Checken van bevoegdheid rijinstructeurs eenvoudiger gemaakt

Het is voor leerlingen en ouders toegankelijker geworden om de WRM-bevoegdheid van een rijinstructeur te controleren. Het invullen van de achternaam van een opleider is nu voldoende om de gegevens uit het register op te vragen.

Het toegankelijker maken van de bevoegdheidschecker van IBKI was al lange tijd een wens van de brancheverenigingen. Het was altijd al mogelijk om op de site van IBKI te controleren of iemand WRM-bevoegd is, maar daarvoor moest de leerling wel de geboortedatum invullen van de betreffende rijinstructeur. Pas dan werd het IBKI-register toegankelijk. Dat maakte het voor velen onmogelijk de informatie op te vagen.

Informatie

Wie informatie uit het register heeft opgevraagd, ziet nu de voor- en achternaam van de instructeur, het geboortejaar en de datum waarop de geldigheid van het certificaat afloopt. Ook staan de rijbewijscategorieën vermeld waar de instructeur les in mag geven.

Overigens is het mogelijk dat er een datum staat aangegeven die verder gaat dan vijf jaar. “Een instructeur van wie de bevoegdheid in 2021 afloopt, kan nu al alle bijscholingen hebben gevolgd. In dat geval is de einddatum van 2026 te zien”, legt IBKI-directeur Jim Schouten uit.

Promoten

De bevoegdheidschecker is enkele weken geleden al aangepast. De brancheverenigingen zijn ingelicht, maar verder heeft IBKI hier geen ruchtbaarheid aan gegeven. Dat was niet bewust, vertelt directeur Schouten. Hij zegt dit alsnog in gang te willen zetten.

Lees ook: Nieuwe maatregelen CBR: unieke inschrijving rijschool verplicht

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 07 Mar 2019 07:05:18 +0000

‘Onvoldoende elektrische auto’s om klimaatdoelen te halen’

Het huidige klimaatplan voor de CO2-reductie van personenauto’s houdt onvoldoende rekening met de verwachte beschikbaarheid van elektrische auto’s. Dat concludeert RAI Vereniging in reactie op de doorrekening van de klimaatplannen van het kabinet. 

Volgens de autobranchevereniging zijn er de komende vijf jaar nog niet voldoende elektrische auto’s beschikbaar om de CO2-doelen te realiseren. RAI wil dat de komende jaren ook andere soorten auto’s die weinig uitstoot veroorzaken worden gestimuleerd, zoals hybride-auto’s. “Daarna is er een voldoende breed en gevarieerd aanbod van waterstof- en batterij-elektrische auto’s op de Nederlandse markt beschikbaar – voor iedere portemonnee en voorkeur.”

De klimaatplannen die het kabinet heeft laten doorrekenen, zorgen in 2030 voor een vermindering van de uitstoot van CO2 tussen de 43 en 51 procent ten opzichte van 1990. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), dat de voorstellen heeft geanalyseerd, maakt daaruit op dat het doel van 49 procent waarschijnlijk niet wordt gehaald.

Gissen

Het PBL denkt dat met het concept-klimaatakkoord wel “grote stappen” kunnen worden gezet. Maar er is nog “veel werk aan de winkel.” Alleen in het gunstigste scenario wordt de doelstelling gehaald, maar als alles tegenzit bij lange na niet. Het planbureau wijst op onzekerheden over het precieze effect van de voorgestelde maatregelen.

Om die onzekerheden weg te nemen moeten politieke keuzes worden gemaakt. Daarnaast wijst het PBL erop dat nog moeilijk valt te voorspellen hoe burgers en bedrijven op de veranderingen zullen reageren. Bijvoorbeeld naar de snelheid waarmee mensen overstappen op elektrische auto’s blijft het toch gissen.

Onduidelijk en onvoldoende

Vooral in de industrie ziet het PBL een groot risico dat de doelstelling niet wordt gehaald. Het planbureau wijst op grote onzekerheden die kleven aan de regeling die bedrijven moet verleiden tot verduurzaming. Ook het Centraal Planbureau, dat de klimaatmaatregelen eveneens heeft doorgerekend, vindt dat voorstel te onduidelijk en onvoldoende uitgewerkt. Of een alternatief plan van de linkse oppositie voor een CO2-heffing beter werkt, is nog onduidelijk. Een doorrekening daarvan volgt medio april.

De kosten van de voorstellen tellen volgens het PBL op tot op 1,6 tot 1,9 miljard euro per jaar in 2030. Dat is aanzienlijk minder dan vorig jaar naar voren kwam uit een eerste analyse van de hoofdlijnen van het klimaatakkoord. Vooral bij de opwekking van elektriciteit en in de industrie vallen de extra kosten mee.

BOVAG

De BOVAG sluit zich bij RAI Vereniging aan en is ook van mening dat een BPM-verhoging een averechts klimaateffect heeft. Algemeen voorzitter Bertho Eckhardt van BOVAG: “Een hogere BPM zorgt voor minder nieuwverkoop en dan zal de CO2-uitstoot minder hard dalen dan was voorzien. Daarnaast dalen de ingeboekte BPM-inkomsten als de verkoop van benzine- en dieselauto’s daalt en dan zijn er straks dus weer nieuwe maatregelen nodig om het benodigde geld op te halen en om alsnog de klimaatdoelstellingen te halen. Met zulk beleid gaat dit proces zich telkens herhalen en blijf je onnodig geld rondpompen. Wij zien dat het forceren van heel hoge verkoopaantallen elektrische auto’s op korte termijn tot duur beleid leidt, met grote en ongewenste neveneffecten. Terwijl als we net wat verder kijken, we zien dat de elektrische auto binnen tien jaar met veel minder ondersteuning van de overheid voor elke autokoper aantrekkelijk en bereikbaar wordt.”

RAI Vereniging voorzitter Steven van Eijck: “In vergelijking met ons omringende landen in Europa hebben wij een verouderd wagenpark. Dat wordt komende jaren alleen maar erger. Sinds 2012 is de gemiddelde BPM op benzine en dieselauto’s al met zo’n 56 respectievelijk 83 procent gestegen. Dat staat haaks op de afspraken met het kabinet om de BPM juist af te bouwen. Het is onbegrijpelijk dat het kabinet een maatregel overweegt dat onze gezamenlijke klimaat-, milieu- en verkeersveiligheidsambities juist ondermijnt. Een hogere BPM leidt tot meer uitstoot van CO2 en schadelijke stoffen, minder verkeersveiligheid en nog meer files. Wij hebben voldoende ideeën om die ambities op een voor iedereen betaalbare en haalbare manier in te vullen en gaan graag met het kabinet daarover in gesprek.”

Bron: ANP/RAI Vereniging

Bron: Verkeerspro
Auteur: Redactie
Publicatie datum: Fri, 15 Mar 2019 07:43:09 +0000

‘Rijscholen kunnen veel van elkaar leren’

Het was niet eens zo gepland: in één jaar het 60-jarig jubileum vieren plus de opening van een nieuw pand. Maar voor Juanita en Sarto van Rijswick, directeuren van Opleidingscentrum DIBO in Emmen, komt het heel mooi samen. RijschoolPro nam een kijkje bij het familiebedrijf in Emmen. Het terugkerende thema: samenwerking tussen rijscholen. Of het nu om financiële zaken gaat, de toekomst van de rijschoolbranche of om hele praktische tips, zoals de aankleding van het nieuwe pand.

“Kijk, we hebben haar schriftje nog.” Juanita van Rijswick slaat een boekje open, waar op vergeelde blaadjes een lijst met namen te zien is. Het is de handschrift van de moeder van Juanita, Diny Modderman. Zij begon zestig jaar geleden haar eigen rijschool en noteerde in het schriftje de namen van haar leerlingen en de datum waarop ze geslaagd zijn. De eerste rijles was op 5 januari 1959, in een Renault Dauphine.

DIBO is een samenstelling van de namen Diny en Boy Modderman, de ouders van Juanita. Zij leerden elkaar kennen via hun rijscholen, beiden gaven rijles. Al was het voor vader Boy een bijbaantje. Het was dus vooral moeder Diny die de basis heeft gelegd van het bedrijf. Een vrouwelijke rijinstructeur was in die tijd niet vanzelfsprekend. “Toch zal het voor mijn moeder niet heel bijzonder zijn geweest. Ze kwam van een boerderij, was gewend om te werken. Haar moeder was haar voorbeeld: zij was weduwe en stond er helemaal alleen voor.”

Ik dacht, ik help mijn vader en mijn zus even, dan ga ik daarna op zoek naar een echte baan.

Opleidingscentrum DIBO bestaat inmiddels uit twintig man personeel en beschikt over zo’n zestig voertuigen. Juanita en Sarto vormen samen de directie. Juanita was tijdens haar jeugd helemaal niet van plan om de rijschool over te nemen. Dat zou ze aan haar zus Laetis overlaten. Zelf deed ze de hotelschool, waar ze Sarto leerde kennen. Maar in 1994 veranderden de plannen. In dat jaar overleed haar moeder, die nog maar 58 jaar oud was. “Dat DIBO niet meer zou bestaan, vond ik geen optie. Dus ik dacht, ik help mijn vader en mijn zus even, dan ga ik daarna op zoek naar een echte baan.” Lachend: “Dat werd uiteindelijk de slipbaan.”

Zonder dat ze het wist, werd Juanita door haar zus opgegeven voor de instructeursopleiding. “Ik wilde helemaal geen instructeur worden, maar mijn zus vond dat ik toch maar mijn papieren moest halen, want dan wist ik tenminste waar het over gaat.” Binnen een jaar had ze haar opleiding afgerond, voor alle rijbewijscategorieën. Toch heeft ze nog nooit rijles gegeven. “Dat doe ik bewust niet. Als ik daarmee begin, word ik continu ingezet. Ook ben ik bang dat ik dat leuker ga vinden dan mijn andere taken. Wel houd ik mijn papieren geldig. Zo kan ik altijd meerijden bij examens als dat nodig is.” Voor Juanita’s zus was het overnemen van de rijschool praktisch niet haalbaar. Zij is uiteindelijk CCV-examinator geworden, en voor de goede orde: zij mag géén examens afnemen bij DIBO.

(De tekst gaat verder onder de foto)

Opleidingscentrum DIBO bestaat 60 jaarInmiddels mag het bedrijf eigenlijk geen rijschool meer heten. Opleidingscentrum DIBO biedt cursussen aan op het gebied van verkeer, transport, logistiek en veiligheid. Het bedrijf bestaat inmiddels uit 20 man personeel en beschikt over zo’n zestig voertuigen, inclusief gloednieuwe vrachtauto’s van Scania en Volvo.

Tot het jaar 2001 was DIBO nog gevestigd in het centrum van Emmen, naast het treinstation. “We mochten het afgesloten terrein bij het station gebruiken om onze voertuigen te parkeren. We hadden het goed voor elkaar, maar in 2000 kwam NS met de mededeling dat we het wel mochten blijven gebruiken, maar als er vervuiling in de grond zou zitten, zouden wij daarvoor moeten opdraaien. Er hebben ’s nachts altijd olietreinen gestaan, dus de grond zou hoe dan ook vervuild zijn. Daarom gingen we op zoek naar een andere locatie.”

Ik durfde een anti-slipbaan niet aan. Wat wist ik nou van rijvaardigheidstrainingen?

Vervolgens kwam de optie naar voren om een anti-slipbaan over te nemen in Emmen. “Ik durfde het niet aan”, vertelt Juanita. “Wat wist ik nou van rijvaardigheidstrainingen? Ik was zwanger en wilde niet nog meer werk op me nemen. Ik wilde juist wat minder werken.” Haar man Sarto was op dat moment nog werkzaam in de accountancy en hielp in zijn vrije tijd mee bij DIBO. Hij wilde toch graag een kijkje nemen bij de baan en zag een mooie kans voor het bedrijf. “Hij zei: dan doen we het toch samen?”

DIBO vertrok vanuit het centrum naar het bedrijventerrein, waar de rijschool over een groot oefenterrein beschikt, waaronder dus de anti-slipbaan. Die baan is een belangrijk onderdeel van het bedrijf geworden, met name vanwege de bedrijfsarrangementen die DIBO aanbiedt. Sarto: “Bedrijven kunnen hier vergaderen met aansluitend een lunch en rijvaardigheidscursussen. Veel bedrijven zien dit als een mooie training voor hun medewerkers, om veilig en milieubewust te rijden. Zij kunnen op die manier het aangename met het serieuze combineren. Maar ook brandweer en politie maken gebruik van deze baan.”

Bovendien wordt de anti-slipbaan ook gebruikt voor de nascholing Code 95.  “Als een van de weinigen kunnen we de praktijktraining op onze baan aanbieden voor maximaal zes chauffeurs. Die cursus telt mee voor de praktische uren”, vertelt Juanita. “Dit is vrij uniek. Meestal kunnen chauffeurs wel in grote groepen rijvaardigheidstrainingen volgen, maar die uren tellen dan mee voor de theorie.”

Je kunt als rijschool wel een hoop commentaar hebben. Maar als je ergens iets van vindt, moet je daar ook werk van maken.

Toen Juanita in 1995 het bedrijf kwam, was de verkeersschool al uitgebreid met meerdere categorieën. “Mijn ouders waren altijd vooruitstrevend. Mijn vader was een van de grondleggers van FAM (brancheorganisatie voor grote rijscholen, red.) Hij was altijd groot voorstander van samenwerken: samen sparren, samen inkopen en elkaar advies geven.” Die visie hebben Juanita en Sarto voortgezet. Op dit moment maakt Juanita als secretaris deel uit van het bestuur van FAM, net zoals ze dat in het verleden al eerder heeft gedaan. “In de rijschoolwereld heerst het idee dat je elkaar het verlies nog niet gunt. Wij zijn van juist mening dat je beter met je concullega samen problemen kunt aanpakken. We kunnen veel van elkaar leren.”

“Als DIBO zijnde hebben we over veel zaken een mening. Of dat nu positief of negatief is. Je kunt een hoop commentaar hebben als rijschool, maar als je ergens iets van vindt, dan moet je daar ook werk van maken. Ik vind het ook erg leuk om hier zo bij betrokken te zijn, je krijgt er namelijk ook veel voor terug. Al blijft het natuurlijk spannend of je als brancheorganisatie wel of geen invloed hebt.”

Hoewel het niet eens van tevoren gepland was, opent DIBO in haar jubileumjaar ook het nieuwe pand aan de Karel Doormanstraat in Emmen. Vanuit haar nieuwe kantoor wijst Juanita naar de units aan de overkant van het terrein: het oorspronkelijke kantoor. Een nieuw pand was dus geen overbodige luxe. Nog een voordeel: door het gebouw in de andere hoek van het terrein te bouwen, zit het nu op een zichtlocatie, namelijk langs de N862, de doorgaande weg tussen Emmen en Klazienaveen.

(De tekst gaat verder onder de foto)

Het nieuwe pand van DIBO
Het nieuwe pand van DIBO

Het gebouw is overigens ook volledig klimaatneutraal: het dak is bedekt met zonnepanelen, binnen wordt gebruik gemaakt van energiezuinige infraroodverwarming. Eind december werd het nieuwe pand, inclusief loods en theorie-lokalen, in gebruik genomen. Hier en daar wordt er nog wat geklust: de vloerbedekking mist nog op sommige plekken en de wanden worden aangekleed met een grote foto van de rijschool: ook een idee die is opgedaan na een bezoekje bij een collega-rijschoolhouder. Wie nieuwsgierig is, kan er op op 6 april een kijkje nemen. Dan houdt DIBO open huis.

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 14 Mar 2019 09:00:02 +0000

Navigatie-apparaat raakt mogelijk in de war na 6 april

GPS-systemen werken mogelijk na 6 april niet meer correct. Daarvoor waarschuwt het Agentschap Telecom. In de nacht van 6 op 7 april vindt namelijk een zogenoemde ‘GPS-omwenteling’ plaats. Het telsysteem van GPS is dan vol en begint vanaf dan weer bij 0. Dit kan met name bij de oudere GPS-systemen problemen opleveren die al langere tijd geen update hebben gehad.

Het is te vergelijken met auto’s van vroeger: de kilometerteller sprong na 99.999 km weer terug naar 0 km. GPS-techniek werkt met weeknummers. Elke 1024 weken, pakweg 20 jaar, springt het systeem weer op nul. Startpunt in de meeste gevallen is 6 januari 1980. De GPS-omwenteling kan er volgens het agentschap toe leiden dat navigatiesystemen ‘in de war raken’ en niet meer goed functioneren.

Help-pagina

Om vervelende situaties te voorkomen adviseert het agentschap iedereen om hun GPS-systeem goed te controleren. Afhankelijk van het apparaat, kan het mogelijk zijn dat het systeem moet worden geüpdatet. Navigatie-aanbieder TomTom heeft bijvoorbeeld een speciale help-pagina in de lucht gebracht. Hierop is informatie te vinden over updates en upgrades.

Lees ook: Update praktijkexamen CBR: wie vraagt een postbode nog naar de weg?

Bron: Verkeerspro
Auteur: Jan Pieter Rottier
Publicatie datum: Wed, 13 Mar 2019 15:01:54 +0000

Minister: problemen bij CBR staan niet op zichzelf

Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat heeft een extern bureau ingeschakeld om de genomen maatregelen van het CBR te monitoren. Ze is naar eigen zeggen ‘in de fase dat ze het CBR niet meer op de blauwe ogen gelooft’. Dat heeft ze dinsdagavond aangekondigd tijdens het debat in de Tweede Kamer over de gang van zaken rondom de rijbewijsverlengingen bij het CBR.

Het debat volgt na de hoorzitting van vorige maand in de Tweede Kamer. Toen werden de procedures rond de medische keuring bij het CBR uitgebreid besproken aan de hand van de ervaring van betrokkenen, onder wie gedupeerde klanten van het CBR, de CBR-directie en de keuringsartsen.

De minister zegt de zorgen van de Tweede Kamer te delen. “Het begon met de lange wachttijden voor het rijexamen, daar lijkt het nu de goede kant op te gaan. Maar nu is de hoeveelheid mensen die mij benaderen, met name 75-plussers, weer flink toegenomen. Ik kan niet op een verjaardag verschijnen of iemand begint erover. Ook bij mij is het gevoel van onbehagen versterkt.”

Extern onderzoek

De eerste bevindingen uit het onderzoek van de externe partij, de Galan Groep, is dat het CBR niet tijdig heeft gehandeld om de aanvragen voor rijbewijsverlengingen op te vangen, zo laat de minister alvast weten. “Maar ook dat de de problemen alle aandacht hebben van het management. De voorlopige conclusie is dat de door het CBR ingezette koers goed is, maar er moet wel aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan.” In mei worden de conclusies met de Tweede Kamer gedeeld.

Een van de maatregelen van het CBR om de problemen tegen te gaan is bijvoorbeeld de inzet van extra medisch personeel. Verder is de capaciteit van de klantenservice sinds januari uitgebreid van 80 naar 180 medewerkers. Na een telefonische wachttijd van vijf minuten kunnen mensen ook kiezen voor een terugbeloptie, Ook wordt er prioriteit gegeven aan de mensen die het langst wachten op het rijbewijs en is er een spoedprocedure voor beroepschauffeurs. Verder start in april een publiekscampagne onder de naam ‘maximaal digitaal’.

‘Tien jaar lang problemen’

“We zijn vele directeuren en beloftes verder, maar de problemen bij het CBR zijn de afgelopen tien jaar alleen maar groter geworden”, zegt SP’er Cem Lacin. Hij eist dat er ook wordt gekeken naar de rol van het ministerie bij het CBR als zelfstandig bestuursorgaan.

De bewindsvrouw zegt toe dat het handelen door het ministerie meegenomen wordt in het onderzoek door de Galan Groep. Ze erkent dat er de afgelopen jaren veel is misgegaan bij het CBR: zoals op financieel gebied, of de wachttijden voor het praktijkexamen. Het CBR is ook nog niet AVG-proof, meldt de minister. “Ook daar ben ik bezorgd over. Weliswaar gaat het steeds om een ander thema, maar de rode draad is dat er voortdurend problemen opduiken”, aldus Van Nieuwenhuizen.

Tegemoetkoming kosten

De Kamerleden eisten daarnaast een coulanceregeling voor de mensen die extra kosten hebben moeten maken door het wachten op het rijbewijs, bijvoorbeeld voor het vervangend vervoer. De minister heeft toegezegd dat deze mensen bij het CBR terecht kunnen. De aanvraag zal steeds afzonderlijk beoordeeld worden. “Het CBR heeft mij toegezegd hier coulant mee om te gaan”, aldus Van Nieuwenhuizen.

Keuringsartsen

Corrie van Brenk (50PLUS) wilde, net als de andere Kamerleden, van de minister weten wat er gedaan kan worden tegen de louche praktijken bij keuringsartsen. Uit de verhalen van de keuringsartsen tijdens de hoorzitting kwamen de grote verschillen in werkwijze en prijzen naar voren. Ook zouden artsen tegen betaling patiënten gezond verklaren. “Wordt het niet tijd dat we het predikaat ‘keuringsarts’ in het leven roepen?”, aldus Van Brenk. “Zodat we de kwaliteit van keuringsartsen op hetzelfde niveau kunnen houden.  En om ervoor te zorgen dat iemand een gedegen opleiding vanuit het CBR heeft gekregen om specifiek keuringen uit te voeren.”

Van Nieuwenhuizen benadrukt dat artsen onder het tuchtrecht vallen en dat regionale tuchtcolleges maatregelen kunnen nemen. Ze zegt dat ze vanuit haar rol geen bevoegdheid heeft om in om in te grijpen. Wel gaat het CBR een verkenning doen in samenwerking met een groep keuringsartsen naar de huidige situatie. “We willen eerst een beeld krijgen van de problematiek en kijken dan wat er mogelijk is.”

Kritiek op directie

PVV’er Roy van Aalst stoorde zich met name over de manier waarop CBR-directeur Petra Delsing naar de achtergrond is getreden. “In dezelfde week dat het CBR onder verscherpt toezicht is gesteld, stapt de algemeen directeur gewoon op. Maar voor 2 ton per jaar blijft ze nog wel werken aan het Strategisch Plan Verkeersveiligheid. Het CBR is onder haar leiding geïmplodeerd. Het lijkt me bijzonder onverstandig om haar aan dit plan te laten werken.” Volgens Van Aalst moet er ‘een bezem door de directie van het CBR worden gehaald’.

De minister zegt dat Delsing zich niet alleen bezighoudt met het strategisch plan verkeersveiligheid, maar ook met onder meer innovatie en beleidsontwikkeling. “Er is nog werk genoeg.” Van Aalst kreeg geen bijval van de andere Kamerleden.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 12 Mar 2019 20:56:47 +0000