Oudere chauffeurs raken vrijstelling voor Code 95 kwijt 

Oudere beroepschauffeurs moeten alsnog verplicht nascholing gaan volgen om de Code 95 op hun rijbewijs te behouden. Wie dat niet doet raakt de Code 95 kwijt. De naar schatting 11.000 beroepschauffeurs voor wie dit geldt krijgen binnenkort een brief vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om ze te informeren. 

De Ministerraad heeft ingestemd met een wetsvoorstel tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 waarmee de Code 95 van beroepschauffeurs geboren voor 1 juli 1955 die geen nascholing hebben gevolgd wordt ingetrokken. De Parlementaire goedkeuring moet nog volgen. Eerder liet het ministerie weten dat de wetswijziging uiterlijk 1 januari 2020 moet ingaan. 

Minister Van Nieuwenhuizen van IenW neemt alvast een voorschot op het in werking treden van de wet door rijbewijshouders die persoonlijk met deze wetswijziging te maken krijgen per brief te informeren. “Dit gebeurt met name om de beroepschauffeurs onder hen te attenderen op de consequenties van de wetswijziging en hen aan te zetten tot actie, namelijk het volgen van nascholing”, valt te lezen in een brief van de bewindsvrouw aan de Kamer. 

De waarschuwingsbrief aan chauffeurs moet ervoor zorgen dat de zij op het moment dat de wetswijziging in werking treedt, beschikken over een geldige Code 95. 

Europese richtlijn

Voorheen werden chauffeurs geboren voor 1 juli 1955 vrijgesteld van de verplichte nascholing. Zij kregen Code 95 op hun rijbewijs zonder hiervoor cursussen te hebben gevolgd. Dat was volgens de Europese richtlijn niet toegestaan. Per 1 juni 2015 is Nederland daarom gestopt met het verstrekken van de Code 95 aan deze groep chauffeurs. 

Dat was echter niet voldoende voor de Europese Commissie. Om te voorkomen dat deze zaak voor het Hof van Justitie belandt, kondigde minister Van Nieuwenhuizen vorig jaar juli aan dat de groep chauffeurs die de Code 95 cadeau kreeg, alsnog de schoolbanken in moet. De wetswijziging die dit verplicht stelt ligt nu klaar, de Ministerraad heeft ermee ingestemd. Na Parlementaire goedkeuring treedt de wet daadwerkelijk in werking. 

11.000 beroepschauffeurs

Uit onderzoek in opdracht van het ministerie blijkt dat het om ongeveer 30.000 chauffeurs gaat die hiermee te maken zullen krijgen na inwerkingtreding, van wie ongeveer 11.000 beroepschauffeurs. Zij zullen alsnog op tijd nascholing moeten volgen om beroepsmatig te kunnen blijven rijden. De overige rijbewijshouders zijn alleen verplicht hun rijbewijs om te wisselen voor een exemplaar zonder Code 95.

Code 95 is een aanduiding op het rijbewijs voor het beroepsmatig besturen van een voertuig. De richtlijn Vakbekwaamheid waar de code toe hoort is vijf jaar geldig en kan verlengd worden door het volgen van minimaal 35 uur nascholing in vijf jaar tijd. 

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 01 Aug 2019 08:09:35 +0000

Drie rijbewijskeurders gewaarschuwd door de NZa

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) legt drie organisaties die rijbewijskeuringen uitvoeren een waarschuwing op. Het gaat om Bureau rijbewijskeuringen, Rijbewijsbelang.nl en Neuroconsult-Inc. Zij hebben de regels voor het declareren van rijbewijskeuringen overtreden en moeten direct stoppen met dit gedrag. Bij een volgende overtreding riskeren zij een boete.

Bureau Rijbewijskeuringen en Rijbewijsbelang.nl maakten gebruik van standaard tijden die zij bij iedere keuring in rekening brachten, ongeacht de daadwerkelijke duur van de keuring. Bureau Rijbewijskeuringen deed dit alleen voor indirecte tijd (het schrijven van het keuringsrapport), Rijbewijsbelang.nl ook voor het keuringsgesprek. Dat is niet toegestaan. Een keurend medisch specialist mag alleen de tijd in rekening brengen die hij daadwerkelijk aan de keuring heeft besteed. Dit kan per keuring verschillen. Neuroconsult-Inc bracht extra kosten in rekening die niet zijn toegestaan. Zo moesten mensen 105 euro extra betalen als de neuroloog informatie opvroeg bij een specialist.

De drie organisaties krijgen hiervoor een waarschuwing opgelegd. De waarschuwing houdt in dat de NZa zal optreden met een bestuurlijke boete als blijkt dat zij dezelfde overtreding nogmaals begaan in 2019 of 2020.

Alle drie de partijen hebben beterschap beloofd.

Positie van de consument

De waarschuwingen zijn een resultaat van onderzoek dat de NZa gedaan heeft op basis van meldingen over te hoge rekeningen. Eerder dit jaar is een inventarisatie van deze meldingen gepubliceerd en verantwoordelijke partijen werden opgeroepen bij te dragen aan een sterkere positie voor de consument. Consumenten moeten een rijbewijskeuring zelf betalen, maar er zijn vaak geen klachtenprocedures en ze zijn sterk afhankelijk van de keuringsorganisatie. De NZa heeft aangekondigd overtreders aan te spreken en in te grijpen bij misstanden.

Oplettende consument

De Nederlandse Zorgautoriteit adviseert goed op te letten op de duur van hetkeuringsgesprek, zodat het bespreekbaar is als er te veel tijd in rekening wordt gebracht. Ook moeten mensen alert zijn op aanvullende kosten. Voor labonderzoek moet bijvoorbeeld apart afgerekend worden, maar verder zit alle tijdsbesteding van de keurend medisch specialist verwerkt in de tarieven. Mensen mogen in veel gevallen zelf een keurend medisch specialist kiezen en kunnen hiervoor  contact opnemen met het CBR.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 01 Aug 2019 06:10:02 +0000

Hof: telefoon vasthouden tijdens rijden met autopilot is verboden

Trendwatcher Vincent Everts is terecht bekeurd voor het vasthouden van een mobiele telefoon achter het stuur van een zelfrijdende auto. In zijn argumentatie vergeleek Everts zichzelf met een rijinstructeur die tijdens een les verantwoordelijk is, maar niet zelf de auto bestuurt. 

De uitspraak kwam woensdag van het gerechtshof in Leeuwarden. Vorig jaar november concludeerde de kantonrechter al hetzelfde. Everts ging in beroep, omdat hij de politiek wil wijzen op verouderde wetgeving. De trendwatcher ontkent niet dat hij een mobieltje in de hand had; hij vroeg de rechter om een symbolische boete van 1 euro. Everts argumentatie werd van tafel geveegd en hij moet gewoon de boete van 230 euro betalen. 

Vergelijking met rijinstructeur

De trendwatcher op het gebied van digitale innovatie kreeg in 2017 twee bekeuringen op de A2. Volgens hem onterecht omdat niet hij maar de autopilot feitelijk de bestuurder zou zijn. Hij hoefde slechts toezicht te houden op de autopilot van zijn Tesla Model X. Zijn advocaat Tjalling van der Goot van het advocatenkantoor Anker & Anker maakte in het hof een vergelijking met een rijinstructeur, die volgens de wet wel een telefoon mag vasthouden. 

Volgens het hof is Everts met het bedienen van de autopilot wel degelijk feitelijk bestuurder. Everts hoopt met de rechtszaak de politiek te bewegen na te denken over wetgeving die is toegespitst op nieuwe technologie. Hij erkent dat normaal autorijden met een telefoon in de hand levensgevaarlijk is. “Een mens achter het stuur is het gevaarlijkste wat er is”, vertelt hij in zijn vlog voorafgaand aan de zaak. Rijden met autopilot moet volgens de trendwatcher worden bevorderd, omdat het zoveel veiliger zou zijn. 

Lees ook: Appen met autopilot is net als een rijinstructeur tijdens de rijles

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 31 Jul 2019 12:38:40 +0000

Verlichting op snelwegen ’s nachts weer aan

De lantaarnpalen langs de snelwegen in ons land gaan ’s avonds en ’s nachts weer aan. Dat schrijft minister Van Nieuwenhuizen aan de Tweede Kamer. Ze wijst op onderzoek van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid waaruit blijkt dat verlichting bijdraagt aan de verkeersveiligheid. Enige voorwaarde voor het inschakelen is dat beschermde diersoorten er geen last van mogen hebben.

Tot het voorjaar van 2013 was de aanwezige verlichting langs de Nederlandse autosnelwegen de hele nacht ingeschakeld. Het vorige Kabinet besloot de verlichting in bepaalde situaties tussen 21.00 en 05.00 uur of tussen 23.00 uur en 05.00 uur uit te zetten. Eind 2017 bevroor Van Nieuwenhuizen de uitrol van de maatregel. Op dat moment was de verlichting langs ongeveer 550 kilometer snelweg uitgezet.

In die periode verscheen ook het Regeerakkoord. Daarin staat dat, daar waar verlichting op de snelwegen bijdraagt aan verhoging van de verkeersveiligheid, deze ’s avonds en ’s nachts weer aan gaat. De afgelopen tijd heeft de minister laten onderzoeken hoe ze daar het beste invulling aan kan geven.

Effecten op verkeersveiligheid

Zo heeft de SWOV het factsheet openbare en voertuigverlichting geüpdatet. Hierin staat onder meer: “Het plaatsen van openbare verlichting zorgt voor een afname van 50 procent van het aantal letselongevallen in het donker. Nadelen van openbare verlichting zijn onder andere de kans op botsingen met lichtmasten, lichthinder en de kosten voor materiaal, onderhoud en energieverbruik. De effecten van verlaging van het verlichtingsniveau op autosnelwegen op de verkeersveiligheid verschillen per situatie.”

Het onderzoek trok Van Nieuwenhuizen over de streep. Nu informeert ze de Tweede Kamer over de te nemen stappen. Zo moet ze rekening houden met de Wet Natuurbescherming. Deze wet verbiedt activiteiten die leiden tot het opzettelijk verstoren van beschermde diersoorten en/of het beschadigen van voortplantingsplaatsen- of rustplaatsen van deze soorten.

Diersoorten

“Hierdoor is het noodzakelijk om te toetsen welke effecten er zijn als verlichting weer wordt aangezet”, schrijft de minister. “Er moet daarvoor in kaart gebracht worden welke soorten zich waar bevinden en of dit een knelpunt oplevert. In het geval van een knelpunt is het noodzakelijk om eerst compenserende maatregelen te treffen voor beschermde diersoorten.”

Rijkswaterstaat gaat middels quickscans op locatie onderzoeken waar zogenoemde hotspots van beschermde soorten zijn die een knelpunt opleveren. Binnen zes maanden zullen die uitgevoerd zijn, zo is de bedoeling. Van Nieuwenhuizen verwacht, op basis van gegevens van de wegbeheerder, dat op het merendeel van de locaties, geen knelpunten gevonden worden. In die gevallen kan de verlichting daar weer ingeschakeld worden.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Jan Pieter Rottier
Publicatie datum: Wed, 31 Jul 2019 08:29:17 +0000

Slagingspercentage van ééndaagse theoriecursussen ligt boven landelijk gemiddelde 

De acht grootste aanbieders van eendaagse theoriecursussen hebben samen een gemiddeld slagingspercentage van 67 procent voor de autotheorie (categorie B). Dit percentage is hoger dan landelijke gemiddelde van 51,2 procent. Dat blijkt uit open data van het CBR in de periode van april 2018 tot en met maart 2019. Van de grote aanbieders is NuTheorie de lijstaanvoerder met een slagingspercentage van 84,4 procent. Meer dan 27.000 eerste examens zijn afgelegd via de snelcursussen, op een totaal van 252.058 eerste examens. 

RijschoolPro vergeleek cijfers in de openbare data van het CBR van een aantal grote aanbieders van eendaagse theoriecursussen: NuTheorie, Theoriegarant, Turbo Theorie Opleidingen, Theoriepro, 123theorie, 123geslaagd, Theorie Snel Halen en Theoriestudie. De cijfers van de laatste drie kwartalen van 2018 en het eerste kwartaal van 2019 zijn met elkaar vergeleken. Het gaat om de cijfers van leerlingen die voor een eerste keer examen doen voor een theoriecertificaat in de categorie B. 

Het CBR doet geen uitspraken over slagingspercentages van ééndaagse opleiders. Omdat, zo antwoordt een woordvoerster: “We weten niet welke opleider welke opleidingsmethode hanteert. Dus we hebben hier geen aantallen van.” Wel kan de open data worden doorgespit waarin onder meer de aantallen examens per locatie en per bedrijf zijn genoteerd.  

Percentages

RijschoolPro heeft zoveel mogelijk geprobeerd om tot een compleet beeld te komen en de cijfers van alle handelsnamen van de ondernemingen mee te nemen in deze vergelijking. NuTheorie is aanvoerder van de lijst met slagingspercentages, zij komen uit op 84,4%. Theoriegarant volgt met 75,3%. De nummer drie in deze ranglijst is Turbo Theorie met 74,9%. Onderaan de lijst bungelt Theoriestudie met 43,9%. Zie onderstaande tabel voor de volledige lijst. 

Kanttekening 

In de bekeken periode zijn er 252.058 eerste theorie-examens door het hele land afgelegd, met een slagingspercentage van 51,1%. Dat cijfer is inclusief examens die via de ééndaagse cursussen zijn aangeboden. 

Een belangrijke kanttekening is dat hier geen vergelijking is gemaakt van opleidingsmethoden. Of meerdaagse trainingen of zelfstudie leiden tot hogere slagingspercentages is niet meegenomen in dit artikel. Aan de voorbereiding op het theorie-examen worden geen eisen gesteld door het CBR. “Kandidaten zijn vrij om te kiezen voor een voorbereiding op het theorie-examen dat bij hen past”, laat een woordvoerster weten.

Aan de hand van de cijfers kan niet worden geconcludeerd dat een ééndaagse cursus tot een hogere slagingskans leidt. De conclusie is sec dat het slagingspercentage van kandidaten die na een ééndaagse cursus theorie-examen doen, hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. 

Slagingskansen 

Geen enkele aanbieder van een snelcursus haalt een slagingspercentage van honderd procent. Een aantal van hen, zoals 123 theorie, zegt een 100 procent slagingskans te hebben. Let wel, een slagingskans is geen slaaggarantie. Sommigen bieden nog wel een herkansing aan in hun pakket. De prijzen voor de snelcursussen schommelen rond de 100 euro, dat is exclusief de examenkosten bij het CBR van 33 euro. De prijzigste is Theoriepro met een dagcursus voor 125 euro, Theoriestudie is met 69,99 euro het goedkoopst. 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Redactie
Publicatie datum: Wed, 31 Jul 2019 07:41:14 +0000

‘Jonge xtc-gebruiker te snel achter het stuur’

Veel jonge drugsgebruikers stappen te snel achter het stuur nadat ze een xtc-pil geslikt hebben. Ruim zes op de tien jongeren denken dat ze minder dan 16 uur hoeven te wachten voordat ze veilig kunnen autorijden. Dat blijkt uit een onderzoek van jongerenorganisatie TeamAlert onder 1.460 jonge drugsgebruikers.

De harddrug is pas na 16 tot 58 uur uit het lichaam verdwenen. Hoe lang het precies duurt is afhankelijk van factoren als de hoeveelheid werkzame stof in de xtc-pil, lichaamsgewicht van de gebruiker en de mate waarin het middel is gebruikt. 

Rijden onder invloed van xtc is levensgevaarlijk. De kans op een ongeluk is 5 tot 30 keer hoger en wordt nog hoger als de drugs worden gecombineerd met alcohol of andere drugs. TeamAlert is eenorganisatie, die zich bezighoudt met jongeren en risicogedrag. Maartje Burghgraef van TeamAlert zegt: “Jongeren denken vaak dat ze goed bezig zijn. Ze gebruiken xtc op een meerdaags festival en blijven kamperen. Ze rijden de volgende dag pas weg, maar twaalf uur later is het nog niet verantwoord om te rijden”, aldus de organisatie.

Rij Tripvrij

Het is strafbaar om met drugs op te rijden. Of iemand gebruikt heeft, is aan te tonen met een speekseltest en/of een onderzoek naar psychomotorische functies, een oog- en spraaktest. De straffen zijn niet mals voor wie hogere waardes heeft dan toegestaan: een gevangenisstraf van maximaal 3 maanden, een geldboete van maximaal 8.200 euro of het verliezen van de rijbevoegdheid voor vijf jaar. 

Om jongeren te wijzen op de gevaren van xtc in het verkeer loopt TeamAlert donderdag met een levensgrote xtc-pil door het centrum van Utrecht. De actie is onderdeel van de campagne Rij Tripvrij. TeamALert is trouwens ook de organisatie achter 2toDrive. 

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 30 Jul 2019 11:31:32 +0000

VRB neemt het op voor het CBR 

Peter van Neck van de Vereniging Rijschool Belang neemt het deze week via de opiniepagina van de Volkskrant op voor het CBR. In het stuk roept de vereniging meteen ook rijinstructeurs op leerlingen aan te sporen zo snel mogelijk de Gezondheidsverklaring in te vullen. 

Op 22 juli was op de opiniepagina van de Volkskrant een ingezonden brief te lezen van Josette van Wolveren. Haar zoon is al meer dan een jaar bezig zijn rijbewijs te halen en heeft nog niet af mogen rijden. Hij liep vertraging op nadat hij op de Gezondheidsverklaring invulde dat hij ooit de diagnose ASS heeft gehad. Behalve tijd kost het traject ook veel geld. Volgens de moeder is er sprake van discriminatie op medische gronden. 

Peter van Neck van de Vereniging Rijschool Belang klom na het stuk van Van Wolveren in de pen. De VRB vindt het verhaal van de moeder ‘zeer eenzijdig’. De vereniging vindt het noodzakelijk openlijk te reageren om zo ook de andere kanten van het verhaal te belichten. Niet alleen het CBR heeft schuld aan het lange traject. “De rol van het CBR, de keuringsartsen, de medische specialisten en ook van de rijschoolhouders wordt verkeerd weergegeven”, meent de VRB. 

Doe het meteen

In het opiniestuk van Van Neck is te lezen dat rijbewijsleerlingen en hun ouders vaak niet beseffen dat het traject om een Verklaring van Geschiktheid te verkrijgen lang kan duren. “Zeker bij doorverwijzing naar een medisch specialist, die weer kampt met wachttijden en/of voor het bepalen van zijn bevindingen afhankelijk is van andere behandelende specialisten. Als je langs meerdere artsen moet, loop je tegen nóg langere afhandeltijden aan. Alle digitale systemen ten spijt”, schrijft hij.  

Kandidaten doen er verstandig aan om nog vóórdat ze beginnen aan hun rijbewijs na te denken of het zeker is dat ze een vraag voor de Gezondheidsverklaring met ja moeten beantwoorden. En het is aan de rijinstructeur om de leerling zo snel mogelijk aan te sporen de verklaring in te vullen. “Die verklaring blijft geldig zolang je bezig bent met het rijbewijs”, zegt secretaris Irma Brauers desgevraagd in een toelichting op het opiniestuk. “Vraag je leerling om dat meteen te doen.” 

Kosten

Over de kosten: in de brief van Van Wolveren worden alle kosten het CBR aangerekend en dat is volgens de branchevereniging niet correct. De tarieven voor de medische specialisten wordt door de NZA vastgesteld en die worden aan de specialist betaald. Wanneer een rijtest deel uitmaakt van het traject en er dus een lesauto nodig is, is het niet het CBR die een rekening stuurt, maar de rijschool die huur rekent voor een lesauto. “Omdat er maar op dertig CBR-oproepplaatsen rijtesten worden afgenomen, kan dat qua inzettijd al snel drie lesuren beslaan”, schrijft Van Neck. 

Blijf eerlijk

De voorzitter van de VRB benadrukt in zijn brief dat het verhaal van de moeder geen opmaat mag zijn om medische zaken níet naar waarheid in te vullen. “In Nederland is er gelukkig extra steun in de reguliere schoolopleiding voor wie dat nodig heeft, anderzijds kan uit een gedragsdiagnose ook voortvloeien dat er extra en zorgvuldige procedures bij het CBR moeten worden doorlopen. Dat heeft de wetgever in Nederland in het belang van de verkeersveiligheid nu eenmaal bepaald.” 

Brauers vult aan: “De check is er niet voor niets. Niet mee eens? Die klacht moet je richten aan de overheid die de wetgeving heeft opgesteld, niet aan het CBR.” 

Veiligheid voorop

Het artikel vervolgt: “Kunnen zaken beter? Zeker, we houden de vinger aan de pols over de ontwikkelingen bij de medische afdeling van het CBR, die al maanden kampt met zeer lange doorlooptijden. Maar als derde partijen moeten worden ingeschakeld, is dat niet het CBR aan te rekenen.” 

Van Neck sluit zijn betoog af met de stelling dat iedereen een eerlijke kans moet krijgen, maar dat veiligheid voorop staat.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 30 Jul 2019 10:13:30 +0000

Vier op tien zzp’ers in rijschoolbranche heeft geen voorziening arbeidsongeschiktheid 

In de rijschoolbranche heeft 38,4 procent van de zelfstandigen zonder personeel geen verzekering of spaargeld achter de hand in het geval van arbeidsongeschiktheid. Dat blijkt uit eigen onderzoek van RijschoolPro.  

RijschoolPro zette een poll uit waarin aan zzp’ers in de rijschoolbranche werd gevraagd welke voorzieningen zij hebben getroffen voor eventuele arbeidsongeschiktheid. Uit een eerder onderzoek van TNO en het CBS bleek dat 41 procent van alle zzp’ers in Nederland geen voorzieningen heeft getroffen en dat terwijl een verzekering binnenkort verplicht wordt als onderdeel van het principe-akkoord pensioenen. 

Stand in de rijschoolbranche 

In de rijschoolbranche blijkt het percentage zelfstandigen dat niets heeft geregeld iets lager te liggen: 38,4 procent. De overige respondenten geven aan wél voorzieningen te hebben getroffen; iets meer dan een kwart heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov). 15,1 procent kiest voor een broodfonds en 14,2 procent heeft een eigen spaarpot voor noodgevallen. Tot slot geeft 6,5 procent aan arbeidsongeschiktheid op een ‘andere manier’ te regelen, zoals een combinatie van broodfonds, spaargeld en een aov. 

In het onderzoek van TNO en CBS, genaamd Zelfstandigen Enquête Arbeid, is aan 5.500 zelfstandig ondernemers gevraagd of en wat zij geregeld hebben voor eventuele arbeidsongeschiktheid. Aan het onderzoek deden enkele tientallen rijscholen en -instructeurs mee, een te kleine groep respondenten om concrete uitspraken te doen over deze branche. Dat was aanleiding voor RijschoolPro om te onderzoeken hoe het in de branche is geregeld; 232 mensen vulden de poll in. 

Zwaar beroep 

Het belangrijkste argument om geen verzekering af te sluiten zijn de kosten, die conclusie valt te trekken na het lezen van alle reacties op social media en de eigen website van RijschoolPro naar aanleiding van de berichtgeving. Enkele commentaren: ‘onbetaalbaar’, ‘te duur’ en ‘niet op te brengen’. Ook wordt aangehaald dat de verzekeringsproducten te ingewikkeld zijn, de kosten met de leeftijd oplopen en dat een aov niet aantrekkelijk is vanwege de lange periode die overbrugt moet worden voordat er verzekeringsgeld wordt uitgekeerd.

Rijinstructeur wordt door de meeste verzekeraars aangemerkt als zwaar beroep, dat bevestigt een woordvoerster van het Verbond voor Verzekeraars. Die classificatie zorgt ervoor dat een verzekering inderdaad kostbaar is. Hoeveel premie een rijinstructeur precies betaalt, is afhankelijk van verschillende factoren, zoals leeftijd, hoeveel je op de weg zit en de gekozen mate van dekking. 

Iets meer dan een kwart van de zzp’ers die de poll van RijschoolPro invulden, geeft aan wel een arbeidsongeschiktheidsverzekering te hebben afgesloten. Een reactie op facebook: “Ik had vijf jaar geleden een hartprobleem en was toen blij dat ik goed verzekerd was.” In de comments wordt de hoop uitgesproken dat de premie omlaag gaat bij een verplichte aov voor iedereen. “Als het draagvlak breder wordt, hoop ik dat dat premie met minstens een derde omlaag gaat.” 

Spaarpotje 

15,1 procent van de zzp’ers kiest voor deelname in een broodfonds, dat wordt in sommige comments aangemerkt als een ‘betaalbaar alternatief’. Bij een broodfonds verenigen ondernemers zich in een groep, variërend van dertig tot vijftig leden, die allemaal een maandelijks bedrag inleggen. Raakt een van de ondernemers arbeidsongeschikt dan krijgt hij of zij een bedrag van dit fonds uitgekeerd. 

Uit de poll blijkt dat spaargeld of beleggingen voor 14,2 procent van de zelfstandige rijinstructeurs de oplossing is om arbeidsongeschiktheid op te vangen. Onder meer ING biedt een speciale spaarrekening aan voor zzp’ers. “Een goede buffer is de som van je vaste lasten vermenigvuldigt met het aantal maanden dat je wil kunnen overbruggen”, stelt de bank. Een spaarpot kan tevens helpen om een stabiel inkomen te creëren ook voor de momenten dat je op vakantie bent of niet aan het werk bent vanwege bijvoorbeeld bijscholing. 

Combinatie 

Een klein gedeelte van de ondervraagden, 6,5 procent, geeft aan de inkomensdip bij eventuele arbeidsongeschiktheid op een andere manier op te vangen. Uit de reacties blijkt dat ‘anders’ met name inhoudt dat er gekozen wordt voor een combinatie van spaargeld, broodfonds of verzekering. Een persoon geeft in de comments aan het helemaal anders aan te pakken; hij koopt iedere maand een rijtje staatsloten. 

Lees ook:

 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 30 Jul 2019 07:46:01 +0000