Nieuwe branchemanager voor Bovag Rijscholen

Bovag Rijscholen heeft vanaf 11 juni een nieuwe branchemanager. Jos van den Broek neemt de werkzaamheden over van Christa Grootveld, die haar aandacht nu nog moet verdelen over twee branches, namelijk rijscholen en gemotoriseerde tweewielers (GT). Volgens Bovag was dat geen goede combinatie. Van den Broek gaat zich volledig richten op rijscholen.

“De afgelopen jaren moest de branchemanager van Bovag Rijscholen haar aandacht verdelen tussen de rijschoolbranche en de branche van gemotoriseerde tweewielers (GT). Dat bleek geen ideale combinatie”, schrijft Bovag. “Vandaar dat Bovag nu in de persoon van Jos van den Broek een branchemanager heeft aangesteld die zijn tijd volledig aan de afdeling Rijscholen kan wijden. Christa Grootveld combineert vanaf begin juli de afdeling GT met de afdeling Fietsbedrijven, hetgeen een veel logischer combinatie is.”

 ‘Geen onbekende’

Bovag gaat nu de afdelingen GT en Fietsbedrijven samenvoegen onder één branchemanager en voor afdeling Rijscholen een eigen branchemanager aan te stellen. Jos van den Broek start per 11 juni bij Bovag als branchemanager Rijscholen. “Jos is geen onbekende in de branche gezien zijn werkzaamheden voor het Instituut voor Duurzame Mobiliteit, wat onder Auto Recycling Nederland valt. Jos is hierdoor uitstekend ingevoerd in de mobiliteitsbranche en kent Bovag goed.”

Het initiatief voor de overstap komt van Grootveld zelf, meldt de brancheorganisatie. “Zij geeft aan zich met veel plezier in te zetten voor de rijscholenbranche en alle uitdagingen en vooral het contact met leden heel interessant en leuk te vinden. Maar tevens stelt zij vast dat het managen van de afdelingen Gemotoriseerde Tweewielerbedrijven en Rijscholen geen ideale combinatie is. Er is te veel verschil in type ondernemers, in de problematiek van de branches en in onderwerpendossiers. Bovendien is er zo veel te doen binnen de afdeling Rijscholen en voor de rijscholenbranche dat de 50 procent die Christa hiervoor beschikbaar heeft, niet voldoende blijkt.”

Lees ook: Bovag: speed pedelec moet terug naar fietspad

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 06 Jun 2018 11:51:42 +0000

Taxibranche begint wachttijden examens steeds meer te voelen

Ook in de taxibranche worden de gevolgen van de beperkte examencapaciteit bij het CBR steeds zichtbaarder. Een taxibedrijf kan mede door de wachttijd zelfs geen nachtritten meer aanbieden. Het ziet er ook niet naar uit dat de problemen op korte termijn opgelost zullen worden. “Onze indruk is dat het CBR er alles aan probeert te doen, maar steeds weer wordt ingehaald door de feiten”, vertelt Hubert Andela, directeur van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV).

Voor taxibedrijven met chauffeurs in opleiding werd medio vorig jaar al steeds lastiger om op tijd examens in te kopen. Chauffeurs die een leer-werktraject voor het doelgroepenvervoer doorlopen, moeten binnen vier maanden slagen voor zowel theorie als praktijk. In die periode rijden ze op een tijdelijke chauffeurskaart. Na het slagen wordt die omgezet in een definitieve. Het werd vorig jaar steeds lastiger om binnen die termijn een praktijkexamen in te kopen, en de ruimte om een eventuele herkansing te doen was helemaal beperkt.

KNV trok namens zijn leden aan de bel en het CBR probeert al langer om de oplopende reserveringstermijnen het hoofd te bieden, onder meer door extra examinatoren te werven. Het probleem is echter dat de de aanvragen maar blijven toenemen. Bij de taxi-examens is de vraag naar examens de laatste jaren zeer sterk gestegen. De wachttijden voor het praktijkexamen taxi lopen dan ook al langer op.

Niet genoeg

KNV Taxi en Zorgvervoer geeft aan dat de problemen nog niet voorbij zijn. De brancheorganisatie is geregeld in overleg met het CBR en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, vertelt Hubert Andela. “Onze indruk is dat het CBR er alles aan probeert te doen, maar steeds weer wordt ingehaald door de feiten, dat wil zeggen de stijgende aantallen examenaanvragen. De problemen van de te lange wachttijden spelen bij veel examens van het CBR, met name de praktijkexamens.”

“Het CBR verhoogt de capaciteit met werving en opleiding van examinatoren en met het inzetten van freelancers. Dat het voorlopig nog niet genoeg is, blijven wij in onze overleggen herhalen. Want anders worden de taxi-examinatoren straks nog ingezet in andere transportsectoren waar de groei van de examenaanvragen groter is dan het CBR kan bijhouden”, vreest Andela.

Hij geeft aan dat KNV alles doet wat redelijkerwijs mogelijk is, maar dat oplossingen worden beperkt doordat het CBR de enige exameninstantie in zijn soort is. “Onze leden die zelf examenplaatsen inkopen vinden het nog net zo vervelend als vorig jaar. Nu komen er de komende maanden niet enorm grote aanbestedingen meer aan, maar iedere aspirant-chauffeur waarvoor je geen examenplaats vindt, is er natuurlijk één te veel. En voor leerlingenvervoercontracten die laat worden toegekend, kun je niet vooraf voor 100 procent inschatten hoeveel examenplaatsen je nodig zult hebben.”

‘Onwerkbare situatie’

De problemen worden ook voor klanten zichtbaar. Neem TBO-Texel, dat heeft aangekondigd te stoppen met taxivervoer tussen 01.00 en 06.00 uur. Door verschillende ontwikkelingen in de vervoersmarkt heeft het bedrijf zijn chauffeurs overdag keihard nodig. “Er is nog overwogen om nieuwe chauffeurs aan te trekken om op die wijze over voldoende capaciteit te beschikken, maar door de vereiste opleidingen en de beperkte examencapaciteit bij het CBR duurt het momenteel circa vier maanden voordat een sollicitant inzetbaar is. Dat is voor zowel de kandidaat-chauffeur als voor ons een onwerkbare situatie.”

130 van de 400 examens

Ook Taxiwerq heeft als opleider met de moeizame inkoop van taxi-examens te maken. Zo wilde dit bedrijf voor juli en augustus zo’n 400 examens inkopen. Er werden 130 examenplaatsen toegekend. De rest schuift door naar september tot en met november, een periode waarvoor de aanvragen reeds zijn gedaan. “Hopelijk krijgen we nu wel meer examens toegewezen anders staan we absoluut voor een uitdaging”, zegt commercieel directeur Pascal Denissen.

Taxiwerq maakt veel gebruik van de LWT-chauffeurspas, waarbij de taxichauffeur in opleiding binnen vier maanden zowel voor theorie als praktijk moet slagen. Vooral bij herexamens komt die termijn wel eens in het geding, legt teamleider opleidingen Renske Duurkoop uit.

“Uiteraard maken we dan gebruik van de regeling van ILT waarbij de kandidaat tot twee maanden na de einddatum van de LWT door kan rijden op zijn of haar burgerservicenummer, indien een eerste examen of herexamen door krapte bij CBR niet mogelijk is.” Nadeel is wel dat Kiwa zes weken na het verlopen van de pas opnieuw kosten in rekening brengt voor een definitieve pas. “Helaas missen we hier enige flexibiliteit. De kandidaat en ook de rijschool zouden niet op moeten draaien voor deze kosten.”

Meer plekken nodig dan toebedeeld

De krapte in het aanbod van praktijkexamens wordt voor Taxiwerq steeds nijpender, merkt Duurkoop op. “Wij verwachten dit jaar 600 kandidaten meer te kunnen opleiden dan in 2017. Maar het CBR verdeelt de schaarse examenplekken onder de rijscholen op basis van de inkoop in 2017. Dat betekent dat wij meer plekken nodig hebben dan we toebedeeld krijgen, en dus nóg langere wachttijden voor de kandidaten.”

Taxiwerq ziet dat het CBR maatregelen neemt om meer examens te kunnen afnemen, maar de wachttijden zijn nog niet afgenomen. Volgens Duurkoop zal het ook nog wel even duren voor de maatregelen effect sorteren. “Een al eerder aangedragen oplossing voor de korte termijn is het tijdelijk verlengen van de LWT-pas naar bijvoorbeeld acht maanden. In die periode zijn een eerste examen en herexamen mogelijk.”

Dit lapmiddel zou volgens Renske Duurkoop een einde maken aan de extra kosten die nu wel spelen. Rijscholen krijgen meer ruimte om te plannen, de kandidaat krijgt meer tijd om te slagen en het taxibedrijf krijgt de zekerheid dat de kandidaat na de LWT-pas aansluitend een definitieve pas zal ontvangen. “Helaas heeft KIWA aangegeven dat dit, in verband met regelgeving en het moeten aanpassen van systemen, niet mogelijk is. Wij vinden het dan ook jammer dat deze vrij eenvoudige oplossing door onder andere een vastgezet computersysteem onmogelijk wordt.”

‘Voorlopig heel druk’

Het CBR erkent de drukte, laat een woordvoerster weten: “Het is inderdaad heel druk, de vraag naar rijexamens groeit nog steeds, over de hele linie. Daardoor zijn de wachttijden helaas hoger dan we willen. Dat geldt ook voor taxi-examens. In de helft van de examenplaatsen wordt op dit moment de maximale wachttijd van 7 weken niet gehaald. We verwachten dat het voorlopig heel druk blijft.”

Begin dit jaar liet het CBR nog weten dat in 2017 duizenden examens meer werden afgenomen dan in 2016. Voor taxi alleen al ging het om een groei van 10.000 naar 11.500 praktijkexamens. Voor dit jaar wordt gerekend op een groei van nog eens 34.000 examens over de hele linie. De bloeiende economie wordt als belangrijkste oorzaak van de groei in algemene zin genoemd.

Lees ook: Minister: verplicht langere wachttijd bij slecht opgeleide leerling

Bron: Verkeerspro
Auteur: Vincent Krabbendam
Publicatie datum: Thu, 31 May 2018 09:21:02 +0000

Poll: vraag naar rijles groeit, durf jij je lesprijs te verhogen?

De laatste cijfers van het CBR bevestigen het opnieuw: de vraag naar het rijexamen blijft maar groeien, in alle categorieën. RijschoolPro wil graag weten in hoeverre rijschoolhouders hun tarieven durven te verhogen nu de economie al sinds een paar jaar aantrekt.

Dat de grote vraag naar examens problemen oplevert, is bekend. De lange wachtrijen bij het CBR maken het plannen er niet makkelijker op voor ondernemers. Het capaciteitsprobleem is ook niet op korte termijn op te lossen. Maar heeft deze trend ook een positief effect voor de branche? Durven ondernemers hun lesprijzen te verhogen? Of is de concurrentie toch nog te groot in deze sector?

We horen graag wat jouw ervaring is. Vul hieronder de poll in:

De economie trekt aan en de vraag naar rijles neemt toe. Verhoog jij je lesprijs?

Lees ook: Rijinstructeurs ontevreden over inkomen: ‘marges zijn te klein’

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 05 Jun 2018 13:22:29 +0000

Term ‘roekeloosheid’ moet weg uit Wegenverkeerswet

De Raad voor de rechtspraak wil dat de term roekeloosheid uit de Wegenverkeerswet wordt geschrapt. Juridisch gezien betekent de term roekeloosheid namelijk iets anders dan in het dagelijks taalgebruik. Dat staat in een advies van de Raad van State bracht over een wetsvoorstel van minister Grapperhaus voor het opleggen van zwaardere straffen voor verkeersdelicten. 

In de wet staat roekeloosheid voor de zwaarste vorm van schuld bij verkeersdelicten, verklaart de Raad, het overkoepelende bestuur van onder andere rechtbanken en gerechtshoven. Door de manier waarop roekeloosheid in de wet is omschreven en wordt geïnterpreteerd, komt een rechter ‘slechts in uitzonderlijke gevallen’ tot het oordeel dat sprake is van de term.

Het veroorzaken van een ongeval onder invloed van alcohol, daarbij ongeveer 40 kilometer te hard en door rood licht rijdend, omschrijven veel mensen als roekeloos. Maar op grond van de juridische betekenis is dat in een strafzaak echter niet zonder meer het geval.

Veel onbegrip

Dit verschil in interpretatie leidt tot veel onbegrip bij slachtoffers en in de samenleving, ziet de Raad. Die adviseert daarom om aan alle onduidelijkheid een einde te maken en de term roekeloosheid uit de Wegenverkeerswet te schrappen. In het advies staat een voorstel voor een alternatieve uitwerking van het wetsvoorstel waarmee rechters beter uit de voeten kunnen.

De Raad adviseert verder om de samenleving, slachtoffers en nabestaanden voorafgaand aan de behandeling van een ernstige verkeerszaak goed voor te lichten. Dit omdat vanuit de maatschappij een duidelijke roep klinkt om ernstige verkeersdelicten zwaarder te straffen. Voorlichting kan dan bijdragen aan meer kennis van en begrip voor de manier waarop zo’n rechtszaak wordt behandeld en hoe de rechter tot een oordeel komt. De Raad ziet hier een belangrijke rol weggelegd voor het Openbaar Ministerie.

Appen

In het wetsvoorstel heeft Grapperhaus duidelijker laten vastleggen wanneer er sprake is van roekeloos rijden. Daarmee verruimt hij de mogelijkheden om automobilisten te vervolgen die onaanvaardbare risico’s nemen en de zwaarste ongelukken veroorzaken. Zo kan een automobilist een gevangenisstraf van maximaal twee jaar krijgen voor het vasthouden van een mobiele telefoon achter het stuur, zelfs als er geen sprake is van schade of letsel.

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Jan Pieter Rottier
Publicatie datum: Wed, 30 May 2018 12:10:51 +0000