Rijscholen zien appverbod voor instructeurs niet zitten

Dat rijinstructeurs straks niet meer mogen bellen en appen tijdens de rijles wordt niet enthousiast ontvangen door de rijschoolbranche. Uit een poll van RijschoolPro, waar 470 lezers op hebben gereageerd, bleek dat 64 procent een verbod op (handheld) telefoongebruik geen goed idee vindt. Die uitkomst leidt weer tot grote verbazing bij de voorstanders.

Rijinstructeurs mogen op dit moment hun telefoon gebruiken tijdens het lesgeven, op grond van een uitzonderingsbepaling in het RVV 1990. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vindt dat rijinstructeurs die hun telefoon gebruiken tijdens het lesgeven, een verkeerd voorbeeld geven aan de beginnende bestuurder en wil daarom het handheld telefoongebruik door instructeurs verbieden en gaat hiervoor in overleg met de rijschoolbranche. Dit is een van de maatregelen uit het Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid 2019-2021.

Een goede instructeur kan multitasken en weet bij welke leerling hij of zij meer moet opletten als bij de ander.

Op de vraag of het verbod een goed idee is, werd veel gereageerd door lezers van RijschoolPro. Met name de zzp’ers zien problemen in het verbod. Zij hebben geen kantoormedewerkers die vragen van leerlingen kunnen opvangen. “Gaat me een hoop nieuwe aanmeldingen kosten! Misschien de minister bij mij kantoor komen zitten”, reageert een rijschoolhouder. “Even serieus: ze slagen vanochtend voor de theorie scooter en willen direct een datum voor praktijk horen. Als ik vervolgens vertel dat ik ze vanavond even terug bel hebben ze ergens anders al een datum!”

“Als een telefoon niet mag, moet ik dan overstappen naar papieren instructiekaart?”, vraagt een ander. “Dat mag dan wel? Wat is dan het verschil qua afleiding? Een goede instructeur kan multitasken en weet bij welke leerling hij of zij meer moet opletten als bij de ander.”

Een leerling hoort alle aandacht van een instructeur te krijgen

Andere rijinstructeurs vinden een ‘appverbod’ niet meer dan logisch, blijkt uit de reacties. “Een rijinstructeur hoort niet met zijn telefoon bezig te zijn tijdens het rijden en een leerling rent echt niet gelijk naar een andere rijschool als jij zegt dat je in de avond terugbelt. Leerlingen begrijpen dat heel goed.”

Een instructeur schrijft dat hij negatief verrast is door de uitkomst van de poll. “Tuurlijk mag je hem gebruiken als je stilstaat (omdat je er geweldig lesmateriaal op kwijt kan). Maar tijdens het rijden kan dit echt niet. Wij moeten het goede voorbeeld geven!”

De brancheverenigingen FAM, VRB en Bovag staan achter het plan van het ministerie. “Een leerling hoort alle aandacht van een instructeur te krijgen”, zegt FAM-voorzitter Ruud Rutten. Branchevereniging VRB is partner van de MONO-campagne tegen het appen in het verkeer. Instructeurs moeten het goede voorbeeld geven aan hun leerlingen, stelt Irma Brauers: “Wij roepen onze leden op het bellen en appen achterwege te laten tijdens de rijles.”

Ook Bovag is partner van MONO. “Een instructeur hoort het goede voorbeeld te geven en daar past telefoongebruik dus niet bij”, zegt Bovag-woordvoerder Tom Huyskens. “Sowieso dient een instructeur zijn ogen en oren bij de leerling en op de weg te houden.” Ook Bovag roept leden op om het telefoongebruik te beperken tot noodgevallen. “Telefoontjes en berichten van klanten kunnen in de meeste gevallen ook op een later tijdstip worden afgehandeld. Zorg dan bijvoorbeeld ook voor een sympathieke tekst op je voicemail die begrip kweekt voor het feit dat je rijles aan het geven bent en dus niet de telefoon kan beantwoorden op dat moment.”

Wij moeten het goede voorbeeld geven

Ook Stichting Yannick is blij met het voorgenomen besluit van het ministerie. Op de Nationale Rijschooldag in september ging de stichting in gesprek met de branche over het telefoongebruik. De stichting is vernoemd naar de 21-jarige Yannick Frijns. Zij werd twee jaar geleden op haar fiets aangereden door een automobiliste die vermoedelijk was afgeleid door haar telefoon. Een dag later overleed Yannick aan haar verwondingen.

Stoppen met het telefoongebruik tijdens de rijles was een van de aanbevelingen van de stichting. “Hier geldt de oude stelregel; goed voorbeeld doet goed volgen”, vertelt Frank Frijns, vader van Yannick. “Tijdens de rijles is de rijinstructeur de autoriteit, niet alleen op gebied van verkeerskennis maar ook met betrekking tot rijgedrag. Het gebruik van de mobiele telefoon tijdens de verkeersdeelname is ‘not done’, en dat moet ook de boodschap zijn van de instructeur aan de leerling.”

Tijdens de workshop waren de deelnemers het hier unaniem over eens, vertelt Frijns. “Ook over het feit dat zij daarmee het enige juiste en verantwoorde verkeersgedrag uitdragen. Onze stichting is dan ook zeer verheugd dat de overheid met ondersteuning van de sector deze maatregel nu heeft afgekondigd. Elk verkeersslachtoffer is er een teveel!”

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 20 Dec 2018 08:35:50 +0000

‘Het jaar van de doorbraak voor de rijschoolbranche’

RijschoolPro vroeg verschillende organisaties uit de rijschoolbranche een bijdrage te leveren in de vorm van een eindejaarscolumn. Vandaag trapt Ruud Rutten af, voorzitter van Federatie Autorijschool Management (FAM). 

“Zo kort voor de feestdagen daar waar het jaar 2019 met rasse schreden nadert nog even een korte terugblik. Het was een hectisch jaar 2018: wat er allemaal gebeurd is en vooral wat een bergen werk verzet zijn door iedereen.

Het was het jaar van de doorbraak. Ja, zo wil ik het graag noemen. Een doorbraak in de vernieuwing en professionalisering van de rijschoolbranche. Het is nog lang niet voor iedereen zichtbaar. Het lijkt dat er alleen maar gepraat wordt over en weer. Maar niets is minder waar. Nog nooit is er zoveel inzet getoond om onze branche op een hoger niveau te brengen.

Nog nooit zo goed en sterk samengewerkt voor een betere branche

Nog nooit zijn er zoveel mensen en organisaties aan het werk geweest om de kwaliteit en waardering van de rijschool en instructeur op een hoger level te krijgen. Vergis je niet: alle brancheorganisaties inclusief het CBR, IBKI, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en anderen, zoals onze minister, staan open voor verbetering.

Mag ik u erop attenderen dat het jaren geleden is dat wij een minister hebben gehad die zich zo openlijk heeft uitgesproken en aangeeft mee aan de slag te gaan. Mag ik u erop attenderen dat de brancheorganisaties samen met het CBR en IBKI nog nooit zo goed en sterk hebben samengewerkt om van deze branche een betere branche te maken.

Rest mij niets dan eenieder fijne feestdagen te wensen en natuurlijk een voorspoedig en vooral gezond 2019.

Samen sterk.”

Ruud Rutten, voorzitter brancheorganisatie FAM

Lees ook: Ruud Rutten begint aan laatste jaar voorzitterschap FAM

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Mon, 24 Dec 2018 10:21:58 +0000

Praktijkexamen auto op de schop vanaf 25 maart

Het praktijkexamen B gaat per 25 maart 2019 op meerdere punten veranderen. Zo wordt het gebruik van een navigatiesysteem standaard in het praktijkexamen opgenomen en krijgen de bijzondere verrichtingen een update. Dat heeft het CBR vrijdag aangekondigd.

Sinds september 2011 moet elke examenauto een navigatiesysteem hebben. Het gebruik van dit systeem is voor de examinator nu nog een van de drie mogelijkheden waaruit hij kan kiezen voor het examenonderdeel zelfstandig routerijden. Door van de navigatie een standaard onderdeel te maken, wil het CBR aansluiten op de dagelijkse praktijk waarin de meeste Nederlanders navigatieapparatuur in hun auto hebben.

Van de andere mogelijkheden vervalt het rijden naar een oriëntatiepunt (aangegeven plek). De clusteropdracht (steeds drie tot vijf routeopdrachten achter elkaar) komt alleen bij uitzondering nog aan bod, bijvoorbeeld bij uitval van de navigatie.

Bijzondere verrichtingen

Ook komen er veranderingen bij de bijzondere verrichtingen. De stopopdracht verdwijnt en maakt plaats voor recht achteruit rijden. Daarnaast worden de opdrachten voor de bijzondere verrichtingen preciezer. De examenkandidaat krijgt dan bijvoorbeeld niet meer te horen dat hij moet parkeren, maar dat hij moet fileparkeren of parkeren in een haaks of schuin vak.

Tot de overige bijzondere verrichtingen behoren de bocht achteruit rijden, omkeren door te steken, omkeren door een halve draai en de hellingproef. Van deze verrichtingen moeten er nog steeds twee worden uitgevoerd, waarvoor de kandidaat zélf een plek kiest.

Het recht achteruit rijden en de bocht achteruit wordt vanaf 1 juni getoetst. Het CBR wil de rijscholen hiermee tijd geven om dit goed aan te leren.

Situatiebevraging

Verder wordt de situatiebevraging per 25 maart uit het examen gehaald. Volgens het CBR kunnen de examenkandidaten hierdoor uit hun ritme worden gehaald. De situatiebevraging blijft wél een onderdeel van de tussentijdse toets. Daarmee kan het bijdragen aan gevaarherkenning, vooral als hieraan extra aandacht wordt besteed in de rijopleiding. De situatiebevraging blijft ook gehandhaafd bij T-praktijkexamens.

Informatieavonden

Over de aanpassing praktijkexamen B houdt het CBR in januari en februari informatieavonden voor rijscholen. Hierover krijgen zij binnenkort meer informatie.

Naast deze ‘update’ werkt het CBR aan het vernieuwen van het praktijkexamen. Dit is onderdeel van het Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid 2019-2021. “We willen allemaal dat het aantal verkeersdoden daalt. Dan moet je ook kijken naar de beginnende bestuurder, en dus ook naar het rijexamen. Meer informatie over hoe we dit vormgeven volgt in de loop van 2019.”

Lees ook: Praktijkexamen CBR wordt vernieuwd

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 21 Dec 2018 06:03:00 +0000

Stint is onveilig volgens TNO, minister verbiedt voertuig op de weg

De Stint is onveilig. Dat blijkt uit een rapport dat TNO heeft gepresenteerd. De onderzoeksorganisatie stelde zes veiligheidseisen op en op alle punten faalt het voertuig. Dit is voor minister Cora van Nieuwenhuizen (IenW) aanleiding om de Stint niet meer toe te laten op de weg.

De onderzoekers keken naar een Stint die destijds door de RDW gekeurd is en naar twee modellen. Op basis van een veiligheidsanalyse stelde de onderzoeksorganisatie zes veiligheidsdoelstellingen op. “De conclusie van ons onderzoek is dat we het voertuig op al deze zes aspecten onvoldoende veilig achten”, aldus onderzoeker Bastiaan Krosse donderdag in een persconferentie.

De conclusie van minister Van Nieuwenhuizen die daarop volgt, is onverbiddelijk. “Ik zie geen andere mogelijkheid dan de aanwijzing om de Stint op de weg te laten, in te trekken. Hij was geschorst, maar ik trek de toelating nu in. Het gaat niet om een kleine aanpassing. De Stint kan in zijn huidige vorm niet terug op de weg.”

Vervelende boodschap

Ze realiseert zich dat dat een “vervelende boodschap” is voor gebruikers. “Zij hadden op iets anders gehoopt. Maar het verkeersveiligheidsargument geeft de doorslag, zeker waar het gaat om kinderen. Ik wil zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen hoe nu verder en wat dit betekent voor vergelijkbare voertuigen.”

Ze vertelt dat ze bezig is met het opstellen van nieuwe toelatingseisen voor de Stint en vergelijkbare voertuigen, de zogenoemde bijzondere bromfietsen. Ze neemt de aanbevelingen die de SWOV en RDW onlangs deden mee. Die nieuwe eisen moeten er eind februari komen.

Tot stilstand brengen

Onderzoeker Bastiaan Krosse noemt de punten op waar de Stint op is beoordeeld. Zo kan de Stint tijdens het rijden niet altijd veilig tot stilstand gebracht worden. “Op dit punt faalt het voertuig”, zegt Krosse. Dat komt volgens hem onder meer doordat de remafstand van de Stint veel groter is dan is toegestaan. Een ouder model, dat een maximumsnelheid van 13 kilometer per uur heeft, moet 7,5 meter afleggen in plaats van de toegestane twee meter. Een nieuwer model, dat maximaal 17 kilometer per uur kan, legt zes meter af in plaats van drie.

Ook kan niet altijd e voorkomen worden dat het voertuig onverwachts accelereert – met het gevaar dat de bestuurder de controle verliest. Krosse: “De nuldraad kan los komen te zitten, met het gevaar dat het voertuig gaan accelereren. Dat is ongewenst en dus niet veilig.”

Kabels los

Ook is het niet altijd mogelijk om het voertuig handmatig naar een veilige plek te duwen, zonder extra handelingen. Een belangrijk punt, benadrukt Krosse. Zou de Stint op een drukke kruising stilvallen, dan moet je hem nog snel en makkelijk weg kunnen duwen. “Staat die op de parkeerrem, dan moet je twee handelingen doen om weg te kunnen rijden. Die combinatie is niet veilig.”

Het voertuig is ook niet altijd bestuurbaar. Het kan ook niet te allen tijde voorkomen worden dat de Stint onverwachts hard remt dat de bestuurder de controle verliest. Dat komt volgens Krosse omdat er kabels los kunnen komen te zitten.

Tenslotte staat het voertuig niet in de parkeerstand als de bestuurder niet aanwezig is. Volgens Krosse moet een bestuurder dit heel bewust doen en is de kans groot dat hij of zij dat vergeet – met het gevolg dat het voertuig weg kan rollen.

Tussentijdse aanpassingen

De onderzoekers legden ook het destijds door de RDW gekeurde Stint naast twee nieuwere modellen om te kijken wat de verschillen zijn. De constructie van de stuurinrichting blijkt aangepast – een verbetering volgens Krosse. Ook is er een bedrijfsrem aangebracht – een verbetering volgens de onderzoeker, maar niet afdoende. Tenslotte is de vrijloophendel van de parkeerrem anders uitgevoerd. Een verslechtering, zeggen Krosse en zijn collega’s.

Naast dit TNO-onderzoek en die van de SWOV en RDW lopen er nog meer onderzoeken. Zo doen de politie en het Nederlands Forensisch Instituut onderzoek naar de aard en omstandigheden van het ongeval in Oss. De Onderzoeksraad voor Veiligheid doet onderzoek naar de wijze waarop voertuigen zoals de Stint worden toegelaten op de openbare weg. En de ILT, het Agentschap Telecom, NS en ProRail bekijken de wisselwerking tussen de Stint en het spoor.

‘Falend toezicht’

Donderdagochtend debatteerde de commissie Infrastructuur en Waterstaat over Verkeersveiligheid. Daarin kwam de Stint kort aan de orde. Suzanne Kröger van GroenLinks sprak over ‘falend toetsingskader’ en ‘falend toezicht’. VVD’er Remco Dijkstra gaf toe dat er veel fout is gegaan. Hij noemt de situatie ‘triest’: “Dit is niet goed, we moeten hier lessen van leren en we moeten dit in de toekomst anders doen. Daar zijn we allemaal van doordongen.” De situatie rond de Stint wordt waarschijnlijk begin 2019 uitgebreider behandeld in de Tweede Kamer.

Lees ook: Fabrikant Stint vraagt faillissement aan

Bron: Verkeerspro
Auteur: Jan Pieter Rottier
Publicatie datum: Thu, 13 Dec 2018 09:48:12 +0000

ANWB Rijopleidingen Amsterdam neemt Hoekstra Opleidingen over

ANWB Rijopleidingen Amsterdam neemt per 1 januari 2019 de verkeersopleider Hoekstra Opleidingen uit Alkmaar over. Ook worden er vanaf die datum drie ANWB-vestigingen toegevoegd aan de Amsterdamse tak: Alkmaar, Hoorn en Den Helder. 

Directeur Marco Schilder wil van ANWB Rijopleidingen Amsterdam een totaalopleider te maken voor heel Noord Holland. “Met de overname van Hoekstra Opleidingen is dat gelukt. Een prachtig bedrijf met een rijke historie”, aldus Schilder. “Het nieuwe pand is sinds de zomer van 2017 geopend op de Boekelermeer en biedt alle moderne faciliteiten voor de opleidingen. Daar kunnen wij trots op zijn en zullen dit wij verder uitbouwen.”

Schilder roemt de huidige eigenaren van Hoekstra Opleidingen voor de ontwikkeling van het bedrijf.  “Danielle en Daniel kunnen met trots terugkijken op een zeer succesvolle periode waarin zij in zeven jaar tijd de onderneming hebben kunnen omvormen van een gerenommeerde verkeersschool naar het concept van totaalopleider op het gebied van mobiliteit, transport, logistiek en veiligheid”, aldus Schilder.

De tekst gaat verder onder de foto

Hoekstra Opleidingen Alkmaar
Hoekstra Opleidingen Alkmaar

ANWB Amsterdam

Marco Schilder heeft zijn achtergrond in autobedrijf Martin Schilder, een familiebedrijf waar hij 15 jaar algemeen directeur is geweest. In 2015 is hij gestopt bij het familiebedrijf en als zelfstandig ondernemer gestart met onder andere ANWB Rijopleidingen Amsterdam, met vestigingen in Amsterdam, Zaandam, Purmerend en Amstelveen. Vanaf 1 januari komen de ANWB Alkmaar, Hoorn en Den Helder daarbij.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Mon, 17 Dec 2018 14:08:14 +0000

Verkeersscholen: STL en SOOB maken misbruik van machtspositie

Een groep van 24 verkeersscholen in Nederland heeft een klacht ingediend bij Autoriteit Consument en Markt (ACM) tegen het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer (SOOB) en het Sectorinstituut Transport en Logistiek (STL). De twee organisaties maken volgens de rijscholen misbruik van hun machtspositie en ‘verstoren al decennialang het normale concurrentieproces’. De verkeersscholen hebben zich verenigd in de Stichting Gelijk Speelveld Transportopleidingen.

STL is de enige partij die door SOOB gesubidieerde Beroepsbegleeidende Leergangen aanbied, waarbij jaarlijks ruim duizend leerlingen instromen op de arbeidsmarkt als chauffeur beroepsgoederenvervoer. SOOB verleent aan STL-leerlingen tot 80 procent subsidie op de kosten van de rijopleidingen.  Als leerlingen rechtsreeks in dienst treden bij een werkgever krijgen ze maar 35 procent subsidie. Leerlingen die via een andere partij worden gedetacheerd, krijgen helemaal geen subsidie.

Aanbesteding

STL voert de rijopleidingen uit via een aanbesteding waarvoor de verkeersscholen zich elke drie jaar kunnen inschrijven. De aanbesteding is in het leven geroepen na een klacht van Bovag bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) in 2010. Eerder werd de subsidie verdeeld over 17 opleiders.

De aanbestedingen hebben echter niet geleid tot een gelijk speelveld. “Integendeel”, schrijft de stichting, “slechts 19 procent van de verkeersscholen in Nederland, van de 100 SOOB-gecertificeerden, mogen zich STL-opleider noemen. Zij moeten zich bovendien committeren aan extreem lage prijzen die STL voorschrijft.” Eerder liet opleider Willem Verboon uit Oosterhout al weten niet meer aan de aanbesteding mee te willen doen vanwege de lage prijzen. Hij riep zijn collega’s op dezelfde stap te maken.

Zij-instromers

De stichting heeft ook kritiek op de manier waarop STL met zij-instromers omgaat. Het gaat hier om kandidaten van buiten de branche die kiezen voor het beroepsgoederenvervoer. Om in aanmerking te komen voor subsidie, moeten ze meedoen aan een intake en testdag die STL houdt bij een van de 19 verkeersscholen die door STL zijn geselecteerd.

“Door deze verplichte intakes en rijtesten treedt er ongewenste sturing op. STL houdt op deze wijze zicht op elke instromende en doorstromende kandidaat en de geselecteerde 19 verkeersscholen krijgen dankzij deze procedure de kandidaten feitelijk in de schoot geworpen.” De groep zij-instromers is vele malen groter dan de scholieren. “De leerling wordt, zoder zijn weten en zonder keuze vooraf ‘gestuurd’ naar een STL-opleider.”

Reactie STL

STL zegt later deze week te reageren op de kritiek van Stichting Gelijk Speelveld Transportopleidingen.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Mon, 17 Dec 2018 10:29:48 +0000