Luchtwachters moeten gemeenten controleren op aanpak luchtvervuiling

De rechter oordeelde afgelopen najaar dat de Nederlandse Staat op een zo kort mogelijk termijn moet zorgen dat de luchtkwaliteit overal in Nederland aan de wettelijke Europese norm voldoet. Om dat te controleren, stelt Milieudefensie luchtwachters in. Dit zijn inwoners die controleren of gemeenten en het Rijk het vonnis van de rechter over gezonde lucht goed uitvoeren.

Wat het oordeel van de rechter betekent voor rijschoolhouders is nog niet duidelijk. Milieudefensie pleit al langere tijd voor oplossingen die effect kunnen hebben op de rijschoolbranche, zoals het invoeren van lagere maximumsnelheden, milieuzones en autoluwe steden. Luchtwachters moeten nu toezien of een gemeente zich houdt aan de wettelijke norm.

‘Ongezonde lucht’

De wettelijke norm werd in 2016 op minstens 95 plekken in het land overschreden, vaak in de buurt van intensieve veehouderijen en drukke wegen, met name in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Arnhem, Den Bosch en Eindhoven. Maar ook op de plekken waar de lucht wel voldoet aan de huidige normen, is de lucht volgens de Wereldgezondheidsorganisatie toch ongezond, weet Milieudefensie. In de hoop de normen aangescherpt te krijgen, voert het nog een bodemprocedure.

Luchtwachters

Om te controleren of gemeenten en het Rijk het ‘gezonde-lucht’-vonnis van de rechter goed uitvoeren, stelt Milieudefensie luchtwachters aan die de luchtkwaliteit op zulke plekken moeten meten. Naast het vastleggen van de luchtkwaliteit, moeten de luchtwachters de druk opvoeren bij lokale politici, acties organiseren en mensen bewust maken van de luchtvervuiling in hun stad, stelt campagneleider Anne Knol.

Er zijn voldoende maatregelen voorhanden om de luchtkwaliteit te verbeteren, benadrukt de organisatie: gemeentes kunnen bijvoorbeeld openbaar vervoer, de fiets en deelauto’s stimuleren, milieuzones instellen of voor autoluwe steden zorgen.

Lees ook: Milieudefensie wint kort geding gezonde lucht

Bron: Verkeerspro
Auteur: Willem de Hoog
Publicatie datum: Mon, 06 Nov 2017 12:03:24 +0000

Steeds meer motorrijders door groeiend fileprobleem

Nederland is sinds het begin van dit jaar zo’n 20.000 motorrijders rijker. Dit is ruim 13 procent meer dan dezelfde periode vorig jaar. Dit komt naar voren uit een analyse van CBR-cijfers door Bovag en Rai Vereniging. Volgens de twee organisaties ligt de stijgende file- en parkeerproblemen hieraan ten grondslag.

Motorrijden blijkt steeds populairder. In 2016 slaagden er na drie kwartalen 17.549 voor het AVD-examen. In 2017 zijn dit er al 19.837, ruim 13 procent meer. De verkoopcijfers nemen de laatste jaren ook toe. Tot en met september zijn er 2,5 procent meer nieuwe motorfietsen verkocht ten opzichte van vorig jaar.

Alternatief file

Volgens Bovag en Rai is de stevige groei van motorrijden van de afgelopen jaren niet wonderlijk. Enerzijds zien zij de aantrekkende economie als gunstige factor. Daarnaast moeten sommige weggebruikers steeds vaker op zoek naar alternatieven voor de groeiende files en parkeerproblemen. In 1990 telde Nederland 160.177 motorfietsen. Op dit moment staan er 720.163 motors geregistreerd, ongeveer 4,5 keer zo veel.

Volgens Arjan Everink van de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging is de populariteit van de motor te wijden aan een samenloop van omstandigheden. “Nederlanders hebben de laatste jaren over het algemeen meer te besteden. In het westen zie je een steeds groter file- en parkeerprobleem, waardoor de weggebruiker een bewuste keuze maakt over het vervoersmiddel. Daarnaast is motorrijden aanstekelijk, en zie je trends zoals de caféracer. ”

Mannending

Het aantal vrouwen dat het motorrijbewijs haalde steeg ook met 13 procent ten opzichte van vorig jaar. Toch is 79 procent van de geslaagden in 2017 een man. Hoewel dit volgens Everink van oudsher zo is, zijn er volgens hem steeds meer vrouwen die op een tweewieler stappen. “Dit is niet gek. In Nederland rijden we over het algemeen op grote motoren, maar de laatste jaren komen er steeds meer kleinere modellen op de markt. Een groot voordeel voor vrouwen.”

Lees ook: Reserveren van A-examen met code 80 is al mogelijk

Bron: Verkeerspro
Auteur: Willem de Hoog
Publicatie datum: Mon, 06 Nov 2017 07:54:57 +0000

Hogere slagingskans bij Rijopleiding op Maat

Leerlingen die hebben deelgenomen aan de Rijopleiding op Maat hebben een hogere kans van slagen en hebben minder kans op een verkeersongeval. Dat is een van de resultaten die donderdagavond werden gepresenteerd bij het Vervoerscollege in Venlo. De Rijopleiding op Maat is een pilot in Noord-Limburg waarbij de nadruk ligt op het opleiden van sociale en veilige bestuurders. De initiatiefnemers willen het project landelijk doorontwikkelen.

De proef is in 2015 van start gegaan. Jonge rijbewijskandidaten worden in dit project zowel voor als na het behalen van het rijbewijs begeleid door een rijcoach. De Rijopleiding op Maat (ROM) is een initiatief van het Regionaal Mobiliteitsoverleg Noord-Limburg (RMO) in samenwerking met onder meer rijschool Ruud Rutten, rijschool Wim Ummenthum, Cito en onderzoeksbureau Royal HaskoningDHV. De betrokken partijen ondertekenden donderdagavond tevens een ‘Verklaring van nieuwsgierigheid voor de pilot Jonge Automobilisten’.

Vier modules

De opleiding is te vergelijken met de Rijopleiding in Stappen van het CBR, maar wijkt ook op een aantal onderdelen daarvan af. De deelnemende leerlingen leggen voorafgaand aan de rijopleiding een test af om te meten hoe veilig en sociaal ze op dat moment al deelnemen aan het verkeer. “We kijken naar het gedrag dat ze als fietser hebben”, vertelt Erik Roelofs, toetsdeskundige bij Cito. “Ook letten we op hun denkstijl: geven ze bijvoorbeeld andere verkeersdeelnemers continu de schuld wanneer iets niet goed gaat?”

De ROM-opleiding bestaat uit vier modules. Per module krijgen ze met steeds moeilijkere situaties te maken. “Naarmate de bekwaamheid van de leerling toeneemt, verandert de rol van instructeur meer naar die van een coach.” Na elke module wordt zowel de leerling als de rijinstructeur beoordeeld. Ook de rijcoaches worden namelijk in deze pilot getraind. “Zij leren om per stadium op verschillende manieren te coachen.” Na een half jaar is er een terugkomdag, waarbij de jonge rijbewijsbezitte onder diverse omstandigheden een rijstijltest aflegt, waarbij ook op denkfouten wordt gelet.

Op basis van de resultaten van 112 deelnemende leerlingen, blijkt dat zij gemiddeld 1.23 examenpogingen hebben gedaan voordat ze slaagden voor het praktijkexamen. De onderzoekers hebben ook een groep jongeren ondervraagd die een reguliere rijopleiding hebben gevolgd. Hun aantal examenpogingen lag op 1.69. Daarnaast ligt het aantal aanrijdingen per miljoen kilometer een stuk lager bij de pilotleerlingen: 12, tegenover 66 bij de reguliere opleiding.

De tekst gaat verder onder de foto.

Symposium Rijopleiding op Maat bij het Vervoerscollege in Venlo

Beurs voor rijopleiding

De werkgroep wil de pilot nu ook in andere delen van het land introduceren. “Het liefste ook met leerlingen die wat lager opgeleid zijn. Nu werkten we vooral met havo/vwo-leerlingen”, vertelt Roelofs. Daarnaast zien de initiatiefnemers graag een soort keurmerk voor rijscholen die de Rijopleiding op Maat aanbieden. “Leerlingen die bij een van deze gecertificeerde rijscholen hun opleiding hebben gevolgd, kunnen dan het ‘Certificaat Sociaal Rijgedrag’ op hun cv zetten.”

Om de rijopleiding voor iedereen mogelijk te maken, zien de initiatiefnemers het liefste een fonds verschijnen waar ook de jongeren uit kunnen putten die minder te besteden hebben. Wanneer zij een kwalitatief goede rijopleiding volgen, is de kans op ongelukken onder deze doelgroep ook lager waardoor de miljarden euro’s die Nederland kwijt is aan de gevolgen van verkeersongevallen ook zal afnemen. Dat geld kan dan weer mooi naar de het fonds, is de gedachte.

Meer onderzoek

Petra Delsing, directeur van het CBR, vertelde tijdens de bijeenkomst dat ze zeer enthousiast is over dit project. Het CBR functioneerde in deze pilot als een klankbord. “Als CBR hebben wij als missie ‘veilig thuiskomen’ en de klant zo goed mogelijk bedienen. Tien jaar geleden hebben we de RIS ontwikkeld. Daar zijn we fier op. Deze pilot is in hetzelfde gedachtegoed ontwikkeld.” Ook Delsing ziet graag een uitbreiding van deze proef. “Ik zou heel graag meer onderzoek en meer data willen. Hoewel 112 kandidaten een goede indicatie is, hebben we meer stevigheid nodig. Als dit soort pilots op meer plekken kunnen komen, kan dat aantonen: wat is een goede opleiding? Ook kunnen we dan kijken hoe we zo goed mogelijk kunnen examineren. Zo kunnen we samen werken aan ‘veilig thuiskomen’.”

Ook Peter van der Knaap, directeur van SWOV, hoopt dat de pilot wordt doorontwikkeld. “Het sociale aspect van deze rijopleiding is heel belangrijk, het leren rekening te houden met andere weggebruikers. Het zou mooi zijn als samen met verzekeraars wordt onderzocht of dit project ook echt tot minder schade leidt, wat vervolgens ook misschien kan leiden tot een lagere premie.”

Ruud Rutten en Wim Ummenthum blijven de Rijopleiding op Maat aanbieden. Geïnteresseerde rijschoolhouders kunnen zich melden bij Rutten.

Lees ook: Rijopleiding op Maat begeleidt leerlingen ook na het rijbewijs

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 03 Nov 2017 12:03:21 +0000

‘Ouders gaan ervan uit dat een rijschool goed verzekerd is’

Leerlingen en ouders informeren nauwelijks naar de verzekering van een rijschool. ‘Daar is nu terrein te winnen in onze voorlichting naar ouders en leerlingen, want de lesprijs wordt immers mede bepaald door dit soort zaken’, schrijft Peter van Neck, voorzitter van branchevereniging VRB, in zijn column op Rijschoolpro. De VRB-voorzitter zal de komende tijd regelmatig met een column verschijnen op deze website.

Als rijschoolhouders/rij-instructeurs en –trices weten wij inmiddels wat de standaardvragen zijn wanneer een aankomende leerling informatie bij ons komt inwinnen. De vragen: “Wat kost een rijles bij u?” en “Hoeveel lessen heb ik nodig?”, zijn ongetwijfeld de meest voorkomende vragen. Als serieuze vakmensen weten wij natuurlijk dat dit vragen zijn die erg weinig zeggen over onze kwaliteiten, maar ook dat deze vragen niet de allerbelangrijkste zijn.

Vroeger, net nadat de rooksignalen en de postduiven waren afgeschaft, werden we nog wel eens opgebeld, veelal door ouders van toekomstige leerlingen, om informatie te verkrijgen. Na die twee inleidende vragen had je dan in ieder geval de kans om het gesprek zodanig in te richten dat je iets meer kon uitleggen over hoe een lesprijs tot stand komt, dat je door de telefoon weinig kan zeggen over aanleg en motivatie van de leerling, en dus niet zomaar in kunt schatten hoeveel lessen er nodig zijn. Bovendien kon je dan ook duidelijk maken dat er meer zaken belangrijk zijn om voor een bepaalde rijschool te kiezen.

Wanneer je rijles geeft voor een appel en een ei, zal hierop bezuinigd worden

Maar ook het telefoneren is ouderwets geworden en ouders mogen of nog erger: willen zich vaak niet meer met de rij opleiding bemoeien, want dat kan hun kind prima zelf regelen denken ze. Dus die kans om extra uitleg te geven wordt ons ontnomen. Want krijgt u regelmatig de vraag gesteld of en hoe u verzekerd bent? En of de leerling in geval van een ongeluk/aanrijding met ernstige gevolgen niet ineens met lege handen komt te staan voor wat betreft de afhandeling van alle medische zaken en alles wat daaruit voortvloeit?

Je zou zeggen dat dit zeker de ouders moet interesseren, maar men denkt er meestal niet eens aan of gaat ervan uit dat dit “toch wel geregeld zal zijn”. Kijk, en daar is nu terrein te winnen in onze voorlichting naar ouders en leerlingen, want de lesprijs wordt immers mede bepaald door dit soort zaken. Wanneer je rijles geeft voor een appel en een ei, zal hierop bezuinigd worden. Onlangs gebeurde er een ernstig ongeval, dat gelukkig wonderbaarlijk goed afliep, tijdens een rijexamen, waarbij de lesauto op de spoorwegovergang tot stilstand kwam terwijl de trein aan kwam razen. En dan mag je dus hopen dat alles goed is afgedekt.

Steeds meer verzekeringsmaatschappijen willen geen lesauto’s meer verzekeren

Check dus je verzekeringsvoorwaarden, vooral omdat blijkt dat er steeds meer verzekeringsmaatschappijen geen lesauto’s meer willen verzekeren. Als VRB-lid kunt u zich verzekeren bij Boelaars & Lambert, waar de lesautoclausule wel mogelijk is en het geeft toch rust wanneer je weet dat alles goed geregeld is. En ouderwets bellen mag ook met Boelaars & Lambert of met welke verzekeringsmaatschappij dan ook, maar regel het goed!

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 03 Nov 2017 09:36:34 +0000

Overgangsregeling 2toDrive: hoe zit het nu precies?

Het bericht over veranderingen bij 2toDrive zorgde afgelopen week voor onrust binnen de rijschoolbranche. Het experiment waarbij jongeren op hun 17e hun rijbewijs kunnen halen, heeft zes jaar met succes gedraaid en zou worden vastgelegd in de wet. Op 1 november liep dit experiment af, terwijl de wetgeving nog niet rond is. Naar verwachting wordt dit begin 2018. Wat betekent dit voor leerlingen?

2toDrive is een experiment waarbij jongeren onder begeleiding van een ervaren bestuurder rijervaring opdoen. Vanaf hun 16e jaar kunnen ze het theorie-examen afleggen en vanaf 16,5 jaar mogen ze rijles volgen. Wanneer ze 17 jaar zijn, mogen ze het rijexamen afleggen. Tot hun 18e rijden ze dan onder begeleiding van een ervaren bestuurder.

Leerlingen van 16 jaar of ouder

Voor jongeren die op 1 november al de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt, geldt een overgangsregeling. Voor hen verandert er niets. Zij kunnen nog steeds hun rijbewijs halen vanaf hun 17e. Voor deze groep geldt het vaste schema van 2toDrive:

  • Is de leerling op 1 november 2017 16 jaar of ouder? Dan mag hij starten met het halen van het theorie-examen.
  • Vanaf 16,5 jaar mag hij praktijklessen volgen en de begeleiderspas aanvragen.
  • Wanneer de leerling 17 jaar is geworden, mag hij rijexamen doen.
  • Heeft hij zijn rijbewijs gehaald? Dan kan hij tot zijn 18e in de auto rijden samen met zijn begeleider(s).
  • Vanaf zijn 18e mag hij zelfstandig de weg op.

Leerlingen die nog geen 16 zijn

Jongeren die pas na 1 november 16 jaar worden, kunnen geen examens afleggen tot de nieuwe wet is ingevoerd. Maar omdat de verwachting is dat de wet begin 2018 rond is, geeft het CBR aan dat deze groep wel alvast kan starten met theorielessen, ze kunnen alleen nog even geen theorie-examen afleggen zolang de wet nog niet definitief ingevoerd is.

Het volgen van rijlessen is sowieso pas toegestaan als de leerling 16,5 jaar is. Het CBR verwacht dat als deze leerlingen de leeftijd van 16,5 jaar bereikt hebben, de wet al definitief is: “Naar verwachting treedt deze wet in begin 2018 in werking, waarmee verwacht wordt dat deze jongeren in ieder geval gewoon kunnen starten met praktijklessen als zij 16,5 jaar zijn.”

Lees ook: Wet 2toDrive niet rond: deel van jongeren moet wachten

Wil je ook elke week de gratis nieuwsbrief van RijschoolPro ontvangen? Vul hier jouw e-mailadres in:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 02 Nov 2017 09:38:30 +0000

Automobilist weet zich geen raad met nieuwe technologie

Automobilisten maken nog maar weinig gebruik van rijtaakondersteunende systemen (ADAS). De bestuurders zijn hier vaak niet bekend mee, terwijl de technologie wel een belangrijke rol heeft bij het terugdringen van het aantal slachtoffers in het verkeer én bij het verbeteren van de doorstroming op de weg. Dat blijkt uit onderzoek van Connecting Mobility in samenwerking met Rai Vereniging en Vereniging Zakelijke Rijders (VZR).

Sinds 2012 zijn steeds meer nieuwe auto’s uitgerust met slimme ondersteunende systemen zoals Lane Departure Warning, Emergency Brake of Adaptive Cruise Control: systemen die ervoor zorgen dat auto’s steeds meer zelf kunnen rijden maar bovenal gevaarlijke situaties tijdig herkennen en ingrijpen. ADAS wordt steeds meer gemeengoed. Uit het onderzoek blijkt echter dat de potentie van deze systemen niet voldoende wordt benut.

Weinig kennis

Uit onderzoek van verkeerspsycholoog Ilse Harms (Connecting Mobility) onder 1.355 zakelijk rijders blijkt dat deze systemen nog maar weinig worden gebruikt. Harms: “De ondervraagde automobilisten weten vaak niet met welke technologie hun auto is uitgerust, hebben de technologie niet bewust aangeschaft (de systemen zitten standaard in het pakket) of hebben onvoldoende instructies gehad. Tegelijkertijd blijkt dat de mensen die wél weten welke systemen er in hun auto zitten en er bekend mee zijn, deze eerder aanzetten en gebruiken.” Slechts 24 procent van de bestuurders ontving bij de autodealer instructies over ADAS. Bijna de helft van de bestuurders probeerde ADAS tijdens het rijden uit.

Verschillende namen

Uit het onderzoek kwam eveneens naar voren dat de naamgeving van systemen niet altijd overeenkomt met wat mensen denken dat het systeem doet. Bovendien hanteren verschillende automerken verschillende namen voor dezelfde functies.

Er blijkt ook een groot verschil te zitten tussen wat de ondervraagden dachten dat een systeem doet, ten opzichte van wat het systeem daadwerkelijk doet. In de verschillende namen kwam bijvoorbeeld geen onderscheid naar voren tussen systemen die alleen waarschuwen (bijvoorbeeld bij het overschrijden van de rijbaanscheiding) of ook daadwerkelijk ingrijpen. Een richtlijn voor namen, symbolen en functionaliteiten zou volgens de onderzoekers ervoor zorgen dat de bestuurders beter weten met welke systemen en functionalisteiten hun voertuigen zijn uitgerust.

Opmaat naar zelfrijdende auto

Nieuwe technologische ontwikkelingen in auto’s kunnen nu en in de toekomst echt het verschil gaan maken, zegt Steven van Eijck voorzitter van Rai Vereniging: “De persoonlijke en maatschappelijke impact van een (dodelijk) verkeersongeval is enorm. ADAS is juist ontwikkeld om de veiligheid van zowel de bestuurder, inzittenden als andere weggebruikers te vergroten, maar dan moeten ze wel optimaal worden benut. De grootste uitdaging is niet de technologie maar de aanschaf en het gebruik ervan.”

Daarnaast vormt een aantal van deze systemen de opmaat naar zelfrijdende auto’s, zegt Jan van Delft van VZR: “En juist die ontwikkeling gaat een belangrijke rol spelen bij de aanpak van files, maar dan moet de bekendheid, gebruik en acceptatie wel omhoog.”

Nieuwe ADAS-rijopleiding

Ook in de rijschoolbranche wordt momenteel veel gediscussieerd over het gebruik van rijondersteunende systemen in de rijopleiding en het examen. Veronica Verkeersschool uit Utrecht is onlangs begonnen een ADAS-rijopleiding in samenwerking met Opel. Twee bekende vloggers doen de komende maanden verslag van een rijopleiding in een Opel Astra die uitgerust is met alle rijondersteunende functies van Opel. Ernest Alvares, directeur van Veronica Verkeersschool, wil met deze opleiding ook het CBR uitdagen en aftasten wat wel en niet is toegestaan tijdens het rijexamen.

Lees ook: Veronica Verkeersschool daagt CBR uit met ADAS-rijopleiding

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 01 Nov 2017 11:10:07 +0000