Nieuwe Hyundai kan worden geopend en gestart met vingerafdruk

Hyundai heeft een primeur met de vingerafdrukscanner voor de auto. Hiermee kunnen automobilisten de deuren openen en de motor starten. Deze techniek wordt als eerste geintegreerd in de Hyundai Santa Fe die in het eerste kwartaal van 2019 op de markt komt.

Om het voertuig te kunnen ontgrendelen moet de bestuurder een vinger op de sensor op de deurhendel plaatsen. Als de vingerafdruk wordt herkend, kunnen de portieren geopend worden. Om de motor te starten is ook de startknop voorzien van een vingerafdrukscanner.

Persoonlijke instellingen

Met deze technologie kunnen ook persoonlijke instellingen worden gekoppeld aan de vingerafdrukgegevens, zoals de positie van de bestuurdersstoel en de buitenspiegels die dan automatisch in de goede stand gezet worden. Hyundai wil de techniek in de toekomst verder uitbreiden, zodat ook de temperatuur, de positie van het stuurwiel en allerlei andere persoonlijke instellingen aan een vingerafdruk kunnen worden gekoppeld.

Volgens de autofabrikant is Hyundai de vingerafdrukscanner betrouwbaarheid en veilig dankzij ‘capacitieve herkenning’, waarmee verschillende delen van de vingertop worden herkend: “De kans dat een andere vingerafdruk wordt herkend dan die van de bestuurder is slechts 1 op 50.000. Daarmee is de vingerafdrukscanner vijf keer effectiever dan een conventionele autosleutel en slimme keyless-startsystemen. Bovendien wordt het systeem bij iedere vingerafdrukscan geüpdatet door het ‘Dynamic Update’-systeem om het herkenningspercentage te vergroten.”

Lees ook: Elektrische auto’s moeten geluid maken voor blinden

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 27 Dec 2018 10:05:38 +0000

CBR en RDW in finale Automotive Innovation Award

Het CBR en de RDW hebben de finale gehaald van de Automotive Innovation Award met het experiment ‘het voertuigrijbewijs’, beter bekend als het rijexamen voor de zelfrijdende auto. 

De prijsuitreiking is een initiatief van ANWB, AutomotiveNL, BOVAG, LeasePlan, RAI Vereniging en Roland Berger om meer bekendheid te geven aan de innovatiekracht van de automotive sector. De awards worden uitgereikt aan veelbelovende innovaties die mobiliteit slimmer, schoner en/of efficiënter maken.

CBR en RDW zijn finalist in de categorie ‘Challenging Concepts’. De verkiezing is op 11 februari 2019.

Voertuigrijbewijs

Het CBR werkt samen met RDW, Rijkswaterstaat en RobotTuner aan het voertuigrijbewijs: het rijexamen voor de zelfrijdende auto. Hier legt niet de bestuurder, maar de software examen af.  Eerst wordt het voertuig op verschillende virtuele verkeerssituaties getest. Daarna volgt een proef op een fysieke testbaan. Tot slot volgt een echt rijexamen op de openbare weg waarbij in eerste instantie relatief simpele verkeerssituaties worden getest. Bij goed resultaat reikt het CBR een rijbewijs uit; het voertuig wordt dan toegelaten op verkeerssituaties waarvoor het examen is afgelegd.

Na de toelating wordt met behulp van data gecontroleerd of het voertuig zich ook na bijvoorbeeld software updates nog steeds ‘goed gedraagt’ en of het zich aan de verkeersregels houdt. Wanneer de methodiek eenmaal ontwikkeld is, kunnen de voertuigen in complexere situaties getoetst worden.

Lees ook: ‘Ook zelfrijdende auto’s hebben een rijbewijs nodig’

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Mon, 31 Dec 2018 09:36:40 +0000

‘Extra kosten voor scholingstraject is minachting voor de rijschoolbranche’

De VRB maakt zich zorgen over het traject waar de Wet Rijonderricht Motorrijtuigen (WRM) in lijkt te komen. Een groot gedeelte van de rijinstructeurs is ontevreden omdat de verplichte, tweede praktijkbegeleiding voorlopig in stand blijft, stelt secretaris Irma Brauers. “Bovendien vind ik het schandalig dat de politiek heeft beslist om de verplichte bijscholing na een onvoldoende praktijkbegeleidingstraject heel duur te maken, alsof dat de manier is om de rotte appels uit de branche te halen. Dit is minachting richting de rijschoolbranche.” 

Brauers doelt op het amendement dat eerder deze maand is aangenomen. Het amendement van SP, gesteund door CDA, PVV en D66, houdt in dat een rijinstructeur zijn bevoegdheid niet verliest bij het ‘zakken’ voor zijn praktijkbegeleiding. In plaats daarvan moet de instructeur verplichte bijscholing volgen over de onderwerpen waarop hij gezakt is. Binnen zes maanden moet hij weer opnieuw een praktijkbegeleiding afleggen. Zakt hij weer, dan moet hij opnieuw binnen zes maanden terugkomen. Dit traject kan eindeloos herhaald worden. Ondertussen behoudt hij zijn WRM-bevoegdheid.

Het aannemen van het amendement zorgt ervoor dat de overige wijzigingen in de wet ook langer op zich laten wachten, zoals het afschaffen van de verplichte, tweede praktijkbegeleiding.

Prijskaartje

“In de nieuwe wet staat tot nu toe niets meer of minder dat je als instructeur na drie onvoldoende praktijkbegeleidingen verplicht scholing moet volgen afgestemd op de punten waarop je tekort schiet. In de praktijk gaat dit neerkomen op een traject dat dus één op één moet worden gemaakt”, aldus Brauers. “Dat je dus geen medecursist hebt maar dat het gecertificeerde opleidingsinstituut aantoonbaar de kennis, kunde en vaardigheden in huis moet hebben om dit voor je te verzorgen. Het prijskaartje dat hieraan gehangen wordt zal niet mals zijn.” Wie dit bijscholingstraject niet in wil gaan, zal alsnog zijn bevoegdheid verliezen.

“De politiek denkt kennelijk dat rijinstructeurs alleen maar getriggerd worden als iets geld kost. Dat vind ik schandalig. En wat hebben we hier nu mee bereikt op het gebied van professionalisering van de branche?” Brauers vermoedt bovendien dat hier de komende verkiezingen voor de Provinciale Staten bij meespelen. “Want het is opvallend dat na de stemming over de WRM en het amendement, geen van de vier partijen heeft aangegeven over hoe de praktische invulling eruit moet komen te zien.”

Beginnen bij fundamenten

Volgens Brauers dringt bij instructeurs hoe langer hoe meer het besef door dat oorspronkelijk voorgestelde bijscholingstraject, inclusief de praktijkbegeleidingen, wellicht toch minder ongunstig waren dan hetgeen er nu aangenomen is in het amendement. De minister en de brancheverenigingen wilden de sanctie voorlopig behouden. Wel was het voorstel om het aantal praktijkbegeleidingen per vijf jaar terug te schroeven van twee naar één. Ook moeten instructeurs een echte rijbewijsleerling bij de praktijkbegeleiding meenemen en gaat de examinator bepalen wat een logisch lesonderdeel moet zijn.

“Natuurlijk deed een groot gedeelte van de bijscholingen niet wat men in 2009 er van verwacht had, daar waren we al lang van overtuigd. Daarom moest er iets aan veranderen. De brancheverenigingen hebben al luisterend en aftastend bij de leden hier regelmatig naar gevraagd en ondanks het feit dat iedereen hoog inzette om de sanctie er van af te krijgen, waren we de mening toegedaan dat je eerst aan de fundamenten moest beginnen. Ook de enquête van Verkeerspro waarop 2466 personen reageerden, onderschreef deze mening.”

Totdat de nieuwe wet gepubliceerd is in de Staatscourant blijft alles voorlopig zoals het is, met voor instructeurs die niet in één keer kunnen laten zien dat ze de praktijkbegeleiding met voldoende resultaat hebben behaald, in ieder geval nog 2 kansen voordat men een herintrederstraject in moet. “Zonder bijkomende kosten en tijd die je opgelegd krijgt om verplichte scholing te volgen.”

Verplicht naar de opleiders

“En wat men zich wellicht ook niet gerealiseerd heeft dat de groep instructeurs die niet door de eerste praktijkbegeleiding heen komt vele malen groter was dan die 26 personen in 2017 die uiteindelijk voor het herintrederstraject in aanmerking kwamen”, vervolgt Brauers. “In 2017 scoorde 35 procent voor de eerste praktijkbegeleiding een onvoldoende. Dan kan natuurlijk te maken hebben dat men dit een voor “spek en bonen” praktijkbegeleiding vond, maar bij een tweede poging waren het toch nog steeds 7 procent van de kandidaten die onvoldoende scoorden. In absolute getallen 116 personen. Hiervan is niet duidelijk of zij zich voor die tweede praktijkbegeleiding hadden voorbereid door een cursus te volgen bij een opleidingsinstituut.”

Dan zijn er ook nog aanvullende regels aangenomen met de nieuwe WRM, zoals het meenemen van een echte rijbewijsleerling bij de praktijkbegeleiding en het feit dat de examinator bepaalt wat het logische lesonderdeel moet zijn. “Dat betekent dat deze aantallen gaan stijgen, terwijl er geen ‘vrijblijvende’ escape meer is. Je bent dus verplicht om naar een opleider te gaan, waarbij je als instructeur toch het zwaard van Damocles nog boven je hoofd hangt zoals overal in de stukken werd aangevoerd. Je mag dan wel blijven werken, maar het kostenplaatje en de tijd die je binnen zes maanden aan het bijscholen besteedt moet worden, is geen sinecure.”

“We hebben meerdere malen aangegeven dat de instructeurs die met passie en beleving van een leek een verantwoorde weggebruiker willen maken, met al (on)mogelijkheden die de kandidaten anno 2018-2019 nou eenmaal hebben, respect, aanzien en een belegde boterham verdienen. En dat ze niet nog een keer het kind van de rekening zijn en gedwongen worden om de leslokalen van de opleidingsinstituten te vullen.”

De leden van de VRB en de FAM hebben een schematisch overzicht ontvangen over de praktische invulling van het wijzigingsvoorstel.

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 28 Dec 2018 12:10:00 +0000

‘Veel kansen voor ons als erkende opleiders in verkeersveiligheid’

Er liggen volop kansen voor rijschoolhouders wanneer zij zich als expert profileren op het gebied van verkeersveiligheid. Bovag schreef hier al over in het trendrapport dat onlangs werd gepubliceerd, maar voorzitter Frank Hoornenborg onderstreept dit ook in zijn eindejaarscolumn op RijschoolPro.

Iedereen in onze branche weet dat de markt voor autorijlessen strak staat van de concurrentie. Het is voor veel collega’s moeilijk om de verleiding te weerstaan om mee te gaan in een ‘race to the bottom’. Er is echter altijd weer iemand in de regio die meent toch weer goedkoper te kunnen zijn. De goedkoopste zijn is immers heel eenvoudig en voor iedereen te realiseren, al dan niet met alle bedrijfseconomische gevolgen van dien.

De beste zijn, dát is echter de uitdaging. En in deze tijden: de slimste en de meest innovatieve. Kijken we naar de actualiteit -en dan heb ik het even niet over alle gedoe en het politieke gekonkel rondom de WRM en de sanctie- dan liggen er ook voor rijschoolhouders eigenlijk nog best veel kansen in de huidige markt. Tenminste, als je jezelf profileert als expert op het gebied van verkeersveiligheid.

Regelmatig zeggen pizzaketens en andere maaltijdbezorgers dat ze hun scooterrijders op cursus willen sturen

We lezen immers wekelijks, of misschien wel dagelijks, over de risico’s in het verkeer voor bijvoorbeeld ouderen met een elektrische fiets of een scootmobiel. Onlangs berichtte Veilig Verkeer Nederland over de gebrekkige kennis bij landgenoten over de verkeersregels. Regelmatig zeggen pizzaketens en andere maaltijdbezorgers dat ze hun scooterrijders op cursus willen sturen, bang voor het imago van hun onderneming door roekeloos rijgedrag.

Oftewel: heel veel kansen en gaten in de markt voor ons als erkende opleiders in verkeersveiligheid. Er blijken ook voor rijscholen voldoende mogelijkheden voor differentiatie en onderscheidend vermogen, zolang we oog houden voor de actualiteit en de maatschappij, en verder kijken dan alleen maar de traditionele rijlessen.

Ik hoop dat u met een open blik 2019 tegemoet treedt en ik wens alle collega’s fijne feestdagen en een succesvol nieuw jaar toe!

Frank Hoornenborg, Bovag Rijscholen

Lees ook: De 10 trends in de rijschoolbranche volgens Bovag

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 28 Dec 2018 07:47:11 +0000

Rijleskeurmerk van start: eisen gepubliceerd

Om in aanmerking te komen voor het Rijleskeurmerk, mag het slagingspercentage van een rijschool niet meer dan 10 procent lager zijn dan het landelijk gemiddelde. Ook moet de rijschool minstens vijftien examens per kalenderjaar laten afleggen: een greep uit de eisen voor het Rijleskeurmerk die donderdag gepubliceerd zijn. Aanmelden voor het keurmerk is al mogelijk.

De eisen zijn donderdag gepubliceerd op de website van het Rijleskeurmerk. Deze lijst is opgesteld door Stichting LBKR, ‘belanghebbenden’ en het Centrum voor Certificatie, de instantie die het keurmerk heeft opgezet. Op 2 januari wordt het Rijleskeurmerk officieel gelanceerd, maar aanmelden is nu al mogelijk voor rijschoolhouders.

In januari wordt ook de eerste certificering uitgereikt aan drie rijscholen die in de testfase hebben meegedraaid. Rijscholen met dit keurmerk krijgen een eigen pagina op de website, mogen het logo gebruiken in hun uitingen en krijgen stickers voor op de lesvoertuigen en het kantoorpand.

Een aantal opvallende eisen op een rij:

Inschrijving en slagingspercentage

  • Om in aanmerking te komen voor het keurmerk, mag de rijschool geen dubbele inschrijvingsovereenkomst hebben onder een andere rijschool of rijinstructeur.
  • Het slagingspercentage van de rijschool mag verder niet meer dan 10 procent naar beneden afwijken van het landelijk gemiddelde. Bij een afwijking hiervan moet gemotiveerd worden wat de reden hiervan is.
  • De rijschool moet minimaal vijftien examens (eerste en herexamens) per kalenderjaar laten afleggen.

Eisen instructeur

  • De rijinstructeur dient in het bezit te zijn van een diploma waaruit blijkt dat het taalniveau minimaal 2F is of, in het geval van anderstaligen het ERK niveau NT2 – B2.
  • De rijinstructeur van het bedrijf dient een VOG t.b.v. rijinstructeur te overleggen van maximaal 1 jaar oud.

Rijinstructie

  • Het praktisch rijonderricht dient ter afwisseling zoveel mogelijk op verschillende tijdstippen te kunnen worden gevolgd waaronder tijdens de spitsuren.
  • Er dient te worden gestreefd naar het geven van instructie tijdens verschillende weersomstandigheden.
  • Er dient een evenwichtige verdeling te zijn van instructie binnen en buiten de bebouwde kom.
  • Stilstaan tijdens de rijles is uitsluitend toegestaan ten behoeve van educatieve doeleinden met betrekking tot de rijles. Het is de rijinstructeur niet toegestaan om de lesauto stil te zetten ten behoeve van zijn eigen pauze of om telefoonverkeer af te wikkelen, tenzij dit niet ten koste gaat van de rijlestijd van de leerling. Een sanitaire stop van de leerling of van de rijinstructeur of een pauzestop op uitdrukkelijk verzoek van de leerling ten behoeve van bijvoorbeeld een rook- of koffiepauze, wordt hier niet onder gerekend.
  • Ook is een lijst opgesteld met 37 verplichte lesonderdelen.

Bedrijfsvoering

  • De rijschool moet bereikbaar zijn. Dit kan worden gerealiseerd met behulp of door middel van een antwoordservice of een automatisch antwoordapparaat; e-mail, WhatsApp of een ander sociaal medium. De rijschool verplicht zich op werkdagen binnen 12 uur per telefoon, e-mail, WhatsApp of anderszins schriftelijk te reageren op verzoeken of vragen van reeds ingeschreven leerlingen
  • Bij onverwachte en langdurige verhindering draagt de rijinstructeur in overleg met de leerling zorg voor tijdige vervanging, de mogelijkheid de les in te halen, inschakeling van een andere Rijleskeurmerk gecertificeerde rijinstructeur of voor verplaatsing van de rijles.
  • Elke rijinstructeur brengt 1 keer per 12 maanden een bezoek van minimaal 3 uur aan een collega (ook deelnemer van het Rijleskeurmerk). Van deze 3 uur wordt minimaal 2 uur besteed aan het achterin meerijden met een collega.

Bekijk ook de volledige lijst met eisen.

Gedragscode

Ook is een gedragscode opgenomen voor rijschoolhouders en instructeurs. Hierin staat onder meer dat er niet wordt gediscrimineerd, dat er geen onzedelijk gedrag plaatsvindt, dat de lesauto schoon is en dat het slagingspercentage op de website van de rijschool actueel is en overeenkomt met het slagingspercentage op de website van het CBR.

Kosten

Voor opname in het register is er een eerste audit nodig, die 540 euro kost. Als er geen bijzonderheden zijn zal er vervolgens in het tweede en derde jaar een schriftelijke controle plaatsvinden. De schriftelijke controles kosten 150 euro, wat uitkomt op gemiddeld 280 euro per jaar. In het vierde jaar vindt er weer een herkeuring op locatie plaats, die gelijk is aan de initiële audit.

Per extra rijinstructeur bedragen de extra jaarlijkse kosten 45,-.  Bij meerdere vestigingen zijn de kosten afhankelijk van het aantal vestigingen. Rijschoolhouders kunnen ervoor kiezen om over drie jaar hetzelfde bedrag van 280 euro te betalen. De voorwaarde is dan dat zij zich voor minimaal drie jaar inschrijven voor het Rijleskeurmerk.

Controle

Niet alle eisen zijn even makkelijk te controleren. Er wordt immers niet met elke les meegereden om te kijken of de instructeur aan alle punten voldoet. “Toegegeven, het Rijleskeurmerk zal nooit helemaal waterdicht zijn”, vertelt voorzitter René Ungerer, directeur van Centrum voor Certificiatie. Wel gaat Ungerer ervan uit dat de manier van controleren het erg lastig zal maken om te frauderen. “We combineren veel gegevens met elkaar. Zo kijken we bijvoorbeeld in Top Online, pikken daar een leerling uit en daar mag de instructeur alle schema’s van laten zien.”

Het Rijleskeurmerk komt 7 januari aan bod bij het televisieprogramma Radar. Op 8 februari wordt uitleg gegeven over het keurmerk op de bijeenkomst van de LBKR.

Lees ook: Slagingspercentage zal stijgen door komst Rijleskeurmerk

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 27 Dec 2018 10:08:02 +0000

‘Tijd om eens na te gaan denken over een volwassen lesprijs’

De beslissing over de sanctie op praktijkbegeleiding is gevallen: een van de doelen waarvoor de LBKR is opgericht, is hiermee behaald. Waar gaat de belangengroep zich nu op richten? Voorzitter Jos Post schrijft hierover in zijn bijdrage voor RijschoolPro, de laatste van de serie columns waarin organisaties terugblikken op het afgelopen jaar. 
“Afgelopen jaar was voor ons een spannend jaar, het jaar van de verandering. De verandering zat hem met name in de inrichting van de sanctie. Wat door velen genoemd wordt als het verdwijnen van de sanctie hetgeen uiteraard niet waar is. De sanctie wordt slechts anders ingericht. Maar wel een verandering waardoor de sanctie een stuk menselijker wordt. Men wordt niet meer direct verplicht om de hypotheek tegen het licht te houden.
We hebben begrepen dat de VRB nog onduidelijkheden heeft aangaande de kosten van de verplichte bijscholing na het zakken op de praktijkbegeleiding. Dit geheel wordt omschreven als schandalig en minachting voor de rijschoolbranche. Het huidige traject brengt echter ook de nodige kosten en risico’s met zich mee die zeker niet mals zijn voor het overgrote deel van onze collega’s, meestal zelfstandigen zonder personeel. Ook nu is het zo, dat als iemand zakt zich zal moeten bijscholen om goed beslagen ten ijs te komen, tenslotte is hij of zij niet voor niets gezakt. De tijd die in de voorbereiding gestopt wordt is best aanzienlijk.
Het huidige, financiële risico is vele malen groter dan de bijscholing die door de politiek middels het amendement is ingebracht.
Het risico dat de rijinstructeur, met name de kleine zelfstandige, in het huidig systeem loopt is, groter dan dat van het nieuwe systeem. Bij onvoldoende van de derde praktijkbegeleiding kun je per direct je bevoegdheidspasje inleveren waardoor je dus per direct geen inkomen meer hebt. Dit financieel risico is vele malen groter dan de bijscholing die door de politiek middels het amendement in is gebracht. De LBKR wil de stelling van de VRB ontkrachten dat de politiek heeft beslist dit traject heel duur te maken, dit is niet het geval. Sterker, de vier partijen hebben gezegd dat de oplopende financiële kosten, wel de prikkel geven om zich ervoor in te zetten dat je wel gaat slagen. Met andere woorden, doordat je iedere keer weer bijscholing moet volgen (mocht je weer zakken), lopen de kosten op.
Ook hebben we meegewerkt om het rijleskeurmerk handen en voeten te geven. In ons manifest hebben we vanaf het begin gezegd dat een kwaliteitsregister wenselijk zou zijn. Met de invoering van het rijleskeurmerk, in januari 2019, wordt hier invulling aan gegeven. Middels de aanname van een motie is de minister nu ook verplicht te kijken naar de haalbaarheid van een verplichte deelname voor alle rijscholen hieraan.
Als jonge brancheorganisatie hebben we uiteraard te maken gehad met leermomenten, het zou raar geweest zijn als alles vloeiend zou gaan. Hier hebben we van tevoren al rekening mee gehouden, hierdoor valt het onder aan de streep nog mee.
Op de man spelen. zoals af en toe gebeurt, kan ik alleen maar keihard afkeuren.
Wel moet mij van het hart dat er nogal wat collega’s zijn, die het niet kunnen laten hard op de man te spelen via social media. Social media zijn een mooi podium om discussies te voeren en van gedachten te wisselen, echter op de man spelen zoals het af en toe gebeurt, kan ik alleen maar keihard afkeuren. Als iemand een probleem met iemand anders heeft, wees dan een volwassen man/vrouw, en zoek dan rechtstreeks contact met betrokkene en spreek het dan uit. Hiervoor kunnen social media nooit bedoeld zijn.
Een vooruitblik naar 2019. We hopen uiteraard dat de invoering van het rijleskeurmerk een succes gaat worden. De tijd zal dit gaan leren. Door invoering van dit keurmerk hopen we dat de betere rijscholen zich goed kunnen profileren.
In 2019 zal er invulling gegeven moeten worden aan het amendement en de moties. Hier moet door verschillende partijen aan gewerkt worden opdat dit een goed geheel wordt. Dit alles zal in samenwerking met alle branchepartijen moeten gebeuren.
De signalen die wij krijgen uit de markt is dat de agenda’s vol of bijna vol zijn. De markt is goed, de economie is goed. Tijd om eens te gaan nadenken over een volwassen lesprijs. Onze lesprijs is volgens mij voor ons allemaal al tijden te laag. Om ons heen is iedereen omhoog gegaan, van loodgieter tot en met de garagemonteur.
We moeten twee dingen doen, de consument laten inzien dat een prijs van 30 euro niet kan, en al onze collega’s moeten gaan begrijpen dat we met elkaar te goedkoop werken. Anders gezegd, wat ben je (of beter gezegd, wat ben jij) waard?
Het inzichtelijk maken van de kosten voor een rijles voor collega’s is een goed begin. Wel moeten we ervoor zorgen dat alle kosten daar dan ook in staan. Ik wens iedereen dan voor 2019 ook een goede lesprijs toe, tenslotte zou je je brood moeten kunnen verdienen in circa 40 uur.
Tenslotte hoop ik dat we met elkaar een mooi 2019 van kunnen maken. Laat ons gaan samenwerken. Alleen op die manier kunnen we met minimale inspanning gezamenlijk ons doel bereiken.
Met vriendelijke groet,
Jos Post
Voorzitter LBKR 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 04 Jan 2019 08:13:29 +0000

Aantal examinatoren CBR met een derde gegroeid

Het aantal examinatoren bij het CBR is sinds 2015 met een derde gegroeid. In totaal werken er nu zo’n 650 examinatoren. De verwachting is dat er in 2019 nog zo’n zeventig bij komen, om de wachttijden bij de praktijkexamens tegen te gaan.

Dat heeft het CBR laten weten aan De Telegraaf. In 2016 en 2017 zijn er in totaal 120 examinatoren aangenomen en vorig jaar waren dat er nog eens 106. “Dat is in deze krappe arbeidsmarkt een hele prestatie”, aldus het CBR.

Meer mogelijkheden

Harold Bekhuis, divisiemanager Rijvaardigheid, vertelt in zijn column op RijschoolPro bovendien dat de zoektocht naar examinatoren iets makkelijker is geworden nu een Havo- of MBO 4-diploma niet meer nodig is. Meer mensen komen daardoor in aanmerking voor de baan bij het CBR.

“We zagen in onze zoektocht naar nieuwe examinatoren heel veel goede mensen voorbij komen. Waar we niet mee verder konden omdat ze net niet aan onze harde eis voldeden: Havo of diploma MBO4”, aldus Bekhuis. “In juni hebben we de opleiding tot examinator door NLQF (internationale standaard QF) laten certificeren op dat niveau. Hierdoor kunnen ook mensen solliciteren die wél het vereiste werk- en denkniveau mbo4/havo hebben.”

Lees ook: ‘Minder verkeersslachtoffers? Dan ook kijken naar rijexamen’

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 03 Jan 2019 09:25:49 +0000