Examen móet doorgaan, of de rijschool het daarmee eens is of niet

Het was vorige week volop in het nieuws: rijscholen sturen kandidaten veel te vroeg op examen, waardoor er gevaarlijke situaties ontstaan en de examinator de rit moet afbreken. Bij Rijschool Westeraam in Elst was die week juist het tegenovergestelde aan de hand. Medewerkers werden ernstig onder druk gezet door ouders van een kandidaat om zijn praktijkexamen door te laten gaan, terwijl hij er volgens de rijschool nog lang niet klaar voor was. De eigenaresse van de rijschool, Harriet Jansen, doet haar verhaal.

Bij Rijschool Westeraam mogen kandidaten alleen op examen mag gaan als zij er klaar voor zijn, verzekert Jansen. “Bij het aanvragen gaan we er vanuit dat de leerling iedere week blijft lessen. Door omstandigheden kan het soms voorkomen dat de toets of het examen bij nader inzien toch te vroeg komt voor de leerling. We verschuiven dan het examen of we adviseren om extra lessen te nemen. De meeste leerlingen en ouders zijn het daarmee eens en volgen gelukkig ook ons advies op.”

Onverantwoordelijk

Vorige week heeft de rijschool noodgedwongen een praktijkexamen van een kandidaat niet door laten gaan. “Alle instructeurs die hem les hebben gegeven waren het erover eens waren dat hij niet op examenniveau zat en dat afrijden onverantwoordelijk zou zijn. Veiligheid staat bij ons voorop. 
Hij had anderhalve maand niet gelest en totaal 26 uur in de auto gezeten bij twee verschillende rijscholen. Een enkele ouder denkt dat wij extra lessen laten afnemen om zo onze verdiensten op te schroeven, maar dit is bij ons zeker niet het geval, omdat we wachtlijsten hebben van twee tot drie maanden.”

De ouders van de leerling waren het niet eens met deze beslissing. “Ze hebben ons telefonisch, via Whatsapp en via sociale media onder druk gezet en ze hebben zelfs gedreigd met juridische stappen om het praktijkexamen af te dwingen. Ook hebben ze contact opgenomen met de VRB, waarbij wij zijn aangesloten.” De ouders sommeerden de rijschool op het ingeplande examenmoment een lesauto klaar te hebben staan. “Deden we dat niet, dan zouden ze ons aansprakelijk stellen voor alle daaruit voortvloeiende kosten. Ze gaven aan dat het praktijkexamen een momentopname was en dat ze hun zoon liever zouden laten zakken en een ervaring rijker laten zijn dan het examen te verplaatsen.”

We kunnen een leerling die de veiligheid van zichzelf en andere weggebruikers in gevaar brengt niet op examen laten gaan

Meerijden

De rijschool stelde de moeder voor eens mee te rijden tijdens een les, om haar zelf het niveau van haar zoon te laten zien en nadien samen te beslissen over het vervolgtraject. Op dit verzoek is ze niet ingegaan. Inmiddels kon het examen niet meer kosteloos worden verschoven. Om de leerling toch nog tegemoet te komen heeft de rijschool de kosten van het afgelaste examen op zich genomen. “Het geld van het praktijkexamen is volledig teruggestort naar de leerling. De kosten van het ingekochte examen, 102 euro, hebben wij ook volledig voor eigen rekening genomen.”

De kwestie liep vervolgens zo hoog op dat de ouders onder foto’s van geslaagde kandidaten op de Facebookpagina negatieve berichten over de rijschool plaatsten. “Het hele gebeuren heeft ons veel stress en energie gekost. Sommigen adviseerden ons: laat hem toch opgaan, dan ben je van het gezeur af. Maar dit is tegen onze principes, dus we werkten hier niet aan mee. We kunnen een leerling die de veiligheid van zichzelf en andere weggebruikers in gevaar brengt niet op examen laten gaan. Dit willen we niet op ons geweten hebben.”

Advies

In de algemene voorwaarden heeft Rijschool Westeraam duidelijk staan dat de instructeur bepaalt wanneer het examen of de tussentijdse toets plaatsvindt. Westeraam is aangesloten bij Stichting Rijschool Belang (SRB), maar ook deze stichting kan niet meer doen dan bemiddelen tussen kandidaat en rijschool. De rijschool had met name baat bij de hulp vanuit branchevereniging VRB. Het advies: niet toegeven aan de dreigementen.

Als jij als ervaren rijinstructeur van mening bent dat de kandidaat er niet klaar voor is, niet overstag gaan.

“Jij bepaalt als rijschool wat er gebeurt, je moet alle de regie over je rijschool hebben”, zegt Irma Brauers namens de VRB. “Een collega schreef in een ander vakblad de treffende woorden: ik discrimineer niet, maar iedereen die bij mij les neemt, houdt zich aan mijn regels. Sta achter je principes, streef kwaliteit na en als dat de leerling niet bevalt moet je afscheid nemen van elkaar. Als jij als ervaren rijinstructeur van mening bent dat de kandidaat er niet klaar voor is, niet overstag gaan. En als je een kandidaat van een andere rijschool overneemt, schroom dan niet om contact op te nemen met die rijschool.”

‘Geen kanskaart in casino’

Rijscholen zouden ouders die blijven aandringen moeten verplichten mee te rijden om te zien wat er in de leswagen gebeurt. “En het bekende verhaal: ik heb zelf mijn rijbewijs in 20 lessen gehaald, naar het rijk der fabelen verwijzen”, aldus Brauers.

Dat het CBR stelde dat slecht voorbereide kandidaten langer moeten wachten om herexamen te doen, is een goede zaak, stelt ze. “En je moet leerlingen ook hiervan in kennis stellen dat dit de consequentie kan zijn of een onvoldoende voorbereid op examen gaan. Juist rijscholen die goed werk leveren zal niet de zwartepiet toegespeeld worden. Dit treft alleen de rijscholen die met minder goede bedoelingen kandidaten aanbieden. Het rijexamen is geen kanskaart in het casino, dat is de plaats om een gokje te wagen niet de openbare weg.”

Lees ook: CBR wordt strenger: examens vaker afgebroken bij gevaar

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 19 Jul 2018 10:28:22 +0000

Minister zet appverbod voor fietsers door

Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat komt later dit jaar met een voorstel voor een verbod op handheld telefoongebruik op de fiets. Hiermee zet ze het plan door dat in 2016 is opgesteld door toenmalig minister Melanie Schultz-van Haegen. Na de zomer start bovendien een campagne tegen afleiding in het verkeer door de smartphone.

Minister Van Nieuwenhuizen denkt dat een verbod op handheld telefoongebruik op de fiets helderheid schept en mede de sociale norm bepaalt. Daarom wil ze het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 zodanig aanpassen dat handheld telefoongebruik verboden wordt, vergelijkbaar met de regeling voor automobilisten.

Nieuwe campagne

Het verbod is een van de drie initiatieven om afleiding in het verkeer door smartphones tegen te gaan. Daarnaast gaat begin september van dit jaar een nieuwe campagne van start rond dit thema. “Met de campagne wordt een beeldmerk gelanceerd dat, net als Bob, lange tijd symbool kan staan voor de nieuwe norm voor zowel fiets als gemotoriseerd verkeer”, aldus minister Van Nieuwenhuizen in een brief aan de Tweede Kamer.

Verder is in september 2017 het convenant ‘Veilig gebruik smartfuncties in het verkeer’ gelanceerd. Inmiddels hebben 50 partijen – waaronder producenten, verzekeraars, autoleasemaatschappijen, transportorganisaties en werkgevers – getekend en is toegezegd dat zij concrete acties gaan ondernemen. “We gaan door met werven van nieuwe partijen zodat we met zoveel mogelijk organisaties werken aan een verdere invulling van een veilige norm om afleiding door smartfuncties te voorkomen, ieder vanuit zijn eigen mogelijkheden.”

Automodus-apps

De apps die nu al beschikbaar zijn, zorgen ervoor dat bestuurders onderweg geen berichten binnenkrijgen. Ook kunnen de apps eventueel automatisch een bericht terugsturen naar de verzender dat het momenteel niet mogelijk is te antwoorden. “Omdat deze systemen niet weten of je bestuurder of passagier bent of in de trein zit, werken deze op vrijwillige basis. In het kader van het convenant zullen we met marktpartijen blijven zoeken naar verbeteringen van deze technische instrumenten en manieren om het gebruik hiervan te stimuleren.”

De minister heeft overigens zelf de medewerkers van haar ministerie én haar collega-ministers opgeroepen de automodus te activeren op hun smartphone.

Lees ook: Gebruik mobiele telefoon op de fiets wordt verboden

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 18 Jul 2018 14:24:24 +0000

CBR past Rijschoolzoeker aan op nieuwe website

De Rijschoolzoeker, onderdeel van de nieuwe website van het CBR, wordt op een aantal punten aangepast. Zo wordt het slagingspercentage toegevoegd aan het resultaat wanneer bezoekers zoeken op naam van een rijschool. Wat voorlopig niét wordt aangepast is de lange lijst met rijscholen die verschijnt bij de zoekresultaten. Veel rijscholen in die lijst komen niet uit de regio waarop oorspronkelijk gezocht is, wat tot veel commentaar heeft geleid binnen de branche. 

De Rijschoolzoeker is de nieuwe versie van de website www.rijschoolgegevens.nl, wat nu ondergebracht is bij CBR.nl. De nieuwe zoekmachine stuitte op veel kritiek uit de branche. Ook de brancheorganisaties kregen vanuit hun leden klachten over de pagina. Veel pijnpunten zijn er al uitgehaald, laat voorzitter Eric Bakker van de VRB weten. Alle resterende opmerkingen worden nu verzameld. “Bij het eerstvolgende branchevoorzittersoverleg zullen we dan gezamenlijk alle voors en tegens bespreken en vervolgens met een passende oplossing komen.”

Zoekresultaten

Bij een zoekopdracht wordt een straal van 25 kilometer gehanteerd. Ook worden rijscholen buiten die straal van 25 kilometer getoond als ze examenresultaten hebben gehad binnen de straal van 25 kilometer. “Dat levert in druk bevolkte gebieden veel hits op met rijscholen uit plaatsen waarvoor je op het eerste oog niet zo gauw zult kiezen”, laat het CBR weten. “Je kunt de straal echter altijd verkleinen door in te zoomen op de kaart. Dan krijg je een overzichtelijke lijst met rijscholen en hun aantal examens en slagingspercentage.”

Volgens het CBR doen jongere gebruikers dit laatste al automatisch. Daarom is de organisatie niet van plan dit punt direct aan te passen. “We willen eerst in overleg met de branche bekijken of bijvoorbeeld de straal van 25 kilometer minder moet worden.”

Gegevens rijschool aanpassen

Het CBR heeft in een bericht op ‘TOP’ enkele aanpassingen aangekondigd. Zo was het voor opleiders op het oude www.rijschoolgegevens.nl mogelijk om zelf hun gegevens aan te passen, waaronder telefoonnummer en e-mailadres. Dat kan in de nieuwe Rijschoolzoeker niet. Hiervoor kunnen ze nu een digitaal formulier gebruiken. De verwerking van de gegevens kan enkele dagen duren.

Op termijn komt er een koppeling tussen het examenreserveringssysteem TOP-internet en de Rijschoolzoeker. De gegevens die rijscholen moeten invullen of aanpassen voor TOP-internet worden dan automatisch overgenomen in de Rijschoolzoeker.

Slagingspercentage

Op de Rijschoolzoeker kan de bezoeker ook een rijschool op naam zoeken. In dat geval krijgt hij alle gegevens van de rijschool te zien, maar zonder slagingspercentages. “Dit komt omdat rijscholen meerdere praktijkopleidingen (examencategorieën) kunnen hebben. We willen gaan toevoegen dat je via deze route, door te kiezen voor een voertuig, ook de slagingspercentages in beeld krijgt. Dat is echter veel werk, dus deze mogelijkheid zal er nog niet zo snel zijn.”

Onder het kopje ‘Filteren’ kunnen consumenten met schuifjes de resultaten afstemmen op slagingspercentage of aantal examens. Omdat er landelijke rijscholen zijn met meer dan 5.000 examens, loopt dit schuifje vaak van 0 tot bijvoorbeeld 5639. Dat maakt het onoverzichtelijk. “Als je bijvoorbeeld het linker schuifje iets verplaatst, spring je zo van 0 naar 200. Dit willen we gaan aanpassen, bijvoorbeeld door het maximumaantal te veranderen in > 500.”

Positief

De vernieuwde website www.cbr.nl wordt verder overigens goed ontvangen, meldt het exameninstituut. “De overzichtelijkheid en duidelijkheid oogsten lof, zowel intern als extern. Tijdens een vooronderzoek onder jongeren werd de geschiktheid voor smartphones al zeer gewaardeerd.”

Voor de vernieuwde site zijn honderden nieuwe tekstpagina’s geschreven en duizenden links aangepast. “Zo’n gigantische operatie levert altijd verbeterwerk op. Zo kloppen niet alle links. Daarom zijn we erg blij met de tips die we in de afgelopen week hebben ontvangen vanuit onder meer de rijschoolbranche. We werken hard door om die punten te verwerken.”

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 19 Jul 2018 09:13:42 +0000

Duizenden chauffeurs raken vrijstelling kwijt voor Code 95

Elfduizend beroepschauffeurs raken door een fout van de Nederlandse regering hun vrijstelling voor nascholing (Code 95) kwijt. Het gaat om C- en D-rijbewijshouders geboren voor 1 juli 1955. Zij werden uitgezonderd van de verplichting om nascholing te volgen, maar dat mag niet volgens de Europese richtlijn. Om na 2020 nog steeds werkzaam te kunnen zijn in de branche, moeten zij alsnog cursussen gaan volgen bij rijopleiders.

Dat heeft minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat onlangs aangekondigd. Nederland heeft op het gebied van de verplichte nascholing voor beroepschauffeus de Europese richtlijn niet goed uitgevoerd. Chauffeurs geboren voor 1 juli 1955 kregen namelijk tot een paar jaar geleden de Code 95 op hun rijbewijs, terwijl ze hier niet de verplichte nascholing voor hebben gevolgd. Per 1 juni 2015 is deze uitzondering geschrapt en is Nederland gestopt met het ‘cadeau geven’ van de Code 95.

Dit is echter niet voldoende voor de Europese Commissie. Om te voorkomen dat deze zaak voor het Hof van Justitie belandt, kondigt minister Van Nieuwenhuizen aan dat de groep chauffeurs die de Code 95 cadeau kreeg, alsnog de schoolbanken in moet. Het kabinet gaat een wetswijziging voorstellen die het mogelijk maakt de verstrekte codes in te trekken.

30.000 chauffeurs

Uit onderzoek in opdracht van het ministerie blijkt dat het om ongeveer 30.000 chauffeurs gaat die hiermee te maken zullen krijgen na inwerkingtreding van de wet, van wie ongeveer 11.000 beroepschauffeurs. De beroepschauffeurs zullen alsnog op tijd nascholing moeten volgen om beroepsmatig te kunnen blijven rijden. De overige rijbewijshouders zijn alleen verplicht hun rijbewijs om te wisselen voor een exemplaar zonder Code 95.

De verwachting is dat er te weinig capaciteit beschikbaar is in de opleidingsbranche om de 11.000 chauffeurs de  nascholing aan te kunnen bieden. Het gaat hierbij met name om de capaciteit voor de praktijktrainingen. Daarom is een overgangsperiode van minstens zes maanden nodig om ervoor te zorgen dat de opleidingscapaciteit niet overloopt.

Subsidie nodig

Volgens het onderzoek zal het lastig zijn om de chauffeurs ervan te overtuigen nu alsnog nascholing te gaan volgen. Stakeholders vinden dat hier geld voor nodig is: de nascholing moet gratis worden, of vergoed worden door de werkgever. “Meerdere stakeholders geven aan dat zij vinden dat de overheid tekort is geschoten; de sector mocht ervan uitgaan dat de vrijstelling voor de nascholing in lijn was met Europees recht. Nu dit niet het geval blijkt te zijn, moet de overheid dit dan ook repareren”, aldus de onderzoekers.

Volgens ‘een van de vakbonden’ is het probleem in de transportsector het grootst. Dit wordt overigens door een van de belangenverenigingen uit de sector tegengesproken: de oudere chauffeurs met vrijstelling worden wel degelijk (na)geschoold, het probleem is vooral dat deze nascholing niet werd geregistreerd bij het CBR, omdat dit 20 euro kostte. Volgens het CBR is hier een reparatie-actie op uitgevoerd die ertoe heeft geleid dat circa duizend chauffeurs alsnog hun nascholing hebben geregistreerd.

Uit het onderzoek komt naar voren dat met name in de OV-sector de nascholing voor oudere chauffeurs vanaf het begin wordt gedaan. De touringcarsector voorziet een groot probleem bij het verplicht volgen van nascholing. De sector leunt zwaar op oudere chauffeurs, en vervangers zijn lastig te krijgen.

Niveau nascholing

Meerdere stakeholders laten zich tegenover de onderzoekers kritisch uit over het niveau van de nascholingsopleidingen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om vijf keer dezelfde cursus te volgen, en dan is aan de nascholingsverplichting voldaan. Ook kunnen chauffeurs opleidingen volgen die weinig tot niets met hun werk te maken hebben, zoals heftruckcursussen voor buschauffeurs.

Een enkeling geeft in het rapport aan dat het niveau van de cursussen valt of staat met het niveau van de opleider. Het kan zijn dat een rijopleider gecertificeerd is, maar dat de kwaliteit van de instructeur onvoldoende is. In een werkgroep met bonden, rijopleiders en belangenorganisaties wordt momenteel gekeken naar een mogelijkheid dat de rijschoolbranche ‘zich committeert aan een nascholing voor theorie-instructeurs’.

Verder is er behoefte aan een toetsingsmoment. Oudere chauffeurs zijn met name geïnteresseerd in (internationale)verkeersregels en verkeersborden, en verschillen hiertussen in de Europese Unie. “De cursus zou een jaarlijks karakter moeten hebben, en worden afgesloten met een toetsingsmoment, bijvoorbeeld in de vorm van een examen.”

Een woordvoerster van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft tegenover RijschoolPro deze week nog geen toelichting kunnen geven op de wijzigingen bij Code 95.

Lees ook: Europa beperkt e-learning bij Code 95 tot 12 uur

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 26 Jul 2018 08:02:47 +0000

TNO: uitstoot van auto’s in praktijk veel hoger dan bij keuring

Het verschil tussen het praktijkverbruik van personenauto’s en de score die automodellen neerzetten bij de typekeuringstest blijft opvallend groot. Dat blijkt uit onderzoek van TNO. Een analyse van tankpasgegevens van Travelcard Nederland laat zien dat het verschil tussen de praktijk en de typekeuringswaarden 41 procent is. Voor voertuigen die in 2016 op kenteken zijn gezet, bedraagt het verschil zelfs 46 procent.

Volgens de onderzoekers ontstaan de grote verschillen onder meer doordat het praktijkverbruik van auto’s sterk afhangt van de inzet van het voertuig. Daarbij spelen de belading, het soort rit en het rijgedrag van de bestuurder een grote rol. Ook wisselende weers- en verkeersomstandigheden hebben grote invloed op het uiteindelijke verbruik.

De omstandigheden tijdens de typekeuringstest op de rollenbank in het lab zijn niet exact gelijk aan de gemiddelde dagelijkse praktijk, en ook omgevingscondities verschillen. Bovendien wordt bij het testen van de auto’s op de rollenbank het energiegebruik voor bijvoorbeeld verlichting en airconditioning niet meegenomen. Dit zorgt ervoor dat in de praktijk het brandstofverbruik en de daaraan gekoppelde CO2-emissies hoger zijn dan bij de typekeuringstest.

Verbruiksreducerende technieken

Dat er een verschil is tussen de resultaten van de testen in het laboratorium en de praktijk wordt met name veroorzaakt door de inzet van verschillende verbruiksreducerende technieken, zoals stop-startsystemen, die bij de typekeuringstest meer voordeel opleveren dan in de praktijk. Verder meldt het rapport dat er zogenoemde flexibiliteiten in de testprocedure zitten. Door gebruik te maken van marges en onduidelijkheden in de voorgeschreven procedure en testcondities is het daardoor mogelijk om zonder technische aanpassingen aan het voertuig het gemeten verbruik op de test te verlagen.

Bij plug-in-hybride elektrische voertuigen die zowel op brandstof rijden als op elektriciteit, is het verschil tussen praktijk en rollenbank nog groter, gemiddeld 90 gram per kilometer. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat veel gebruikers de batterij van hun voertuig niet regelmatig opladen.

Trends in praktijkverbruik

In het rapport zijn de tankpasdata van Travelcard geanalyseerd over de periode 2004 tot en met april 2017 voor in totaal 443.000 voertuigen. Onder deze groep is een spreiding in jaarkilometrages. Niet alleen de resultaten van zakelijke rijders die veel kilometers maken, maar ook een grote groep rijders die minder rijdt is meegenomen in het onderzoek.

Lees ook: Overstappen op andere lesauto? ‘Wacht niet te lang’

Bron: Verkeerspro
Auteur: Remco Nieuwenbroek
Publicatie datum: Thu, 26 Jul 2018 06:26:41 +0000

Kaartje: hier moeten snorfietsers de rijbaan op in Amsterdam

De gemeente Amsterdam heeft een kaart gepubliceerd waarop precies te zien is waar snorfietsers straks de rijbaan op moeten. Het gaat om de meeste wegen binnen de ring A10. Ook is een helm dragen daar verplicht voor de snorfietsers. De maatregel gaat naar verwachting begin 2019 in. 

Sinds 1 juli 2018 is het voor gemeenten mogelijk om snorfietser op de rijbaan te laten rijden. Amsterdam wil dat nu zo snel mogelijk invoeren. Wel zijn er nog wat aanpassingen nodig, zoals het plaatsen van borden, wegmarkeringen en het maken van ‘doorsteekjes’ van fietspaden naar de rijbaan. De gemeente verwacht dat begin 2019 alles klaar is.

Helm dragen

Het aantal snorfietsers in Amsterdam is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Het aantal snorfietsongevallen is groot. Doordat snorfietsers zonder helm deelnemen aan het verkeer, hebben de ongevallen voor hen vaak ernstige gevolgen. Daarom moeten snorfietsers, net als bromfietsers, een helm dragen op de rijbaan.

De gemeente heeft een (voorlopige) kaart gepubliceerd waarop precies te zien is waar de snorfietser de rijbaan op moet. Er wordt nog gewerkt aan een gedetailleerde kaart. In december volgt ook een consumentencampagne over de maatregel.

Handhaving

Nadat de regeling in Amsterdam ingaat, worden snorfietsers eerst twee maanden geïnformeerd bij ‘verkeerd’ gedrag, daarna volgen twee maanden van waarschuwingen, meldt brancheorganisatie Bovag. Vier maanden na de invoering kunnen snorfietsers daadwerkelijk een bekeuring krijgen als ze met hun snorfiets op het fietspad rijden of geen helm dragen. Hoe de handhaving er precies uitziet, wordt later bekendgemaakt.

Er is nog een bezwaar- en beroepstermijn voor belanghebbenden. Bovag gaat in elk geval nog een keer bezwaar aantekenen en biedt hulp aan voor degene die dat ook wil doen.

Ombouwregeling

Vorig jaar heeft Bovag meerdere keren met de gemeente gesproken over een ombouwregeling van snorfiets naar een bromfiets, laat de organisatie weten: “De gemeente wilde de keuring betalen en met de RDW regelen dat er één of twee keuringslocaties in Amsterdam zouden komen. Ook zouden ze scooterdealers aanwijzen, om de ombouw uit te voeren. Deze hele regeling gaat niet door! De huidige gemeenteraad heeft dit voornemen ingetrokken.”

In plaats daarvan stimuleert de gemeente Amsterdam mensen om over te stappen naar een schoner alternatief. Er komt een subsidie van ongeveer 700.000 euro beschikbaar. Deze details volgen ook in september.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 25 Jul 2018 07:59:15 +0000

Rijden op een speed pedelec: ‘Gedraag je niet als een fietser’

‘Veel te gevaarlijk voor de rijbaan’, roept Bovag. ‘Van het fietspad af’, stelt de Fietsersbond. De speed pedelec staat veel in de belangstelling en lang niet altijd positief. Mango Mobility nodigde RijschoolPro uit voor een rit op deze supersnelle e-bike om nu eens zelf te ervaren hoe het is om op dit ‘monster’ te rijden. De fietstocht door Utrecht was voor ondergetekende een eye-opener.

Eerlijk is eerlijk: ze zien er gewoon stoer uit. In de showroom van Mango Mobility in de Utrechtse wijk Overvecht staan verschillende speed pedelecs opgesteld. In fel oranje, zwart of wit. Ik kan niet wachten tot ik eindelijk eens een ritje mag maken op de fiets. Mag je eigenlijk nog wel fiets zeggen?

Bromfiets

De speed pedelec wordt gezien als een goed en duurzaam alternatief voor forenzen. De fiets mag maximaal 45 kilometer per uur rijden en valt onder de categorie bromfiets. Buiten de bebouwde kom mag de fiets maximaal 40 kilometer per uur kilometer per uur op het fiets/bromfietspad. Binnen de bebouwde kom mag de speed pedelec op het fiets/bromfietspad maximaal 30 kilometer per uur. Als dat er niet is, rijden speed pedelecs op de rijbaan met een maximumsnelheid van 45. Daarnaast is de bestuurder verplicht een helm te dragen.

Bovag is fel tegenstander van het besluit om de speed pedelec de rijbaan op te sturen. De verplichting om binnen de bebouwde kom op de rijbaan te fietsen, schrikt potentiële fietsers af, stelt de branchevereniging op basis van eigen onderzoek. Wel ziet Bovag de potentie van de speed pedelec. “Maar door de gebruikers tussen de auto’s, bussen en vrachtwagens te dwingen, wordt het kind met het badwater weggespoeld”, aldus de branchevereniging. Bovag wil daarom dat de speed pedelec wordt teruggestuurd naar het fietspad.

Speed Pedelec

De Fietsersbond is, niet heel verrassend, van mening dat de speed pedelec juist niet thuishoort op het fietspad in de bebouwde kom. “Daar fietsen de meest kwetsbare fietsers: kinderen en ouderen.” Maar de speed pedelec kan niet overal veilig naar de rijbaan, beseft de bond, dus er is maatwerk nodig.

Overigens stagneert de verkoop van nieuwe speed pedelecs aan consumenten: in 2017 kwam het aantal voor het derde jaar achter elkaar op ongeveer 3.500 stuks uit. Dat de verkoop niet stijgt, heeft ongetwijfeld ook met de prijs van de snelle fiets te maken: die kan oplopen tot zeker 6.000 euro.

‘Blij met motorrijbewijs’

Om te ervaren hoe het is om op een speed pedelec te fietsen, nodigde Anneke van Roemburg van Mango Mobility RijschoolPro uit om een ritje te maken door Utrecht. “Met alle respect, maar partijen als de Fietsersbond en de Bovag zetten de speed pedelec wel heel negatief weg, terwijl het een geweldig alternatief is voor de auto. Bovendien is het een goede manier om werknemers uit de auto te krijgen en hen meer te laten bewegen. Gezond personeel betekent minder kosten voor de werkgever.”

Zelf gebruikt ze de speed pedelec sinds een half jaar voor het woon-werkverkeer. Over een afstand van 20 kilometer doet ze zo’n 30 minuten. “In dat half uur heb ik alles van me afgefietst en kom ik ontspannen thuis”, vertelt ze. “En wanneer ik ’s ochtends op mijn werk kom, kan ik meteen fris aan de slag en hoef ik niet eerst een half uur wakker te worden. Soms best irritant voor collega’s”, lacht ze.

Hoe positief ze ook is, Anneke ziet ook zeker de obstakels waar de eigenaren van speed pedelecs tegenaan lopen. “Ik ben heel blij dat ik mijn motorrijbewijs heb”, vertelt ze. “Je positie op de weg is namelijk heel belangrijk. Je moet je niet als fietser gedragen, maar dominant aanwezig zijn op de weg. Ook moet je witte strepen op de weg mijden, net als putdeksels.”

Eerst oefenen

Na een kop koffie vind ik het tijd om die speed pedelec uit te proberen. “Wacht even”, zegt Anneke. “Heb jij ooit weleens op een elektrische fiets gereden?” Nee, is mijn antwoord. “Dan mag je eerst onze elektrische step proberen, want zo kun je niet de openbare weg op.” Een step? Hoe moeilijk kan dat zijn, dacht ik nog, maar op de simpelste versie heb ik al knikkende knieën. Hoe moest je ook alweer remmen met dit ding?

Na twee verschillende steppen te hebben geprobeerd, werd het tijd voor een ‘normale’ e-bike. Voelt toch wat comfortabeler. Ik ben verrast door het comfort van de fiets en het gemak waarmee je versnelt. Terug in de showroom staat Anneke klaar met twee speed pedelecs plus een speciale helm, die verplicht is. Na een korte uitleg over het schakelen -niet heel moeilijk- stappen we op. De fiets is opvallend zwaar. Komt door de motor en zwaardere accu, vertelt Anneke. Ik spring op de zwarte speed pedelec van het merk Stromer, Anneke rijdt weg op haar eigen witte versie.

Een rit op de speed pedelec samen met Mango Mobility in Utrecht

Detectielus

We gaan meteen de rijbaan op waar we vooraan staan bij het verkeerslicht. Daar stuiten we al op het eerste probleem: de lus in de weg herkent ons niet waardoor het licht op rood blijft staan. “Soms gebaar ik naar de auto’s achter me, dat ze even een beetje naar voren moeten rijden.” In dit geval smokkelen we even door toch maar een stukje fietspad te nemen. Iets veiliger om mee te beginnen, vindt Anneke. Op een rustig fietspad maken we even vaart. “Probeer maar eens hard te fietsen. Want straks op de rijbaan moet je met het verkeer mee kunnen.”

Op ons gemak bouwen we de snelheid op. Het voelt raar om met zo’n vaart over het fietspad te razen. Elke oneffenheid, elke hobbel op het pad is extra goed te voelen. Bij een wandelaar houd ik even in, met 40 kilometer voorbij scheuren lijkt me niet zo’n goed idee. We stoppen bij het punt waar bromfietsers een drukke rijbaan op worden gestuurd. “Dit is een lastige. Ik probeer altijd snelheid te maken voordat ik de weg oprijd. Maar vanuit stilstand wilt invoegen, houd je het verkeer op. Je hebt namelijk even tijd nodig om vaart te maken. Op een speed pedelec rijd je niet zo snel weg als op een scooter.”

“Ben je er klaar voor?”, vraagt Anneke. Het is tijd om de rijbaan op te gaan. Ik knik en we voegen in tussen de auto’s. Hoewel het een drukke weg is, voel ik me meteen een stuk veiliger. Meer ruimte, een glad wegdek, auto’s voor en achter je die net zo hard rijden als ons. De 45 kilometer aantikken is hier geen probleem. Nu ik gewend ben aan de snelheid, voel ik een kick: de wind door je haren, het hoge tempo en de kracht van de fiets zorgen ervoor dat ik niet meer wil afremmen. En door de snelheid merk je niet eens meer hoe warm het eigenlijk is.

Toeteren

Overigens is het niet zo dat de fiets al het werk overneemt. Fysiek is het nog best een inspanning. Na een paar minuten topsnelheid gaat de hartslag omhoog. We nemen de rotonde -ook best gek met een fiets- en komen uiteindelijk op een groot kruispunt uit. Opnieuw staan we vooraan bij het verkeerslicht. Ik ben geneigd om rechts van de rijbaan te wachten. “In het midden staan”, zegt Anneke. “Je moet je zichtbaar opstellen in het verkeer.”

Terwijl we nog steeds wachten op het kruispunt, klinkt er getoeter achter ons. Een automobilist gebaart dat we op het fietspad moeten rijden. Anneke wijst naar haar gele kenteken. “Ik maak dit vaak mee. Laatst werd ik aangesproken op een parkeerplaats door iemand die achter me had gereden. Een man in een Tesla. Ik moest van hem op het fietspad rijden. Ik zei dat hij de verkeersregels nog eens door moest nemen, want blijkbaar was hij niet goed op de hoogte.”

Samenwerking rijscholen

We zijn weer terug bij de showroom. Dat er niet alleen maatwerk maar ook voorlichting nodig is, is overduidelijk. Zowel voor de eigenaren van de speed pedelecs als voor de rest van de weggebruikers. “Binnen twee jaar zal het al een stuk beter gaan”, voorspelt Anneke. “Er ligt een rol bij de overheid voor betere voorlichting.” Zelf fietsen de medewerkers van Mango Mobility altijd een rondje met hun klanten. “Ik vertel dan bijvoorbeeld over de positie op de weg, ik let op hun kijkgedrag en ik oefen het slalommen.”

Momenteel onderzoekt ze of een samenwerking mogelijk is met een rijschool, om fietslessen aan te kunnen bieden op de speed pedelec. Ook zijn er gesprekken met het CBR. “We willen het mogelijk maken dat er ook op een speed pedelec examen kan worden gedaan.” Wie een bromfietsrijbewijs wilt halen, moet het examen namelijk afleggen met een ‘normale’ bromfiets. De speed pedelec wordt gezien als een elektrische bromfiets met trapondersteuning envalt hiermee dus niet onder de definitie van een bromfiets (die volgens de definitie geen trapondersteuning heeft), waardoor een examen op de speed pedelec niet toegestaan is.

Lees ook: Bovag: speed pedelec moet terug naar het fietspad

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 12 Jul 2018 08:28:29 +0000