‘Motorrijles geven is passie overbrengen’

Motorrijles geven vanuit een auto of vanaf de motor? Arjan Everink, hoofd afdeling Verkeer en Rijopleidingen bij motorrijdersvereniging KNMV heeft een duidelijke voorkeur: het tweede. Een instructeur kan zo niet alleen beter uitleggen, hij kan ook veel meer passie overbrengen. Vooral dat laatste moet je volgens hem niet onderschatten. Motorrijles geven, zegt hij, is passie delen.

Toegegeven, zegt Everink tijdens een workshop op de Nationale Rijschooldag in ‘s-Hertogenbosch: of je motorrijles geeft vanuit een auto of vanaf de motor is een kwestie van smaak. “In de wet staat niks over het voertuig dat moet volgen. Het kan een motor zijn, maar ook een auto. Wel belangrijk: je mag maximaal twee leerlingen tegelijk les geven.” Alle opties liggen open dus. En hij wil z’n mening niet opleggen aan de deelnemers, zegt hij met een lach. Maar zelf heeft hij duidelijke voorkeur voor het tweede. En hij heeft er goede argumenten voor.

Bijvoorbeeld: een leerling die z’n motorrijbewijs wil halen, is een heel ander type dan een leerling die auto wil leren rijden en beiden vragen om een andere aanpak. “Autorijden zit in onze cultuur. Mensen die motorrijles willen volgen, komen vanuit een hobby. Ze zijn ouder, zijn gemotiveerd, leergierig. Geef je ze huiswerk op, dan maken ze het ook echt. Waarom? Ze vinden het leuk om zich in de materie te verdiepen. Motorrijles geven is passie overbrengen. Van motorrijder tot motorrijden.”

Barbecue

Zo ontstaat, zegt hij, een band tussen instructeur, leerling en rijschool. “Heel anders dan bij autorijles: daar is het les, les, les, examen en klaar. Nee, er ontstaat echt iets moois.” Het is samen zeiknat worden tijdens een regenbui en het is dat gevoel van vrijheid dat je overal kunt komen. “En die verbondenheid’ kun je ook daarna voortzetten. Met een motortour bijvoorbeeld, of een barbecue. Ik ken een grote rijschoolhouder die ieder jaar met tachtig oud-leerlingen naar Duitsland afreist.”

Dat is veel meer dan in korte broek en op slippertjes achter een leerling aanrijden

Daarmee kan, nee, moet je je onderscheiden van de collega’s die in een auto achter hun leerlingen aanjakkeren, vindt Everink. “Als jij 45 euro per les vraagt, maar je collega die niet met de motor meerijdt ook, waarin verschil je dan voor de leerling?” Je moet, stelt hij, duidelijk maken waarom motorrijden zo leuk is, waarom anderen het ook moeten leren en dat je daar graag bij helpt. “Dat zie ik maar heel zelden.”

Korte broek

Daaruit voortvloeiend, zegt hij: motorrijders zijn voorbeelden voor leerlingen. “Kijk naar motoragenten: hoeveel mensen zeggen niet ‘kijk, die kunnen goed rijden’? Ze hebben een voorbeeldfunctie. Dat is veel meer dan in korte broek en op slippertjes achter een leerling aanrijden. Bovendien: er zijn er die zo ook demonstraties geven – hoogstens doen ze nog even een helm op. Maar hoe moet je dan aan je leerling verkopen een pak echt noodzakelijk is?”

Nee, zo lesgeven werkt niet, benadrukt hij. “Vanaf een motor kun je veel makkelijker een demo geven. Geef ik bij alles een demo? Nee, maar je kunt het spontaan even doen. De ene leerling heeft er meer behoefte aan dan de andere.” Hoe fijn is het niet, beschrijft hij, als kunt zeggen: kom maar even achter mij aanrijden, dan laat ik je zien wat ik doe, wat er op mij afkomt en wat ik denk – immers, je kunt met elkaar communiceren.

Botsing

Handig bij bijvoorbeeld filerijden. Motorrijders mogen tussen auto’s doorrijden, onder meer om de nare gevolgen van een kop-staart-botsing te voorkomen. Maar filerijden kan aan het begin een beetje eng zijn. Fijn dus om dat samen te kunnen doen.

Of het verschil in lesgeven zich ook terug te zien is in slagingspercentages? Dat weet Everink niet. Lastig te onderzoeken ook, zegt hij. “Maar ik denk wel dat bij leerlingen die door een instructeur op een motor begeleid worden, een stuk meer enthousiasme zit.”

Bron: Verkeerspro
Auteur: Jan Pieter Rottier
Publicatie datum: Wed, 26 Jun 2019 08:00:10 +0000

‘Jonge Belgische bestuurders nemen nog steeds te veel risico’s’

Jonge Belgische bestuurders nemen veel risico’s, zo komt naar voren uit onderzoek van Vias institute, het Belgische kenniscentrum op het gebied van verkeersveiligheid. Ze rijden te hard, bellen, mailen en sms’en achter het stuur en drinken alcohol. Hervorming van de rijopleiding kan helpen om jongeren veiliger te laten rijden, meent topvrouw Karin Genoe van Vias.

Jonge bestuurders vormen voor Vias een belangrijke doelgroep omdat ze twee keer zo vaak betrokken zijn bij ongevallen waarbij doden of gewonden vallen dan andere leeftijdsgroepen. Meer dan 1 op de 4 jongeren uit het nieuwe onderzoek dat Vias uitvoerde was in de afgelopen drie jaar betrokken bij een ongeval en 4 procent van hen zelfs bij meerdere. Hoewel er in het algemeen in België een dalende trend is als het gaat om jongeren die betrokken zijn bij letselongevallen, vindt Vias dat jongeren toch nog steeds gevaarlijk rijgedrag vertonen. De cijfers van het laatste onderzoek tonen dat aan volgens het kenniscentrum weer eens aan.

Te hard rijden

Het afgelopen jaar werd 27 procent van de bestuurders tussen de 18 en 30 op de bon geslingerd, zo blijkt uit het onderzoek. De meeste chauffeurs werden ten minste één keer bekeurd vanwege te hard rijden (61 procent), foutparkeren (32 procent) of het gebruik van mobiele telefoon achter het stuur (10 procent).

In het onderzoek vroeg Vias ook naar riskant gedrag van de bestuurders de afgelopen maand. Daaruit bleek dat één op de tien jongeren de afgelopen maand onder invloed van alcohol reed. Ook achter het stuur blijven veel jonge bestuurders hun mobiele telefoon gewoon te gebruiken: 32 procent deed dat om te mailen of sms’en, 18 procent om te bellen en 6 procent om al rijdend een selfie te maken.

Hervormen rijopleiding

Hoewel sommige overtredingen die beginnende bestuurders begaan sinds 2007 in België strenger bestraft worden, rijden jongeren nog steeds te risicovol, meent Karin Genoe van Vias. “De hervorming van de rijopleiding kan zeker bijdragen om de verkeersveiligheid van jonge bestuurders in de komende jaren te verbeteren, maar we vragen dat er nog extra inspanningen worden gedaan om de pakkans voor drugs en alcohol verder te verhogen. We hopen ook dat de nieuwe regering eindelijk de nultolerantie voor beginnende bestuurders gaat invoeren.”

In Nederland doet SWOV, het nationaal wetenschappelijk instituut voor verkeersveiligheidsonderzoek, ook geregeld onderzoek naar allerlei verkeersthema’s, waaronder het rijgedrag van jonge bestuurders. De insteek en de leeftijdbegrenzing is bij het meest recente onderzoek van SWOV wat anders dan bij Vias. Uit de factsheet van SWOV uit 2016 blijkt dat jonge Nederlandse automobilisten (18-24 jaar) naar verhouding vaker bij een dodelijk ongeval betrokken zijn dan de wat oudere automobilisten. Per afgelegde afstand is dit (dodelijk) ongevalsrisico van jonge automobilisten ruim vijf keer zo hoog als van automobilisten tussen de 30 en 59 jaar. Het risico van jonge mannen is zelfs tien keer zo hoog.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Yvonne Ton
Publicatie datum: Tue, 25 Jun 2019 10:25:44 +0000

Instructeurs en andere gedupeerden van Aalbregt gaan demonstreren

Rijinstructeurs en mensen die zich gedupeerd voelen door de rijschoolhouder Ferry Aalbregt uit Zoetermeer, gaan maandag in Den Haag demonstreren. Ze hopen op politieke steun voor hun zaak. De gemeente Den Haag bevestigt dat er formeel een kennisgeving van de demonstratie is binnengekomen. Een woordvoerder van de demonstratie, rijinstructeur Fayzan Khan, hoopt op 250 mensen.

“We willen bereiken dat er een vangnet komt voor kleine rijscholen en gedupeerde leerlingen” aldus een van de gedupeerden. “Ook moeten er strengere eisen komen om überhaupt een rijschool te beginnen, en een keurmerk, dat niet iedere idioot een rijschool kan beginnen.”

Instructeur Khan noemt bij Hart van Nederland het interview dat Ferry Aalbregt zaterdag gaf aan Omroep West “belachelijk”. Aalbregt zei daarin onder meer dat er “rotte appels” tussen zijn instructeurs zaten. Volgens Khan heeft hij ze zelf gekozen en is hij bovendien een bazige man die geen tegenspraak duldde.

‘Cowboys’

Cora van Nieuwenhuizen, minister van Infrastructuur en Waterstaat, zei eerder bij Hart van Nederland erg mee te leven met de gedupeerden. Ze liet weten dat ze niets voor de leerlingen kan doen en dat de overheid met de rijschoolbranche in overleg is “om dit soort cowboys eruit te krijgen”.

Brancheorganisatie Bovag wijst erop dat niet iedereen die rijles kan geven, ook een rijschool kan runnen. De vereniging pleit voor een toets op ondernemersvaardigheden. “Onbekwame ondernemers laten in deze branche een spoor van vernieling achter. Niet alleen voor consumenten, maar ook voor de markt”, aldus een woordvoerder van de club.

Politie wil einde aan bedreigingen

Bovag heeft een schadefonds voor gedupeerden, maar daar zijn slechts 400 van de circa 7500 rijscholen in Nederland bij aangesloten. Veel eenmansbedrijven vinden een lidmaatschap te duur, zegt de woordvoerder.

De politie roept mensen op te stoppen met het bedreigen van de failliete rijschoolhouder uit Zoetermeer. Op social media wordt flink gescholden op de man.Op Twitter wijst de politie erop dat social media op bedreigingen worden gemonitord. Hou het hoofd koel, vraagt de politie. “Doe geen bedreigingen of laster. Het lost de situatie niet op, maakt jou verdachte en kost politie onderzoekscapaciteit. Stop ermee.”

De politie benadrukt in een aanvullende tweet “zeker oog te hebben voor de situatie van de gedupeerden en de gevoelens te begrijpen. We “willen dat niet afdoen, echter moeten we wel een grens trekken waar het gaat om strafbare bedreigingen. De recherche buigt zich reeds over de gehele zaak”.

Petitie

De petitie die een aantal gedupeerden van de Zoetermeerse rijschool vlak voor het weekend startten is inmiddels ongeveer 1.400 keer getekend. De initiatiefnemers vinden dat er een landelijk keurmerk moet komen voor rijscholen en een erkend garantiefonds. Zo’n keurmerk is er al sinds begin dit jaar, maar rijschoolhouders lopen er bepaald niet warm voor.

ANP

Bron: Verkeerspro
Auteur: Yvonne Ton
Publicatie datum: Sun, 30 Jun 2019 12:24:03 +0000

Zaken groeiden Ferry Aalbregt in korte tijd boven het hoofd

Door een te snelle groei van zijn bedrijf in combinatie met de verhuizing afgelopen voorjaar naar Spanje heeft rijschoolhouder Ferry Aalbregt langzaam de greep op zijn verkeersschool verloren. Afgelopen week ontstond er een soort sneeuwbaleffect na een melding van een zakenpartner dat de rijschool in Zoetermeer failliet zou zijn. Daarna ontstond er zo veel commotie dat Aalbregt en zijn personeel noodgedwongen moesten vluchten en kwam er na vijf jaar een abrupt einde aan het bedrijf. Dat verklaart Aalbregt in een interview met Omroep West, die de rijschoolhouder wist op te sporen.

“We schamen ons kapot. Dat we niet waar hebben kunnen maken wat we al die tijd wel waar konden maken. Voor onszelf is het ook erg. Buiten dat ons bedrijf is omgevallen is ons leven dat ook”, zegt Aalbregt tegen Omroep West. Hij erkent dat hij fouten heeft gemaakt, maar “vieze spelletjes en onwaarheden” hebben ook een grote rol gespeeld.

Klachten en betalingsachterstanden

Vlak voor de rijschool omviel stuurde Aalbregt naar eigen zeggen 95 zelfstandige instructeurs aan in het hele land. Op kantoor waren er vijf mensen die de zaken regelde. Zelf gaf hij geen les, maar had alleen een coördinerende rol. Na zijn verhuizing naar Spanje afgelopen voorjaar begonnen de zaken mis te lopen, zegt de rijschoolhouder. Er kwamen veel klachten over rijinstructeurs, leerlingen haakten af, de instroom nam af en er ontstonden betalingsachterstanden. Om een faillissement te voorkomen wilde Aalbregt geld vrijmaken door bezittingen te verkopen en overleggen met onderaannemers en instructeurs over een reddingsplan. Dat is volgens hem allemaal niet meer gelukt omdat hij werd ingehaald door de actualiteit. Een van zijn zakenpartners stuurde dinsdagavond berichten de wereld in dat de verkeerschool failliet was.

Daarna kreeg Aalbregt zo veel bedreigingen, zoals onder meer kogels op de deurmat, dat hij samen met zijn gezin abrupt ondergedoken is. “En niet in een luxe villa in Spanje, zoals door verschillende media beweerd wordt.”
Miljoenen heeft hij met zijn rijschool nooit verdiend, aldus Aalbregt. Het getal van vierduizend leerlingen, dat hij zelf wel genoemd heeft, is volgens een eigen leven gaan leiden. Het zou niet gaan om het huidige aantal, maar om het totale aantal leerlingen in de afgelopen vijf jaar dat het bedrijf actief geweest is.

Alle ontstane problemen kan hij zelf nu niet meer oplossen, zegt de rijschoolhouder tegen Omroep West. “Het is nu aan de curator. Die gaat nu alles inzien.” Die opmerking is niet helemaal duidelijk. Een officieel faillissement is nog niet bekend, maar wellicht is dat wel aangevraagd.

Kamervragen

Tweede Kamerlid Gijs van Dijk van de PvdA heeft vrijdag schriftelijk vragen gesteld aan minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Milieu over de Zoetermeerse rijschool. Hij vraagt zich af of er geen wildgroei is aan rijscholen en zo ja, of daar wat aan gedaan moet worden. Ook wil hij van de minister weten waarom de aangenomen motie van zijn partijgenoot Attje Kuiken uit 2014 nog niet is uitgevoerd. Kuiken introduceerde daarin een overkoepelend kwaliteitskeurmerk en een klachtenmeldpunt voor de rijschoolbranche. Van Dijk verlangt van de minister dat die beide zaken er dit jaar nog komen. Daarnaast vraagt hij of Van Nieuwenhuizen bereid is extra eisen te stellen aan rijschoolhouders.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Yvonne Ton
Publicatie datum: Sat, 29 Jun 2019 14:15:55 +0000

RAI en Bovag: klimaatplannen van kabinet zijn realistisch

Brancheorganisaties Bovag en RAI Vereniging vinden de klimaatplannen die het kabinet vrijdag heeft gepresenteerd getuigen van realisme. Bovag spreekt van een afgewogen en realistisch pakket maatregelen. RAI Vereniging stelt vast dat het kabinet kiest voor een meer realistische en betaalbare aanpak voor het behalen van de klimaatdoelen voor de mobiliteitssector.

Bovag vindt het positief dat de verhogingen van BPM en van de motorrijtuigenbelasting van de baan zijn. Ook is de branchevereniging blij dat elektrisch rijden niet overmatig gestimuleerd gaat worden. “Punt van zorg is dat op gebied van bijtelling voorgesteld wordt Autobrief II voor het jaar 2020 open te breken. Daar is Bovag uitgesproken tegenstander van.”

Met het pakket aan maatregelen kan volgens Bovag een aanzienlijke bijdrage geleverd worden aan het verminderen van de CO2-uitstoot. “Het is goed dat bij het kabinet nu het taboe rond betalen naar gebruik is verdwenen en dat er drie varianten zullen worden onderzocht. Bovag zal daar zijn bijdrage aan leveren.”

Rol van waterstof

RAI Vereniging is blij dat het kabinet onder meer inzet op het stimuleren van waterstof. Deze alternatieve brandstof heeft veel potentie om CO2 terug te dringen en is een van de belangrijkste pijlers in de energietransitie, aldus de organisatie. Komende jaren wordt daarom ingezet op uitbreiding van de infrastructuur tot vijftig stations in 2025. Kansrijke innovatieve auto’s die zich in de markt moeten bewijzen, zoals waterstof-elektrische auto’s, behouden bovendien komende jaren bepaalde extra fiscale voordelen.

“Door komende jaren onder meer de (over)subsidiëring van volledig elektrische auto’s te verlagen, toe te werken naar invoering van een systeem van betalen naar gebruik en op termijn de kosten voor autorijden te verlagen, ontstaat een meer evenwichtig klimaatpakket dat potentie biedt om in de toekomst de CO2-doelen te halen”, vindt RAI Vereniging. Dit valt of staat volgens voorzitter Steven van Eijck bij de fiscale beleidskeuzes die worden gemaakt. Hij vindt het onacceptabel dat de huidige afspraken over de bijtelling op elektrische auto’s worden opengebroken en al in 2020 in plaats van 2021 worden verhoogd.

Elektrisch rijden

Volgens Van Eijck is de toekomst van het wegvervoer elektrisch. De grote golf van elektrische personenauto’s begint vanaf circa 2025. In de tussentijd is het volgens RAI Vereniging van belang dat het kabinet beseft dat in Nederland de komende vijf jaren nog niet voldoende betaalbare elektrische auto’s in de verschillende segmenten beschikbaar zijn om de gezamenlijke CO2-doelen te realiseren.

“De meeste automobilisten zijn daardoor bij aankoop van een nieuwe auto aangewezen op een nieuwe schone, zuinige al dan niet (hybride of plug-in hybride) benzine- of dieselauto. Verjonging – en daarmee verduurzaming – van ons wagenpark ontstaat door ook de zuinigste nieuwe auto’s te stimuleren via een verlaging van de BPM. Op de korte termijn kan hierdoor veel extra CO2-winst worden behaald.”

Bron: Verkeerspro
Auteur: Remco Nieuwenbroek
Publicatie datum: Fri, 28 Jun 2019 16:24:24 +0000