Nieuwe koers FAM: ‘We worden de belangrijkste organisatie voor grote opleiders’

Om FAM toekomstbestendig te houden, gaat de branchevereniging voor grote opleiders voortaan soepeler om met het toelaten van nieuwe leden. Zo gaat de organisatie zich – naast de beroepsopleidingen – meer focussen op consumentenrijbewijzen. Volgens voorzitter Ruud Rutten is dit nodig om een belangrijke gesprekspartner te zijn en te blijven binnen de branche en het ministerie.

Het bestuur van FAM had de opdracht een nieuw beleidsplan te schrijven voor 2019 tot en met 2024. Tijdens de ledenvergadering vorige week is een grote meerderheid – op één lid na – akkoord gegaan met de nieuwe koers van de branchevereniging.

Potentiële leden

Hoewel leden geen veto-recht hebben, kwam het volgens Rutten in het verleden voor dat enkele FAM’ers een potentieel lid tegenhielden, terwijl een meerderheid van de FAM’ers dit niet gegrond vond. Dat moet anders, vindt Rutten.

“FAM wordt de komende paar jaar de belangrijkste organisatie voor grote opleiders. We hebben veel kennis in huis. Onze specialisten zitten in allerlei gespreksgroepen, zoals op het gebied van professionalisering, het tegengaan van fraude en de werkgroep ‘eerlijke verdeling’. Als wij door willen groeien, moeten we wél meer potentiële leden kunnen toelaten. Alleen dan kunnen we nog sterker worden.”

Categorie A en B

Dit nieuwe beleid betekent dat vanaf nu ook een ‘goede, grote B-opleider’ straks welkom is bij FAM, vertelt Rutten. Of dat ook franchiseorganisaties kunnen zijn, noemt hij onwaarschijnlijk. “Uiteindelijk gaat het bij franchiseorganisaties om ZZP’ers, en die hebben nu eenmaal weinig raakvlaken met de leden FAM.”

Naast het nieuwe beleid gaat FAM ook het bestuur uitbreiden van drie naar vijf leden. Vanuit het bestuur ontfermt één bestuurslid zich over de beroepsopleidingen en één over de particuliere opleidingen.

Rutten heeft niet het streven om naar honderden leden te groeien. “Zoveel grote opleiders zijn er ook niet. Wij zijn en blijven een organisatie voor de grote rijscholen, de specialisten in de beroepsopleidingen.” Het kleinschalige karakter wil de FAM-voorzitter niet verliezen. “Ik wil nog altijd met elkaar in één zaal kunnen vergaderen, gezamenlijk lunchen en jaarlijks een symposium kunnen houden. En we blijven elkaar bezoeken voor een kijkje in de keuken.”

Lees ook: Wat moet de rijschoolsector met vier brancheorganisaties?

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 02 Oct 2018 10:21:00 +0000

‘Jullie zijn rolmodellen. Wat jullie doen, nemen leerlingen voor een deel van jullie over’

Rijinstructeurs hebben een ontzettend belangrijke rol in het voorlichten van jongeren over de gevaren van telefoongebruik achter het stuur. Joop Rijsterborgh zei het veelvuldig en vol vuur tijdens de workshop van Stichting Yannick op de Nationale Rijschooldag. De stichting is opgericht na het overlijden van de 21-jarige Yannick (foto). Ze was aangereden door een automobiliste die was afgeleid – mogelijk door haar telefoon.

Rijsterborgh geeft de aanwezigen een eenvoudige opdracht. “Tel hoevaak de mensen in een wit shirt de bal naar elkaar overgooien.” Hij laat een youtubefilmpje zien en de mensen in de zaal tellen druk. “Wie had er zestien keer?”, vraagt Rijsterborgh na afloop. Een groot deel steekt de hand in de lucht. “En wie heeft iets bijzonders gezien?”, vervolgt hij. “Een gorilla”, antwoordt een vrouw vanuit de zaal. Ze blijkt de enige.

“Wat ik probeerde te bereiken is dit…”, vervolgt Rijsterborgh. “Wij denken dat ons brein alles ziet. Maar dit kleine filmpje toont dat er veel meer te zien is dan je denkt. En als je in de auto zit en op je telefoon bezig bent, dan hoeven we niet uit te leggen dat dat keigevaarlijk is.”

Voorbeeldgedrag

De rijschoolsector heeft “een ontzettend belangrijke rol” in het voorlichten van jongeren over de gevaren van telefoongebruik achter het stuur, benadrukt hij. Een rijschoolhouder valt bij. “Als het gaat om voorbeeldgedrag, denk ik dat wij als rijschoolhouders en rijinstructeurs goed moeten nadenken over wanneer wij zelf gebruik maken van de telefoon tijdens het rijden. Ga als je gebeld wordt, of moet bellen of appen, naar een plek waar je stil kan staan. Dan vertoon je goed voorbeeldgedrag naar je leerling.”

Rijsterborgh reageert. “Rijschoolhouders, rijschoolinstructeurs, jullie zijn rolmodellen. Wat jullie doen, zullen jullie leerlingen voor een deel van jullie overnemen.” Hij rekent voor dat een gemiddelde instructeur acht leerlingen per dag heeft. Er klinkt een instemmend ja uit de zaal. Hij schat dat er 35 man in de zaal zit en concludeert dat de groep in totaal 250 contactmomenten per dag heeft. “Met elkaar kunnen jullie bespreken hoe het verkeer veiliger kan worden. Dat is natuurlijk ontzettend krachtig.”

Tragisch

En ontzettend nodig. “Wij zouden hier niet staan op de Nationale Rijschooldag, als ouders en als stichting, als er niet iets gebeurd was met onze dochter Yannick”, vertelt Lauranne Jansen. “Zij is door een tragisch ongeval verongelukt door aan automobiliste die mogelijk aan het appen was.” Het is stil in de zaal. Jansen slikt een paar keer.

“We weten gewoon zeker dat ze afgeleid was… Pas nadat ze onze Yannick had aangereden, remde ze. Niet daarvoor. De weg waarop Yannick fietste was kaarsrecht. Ze fietsten met z’n tweeën, Yannick en een vriendin en alleen Yannick werd geschept. De telefoon van de automobiliste is uitgelezen en ze bleek meer dan zevenhonderd appjes te hebben ontvangen en verstuurd…” Een periode van verdriet en van wachten breekt aan.

Niet overtuigd

De rechters zijn er niet van overtuigd dat ze al rijdend aan het appen was, vertelt Hanneke Comans-Diesfeldt, advocate van de familie en mede-oprichter van Stichting Yannick. De automobiliste werd daarom veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een jaar ontzegging van de rijbevoegdheid, waarvan een half jaar voorwaardelijk. Het Openbaar Ministerie is in hoger beroep gegaan. Wanneer dat dient, is nog niet bekend. Weer volgt een periode van wachten.

Maar ook als de automobiliste veroordeeld is, stopt hun strijd niet. Ze willen dat appen achter het stuur gezien wordt als misdrijf en niet als verkeersovertreding. Je moet je rijbewijs kwijt kunnen raken, vinden ze – zelfs als er geen ongeluk gebeurd is. Een boete – en in uitzonderlijke gevallen een taakstaf – is wat hen betreft bij lange na niet voldoende. Het klinkt hard, erkennen ze, maar misschien hebben mensen dit wel nodig om te beseffen dat telefoongebruik achter het stuur echt niet kan.

Media

Maar bovenal willen ze bestuurders wijzen op de gevaren ervan. “We richten ons op de media”, vertelt Frijns. “Daar kunnen we vertellen waar we voor staan. En bovendien hebben journalisten invloed op de overheid. Een ander belangrijk aspect is het vinden van partners: organisaties en bedrijven die de zelfde doelstelling hebben als wij, namelijk het bevorderen van de verkeersveiligheid. Bijvoorbeeld op het gebied van slimme technologie. En een ander belangrijk platform waar we actief op zijn, is het onderwijs. Wij willen dat de gevaren van telefoongebruik achter het stuur onderdeel wordt van de lesstof. En wat we ook proberen, is in gesprek gaan met de overheid. Dat is een zeer belangrijke partner voor ons, onder meer op gebied van wet- en regelgeving.”

Hiermee moet voorkomen worden dat andere ouders hetzelfde meemaken. “Wat ons is overkomen, is de hel van iedere ouder”, zegt Jansen ter afsluiting. “Onze missie is: als we maar een verkeersslachtoffer kunnen voorkomen, door bewustwording, door gedragsverandering, dan is onze missie al geslaagd.”

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Jan Pieter Rottier
Publicatie datum: Mon, 08 Oct 2018 09:31:13 +0000

Gratis vouchers voor oefenwebsite Theorie.nl

Rijschoolhouders kunnen momenteel gebruikmaken van een speciale actie van de website Theorie.nl, waar leerlingen kunnen oefenen voor het theorie-examen auto, motor en bromfiets.

Theorie.nl biedt rijschoolhouders de mogelijkheid om op een laagdrempelige manier inkomsten te genereren via deze website. Rijschoolhouders en instructeurs kunnen hun leerlingen een voucher te geven met een code om een gratis theorie-examen te maken. De oefenwebsite bevat meer dan 1.500 verschillende vragen. Op deze manier gaan zij goed voorbereid naar het CBR-examen.

Aanschaf pakket

De unieke code op de voucher wordt gekoppeld aan de rijschool. De leerling kan één gratis examen oefenen. Bij aanschaf van een pakket door door de leerling, ontvangt de rijschool een commissie oplopend tot 30 procent. Geïnteresseerde rijschoolhouders en instructeurs kunnen een formulier invullen om zich aan te melden. Theorie.nl stuurt de rijschool vervolgens gratis een stapel vouchers.

Dit artikel wordt u aangeboden door Theorie.nl

Bron: Verkeerspro
Auteur: Redactie
Publicatie datum: Mon, 08 Oct 2018 06:20:00 +0000

‘Kwaliteit cursus Code 95 vaak onder de maat’

Onlangs werd bekend dat de vrijstelling voor Code 95 voor oudere chauffeurs definitief vervalt. Als deze chauffeurs tijd en geld moeten investeren in hun nascholing, dan moeten zij wél waar voor hun geld krijgen, stelt Cor Wildeman. Als voormalig inspecteur én trainer uit hij zijn zorgen over de kwaliteit van Code 95-opleiders, met name voor de digitale tachograaf. Hij schreef een ingezonden stuk voor vakblad RijschoolPro.

“Tijdens mijn werk als inspecteur bij wat nu de Inspectie Leefomgeving en Transport heet, stak zo rond het begin van 1990 het fenomeen ‘fraude’ de kop op bij de – toen nog – analoge tachograaf. Mijn eerste case had ik bij een uit Duitsland afkomstig voertuig. Omdat er op dat moment nog zo ontzettend weinig kennis was van de werking van de tachograaf en steekhoudend bewijs niet verkregen kon worden, kwam de chauffeur er mee weg.

Dit was wel de aanleiding om mij, mede op verzoek van een leidinggevende, hierin te bekwamen. Het geheel geraakte in een dermate grote stroomversnelling dat ik al snel werd gevraagd of ik aan de collega’s cursus kon geven. Na samenstelling van een ‘cursusboek’ startte ik daarmee. Ook in het buitenland bleef dit niet onopgemerkt. Al snel volgden cursussen en seminars in Duitsland en België.

Waarom iemand inhuren als een op de loonlijst staande werknemer het ook wel even erbij kan doen?

Omdat de wijze waarop fraudes werden gepleegd een steeds grotere vlucht nam, werd in 2005 een internationale werkgroep opgericht met daarin deelnemers van meerdere EU-lidstaten. Deze werkgroep had als doel alle soorten bekende fraudes in kaart te brengen om daarmee vervolgens collega’s EU-breed te ondersteunen. Vanaf 2008 werd daar een ‘Masterclass’ digitale tachograaf aan toegevoegd, waaraan ik zestien keer als docent mocht deelnemen.

Nadat ik eind 2005 met pensioen ging ben ik zelfstandig verder gegaan en startte vanaf 2016 met mijn onderneming Tachograaf advies en Training. Inmiddels heb ik talloze trainingen in het kader van Code 95 gedaan voor de digitale tachograaf bij kwalitatief goede opleiders.

Tijdens deze trainingen heb ik echter ook meer dan voldoende signalen ontvangen dat de kwaliteit van opleidingen vaak – en soms sterk – onder de maat is. Uit ervaring, mailcontacten en telefoongesprekken is mij ook gebleken dat vaak die kwaliteit ondergeschikt wordt gemaakt aan andere aspecten. Waarom iemand inhuren als een op de loonlijst staande werknemer het ook wel even erbij kan doen?

Een andere opmerking was dat ‘het toch niet zo moeilijk kon zijn’. Men heeft er kennelijk geen flauw benul van dat onder andere de rijtijdenwetgeving een goede uitleg behoeft en het benoemen van de tijden niet voldoende is. De cursist kan dat zelf ook wel opzoeken. Ik hoor zelfs verhalen dat een docent binnen 1 uur klaar is met de uitleg van de digitale tachograaf.

Om de kwaliteit, die ik wil leveren, te ondersteunen geef ik elke cursist een ‘aide memoire’. Dit is een kaartje waarop de meest belangrijke pictogrammen staan en aan de binnenzijde de rij- en rusttijden worden benoemd. Cursisten stellen het bijzonder op prijs om iets tastbaars en bruikbaars te ontvangen. Ik zie het daarom met lede ogen aan dat veel opleiders de kwaliteit op een – te – laag niveau zetten.

Ik weet dat er docenten voor een groep worden gezet die vaak weinig of geen affiniteit hebben met de digitale tachograaf noch enige praktijkervaring. Hun achtergrond is een totaal andere. Hoe kun je dan vragen uit de praktijk goed beantwoorden? Uit een onlangs verschenen rapport van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijkt dat hetgeen ik al langere tijd wist, daarin wordt onderschreven. Men zet maar al te vaak ondeskundige docenten voor een groep.

Omdat het lesboek echter ook een kostenpost is, wordt ook daar zeer sterk op bezuinigd

Ook de verschillende lesboeken wil ik hierbij niet onvermeld laten. Diverse lesboeken geven qua stijl en inhoud vaak de indruk dat zij samengesteld zijn door een ‘theoreticus’. Omdat het lesboek echter ook een kostenpost is, wordt ook daar zeer sterk op bezuinigd. Een van de eerste boeken die ik tegenkwam, vermelde doodleuk iets dat in strijd met de wet was. Dit boekwerk is inmiddels vervangen door een door mij zelf samengesteld boekwerk.

Aan Vervoersondernemingen zou ik – met klem – het advies willen geven om goede informatie in te winnen omtrent de opleider maar ook de docent. Voor de vaak hoge kosten mag immers kwaliteit worden verwacht en een deskundige docent. Ook de instructie ter zake Out of Scope en Handmatige invoer laat menigmaal sterk te wensen over. De chauffeur is voor het doen van handmatige invoer zelf verantwoordelijk en de boete bedraagt in Nederland 550 euro.

Probeer te achterhalen of de betreffende docent dit beheerst. Sluit niet op voorhand een contract af voor meerdere groepen maar vraag eerst om een proefsessie. Inmiddels wordt ook van overheidswege aan het vorenstaande gewerkt. Een overheidsambtenaar die daarbij betrokken is, verwoordde het zo: ‘Wanneer pakt iedere partij zijn rol en verantwoordelijkheid op? Wanneer stopt men met het voor de klas zetten van onbekwame docenten?’”

Lees ook: Branche overrompeld door nieuwe maatregelen Code 95

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 05 Oct 2018 06:21:22 +0000

‘Leid bestuurder op voor toekomst, niet voor verleden’

Er wordt binnen de rijschoolbranche al jaren gesproken over het gebruik van ADAS. Dat leerlingen moeten leren omgaan met hulpsystemen, is al bijna geen discussiepunt meer. De vraag is: bij wie ligt het initiatief? Is het aan rijinstructeurs om dit onderwerp te behandelen in de rijles, of moet het CBR ADAS opnemen in het praktijkexamen? Het onderwerp kwam uitgebreid aan bod tijdens het congres op de Nationale Rijschooldag bij Autotron in Rosmalen.

Ter afsluiting van het congres, een onderdeel van de Nationale Rijschooldag op 18 september, gingen vier sprekers met elkaar en met het publiek in discussie. Het panel bestond uit Wilbert van Beersum, (rijinstructeursopleiding VRO), Chris Verstappen (uitgever Verjo), Harold Bekhuis (manager rijvaardigheid CBR) en Ernest Alvares (Veronica Verkeersschool). Een van de stellingen: ADAS moet verplicht worden in het praktijkexamen’.

Anticiperen op verkeer

“We lopen achter de feiten aan”, stelt Chris Verstappen van Verjo verkeersleermiddelen. “Voor fabrikanten is ADAS een gegeven. Het gaat razendsnel, we kunnen als branche niet meer blijven wachten. Wij moeten bestuurders zo opleiden dat ze veilig en verantwoord een voertuig kunnen gebruiken volgens de moderne methode, en niet opleiden op de manier waarop we in het verleden hebben gereden.”

Verstappen pleit al enkele jaren voor het invoeren van cruise control als verplicht onderdeel van het examen. “Iemand die goed met cruise control of adaptive cruise control overweg kan gaan, leert goed vooruit te kijken en te anticiperen op het verkeer. Dat is de kern van rijvaardigheid. Als we dat bereikt hebben, kunnen we ook eindelijk de stap maken naar de hoge ordevaardigheden.”

Daarbij heeft Verstappen ook een advies voor de rijinstructeurs: “Wees niet bang en begin mee zelf ADAS te gebruiken. Leer van je eigen fouten. Durf het daarna ook bij leerlingen toe te passen. In de RIS-boeken is ADAS al geïntegreerd. De ervaring leert dat leerlingen het makkelijk oppakken zonder dat het extra lessen kosten.”

Wat wel en niet toestaan?

Opleider Wilbert van Beersum sluit zich daarbij aan: “Kijk naar het navigatiesysteem, dit was niet direct verplicht in het examen, we konden er langzaam inrollen. Zo moet het ook gaan met ADAS. Als dit gefaseerd wordt ingevoerd, wennen de leerling en de instructeur hier vanzelf aan. We moeten niet te snel willen gaan, maar er moet wel duidelijkheid komen over welke systemen wel en niet in het examen moeten worden geïntegreerd. We hebben zo’n 144 verschillende systemen die ofwel informatie geven, of waarschuwen, of de rijtaak overnemen. Wat accepteren we wel met elkaar en wat niet?”

Nationaal Rijschool Congres, Nationale Rijschooldag 2018. foto Janny Mallee
Nationaal Rijschool Congres, Nationale Rijschooldag 2018. foto Janny Mallee. Vlnr: Ernest Alvares, Wilbert van Beersum, Chris Verstappen en Harold Bekhuis

Sinds 1 januari 2016 mogen examenkandidaten moderne ondersteunende systemen gebruiken tijdens de rijexamens voor de personenauto en de personenauto met aanhangwagen. Bij de rijexamens voor de beroepschauffeurs is dit al langer toegestaan. Systemen die ‘het rijden van de automobilist overnemen’, zijn tijdens het examen verboden. Van Beersum: “De discussie is: wat neemt de rijtaak over en wat niet. Adaptive cruise control en lane keeping assist nemen een deel van de rijtaak over. Gaan we dit wel of niet toestaan? Daar moet duidelijkheid over komen.”

Kat-en-muisspel

Ernest Alvares experimenteert al een tijdje met ADAS in zijn rijopleiding ‘Ik les honderd procent zelfrijdend’. “ADAS had al ingevoerd moeten zijn in het examen”, zegt hij resoluut.  “Het is de ideale hulprijinstructeur. Als instructeur stuit je bovendien op interessante discussiepunten: wanneer geef je bijvoorbeeld een cursist wel of geen ingreep en wanneer laat je het over aan de collision warning (automatisch afremmen, red.)? Ik pleit ervoor dat de rijschoolbranche hierin investeert. Koop auto’s met ADAS en ga hiermee aan de slag. Er gaat een nieuwe wereld voor je open.” Lachend: “Het is toch heerlijk dat als je adaptive cruise control inschakelt, je niet tegen de leerling hoeft te zeggen dat hij afstand moet houden?”

Toch is Alvares ook zeer kritisch naar het CBR. “Er wordt steeds een kat-en-muisspel gespeeld. Bij wie ligt het initiatief om de leerling kennis te laten maken met ADAS? Het CBR wijst naar rijscholen en de rijscholen wijzen naar het CBR. Ik investeer wel als rijschoolhouder in auto’s met ADAS, maar merk dat het CBR nog niet voldoende bezig is met dit onderwerp. Bijvoorbeeld collission warning: wordt dat gezien als een ingreep? Of automatisch fileparkeren. Als de kandidaat langs de auto rijdt en om vervolgens goed om zich heen kijkt: is dat niet een vaardigheid op zich?”

Uitdaging

Volgens Harold Bekhuis, manager rijvaardigheid bij het CBR, is het rijexamen nu voor alle type auto’s: met en zonder ADAS. Dat betekent dat in ieder geval de basisvaardigheden (voertuigbeheersing en verkeersinzicht) getoetst moeten worden, met het oog op de verkeersveiligheid. “Het is iedereen vrij, en juist aan te bevelen, om verkeersveilige bestuurders af te leveren om ADAS wel tijdens het lessen te behandelen.. Aan de branche de uitdaging om, samen met ons, zo goed mogelijk dit traject in te gaan.”

Het CBR onderzoekt momenteel in hoeverre rijschoolhouders nu ADAS gebruiken in de rijles, wat wenselijk is en wat de mogelijkheden zijn in het examen. Bekhuis noemt ook de praktische beperkingen van het gebruik van deze systemen: “Adaptive cruise control in de ochtendspits op de ring van Rotterdam: dat gaat niet werken. Begint een examen vanuit Winschoten, dan is ADAS prima te gebruiken. We willen werken naar een examen dat uniform is. We onderzoeken hoe we in de toekomst het examen op een goede manier kunnen afnemen, zodat we dit bij elke kandidaat goed kunnen testen.”

Enthousiast

Een rijschoolhouder uit Veghel vertelt tijdens de paneldiscussie dat hij prettige ervaring heeft met ADAS tijdens de rijles. “Ook wij hebben ADAS in de voertuigen zitten. Mijn leerlingen gebruiken dat zonder dat we hierop moeten aansturen. Ze doen dat al uit zichzelf.”

Eerder onderzocht RijschoolPro onder het gebruik van ADAS onder rijinstructeurs aan de hand van een enquete. Zo’n 2.500 instructeurs deden mee aan het onderzoek. Rijondersteunende systemen in de auto, zoals cruise control en parkeerhulp, zouden een onderdeel moeten zijn van de rijles, vindt maar liefst 78 procent van de deelnemers. Desondanks is 61 procent er géén voorstander van om ADAS als standaard onderdeel terug te laten komen in het praktijkexamen.”

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 04 Oct 2018 06:39:36 +0000

Onderzoek naar invoer gevaarherkenning in motorexamen

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzoekt in hoeverre het mogelijk is om gevaarherkenning op te nemen in het rijexamen voor de motor. Het trainen van gevaarherkenning is onderdeel van het nieuwe actieplan om de verkeersveiligheid voor motorrijders te verbeteren. 

Het ministerie ziet veel voordelen bij motorfietsen: ze bieden meer vrijheid, hebben een lagere CO2-uitstoot, verlichten de filedruk en nemen minder parkeerplekken in de binnensteden. “Daarom werkt het ministerie aan het veilig gebruik van motoren, zodat we steeds meer de lusten en steeds minder de lasten van motorrijder ondervinden.”

Het nieuwe actieplan is een vervolg op een pakket aan maatregelen uit 2011. Een van die maatregelen was het opzetten van een voortgezette rijopleiding om de zogeheten hogere ordevaardigheden trainen. Ook ging het ministerie onderzoeken of het omgaan met risico’s voor motorrijders voldoende aan bod komt in de rijopleiding.

Europese afspraken

In plaats van een nieuwe voortgezette rijopleiding te ontwikkelen, is gekozen om het effect te onderzoeken van de training ‘VRO Risico’ van de KNMV. Het onderzoek is destijds uitgevoerd door SWOV. Conclusie: het volgen van een vervolgopleiding heeft een positief effect op de veiligheid van het rijgedrag en gevaarherkenning door motorrijders, zelfs op de lange termijn. Het ministerie wil nu onderzoeken of en hoe dit verder gestimuleerd kan worden of dit bijvoorbeeld onderdeel moet worden van het rijexamen.

In de GDE matrix wordt beschreven wat van een bestuurder wordt verwacht. Hierin wordt gesproken over hogere orde vaardigheden en lage orde vaardigheden. Een voorbeeld van een lage ordevaardigheid is bedienen van het voertuig. Gevaarherkenning is een hogere ordevaardigheid.

Volgens het ministerie kunnen hogere ordevaardigheden pas worden getoetst na een tijdje ervaring te hebben opgedaan. “Dus niet in het examen zelf toetsen maar in een tweede fase”, meldt het ministerie. “De consequentie hiervan is dat deze kennis in de opleiding voor zowel de leerling als de rijinstructeur of tot examinator zal moeten worden aangeboden. Het ministerie zal bezien of er internationaal draagvlak is om deze hogere ordevaardigheden zoals risicoperceptie mee te willen nemen in de rijexamens.”

Examenvorm vinden

Chris Verstappen, directeur van Verjo verkeersleermiddelen, ziet een belangrijk probleem bij het testen van de hoge ordevaardigheden: “Iedereen is ervan overtuigd dat deze vaardigheden belangrijk zijn en dus in het examen thuishoren. Helaas is het de wetenschap tot nu toe niet gelukt om een goede examenvorm hiervoor te vinden.”

De EU richtlijn rijbewijzen stelt minimumeisen waaraan een examen voor praktijk en theorie moet voldoen, vertelt Verstappen. Elk land heeft dus ruimte om aanpassingen te doen aan de inhoud van het rijexamen zolang de minimum eisen uit de EU richtlijn rijbewijzen gewaarborgd zijn. “Waarom gaat het ministerie opzoek naar internationaal draagvlak? Immers wetenschappers hebben geen werkbaar antwoord gevonden dus moeten andere wegen bewandeld worden. Dit vraagt dat we out-of-the-box gaan denken.”

Type bestuurder

Belangrijk is dat we beseffen dat een motorrijder een andere type leerling en bestuurder is dan een kandidaat die voor zijn rijbewijs auto komt, meent Verstappen. “De meeste beginnende motorrijders hebben al een autorijbewijs en dus rijervaring. Bij het ontwikkelen van een goede gevaarherkenning voor de motorfiets moet hier rekening mee worden gehouden. Zomaar de gevaarherkenning van een beginnende autobestuurder overnemen, is niet zinnig.”

Veel motorinstructeurs hebben risicoperceptie en de consequenties daarvan al geïntegreerd in hun motorlessen, ziet hij. “Maar door de huidige marktwerking dreigt dit onderdeel van de opleiding steeds meer naar de achtergrond te schuiven. Het is de taak van een examen om dit te voorkomen.”

Andere plannen

Een ander belangrijk punt uit het actieplan is het gebruik van rijondersteunende systemen (ADAS). ADAS is met name ontwikkeld voor auto’s en vrachtauto’s maar komt in veel mindere mate voor bij motorfietsen. Het ministerie vindt dat deze systemen ook moeten bijdragen aan de veiligheid van de motorrijder.  Zo worden motorrijders lang niet altijd herkend door ‘Blind Spot’. Er moet worden onderzocht wat mogelijk is voor motorfietsen, wat daadwerkelijk werkt en wat de motorrijders zelf vinden van die systemen. Sommige fabrikanten van motorfietsen (Honda, Yamaha en BMW) werken al samen aan ADAS-voorzieningen voor de motorfiets.

De RDW onderzocht vorig jaar op verzoek van Motorrijders Actie Groep (MAG), Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging (KNMV) en de Federation of European Motorcyclists’ Associations (FEMA) de zichtbaarheid van motorfietsen voor voertuigen met innovatieve rijsystemen die de snelheid van het voertuig bepalen. Hieruit bleek onder meer dat motorrijders niet altijd werden herkend door de adaptive cruise control.

Motorhelmen

Ook het aanpassen van de Europese helmnormen is onderdeel van het actieplan. Helmen zijn beperkt houdbaar omdat het gas langzaam uit het schuim in de helmen loopt waardoor ze na zeven jaar niet meer te gebruiken zijn. Toch mogen helmen nog onbeperkt verkocht worden. Een wens van motorrijders is om bijvoorbeeld de productiedatum in de helm te zetten. En om uiteindelijk een verbod in te stellen op de verkoop van te oude helmen.

Met het nieuwe actieplan komt het ministerie ook tegemoet aan de APK-richtlijn (2014/45/EU). De EU maakt het in deze richtlijn mogelijk om motorfietsen APK-plichtig te maken. Nederland is tegen zo’n APK-plicht. De richtlijn geeft wel ruimte om motorfietsen uit te sluiten van de verplichting, mits de lidstaten met goede alternatieve maatregelen komen voor de veiligheid van motorrijders. “Dit actieplan, dat overigens ook zeker geschreven zou zijn zonder de APKrichtlijn – er was immers al een actieplan in 2010 – presenteert deze alternatieve verkeersveiligheidsmaatregelen.”

Het actieplan is tot stand gekomen in overleg met de leden van het Motorplatform, bestaande uit ANWB, BOVAG, CBR, FEHAC, FEMA, Landelijke Eenheid Politie, KNMV, LOOT, MAG, MON, Politieacademie, RAI Vereniging, RDW, ROF, SWOV en VVN.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 03 Oct 2018 13:57:08 +0000