VRB neemt het op voor het CBR 

Peter van Neck van de Vereniging Rijschool Belang neemt het deze week via de opiniepagina van de Volkskrant op voor het CBR. In het stuk roept de vereniging meteen ook rijinstructeurs op leerlingen aan te sporen zo snel mogelijk de Gezondheidsverklaring in te vullen. 

Op 22 juli was op de opiniepagina van de Volkskrant een ingezonden brief te lezen van Josette van Wolveren. Haar zoon is al meer dan een jaar bezig zijn rijbewijs te halen en heeft nog niet af mogen rijden. Hij liep vertraging op nadat hij op de Gezondheidsverklaring invulde dat hij ooit de diagnose ASS heeft gehad. Behalve tijd kost het traject ook veel geld. Volgens de moeder is er sprake van discriminatie op medische gronden. 

Peter van Neck van de Vereniging Rijschool Belang klom na het stuk van Van Wolveren in de pen. De VRB vindt het verhaal van de moeder ‘zeer eenzijdig’. De vereniging vindt het noodzakelijk openlijk te reageren om zo ook de andere kanten van het verhaal te belichten. Niet alleen het CBR heeft schuld aan het lange traject. “De rol van het CBR, de keuringsartsen, de medische specialisten en ook van de rijschoolhouders wordt verkeerd weergegeven”, meent de VRB. 

Doe het meteen

In het opiniestuk van Van Neck is te lezen dat rijbewijsleerlingen en hun ouders vaak niet beseffen dat het traject om een Verklaring van Geschiktheid te verkrijgen lang kan duren. “Zeker bij doorverwijzing naar een medisch specialist, die weer kampt met wachttijden en/of voor het bepalen van zijn bevindingen afhankelijk is van andere behandelende specialisten. Als je langs meerdere artsen moet, loop je tegen nóg langere afhandeltijden aan. Alle digitale systemen ten spijt”, schrijft hij.  

Kandidaten doen er verstandig aan om nog vóórdat ze beginnen aan hun rijbewijs na te denken of het zeker is dat ze een vraag voor de Gezondheidsverklaring met ja moeten beantwoorden. En het is aan de rijinstructeur om de leerling zo snel mogelijk aan te sporen de verklaring in te vullen. “Die verklaring blijft geldig zolang je bezig bent met het rijbewijs”, zegt secretaris Irma Brauers desgevraagd in een toelichting op het opiniestuk. “Vraag je leerling om dat meteen te doen.” 

Kosten

Over de kosten: in de brief van Van Wolveren worden alle kosten het CBR aangerekend en dat is volgens de branchevereniging niet correct. De tarieven voor de medische specialisten wordt door de NZA vastgesteld en die worden aan de specialist betaald. Wanneer een rijtest deel uitmaakt van het traject en er dus een lesauto nodig is, is het niet het CBR die een rekening stuurt, maar de rijschool die huur rekent voor een lesauto. “Omdat er maar op dertig CBR-oproepplaatsen rijtesten worden afgenomen, kan dat qua inzettijd al snel drie lesuren beslaan”, schrijft Van Neck. 

Blijf eerlijk

De voorzitter van de VRB benadrukt in zijn brief dat het verhaal van de moeder geen opmaat mag zijn om medische zaken níet naar waarheid in te vullen. “In Nederland is er gelukkig extra steun in de reguliere schoolopleiding voor wie dat nodig heeft, anderzijds kan uit een gedragsdiagnose ook voortvloeien dat er extra en zorgvuldige procedures bij het CBR moeten worden doorlopen. Dat heeft de wetgever in Nederland in het belang van de verkeersveiligheid nu eenmaal bepaald.” 

Brauers vult aan: “De check is er niet voor niets. Niet mee eens? Die klacht moet je richten aan de overheid die de wetgeving heeft opgesteld, niet aan het CBR.” 

Veiligheid voorop

Het artikel vervolgt: “Kunnen zaken beter? Zeker, we houden de vinger aan de pols over de ontwikkelingen bij de medische afdeling van het CBR, die al maanden kampt met zeer lange doorlooptijden. Maar als derde partijen moeten worden ingeschakeld, is dat niet het CBR aan te rekenen.” 

Van Neck sluit zijn betoog af met de stelling dat iedereen een eerlijke kans moet krijgen, maar dat veiligheid voorop staat.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 30 Jul 2019 10:13:30 +0000

Vier op tien zzp’ers in rijschoolbranche heeft geen voorziening arbeidsongeschiktheid 

In de rijschoolbranche heeft 38,4 procent van de zelfstandigen zonder personeel geen verzekering of spaargeld achter de hand in het geval van arbeidsongeschiktheid. Dat blijkt uit eigen onderzoek van RijschoolPro.  

RijschoolPro zette een poll uit waarin aan zzp’ers in de rijschoolbranche werd gevraagd welke voorzieningen zij hebben getroffen voor eventuele arbeidsongeschiktheid. Uit een eerder onderzoek van TNO en het CBS bleek dat 41 procent van alle zzp’ers in Nederland geen voorzieningen heeft getroffen en dat terwijl een verzekering binnenkort verplicht wordt als onderdeel van het principe-akkoord pensioenen. 

Stand in de rijschoolbranche 

In de rijschoolbranche blijkt het percentage zelfstandigen dat niets heeft geregeld iets lager te liggen: 38,4 procent. De overige respondenten geven aan wél voorzieningen te hebben getroffen; iets meer dan een kwart heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov). 15,1 procent kiest voor een broodfonds en 14,2 procent heeft een eigen spaarpot voor noodgevallen. Tot slot geeft 6,5 procent aan arbeidsongeschiktheid op een ‘andere manier’ te regelen, zoals een combinatie van broodfonds, spaargeld en een aov. 

In het onderzoek van TNO en CBS, genaamd Zelfstandigen Enquête Arbeid, is aan 5.500 zelfstandig ondernemers gevraagd of en wat zij geregeld hebben voor eventuele arbeidsongeschiktheid. Aan het onderzoek deden enkele tientallen rijscholen en -instructeurs mee, een te kleine groep respondenten om concrete uitspraken te doen over deze branche. Dat was aanleiding voor RijschoolPro om te onderzoeken hoe het in de branche is geregeld; 232 mensen vulden de poll in. 

Zwaar beroep 

Het belangrijkste argument om geen verzekering af te sluiten zijn de kosten, die conclusie valt te trekken na het lezen van alle reacties op social media en de eigen website van RijschoolPro naar aanleiding van de berichtgeving. Enkele commentaren: ‘onbetaalbaar’, ‘te duur’ en ‘niet op te brengen’. Ook wordt aangehaald dat de verzekeringsproducten te ingewikkeld zijn, de kosten met de leeftijd oplopen en dat een aov niet aantrekkelijk is vanwege de lange periode die overbrugt moet worden voordat er verzekeringsgeld wordt uitgekeerd.

Rijinstructeur wordt door de meeste verzekeraars aangemerkt als zwaar beroep, dat bevestigt een woordvoerster van het Verbond voor Verzekeraars. Die classificatie zorgt ervoor dat een verzekering inderdaad kostbaar is. Hoeveel premie een rijinstructeur precies betaalt, is afhankelijk van verschillende factoren, zoals leeftijd, hoeveel je op de weg zit en de gekozen mate van dekking. 

Iets meer dan een kwart van de zzp’ers die de poll van RijschoolPro invulden, geeft aan wel een arbeidsongeschiktheidsverzekering te hebben afgesloten. Een reactie op facebook: “Ik had vijf jaar geleden een hartprobleem en was toen blij dat ik goed verzekerd was.” In de comments wordt de hoop uitgesproken dat de premie omlaag gaat bij een verplichte aov voor iedereen. “Als het draagvlak breder wordt, hoop ik dat dat premie met minstens een derde omlaag gaat.” 

Spaarpotje 

15,1 procent van de zzp’ers kiest voor deelname in een broodfonds, dat wordt in sommige comments aangemerkt als een ‘betaalbaar alternatief’. Bij een broodfonds verenigen ondernemers zich in een groep, variërend van dertig tot vijftig leden, die allemaal een maandelijks bedrag inleggen. Raakt een van de ondernemers arbeidsongeschikt dan krijgt hij of zij een bedrag van dit fonds uitgekeerd. 

Uit de poll blijkt dat spaargeld of beleggingen voor 14,2 procent van de zelfstandige rijinstructeurs de oplossing is om arbeidsongeschiktheid op te vangen. Onder meer ING biedt een speciale spaarrekening aan voor zzp’ers. “Een goede buffer is de som van je vaste lasten vermenigvuldigt met het aantal maanden dat je wil kunnen overbruggen”, stelt de bank. Een spaarpot kan tevens helpen om een stabiel inkomen te creëren ook voor de momenten dat je op vakantie bent of niet aan het werk bent vanwege bijvoorbeeld bijscholing. 

Combinatie 

Een klein gedeelte van de ondervraagden, 6,5 procent, geeft aan de inkomensdip bij eventuele arbeidsongeschiktheid op een andere manier op te vangen. Uit de reacties blijkt dat ‘anders’ met name inhoudt dat er gekozen wordt voor een combinatie van spaargeld, broodfonds of verzekering. Een persoon geeft in de comments aan het helemaal anders aan te pakken; hij koopt iedere maand een rijtje staatsloten. 

Lees ook:

 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 30 Jul 2019 07:46:01 +0000

‘100 Nederlanders rijbewijs kwijt in Frankrijk’

Wie in Frankrijk wordt betrapt op te hard rijden, loopt het risico dat het rijbewijs direct wordt ingevorderd. Dat gebeurde in 2017 bij 104 Nederlanders die minimaal 50 kilometer per uur te hard reden, blijkt uit cijfers die BNR heeft opgevraagd bij het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken.

Volgens het strenge Franse strafpuntensysteem krijgen Nederlandse snelheidsduivels 6 strafpunten, waarmee ze veroordeeld kunnen worden tot een rij-ontzegging van drie jaar. “Op het moment dat je in extreme mate onwenselijk verkeersgedrag vertoont – of dat nou in Nederland is of in het buitenland – moet de politie natuurlijk wel een middel hebben om dat tegen te gaan. Anders zou je vrolijk verder kunnen rijden”, aldus advocaat verkeersrecht Bert Kabel.

Een rij-ontzegging geldt volgens hem alleen in het land waar die is opgelegd.

Bron: ANP

Bron: Verkeerspro
Auteur: Frank van de Ven
Publicatie datum: Fri, 19 Jul 2019 09:18:21 +0000

CBR annuleerde rijexamens om hitte

Vanwege de aanhoudende warmte heeft het CBR vorige week 43 rijexamens uitgesteld. Het gaat om motor- en bromfietsexamens. “Het was simpelweg niet meer veilig en verantwoord”, zei een CBR-woordvoerster. De auto-examens zijn wel gewoon doorgegaan.

De beslissing om kandidaten wel of niet te laten afrijden bij hoge temperaturen wordt volgens de woordvoerster van geval tot geval bekeken, daar is geen specifiek protocol voor. “Examinatoren beslissen samen met collega’s of het verantwoord genoeg is. Kandidaten moeten een helm op en in sommige gevallen ook beschermende kleding dragen. Wanneer je dan rijdt in de volle zon en op heet asfalt is dat in sommige gevallen niet verantwoord.” BNR deed navraag bij het het instituut over afrijden in de hitte.

Bij een aantal CBR-kantoren was het volgens de woordvoerster vanwege de hoge temperatuur niet veilig en verantwoord om een examen af te nemen. Kandidaten van wie het rijexamen is afgelast, hoeven niet lang te wachten. Ze worden met voorrang behandeld en kunnen binnen twee weken alsnog afrijden.

Bron: ANP

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Mon, 29 Jul 2019 07:32:51 +0000

BOVAG: half miljoen auto’s ondanks extreme hitte op winterbanden

De mussen vallen van het dak, maar ondanks deze tropische hitte rijdt zo’n half miljoen personenauto’s nog steeds op winterbanden. Uit onderzoek van BOVAG blijkt dat 5,3 procent van de Nederlandse auto’s momenteel nog staat op winterbanden. Op een totaal wagenpark van bijna 9 miljoen komt dat overeen met 500.000 auto’s.

Brancheorganisatie BOVAG inspecteerde de afgelopen dagen bij temperaturen van bijna 40 graden in totaal 1.138 auto’s in Eindhoven, Utrecht en Zwolle. Bij zestig voertuigen werden winterbanden aangetroffen. Dit type banden is gemaakt van zachter rubber en bedoeld voor meer grip op een koud of besneeuwd wegdek.

Bij hoge temperaturen slijten deze banden sneller, zorgen ze voor meer rolweerstand en daarmee voor een hoger brandstofverbruik. Bovendien heeft de hitte een negatieve invloed op de wegligging van de auto, hetgeen voor gevaarlijke situaties kan zorgen. Het aantal komt overeen met resultaten van een eerdere steekproef. Bij een soortgelijke inspectie bij hoge temperaturen in juli 2018 bleek 5,7 procent van de Nederlandse auto’s op winterbanden te rijden.

Vierseizoenenbanden

Opvallend bij de inspectie was wel dat steeds meer auto’s zijn uitgerust met vierseizoenenbanden. Voor mensen die een halfjaarlijkse bandenwissel te veel moeite vinden en relatief weinig kilometers rijden, kan dit soort banden een uitkomst zijn. De auto’s die op winterbanden werden aangetroffen tijdens het onderzoek varieerden van groot tot klein, van oud tot nieuw en van duur tot goedkoop.

BOVAG adviseert automobilisten goed te kijken wat voor banden onder de auto zijn gemonteerd. Winterbanden zijn doorgaans te herkennen aan de vele groeven of ribbels in het loopvlak, als er al niet een commerciële, ‘winterse’ aanduiding op de zijkant staat. Bij twijfel kan altijd contact worden opgenomen met een autobedrijf en daar kan ook worden geadviseerd over het juiste schoeisel.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Remco Nieuwenbroek
Publicatie datum: Fri, 26 Jul 2019 06:28:28 +0000

Zzp’ers mogen prijsafspraken maken over minimuminkomen

Zelfstandigen mogen voortaan prijsafspraken maken met elkaar om zo hogere tarieven af te dwingen en tot een minimuminkomen te komen. Dat stelt toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) voor. De ACM maakt zich normaal gezien hard voor het tegengaan van prijsafspraken. 

Dat zzp’ers voortaan prijsafspraken mogen maken is te lezen in de ‘concept-Leidraad tariefafspraken zzp’ers’ van de ACM. Deze Leidraad sluit aan bij de initiatieven van het kabinet om de positie van zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt te verbeteren.

Het gaat niet om alle zzp’ers, maar vooral om de groep die zich gedwongen ziet zulke lage prijzen te vragen dat ze niet een bestaansminimum op kunnen bouwen en de groep zzp’ers die als enige bedrijfsactiviteit de levering van diensten door middel van hun eigen arbeid hebben.

Het kabinet heeft aangekondigd dat zij in 2021 een wettelijk minimumtarief voor zzp’ers van 16 euro per uur gaat invoeren. Hiermee wil het kabinet zzp’ers beschermen tegen armoede en voorkomen dat zij tegen een te laag tarief werken. Ook voorkomt het dat opdrachtgevers alleen vanwege lagere kosten kiezen om zelfstandigen. Omdat het kabinet dit voornemen heeft, zal de ACM in de periode voor invoering van het minimumtarief geen boetes opleggen bij afspraken tussen zzp’ers om dit minimumtarief nu al te realiseren.

Inkomen verbeteren

Op dit moment is het verboden voor zelfstandigen op collectieve prijsafspraken te maken, omdat zo oneerlijke concurrentie ontstaat en de prijs voor de consument hoger uit kan vallen. De Leidraad moet laten zien welke ruimte is er binnen de mededingingswet om wel afspraken te maken en zo het inkomen te verbeteren. 

Zelfstandigen kunnen dit doen door:  

  • Met hun opdrachtgevers gezamenlijk afspreken dat een hoger minimumtarief nodig is om op een bestaansminimum te komen.
  • “Zij-aan-zij” te werken met werknemers en daardoor geen onderneming zijn in de zin van de Mededingingswet
  • Onderling af te spreken om het door het kabinet aangekondigde wettelijke minimumtarief in de periode voor de invoering daarvan al te waarborgen; 
  • Met een kleine groep afspraken willen maken.

Geen wettelijk minimumloon 

Martijn Snoep, bestuursvoorzitter van de ACM: “Wij willen markten goed laten werken voor mensen en bedrijven. Markten werken niet goed als zzp’ers door lage uurtarieven onder het bestaansminimum komen.”

Zelfstandigen vallen niet onder een cao, en kunnen dus ook niet terugvallen op rechten die binnen een sector in de cao zijn vastgelegd. Ook geldt voor zzp’ers geen wettelijk minimumloon. 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Fri, 26 Jul 2019 06:20:39 +0000

Per saldo meer veiligheid door ADAS in auto’s

Auto’s uitgerust met ADAS (Advanced Driver Assistance Systems) hebben een overwegend gunstig effect op de verkeersveiligheid. Hoe groot die veiligheidswinst uiteindelijk is, is sterk afhankelijk van hoe automobilisten hun gedrag aanpassen aan het rijden met deze systemen. 

De veiligheidseffecten zijn beschreven in het vorige maand gepubliceerde SWOV-rapport Veiligheidseffecten van rijtaakondersteunende systemen. In het rapport beschrijft SWOV geavanceerde systemen wat er in de literatuur bekend is over het veiligheidseffect. Het is een metastudie, wat inhoudt dat het allerlei andere studies en testen samenvat. SWOV is het nationaal wetenschappelijk instituut voor verkeersveiligheidsonderzoek.

Waarschuwen of ingrijpen

Veertien systemen zijn onder de loep genomen, waaronder de Forward Collision Warning, Voetganger-/Fietserdetectie, het Lane Keeping System en Dodehoekverklikkers. Alle systemen hebben een positief effect op de verkeersveiligheid, hoewel het bij het ene systeem groter is dan bij het andere. 

Naast de verkeersveiligheid is in het onderzoek ook gekeken naar de accuraatheid van de systemen. Als het om waarschuwen of ingrijpen gaat, doen de systemen dan wat ze moeten doen in kritieke situaties? Geven ze geen valse alarmen? Grijpen ze niet in wanneer dat ook niet moet? 

Van elke onderzochte ADAS is een globale indicatie gegeven van het effect op de verkeersveiligheid. RijschoolPro zet hieronder een paar opvallende resultaten op een rij. Onderaan dit artikel zijn de resultaten van alle veertien systemen samengevat in tabel. 

Het onderzoek is door SWOV opgesteld in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, als bijlage bij het convenant van de ‘ADAS Alliantie’, ondertekend op 3 juni 2019 (zie ook: Nieuw convenant moet gebruik ADAS boost geven). 

Minder kop-staartbotsingen 

Het systeem Forward Collision Warning, FCW, waarschuwt de bestuurder door middel van een alarm wanneer de voorganger te dicht wordt genaderd. Het systeem remt niet automatisch af. FCW leidt soms tot minder oplettendheid bij de bestuurders, omdat ze te veel op het systeem gaan vertrouwen. Volgens de laatste gegevens leidt FWC tot een reductie van 20% in het aantal letselongevallen als gevolg van kop-staartbotsingen. Wel verschilt het effect van automerk tot automerk en zijn er automerken waarbij FCW geen reductie van het aantal kop- staartbotsingen lijkt op te leveren. 

Autonomous Emergency Braking, AEB, is een systeem wat wél ingrijpt als je te dicht op je voorganger rijdt. Dit leidt net als FCW tot minder kop-staartbotsingen. Uit studies blijkt zelfs dat wanneer alle auto’s hiermee uitgerust zouden zijn, er 43% minder van deze botsingen zouden gebeuren. 

Bestuurder verliest aandacht 

Wanneer ACC is ingeschakeld wordt niet alleen een vooraf ingestelde snelheid aangehouden (Cruise Control), maar wordt ook automatisch snelheid teruggenomen als een langzamer rijdende voorligger te dicht wordt genaderd. ACC is al een betrekkelijk oude ADAS die al in 1995 werd gebruikt. Door met ACC te rijden neemt de taakbelasting voor de bestuurder af, maar neemt ook de neiging toe om onder het rijden andere activiteiten te ondernemen, zoals telefoneren

Dodehoekverklikkers kunnen er ook voor zorgen dat de bestuurder zelf minder scherp is. Dit systeem waarschuwt  de bestuurder als er zich een voertuig in de dode hoek bevindt. Het is bekend dat door vuil op de sensoren, voertuigen niet meer worden opgemerkt. Ook zijn er dodehoekverklikkers die moeite hebben om kleinere voertuigen, zoals motoren, te detecteren. Het is mogelijk dat bestuurders te veel gaan vertrouwen op de verklikker waardoor ze zelf minder goed opletten. 

Achteruitrijcamera’s

Achteruitrijcamera’s verminderen het botsingen bij het bij achteruitrijden behoorlijk. Uit onderzoek op basis van gegevens van verzekeringsmaatschappijen blijkt dat een achteruitrijcamera zonder koppeling met een parkeersensor botsingen bij het achteruitrijden met 17% vermindert. Wanneer de achteruitrijcamera wel is gekoppeld aan een parkeersensor, is dit zelfs 78%. 

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 25 Jul 2019 08:39:07 +0000

De lessen van het Vlaamse terugkom-moment

Jonge bestuurders maken de meeste brokken. Reden voor Vlaanderen om het zogeheten terugkom-moment in te stellen, een nascholing waarin wordt ingezoomd op situaties die het vaakst leiden tot (dodelijke) ongevallen. 

Het terugkom-moment in Vlaanderen is sinds januari 2019 ingesteld om het aantal ongevallen op de weg terug te dringen. Het terugkom-moment is een opleiding van vier uur en vindt plaats in een groep van zes tot achttien personen. Normaal gezien volg je dit zes tot negen maanden na het behalen van je rijbewijs, je wordt hiervoor opgeroepen en het volgen ervan is verplicht. De kosten zijn 102 euro. Na het terugkom-moment hoeft geen examen te worden afgelegd. Sinds februari dit jaar worden de terugkom-momenten aangeboden bij erkende verkeersscholen. Iedereen die na 1 oktober 2017 zijn of haar rijbewijs B heeft gehaald krijgt een oproep. 

Programma

Het programma van het terugkom-moment bestaat uit drie onderdelen: 

  • Een korte kennismaking; 
  • Een aantal praktische oefeningen waarbij de terugkomers zelf achter het stuur van de lesauto kruipen. Op een afgesloten terrein worden verschillende verkeersrisico’s behandeld, zoals appen achter het stuur, remafstand bij een noodstop, de invloed van alcohol en drugs op rijvaardigheid (onder andere met een alcoholbril) en uitwijkmanoeuvres op de slipbaan; 
  • Een afsluitend groepsgesprek over onder meer groepsdruk bij alcoholgebruik, sportief rijgedrag en te hard rijden. 

Bewustwording 

Er moet meer aandacht worden besteed aan de bewustwording van verkeersveiligheid onder bestuurders. En dan met name onder jonge, beginnende bestuurders. Deze groep is oververtegenwoordigd als het gaat om enkelvoudige ongelukken, dat stelt de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Voor mannen tussen de 18 en 25 jaar is het risico zelfs tien keer zo hoog. Volgens het CBS steeg het aantal overleden inzittenden van een personenauto onder Nederlandse jongeren tussen de 15 tot 25 jaar van 34 doden in 2017 naar 52 in 2018. 

Het terugkom-moment

Het Vlaamse terugkom-moment is onder andere gebaseerd op vergelijkbare modellen uit Finland en Oostenrijk waar het ongevallencijfer tot 28 procent gedaald is. In Vlaanderen zijn de eerste reacties zeer positief, zowel onder beginnend bestuurders als onder de rijscholen. In Nederland zijn er initiatieven die inspelen op verkeersveiligheid onder beginnend bestuurders, maar een verplichte of landelijk geregelde oplossing is er niet.

In deze video wordt het terugkom-moment uitgelegd in één minuut:


Vlaanderen als voorbeeld 

Grote volumes maken wordt door regelgeving en verplichting natuurlijk een stuk eenvoudiger, maar het is natuurlijk een idee om nu al te denken over het maatschappelijke belang hiervan. Het aanbieden van een terugkom-moment voor geslaagde leerlingen kan een onderscheidende factor zijn. Dation heeft een online verwerkingsmethode voor Belgische rijscholen ontwikkeld om de volledige inschrijving van terugkom-momenten, van aanmelding tot online betaling, via de website te verwerken. De softwareontwikkelaar noemt het terugkommoment een onderscheidend argument voor ‘kwalitatieve rijscholen die zich hard maken voor de veiligheid in hun regio’. 

In Gent hebben vijf erkende rijscholen zich samengevoegd onder de naam My Generation Drive en bieden hierin de terugkom-momenten aan. In de eerste maand hebben zich ruim vijfhonderd leerlingen online aangemeld via de verwerkingsmethode en hebben het terugkom-moment gevolgd.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 24 Jul 2019 07:50:39 +0000