Ander uiterlijk voor hulpverleningsvoertuigen

Hulpverleningsvoertuigen van de overheid krijgen vanaf deze week gaandeweg een nieuw uiterlijk. De bekende strepen van politie, brandweer en ambulance, ook wel striping openbare orde en veiligheid (OOV-striping) genoemd, worden vernieuwd. Daardoor zijn de strepen ’s nachts nog duidelijker te zien.

Ook de striping op voertuigen van de Koninklijke Marechaussee, Reddingsbrigade Nederland, Veiligheidsregio’s en Defensie wordt aangepast. Het huidige ontwerp van de OOV-striping dateert uit 1993. Inmiddels zijn er folies die het licht vooral ‘s nachts beter reflecteren waardoor de strepen in het donker nog duidelijker zichtbaar zijn.

De strepen worden daarnaast tweemaal zo breed en wat hoger geplaatst. Dit moet beter aansluiten bij het ontwerp van de moderne voertuigen, die ronder en breder van vorm zijn dan oudere modellen. Verder zijn twee kleuren verhelderd. De roodoranje streep van politie en Marechaussee wordt rood, net als van de ambulance, en de Marechaussee krijgt een iets aangepaste tint blauw.

Geleidelijk zichtbaar

Om de kosten zo laag mogelijk te houden, is afgesproken dat voertuigen bij vervanging de nieuwe strepen krijgen. Het verbeterde ontwerp wordt daardoor geleidelijk zichtbaar in het straatbeeld. Het ontwerp is beschermd en het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) is namens de minister van Justitie en Veiligheid aangewezen om het gebruik te reguleren en controleren.

Lees ook: 6 tips voor leerling en instructeur: wat te doen bij sirene en zwaailicht?

Bron: Verkeerspro
Auteur: Jan Pieter Rottier
Publicatie datum: Fri, 19 Apr 2019 12:08:35 +0000

Nieuw: volg een WRM-bijscholing op de Nationale Rijschooldag

De achtste editie van de Nationale Rijschooldag op dinsdag 18 juni heeft een nieuw onderdeel: je kunt een officiële WRM-bijscholing volgen van twee dagdelen. Ideaal voor wie maximaal profijt wil halen uit zijn bezoek aan de Nationale Rijschooldag in Den Bosch. Wees er snel bij, want er is maar een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.

De WRM-bijscholingen op de Nationale Rijschooldag zijn tot stand gekomen in samenwerking met branchevereniging VRB en met goedkeuring van IBKI. Bezoekers kunnen kiezen uit vijf verschillende bijscholingen. De cursussen bestaan uit twee dagdelen en duren van 9.00 tot 12.00 uur en van 13.30 tot 16.30 uur. Deelnemers krijgen gratis lunch aangeboden.

Opleiders WRM-bijscholing Nationale Rijschooldag
De WRM-bijscholingen:

  • RVV-vernieuwing: Leer op interactieve wijze over de laatste wijzigingen met betrekking tot de wet- en regelgeving. Opleider: Wilbert van Beersum / VRO
  • Lerend Leren: De moderne rijinstructeur neemt in zijn rijlessen steeds meer de rol van een coach aan. Opleider: Wilko Lenoir / Lenoir Opleidingen
  • Rijprocedure CDE: Met onder andere bediening van het voertuig en verkeersinzicht. Opleider: Hein Schenkelaars / Jongepier Verkeersopleidingen
  • Rijprocedure A: Voor motorinstructeurs. Krijg inzicht in de manier van beoordelen door de examinator. Opleider: Laurens Wisselink / De Verkeersacademie
  • Rijprocedure B: Leer alles over hoe je de rijprocedure kunt gebruiken tijdens de rijles. Opleider: Riny Reijbroeck / De Verkeersacademie

Aanmelden kan via de pagina met bijscholingen. Klik op de aanmeld-link die bij elke opleider vermeld staat.

Meer activiteiten

Ook nieuw dit jaar is het Ondernemersontbijt. Hiermee beginnen bezoekers de Nationale Rijschooldag ontspannen én informatief onder het genot van een ontbijt. Ze komen onder andere meer te weten over de ontwikkelingen op het gebied van brandstoffen en krijgen advies voor marketing. Daarnaast geeft de politie Oost-Brabant tips over het omgaan met hulpdiensten in het verkeer.

Ook kunnen bezoekers zich aanmelden voor een van de workshops, met bijdragen van onder meer IBKI, CBR en de KNMV. Op het buitenterrein kunnen instructeurs tientallen lesauto’s en motoren bekijken en een voertuig uitkiezen voor een testrit. In de hal naast het terrein vindt de Rijschoolbeurs plaats.

Info en registreren

De Nationale Rijschooldag vindt plaats bij 1931 Congrescentrum aan de Oude Engelenseweg 1 in Den Bosch. De locatie beschikt over voldoende parkeergelegenheid, maar is ook goed te bereiken met het openbaar vervoer. Vanaf treinstation ‘s-Hertogenbosch is het 12 minuten lopen. Wil je meer informatie, of wil je je meteen inschrijven? Bezoek dan de website van de Nationale Rijschooldag.

Lees ook: Inschrijving voor Nationale Rijschooldag geopend

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 25 Apr 2019 09:21:04 +0000

Aantal strafpunten beginnersrijbewijs toegenomen

Het aantal beginnende automobilisten met strafpunten neemt steeds verder toe. In 2016 werden 2733 strafpunten uitgedeeld, vorig jaar waren dat er 5470. Dat bevestigt het CBR aan persbureau ANP na berichtgeving van BNR. Bij twee strafpunten moet een automobilist opnieuw een rijvaardigheidstest doen bij het CBR.

De beginnersregeling bestaat zo’n 17 jaar. Bij een bepaalde verkeersovertredingen krijgt een beginnende bestuurder een strafpunt uitgereikt. Wie een tweede keer wordt aangehouden en veroordeeld, moet het rijbewijs inleveren. Vervolgens wordt de bestuurder doorgestuurd naar het CBR, waar hij een rijvaardigheidstest moet ondergaan.

Kritisch rapport

Vorig jaar bleek uit een evaluatie dat de regeling is niet erg effectief was. De pakkans is erg klein en als deze bestuurders al worden aangehouden, heeft dit niet altijd consequenties vanwege slechte communicatie tussen instanties.

In de periode tussen 2012 tot en met 2016 heeft het OM slechts 46 keer aan het CBR gemeld dat iemand een tweede strafpunt heeft gekregen. Bovendien zijn automobilisten nauwelijks op de hoogte van de regeling, terwijl deze juist voor een schrikeffect moet zorgen.

Vaker doorgestuurd naar CBR

De verantwoordelijke ministers Grapperhaus en Van Nieuwenhuizen wilden ondanks het kritische rapport de regeling toch in de lucht houden. Dat schreven de ministers in een brief. Ze wezen er ook op dat de uitvoering ‘zo goed als mogelijk is verbeterd.’ Dat is terug te zien in de cijfers: In 2017 heeft het OM al 117 mededelingen verstuurd, vorig jaar waren dat er 150.

Het aantal testen dat het CBR afneemt gaat niet gelijk op met het aantal mededelingen. Het CBR testte vorig jaar 103 bestuurders, in 2017 waren dat er 66, meldt BNR. Volgens woordvoerster Irene Heldens komt dat doordat het een uitgebreide procedure is. “Wij lopen niet achter, alle termijnen die er voor staan worden gehaald. Veel tests worden niet in hetzelfde jaar al gedaan. De procedure duurt lang en er moet eerst betaald worden voor de proef mag worden afgenomen. Niet iedereen heeft zomaar 1000 euro liggen.”

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 24 Apr 2019 12:26:19 +0000

CBR: bereikbaarheid klantenservice verbeterd

Het is een lichtpuntje in het debacle rond de medische beoordelingen van het CBR: de telefonische bereikbaarheid van de klantenservice is verbeterd. Dat meldt althans het CBR. De wachttijd voor de klantenservice duurt gemiddeld 5 tot 6 minuten, met een maximale piek van een half uur. Voorheen stonden klanten soms tot 2 uur in de wachtrij. 

Het CBR heeft de capaciteit van de klantenservice ‘meer dan verdubbeld’. Ook wordt in de avonden en in de weekenden gewerkt. Toch krijgt 5 tot 15 procent van de klanten het verzoek om op een ander tijdstip terug te bellen. “Dit is nog niet goed en moet terug naar nul”, aldus het CBR.

In de wachtrij zelf duurt het nu gemiddeld 5 tot 6 minuten voordat een klant te woord wordt gestaan, met een maximale piek van een half uur.  Wie het CBR een mail stuurt, krijgt sinds half februari weer binnen uiterlijk vijf werkdagen antwoord.

Tot eind 2019

De wachttijden bij de klantenservice zijn het gevolg van de lange doorlooptijden bij de medische beoordelingen bij het CBR. De schatting is dat deze situatie tot eind 2019 aanblijft. “CBR werkt met man en macht om de hinder voor klanten waar dat kan te beperken.”

Klanten van wie het rijbewijs verloopt en op tijd zijn gestart met het indienen van een Gezondheidsverklaring krijgen voorrang. Ook beroepschauffeurs krijgen prioriteit van het CBR. Ook zijn extra artsen ingehuurd om keuringsverslagen te beoordelen. Examenkandidaten met een medische aandoening worden geadviseerd om meteen aan het begin van de rijopleiding een Gezondheidsverklaring in te dienen.

Ondertussen wordt het oude ICT-systeem van het CBR steeds verder uitgefaseerd en het nieuwe systeem steeds verder in gebruik genomen. De ICT kwam vorige week nog uitgebreid aan bod in een uitzending van Zembla. Het systeem zou volgens een klokkenluider dé oorzaak zijn voor alle vertraging bij de medische afdeling. De invoering van het nieuwe systeem was begroot op 7 miljoen euro, maar inmiddels zijn de kosten opgelopen tot maar liefst 34 miljoen euro.

Campagne voor ouderen

Inmiddels kunnen ouderen hun Gezondheidsverklaring digitaal indienen in plaats van op papier. Eerder werd dit al mogelijk gemaakt voor beroepschauffeurs. Hoe het digitaal indienen werkt staat  uitgelegd op www.cbr.nl/75plus. Op papier indienen blijft ook mogelijk, maar kost meer tijd, waarschuwt het CBR.

Lees ook: ‘CBR verzwijgt torenhoge ICT-kosten voor ministerie en Tweede Kamer’

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 25 Apr 2019 08:40:48 +0000

Zorgautoriteit: standaardtarief voor rijbewijskeuring niet toegestaan

Medisch specialisten hanteren tegen de regels in standaardtarieven voor rijbewijskeuringen. De artsen mogen alleen de tijd in rekening brengen die ze daadwerkelijk aan een keuring hebben besteed, stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Ook vindt de NZa dat mensen zelf moeten kunnen kiezen naar welke specialist zij gaan voor hun rijbewijskeuring, vanwege de grote prijsverschillen.

De NZa heeft een inventarisatie gemaakt van klachten over rijbewijskeuringen. De meeste klachten gaan over hoge rekeningen door psychiaters en neurologen. Sommige keurend medisch specialisten declareren volgens de NZa standaard het hoogst toegestane bedrag dat soms oploopt tot meer dan driehonderd euro.

Een standaardtarief hanteren mag niet. Specialisten mogen alleen de directe en indirecte tijd in rekening brengen die ze daadwerkelijk aan een keuring besteden. De zorgautoriteit doet op dit moment onderzoek naar een aantal aanbieders van rijbewijskeuringen die zo werken.

De NZa gaat kijken of de regelgeving nog verder kan worden verbeterd. Ook stellen zij een brief op die mensen kunnen downloaden en toesturen aan hun rijbewijskeurder als zij geconfronteerd worden met een standaardtarief dat niet aansluit op het verloop van hun keuring. “Als wij toch meldingen ontvangen over rijbewijskeurders die standaardtarieven hanteren, dan spreken wij hen hierop aan. En bij misstanden grijpen we in”, aldus de NZa.

Zelf kiezen

Zo lang de tarieven zo sterk met elkaar verschillen, en mensen dit dus zelf moeten betalen, vindt de NZa dat mensen ook moeten kunnen kiezen door wie ze gekeurd worden. “Uit meldingen die wij ontvangen blijkt dat het CBR mensen verwijst naar een specifieke specialist. Op het moment dat er verschillen in tarieven zijn, is het voor mensen extra belangrijk dat ze zelf kunnen kiezen door wie ze gekeurd worden.”

Onnodig

Ook zouden alleen de mensen gekeurd moeten worden bij wie dat echt nodig is, vindt de NZa. “Voor mensen met ADHD is wettelijk bepaald dat zij gekeurd moeten worden. In de praktijk blijkt dat niet voor alle mensen met deze diagnose zo’n keuring nodig is.”

Vorig jaar is in de Gezondheidsverklaring een verduidelijking opgenomen voor mensen die als kind gediagnostiseerd zijn met ADHD, geen medicijnen gebruiken en bij wie de behandeling voor de 16e verjaardag is gestaakt. Zij hoeven niet gekeurd te worden. Deze verduidelijking kwam op verzoek van belangenvereniging Impuls. “Dit roept de vraag op of er meer mensen zijn die onnodig gekeurd worden. We doen een oproep aan de politiek om te kijken of de regelingen nog actueel zijn.”

Klachtenprocedure

Ook blijkt dat mensen nergens terecht kunnen als ze een klacht hebben over de keuring. Er bestaat voor rijbewijskeurders geen verplichting voor het aanbieden van een klachtenprocedure. Er bestaat een uitzondering in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) die hen hiervoor vrijpleit. “Dit is in onze ogen een onwenselijke situatie. De wet zou hierop aangepast moeten worden.”

Lees ook: Vraag over ADHD/ADD op Gezondheidsverklaring vaak onterecht met ‘ja’ beantwoord

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 24 Apr 2019 04:37:54 +0000

Helft volwassenen weet niet waar dode hoek zit

Bijna 50 procent van de volwassenen weet niet waar de dode hoek van een vrachtauto zit en waar je als fietser veilig staat in de buurt van een groot voertuig. Dat blijkt uit onderzoek van Veilig Verkeer Nederland. De verkeersveiligheidsorganisatie heeft sinds kort een augmented reality-app waarmee ouders en kinderen thuis op een interactieve manier leren over de dode hoek van grote voertuigen in het verkeer.

Veilig Verkeer Nederland deed onderzoek naar hoe volwassen fietsers omgaan met de dode hoek van grote voertuigen in het verkeer. Bijna de helft van de respondenten koos de verkeerde plek bij de vrachtauto waar ze zich als fietser veilig dachten op te stellen. 4 van de 10 volwassenen wist niet dat ook tractors en shovels een gevaarlijke dode hoek hebben.

Gevaarlijke situaties

De dode hoek zorgt in het verkeer vaak voor gevaarlijke situaties: 46 procent van alle ernstige dodehoekongevallen kent een dodelijke afloop, meldt VVN. Gemiddeld komen per jaar 10 fietsers om het leven door een dodehoekongeval. Veilig Verkeer Nederland verzorgt al lange tijd dodehoeklessen in het basisonderwijs.

De app ‘Uit de hoek’ is gratis te downloaden in de appstores. Hiermee wil VVN ouders – via hun kinderen –  op een leuke manier samen leren waar de dode hoek van grote voertuigen zich bevindt en hoe zij zich in veilig gedragen.

Met augmented reality komen verkeerssituaties op de keukentafel tot leven. Kinderen zoeken met hun ouders naar schoolspullen die op weg naar huis uit hun tas zijn gevallen. Hierbij komen ze steeds in dodehoeksituaties terecht.

Lees ook: Gebruik dodehoekverklikker bij rijexamen leidt tot verdeeldheid

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 23 Apr 2019 07:05:20 +0000

‘Nieuwe sanctie voor rijinstructeurs is geen verdienmodel’

Eigenlijk is hij al zes jaar met pensioen. Maar hij is, zo zegt hij zelf, verslaafd aan het vak. Eerder deze maand is Wilbert van Beersum benoemd tot voorzitter van de Landelijke Belangenvereniging voor Verkeersopleidingsinstituten (LBVI). We spreken met hem over de samenwerking in de branche, de plannen op het gebied van praktijkbegeleiding en de toekomstvisie van de LBVI.

Echt nieuw is deze functie niet voor Van Beersum. Hij is al enkele jaren vice-voorzitter bij LBVI. Arnold Beumer heeft om gezondheidsredenen het voorzitterschap neer moeten leggen. Van Beersum vormt nu het bestuur samen met penningmeester Simon Jongepier (Jongepier Verkeersopleidingen) en secretaris Paul Wemer (SAN Verkeersopleidingen).

De LBVI heeft tien leden. Een mooi aantal, vindt Van Beersum. “Ons uitgangspunt is dat we niet in elkaars vaarwater komen. We streven ook naar een landelijke dekking. Wel hebben we flink wat voorwaarden gesteld aan lidmaatschap. Zo moet een opleider minimaal drie jaar lang rijinstructeurs hebben opgeleid.” Aan interesse vanuit andere opleiders geen gebrek, stelt de voorzitter. “Alleen komen de meeste verzoeken van opleiders die willen meeliften op de bijscholing. Als een van onze leden een bijscholing indient bij het IBKI en deze wordt goedgekeurd, dan mogen alle LBVI-leden deze bijscholing geven. Dat maakt het interessant.”

Met de concurrent

Van Beersum is eigenaar van de Veldhovense Rijinstructeurs Opleiding. Samen met vijf medewerkers leidt hij rijinstructeurs op voor onder meer personenauto, motorfiets, vrachtauto, bus en tractor. Zijn achtergrond ligt in de militaire wereld. Hij gaf onder meer leiding aan een militaire rijschool met 45 instructeurs en 15 examinatoren. Als luitenant-kolonel was hij verantwoordelijk voor opleidingen en ontwikkelde hij diverse trainingen. In 2005 werd hij uitgezonden naar Afghanistan waar hij als ‘chief liasion’ de verbindende schakel was tussen hulporganisaties en ministerie.

Het zoeken naar verbinding lijkt hem ook in de rijschoolbranche goed te liggen. Met ministerie, IBKI en brancheverenigingen, maar ook met de ‘concurrent’, namelijk de VVB (Vereniging VerkeersveiligheidsBelangen), waar de VerkeersAcademie onder valt. “De afgelopen periode hebben we veel met elkaar opgetrokken en hebben we goede gesprekken gehad”, zegt Van Beersum.

Praktijkbegeleiding

Een voorbeeld van samenwerking is de invulling van het nieuwe sanctiebeleid bij de praktijkbegeleiding. In plaats van het verliezen van de bevoegdheid, komt er een educatieve sanctie. “De LBVI heeft samen met de VVB, FAM, VRB en Bovag een plan ontwikkeld”, vertelt Van Beersum. “Dat lukte door goed naar elkaar te luisteren. Men ziet steeds meer het belang van samenwerking in. Je zag dit al gebeuren toen de drie brancheverenigingen samen een voorstel indienden voor een nieuwe WRM.”

Voorafgaand aan de gesprekken over de WRM, werd eerst een interne bijeenkomst gehouden om de mening van de LBVI-leden te peilen. “We hielden een workshop om te bepalen welke richting de LBVI op wil gaan. Door dit eerst met de achterban te bespreken, ben je niet zomaar een voorzitter die iets roept, maar ga je veel sterker de gesprekken in.”

Geen verdienmodel

Dat de sanctie verandert, vindt Van Beersum overigens een verbetering. Zijn bedrijf geeft ook cursussen om instructeurs voor te bereiden op de praktijkbegeleiding. “Veel mensen die zakken voor de praktijkbegeleiding, doen dat omdat ze zenuwachtig zijn en niet omdat ze de vaardigheden niet beheersen. Bovendien vervalt de tweede verplichte bijscholing: als je in 1x slaagt, ben je er ook meteen vanaf.”

De details van de educatieve sanctie kan hij nog niet geven, wel de grote lijnen. Wie na de derde keer niet slaagt voor de praktijkbegeleiding, moet een verplichte cursus volgen. Deze cursus is afgestemd op het beoordelingsformulier. Maatwerk dus, en dat maakt het prijzig. Het gaat om een opleiding van drie dagen van zes uur, met zowel theorie- als praktijklessen. Vervolgens moeten de cursisten opnieuw examen afleggen bij IBKI. Een flinke kostenpost voor een instructeur.

Is zo’n educatieve sanctie commercieel gezien niet erg interessant voor de rijinstructeursopleidingen? “Dit wordt vaak gezegd, maar dat is absoluut niet zo”, stelt Van Beersum. “Op jaarbasis gaat het om zo’n 23 instructeurs. Dat zijn er gemiddeld 2 per opleider, die een individueel traject aanbieden. Daar zit geen verdienmodel in.”

Lerend leren

Het ontwikkelen van de educatieve sanctie is een maatregel voor de korte termijn; officieel staat de invoerdatum van de nieuwe WRM op 1 januari 2020, al betwijfelt Van Beersum of die datum haalbaar is. Voor de langere termijn wil Van Beersum zich onder meer richten op het vernieuwen van de bijscholingen om deze nog relevanter te maken voor rijinstructeurs. “Denk bijvoorbeeld aan Talking Traffic: reuze interessant. Je auto communiceert met de verkeerslichten en andere voertuigen. Er wordt op je telefoon of navigatie precies aangegeven met welke snelheid je moet rijden om groen licht te krijgen, of wanneer een hulpdienst in je buurt is. Erg interessant om uit te leggen aan de leerlingen.”

Naast de nieuwe bijscholingen, wil Van Beersum zich ook meer richten op het ‘lerend leren’. “Ik ben groot fan van de RIS, alleen dekt de naam de lading niet. Mensen hebben een verkeerd beeld van RIS. Rijopleiding in Stappen: dat is toch elke rijopleiding? Daarom spreek ik liever van lerend leren, leren door ervaring en gewoon doen. Dit zou in de instructeursopleiding nog veel uitgebreider aan bod moeten komen.”

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 23 Apr 2019 12:35:08 +0000