft vier maal de toegestane hoeveelheid alcohol in zijn bloed.

De rechter benoemt nadrukkelijk dat de man rijinstructeur van beroep is en dat er van hem wordt verwacht te weten wat er wel en niet kan in het verkeer. “Ik weet het, ik schaam me zó. Ik zeg mijn leerlingen altijd dat veiligheid het belangrijkste is,” tekent de rechtbankverslaggever op. De rechter: “U zou echt beter moeten weten.”

Er volgt een rijontzegging van tien maanden en een werkstraf van 38 uur. Zolang de rijontzegging geldt, mag de man geen rijles geven. Bij verlenging van zijn WRM-pas moet de instructeur een VOG overhandigen, het is waarschijnlijk dat de man vanaf dat moment geen rijles meer mag geven.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 19 May 2020 05:47:39 +0000

Gebruik van smartphone in het verkeer blijft groot probleem

Bijna 69 procent van de Nederlanders geeft aan in het verkeer wel eens gebruik te maken van de mobiele telefoon. Tweederde (66,6 procent) gebruikt de smartphone tijdens stilstand, 56,7 procent tijdens het rijden of lopen. Dat blijkt uit een rapport van het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).
Uit het onderzoek, dat in opdracht van verzekeraar Interpolis werd uitgevoerd, blijkt dat 55,7 procent van de fietsers, 65,6 procent van de automobilisten en 84,4 procent van de voetgangers de mobiele telefoon wel eens gebruikt in het verkeer. Aan het onderzoek deden 3.768 volwassenen (18 tot en met 80 jaar) en driehonderd jongeren (12 tot en met 17 jaar) mee.

Volwassenen blijken hun smartphone vaker te gebruiken om te navigeren, muziek op te zetten en games te spelen dan twee jaar geleden. Fietsers in de groep van 18- tot 80-jarigen geven aan minder vaak handheld te bellen. Het verbod op vasthouden van de telefoon dat per juli vorig jaar is ingegaan, speelt hier mogelijk een belangrijke rol in.

Jongeren blijken hun telefoon vaker te gebruiken in het verkeer, als fietser of voetganger, dan volwassenen. Vooral het versturen van berichten, lezen of muziek opzetten gebeurt meer dan tijdens het vorige onderzoek in 2017. Op de schaal van risicoperceptie scoren zij lager dan de groep volwassenen. Opvallend is dat kinderen het gedrag van hun ouders overnemen. Net als in de Barometer 2017 blijkt dat naarmate ouders hun mobiele telefoon meer in het verkeer gebruiken, hun kinderen dit ook meer doen.

Kans op boete klein

Ondanks het hoge telefoongebruik in het verkeer zijn er maar twee ondervraagden die aan hebben gegeven een bekeuring te hebben ontvangen voor het gebruik van de mobiele telefoon in het verkeer. Niet verrassend is dus dat 56,9% van de automobilisten en 65,6% van de volwassen fietsers aangaf de kans op een boete (zeer) laag in te schatten. Van de jongeren schat 43% de kans op een boete als (zeer) laag in wanneer ze fietsen.

Het onderzoek werd in 2017 voor de eerste keer gehouden en heeft als doel om de ontwikkeling van het mobiel telefoongebruik in het verkeer in beeld te brengen. Het percentage telefoongebruikers in het verkeer bedroeg destijds 66,1 procent, nu is dat gestegen naar 68,7 procent.

Toename bij voetgangers

“Wij stellen vast dat dit een hoog percentage is, maar concluderen ook dat – ondanks deze lichte stijging – het telefoongebruik niet statistisch significant is toegenomen”, aldus de onderzoekers. “De lichte stijging valt namelijk binnen de onzekerheidsmarge van onderzoek. Wel blijken de respondenten die in 2019 aangaven de telefoon ‘weleens’ te gebruiken in het verkeer, dit tijdens meer verplaatsingen te doen dan de respondenten in 2017. “Deze toename is weliswaar statistisch significant, maar blijkt zeer klein van omvang te zijn. Ook is die kleine toename alleen bij voetgangers te zien – niet bij fietsers en automobilisten.”

Bron: Verkeerspro
Auteur: Remco Nieuwenbroek
Publicatie datum: Mon, 18 May 2020 09:23:32 +0000