CBR ontvangt bijna 900 schadeclaims vanwege wachttijden

Het CBR heeft tot begin juli 453 verzoeken voor vergoeding gekregen van mensen die extra of dubbele kosten gemaakt hebben vanwege de wachttijden. Daarnaast zijn 430 claims ingediend voor een vergoeding van de spoedaanvraag bij de gemeente. Het gaat om 75-plussers en anderen die wachten op een beoordeling van een gezondheidsverklaring. Sinds april is het aantal verzoeken dat wordt neergelegd bij het instituut meer dan verdriedubbeld. 

Tot nu toe heeft het CBR dit jaar 453 verzoeken om vergoeding gekregen van mensen die extra of dubbele kosten hebben gemaakt door de lange doorlooptijden bij het rijexameninstituut. Het gaat dan bijvoorbeeld om taxikosten, ov-kosten en andere gemaakte kosten. Begin april waren er nog 139 verzoeken tot vergoeding ingediend. Daarnaast zijn er tot begin juli 430 claims ingediend bij het CBR om vergoeding van de kosten van de spoedaanvraag bij gemeenten. Gemeenten rekenen circa 35 euro voor een spoedaanvraag.

Explosieve groei 

“Het aantal mensen dat een gezondheidsverklaring indient, groeit al jaren als gevolg van een groeiende vraag naar examens en een stijging van het aantal 75-plussers dat aan het verkeer wil blijven deelnemen,” laat het CBR in een uitleg weten. “Daarbij zien we een stijging in het aantal dossiers dat medisch nader beoordeeld moet worden, omdat ouderen vaker een medische beoordeling nodig hebben. In 2017 groeide het aantal Gezondheidsverklaringen met 3%, in 2018 met 6% naar in totaal 637.000 en ook in 2019 verwachten wij op basis van bovenstaande een groei van 4% naar circa 665.000.” Alleen al in juni kwamen ongeveer 56.000 gezondheidsverklaringen binnen, daarvan moeten er 33.000 worden beoordeeld. De overige verklaringen hebben geen verdere medische beoordeling nodig. 

De instroom sinds januari 2019 is echter explosief gegroeid doordat klanten, vanwege de lange doorlooptijden, logischerwijs eerder startten met het indienen van de verklaring. 

Lees ook: Aantal gedupeerden door wachttijden CBR opnieuw gestegen 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 11 Jul 2019 07:59:56 +0000

Vier op tien zzp’ers heeft geen voorziening arbeidsongeschiktheid

Van alle zelfstandig ondernemers zonder personeel heeft 41 procent naar eigen zeggen geen enkele voorziening getroffen voor het geval ze arbeidsongeschikt worden. Zij hebben vaak vanwege de kosten geen verzekering afgesloten en houden ook geen spaargeld of beleggingen achter de hand voor eventuele arbeidsongeschiktheid.

De cijfers komen uit de tweejaarlijkse Zelfstandigen Enquête Arbeid van TNO en het CBS die onlangs is gepubliceerd. In het recent afgesloten akkoord tussen kabinet en werknemers- en werkgeversorganisaties over de vernieuwing van het pensioenstelsel is afgesproken dat er voor zelfstandigen een wettelijke verzekeringsplicht tegen arbeidsongeschiktheid komt. Het kabinet heeft de sociale partners gevraagd om hiervoor begin 2020 een concreet voorstel te doen.

In de Zelfstandigen Enquête Arbeid is aan 5,5 duizend zelfstandig ondernemers gevraagd of zij iets hebben geregeld voor eventuele arbeidsongeschiktheid. Ook is gevraagd wat de redenen zijn om geen arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Aan de enquete deden ook enkele tientallen rijscholen en -instructeurs mee. Deze groep respondenten is echter te klein om concrete uitspraken te doen over hoe het specifiek onder rijscholen is gesteld. 

Begin 2019 gaven ruim vier op de tien zelfstandig ondernemers zonder personeel aan geen enkele voorziening te hebben voor eventuele arbeidsongeschiktheid. Zij hebben geen verzekering voor het werk als zelfstandige, zij participeren niet in een broodfonds en kunnen ook niet terugvallen op spaargeld, beleggingen of op het vermogen dat zit in hun bedrijf of eigen woning.

Lage inkomens

Het percentage zelfstandig ondernemers zonder personeel dat geen voorziening heeft, verschilt naar inkomenspositie. Worden alle personen met een persoonlijk inkomen ingedeeld in vijf inkomensgroepen, dan blijkt dat minder dan een kwart van de zelfstandig ondernemers in de groep met de hoogste inkomens geen voorziening heeft. Van de zelfstandig ondernemers in de groep met de laagste inkomens heeft 65 procent geen voorziening.

Voor werknemers is een arbeidsongeschiktheidsverzekering de belangrijkste voorziening om het risico van inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid af te dekken. Voor werknemers is deze verzekering verplicht, de premie wordt ingehouden op het loon. Zelfstandigen kunnen vrijwillig een verzekering voor arbeidsongeschiktheid afsluiten. Volgens recent gepubliceerde cijfers uit het Integraal inkomens- en vermogensonderzoek van het CBS betaalde in 2017 krap 1 op de 5 zzp’ers een premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Vaker dan een arbeidsongeschiktheidsverzekering worden spaargeld of beleggingen genoemd als voorziening bij eventuele arbeidsongeschiktheid. Bijna een derde van de zelfstandig ondernemers zonder personeel denkt daarop te kunnen terugvallen. Een op de tien verwacht het risico af te kunnen dekken met de waarde van de eigen woning. Daarnaast zijn er relatief kleine groepen zelfstandig ondernemers die de waarde van het eigen bedrijf of deelname aan een broodfonds als voorziening noemen.

Hoge kosten 

Zelfstandig ondernemers zonder personeel die geen arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben afgesloten, noemen daarvoor vooral financiële redenen: 46 procent geeft aan dat de kosten van zo’n verzekering niet opwegen tegen de baten, 37 procent zegt de kosten voor een verzekering niet te kunnen betalen. Ruim een vijfde van alle onverzekerden geeft aan het financiële risico zelf te kunnen dragen. Deze reden wordt vaker genoemd naarmate de ondervraagden dichter bij de AOW-gerechtigde leeftijd zijn. Daarnaast kan een vijfde terugvallen op het inkomen van de partner. Onder deze groep zijn relatief veel vrouwen. Een kleine groep zegt niet te worden geaccepteerd bij een verzekering vanwege leeftijd of gezondheid. 55-plussers noemen relatief vaak (14 procent) deze afwijzingsgrond.

Pensioen vaak wel geregeld

Zelfstandig ondernemers zonder personeel hebben vaker een voorziening voor pensioen dan voor eventuele arbeidsongeschiktheid. Iets minder dan de helft (45 procent) van de zelfstandig ondernemers zonder personeel is aangesloten bij een pensioenfonds omdat ze als werknemer pensioen opbouwen of hebben opgebouwd. Daarnaast is 7 procent via het huidige werk als zelfstandig aangesloten bij een pensioenfonds. Ook spaargeld of beleggingen (43 procent) en de waarde van de eigen woning (33 procent) worden als pensioenvoorziening genoemd.

Bijna 1 op de 5 zelfstandig ondernemers zonder personeel zegt niets te hebben geregeld voor het pensioen. De meest genoemde reden is dat ze het niet kunnen betalen; iets meer dan de helft geeft dat aan. Andere redenen zijn dat ze er nog niet aan toe zijn gekomen (31 procent) of dat het pensioen nog ver weg is (20 procent).

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 10 Jul 2019 15:45:02 +0000

IBKI stopt met theorie-examens WRM in Dordrecht 

Vanaf 1 september 2019 worden er geen theorie-examens WRM meer afgenomen op het Da Vinci college in Dordrecht door het IBKI. Vanaf dan kun je alleen nog terecht op de locaties in Nieuwegein, Helmond of Zwolle. 

Wie nog een theorie-examen in de agenda heeft staan op een datum voor 31 augustus, kan nog wel gewoon terecht in Dordrecht. Ook kun je nog altijd aanvragen doen voor het examen tot en en met deze datum. Daarna is het examen uitsluitend nog af te leggen op de IBKI-locaties in Nieuwegein, Helmond of Zwolle.

Het theorie-examen is voor beginners. Wie het certificaat eenmaal op zak heeft, wordt wel geacht zes dagdelen per vijf jaar aan bijscholing te volgen om een geldig certificaat te houden. Die lessen hoeven niet op de drie aangewezen locaties te worden gehouden, dat kan ook op een locatie naar keuze. 

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 10 Jul 2019 09:54:10 +0000

Minister: overheid kan weinig doen aan misstanden aansprakelijkheid

Ja, er zijn situaties bekend waarbij leerlingen opdraaien voor verkeersboetes en schades tijdens de rijles. Nee, volgens branchepartijen komt dat niet voor bij aangesloten leden. Minister van Nieuwenhuizen reageert deze week op de Kamervragen van VVD-lid Dijkstra van 16 mei. 

Remco Dijkstra wilde van de minister van Infrastructuur en Waterstaat weten of het klopt dat leerlingen opdraaien voor schade en boetes tijdens de rijles en hoe het mogelijk is dat rijscholen onverzekerd rondrijden. Hij vroeg tevens naar de status van gesprekken met de branche om ‘het kaf van het koren te scheiden en de rijschoolbranche op te schonen van lieden die daar niet horen.’ De vragen van Dijkstra volgden op een bericht van BNR waarin wordt gesteld dat rijscholen de algemene voorwaarden en verzekeringen niet altijd op orde hebben.

Het klopt dat er situaties zijn waarin leerlingen moeten opdraaien voor verkeersovertredingen of schade tijdens de rijles, schrijft de minister in haar antwoord.  Volgens de branchepartijen komen die misstanden niet voor bij de bij hun aangesloten rijscholen. 

Eigen keuze 

Uit de antwoorden van de minister kan worden opgemaakt dat er vanuit de overheid weinig aan de misstanden kan worden gedaan. Rijscholen die bij een branchevereniging zitten, zouden zich niet schuldig maken aan deze praktijken. Een verzekering voor de auto of een ander lesvoertuig is bovendien verplicht, net als voor alle andere voertuigen op de weg. Er is een keurmerk voor rijscholen en leerlingen en hun ouders worden in de campagne ‘Rijbewijstips’ van het CBR aangespoord een goede rijschool te kiezen. De keuze voor een rijschool, en of deze aangesloten is bij een branchevereniging en/of een keurmerk draagt, is geheel aan de leerling. 

Integer en correct handelen  

Brancheorganisaties verwijderen rijscholen uit hun ledenbestand als blijkt dat hun verzekeringen of voorwaarden niet op orde zijn, hoewel dat in de praktijk nog niet is voorgekomen. De brancheorganisaties BOVAG, FAM en VRB geven allemaal aan dat ze leden jaarlijks controleren op de bevoegdheden. Er zijn wettelijk geen mogelijkheden om individuele rijscholen aan te spreken op vastgelegde standaarden die de consument beter kunnen beschermen. Wel onderzoekt de minister in overleg met de branche andere mogelijkheden om dit beter te organiseren. 

Kwaliteitsverbetering wordt onderzocht

De rijschoolbranche is een vrije sector en niet gebonden aan wettelijke vestigingsregels. Het Ministerie onderzoekt samen met de branche, het CBR en het IBKI de mogelijkheden de kwaliteit van rijscholen te verbeteren en de consument (beginnend bestuurder) beter te beschermen. Te denken valt hier aan het mogelijk maken van onderdelen van het verbeterplan van de branche (BOVAG,  FAM en VRB). 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 09 Jul 2019 09:59:22 +0000

Petra Delsing vertrekt 1 augustus bij het CBR, opvolger wordt gezocht

Petra Delsing stopt per 1 augustus als algemeen directeur van het CBR. Een vervanger voor Delsing moet later dit jaar aantreden. In de tussentijd is de directeur bedrijfsvoering Jan Jurgen Huizing belast met de dagelijkse aansturing. Delsing gaf in februari dit jaar aan af te zien van herbenoeming voor een tweede termijn, die in 2020 zou moeten ingaan.

Petra Delsing kondigde haar vertrek begin dit jaar aan. Dat deed ze in de week waarin ook bekend werd dat het CBR onder verscherpt toezicht staat vanwege de achterstanden bij de divisie Rijgeschiktheid. Het CBR gaf geen exacte reden voor haar vertrek.

Haar tijdelijke opvolger is Jan Jurgen Huizing. Hij is directeur bedrijfsvoering bij het CBR en eindverantwoordelijk voor de divisie Rijgeschiktheid. Dat is de divisie die momenteel kampt met achterstanden en wachttijden bij de verlenging en aanvraag van nieuwe rijbewijzen. Het CBR laat weten dat er dit jaar nog een opvolger voor Delsing moet worden gevonden. De Raad van Toezicht is gestart met een wervingsprocedure op verzoek van de Minister. De directrice gaat vanaf 1 augustus aan de slag als kwartiermaker Artificial Intelligence bij de unit Innovatie van het Directoraat-Generaal Mobiliteit van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Lees ook: CBR-directeur Petra Delsing kondigt vertrek aan 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Mon, 08 Jul 2019 14:12:38 +0000