Nieuwe WRM gaat 1 april in, ‘echte rijbewijsleerling’ bij praktijkbegeleiding wordt verplicht

De ‘nieuwe WRM’ gaat 1 april in. Vanaf dan moet de praktijkbegeleiding met een echte rijbewijsleerling worden gedaan. Ook hoeft er nog maar één praktijkbegeleiding worden afgelegd en bij onvoldoende resultaat is er een herkansingstraject in plaats van een sanctie. Eerder werd 1 januari aangehouden als datum voor de inwerkingtreding. Die datum wordt niet gehaald omdat het voor het IBKI niet haalbaar is de processen en procedures op tijd aan te passen.

De gewijzigde Wet Rijonderricht Motorrijtuigen 1993 (WRM), inclusief het gewijzigde Besluit Rijonderricht Motorrijtuigen 2009 (BRM) en de gewijzigde Regeling Rijonderricht Motorrijtuigen 2009 (RRM) treden op 1 april 2020 in werking. Dat schrijft minister Van Nieuwenhuizen deze week in een brief aan de Tweede Kamer.

De nieuwe regels vloeien voort uit de wijzigingen van de Wet Rijonderricht Motorrijtuigen 1993, die op 19 december 2018 door de Tweede Kamer is aangenomen. In de brief meldt de minister verder wat zij doet met alle moties, die tijdens de behandeling van de gewijzigde WRM in november 2018 de steun hebben gekregen van een meerderheid van de Kamerleden. Ook schrijft zij achter het initiatief van de branche te staan om gezamenlijk tot een nieuw startdocument te komen.

Langdurende besluitvorming

Aanvankelijk was het streven om de wijzigingen per 1 januari 2020 in te voeren, maar die datum bleek te ambitieus. De besluitvorming over de nieuwe BRM en RRM kostte meer tijd dan voorzien. Daardoor was het voor IBKI niet haalbaar was om haar processen en procedures tijdig aan te passen.

De belangrijkste wijzigingen op een rijtje:

  • De sanctie (ofwel: het verlies van de WRM-bevoegdheid) wordt vervangen door een ‘educatief traject’;
    Het resultaat van de eerste praktijkbegeleiding gaat meetellen. Bij de beoordeling ‘voldoende’ is een tweede praktijkbegeleiding niet nodig;
  • Een VOG wordt verplicht;
  • De praktijkbegeleiding moet met een echte leerling worden uitgevoerd;
  • Het lesonderwerp tijdens de stagebeoordeling en de praktijkbegeleiding wordt afhankelijk van het feitelijke ‘begingedrag’ van de echte leerling en zal mede door de examinator worden bepaald;
  • Stagementoren moeten vijf jaar ervaring hebben als rijinstructeur en moeten verplicht een theoretische bijscholing voor stagementoren volgen.

Uit de brief

Het afleggen van de praktijkbegeleiding met een ‘echte leerling’ geeft volgens minister Van Nieuwenhuizen een realistischer beeld van de kwaliteiten van een rijinstructeur. Dat moet de kwaliteit van de gehele sector doen verbeteren.

Voorlopig is het geen vereiste om minimaal vijf jaar rijervaring te hebben voordat je instructeur kunt worden. Deze maatregel wordt overigens nog wel geëvalueerd en wellicht over vijf jaar alsnog ingevoerd.
Er komt een pasfoto op de WRM-pas, zodat de instructeur aan de hand daarvan geïdentificeerd kan worden. De foto moet het voor de leerling makkelijker maken om te checken of hij wel bij een instructeur instapt.

Voorlopig komt er geen rijscholenregister. Wel wordt momenteel onderzocht of zo’n register zou bijdragen aan het waarborgen van kwaliteit in de branche. Hierbij wordt onder meer gekeken hoe andere EU-landen dit hebben geregeld. De uitkomst van de onderzoek moet er in ‘het voorjaar van 2020’ liggen.

Uitstel

Van Nieuwenhuizen schrijft in haar brief dat de wet, het besluit en de regeling op 1 april in werking moeten treden. Eerder zou dit op 1 januari ingaan. De datum is opgeschoven om het IBKI de tijd te geven de automatisering van de planning- en registratiesystemen op orde te krijgen.

Het uitstel van de inwerkingtreding heeft dus niet te maken met het rapport van de Adviescollege toetsing regeldruk. Het ATR sprak haar zorgen uit over de nieuwe wetgeving met betrekking tot de ‘echte’ leerling en het stagetraject. Het advies van de ATR is vrijblijvend, de minister lijkt ervoor gekozen te hebben het rapport naast zich neer te leggen.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 11 Dec 2019 11:17:54 +0000

Van Nieuwenhuizen: half miljard euro voor verkeersveiligheid

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) wil een half miljard euro beschikbaar stellen voor verkeersveilige infrastructuur. Ze hoopt dat provincies en gemeenten eenzelfde bedrag willen investeren zodat er de komende tien jaar in totaal een miljard euro extra beschikbaar komt voor het aanpakken van gevaarlijke verkeerssituaties in gemeenten en provincies.

Minister van Nieuwenhuizen: “De impact van een verkeersongeval is groot. Achter de kille cijfers over het toenemend aantal verkeersongelukken, schuilen verhalen van groot menselijk leed en verdriet. We doen al veel om de verkeersveiligheid te verbeteren. Denk aan het recente app-verbod op de fiets en de campagnes om mensen te wijzen op het gevaar van afleiding en alcohol in het verkeer. Maar we moeten een stap extra zetten. Ik wil daarom een half miljard euro beschikbaar stellen en hoop dat provincies en gemeenten meedoen. Zodat we met elkaar de trend kunnen keren.”

Jaarlijks 50 miljoen

De minister spreekt woensdag met bestuurders van provincies en gemeenten over het verbeteren van de verkeersveiligheid. Van Nieuwenhuizen zal in dat gesprek aanbieden om het bedrag dat provincies en gemeenten uittrekken voor het verbeteren van de verkeersveiligheid, te verdubbelen. In de periode 2020-2030 wil de minister daar jaarlijks 50 miljoen euro voor beschikbaar stellen.

Vorig jaar presenteerden ministers Van Nieuwenhuizen en Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) samen met provincies, gemeenten, vervoersregio’s en verschillende maatschappelijke organisaties een nieuwe visie op veilig verkeer, het Strategisch Plan Verkeersveiligheid.

Gevaarlijke situaties

Als onderdeel van die aanpak worden in provincies en gemeenten de gevaarlijke wegen, fietspaden en kruispunten en rotondes in kaart gebracht. Met het extra geld dat de minister nu beschikbaar wil stellen, kunnen deze gevaarlijke situaties snel worden aangepakt.

De afgelopen jaren stagneerde de daling van het aantal verkeersslachtoffers. In 2018 was er zelfs een stijging van het aantal verkeersdoden met ruim tien procent. De meerderheid van de verkeersslachtoffers valt op gemeentelijke en provinciale wegen.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 11 Dec 2019 07:15:20 +0000

Column Frank Hoornenborg (Bovag): Verkeersveiligheid

‘Wij hebben een verantwoordelijkheid om de nieuwe automobilisten op de juiste manier met rijhulpsystemen om te laten gaan, of dat nou wel of niet al formeel geregeld is als examenonderdeel.’ Dat vindt Frank Hoornenborg van Bovag. Lees hier zijn column van december. 

“Vrijwel elke nieuwe auto is tegenwoordig uitgerust met een automatisch remsysteem, dodehoekdetectie, rijbaanwaarschuwing of cruise control die automatisch afstand houdt, of met een combinatie van die technische snufjes. Ik heb op deze plek al vaker betoogd dat al die technologie het (leren) autorijden eerder moeilijker dan makkelijker maakt.

Ja, die techniek kan zeer nuttig zijn en uiteraard de verkeersveiligheid bevorderen, maar dan moet de bestuurder wél precies weten hoe hij de piepjes en lampjes moet interpreteren. En hij moet zich er terdege van bewust zijn dat ADAS is bedoeld om te ondersteunen bij het rijden, niet om het rijden over te nemen. We kennen allemaal de beelden van Tesla-rijders die een dutje doen of hun e-mail bijwerken terwijl de autopilot kennelijk het werk doet. Maar er duiken net zoveel beelden op van Tesla’s die het toch niet helemaal bij het rechte eind bleken te hebben en in de kreukels liggen.

Kennismaking

Wij rijschoolhouders beschikken doorgaans over relatief nieuwe auto’s en onze voertuigen zijn voor de jeugdige aspirant-bestuurders dan ook hun eerste kennismaking met ADAS. En naarmate de tijd vordert, zal de auto van paps en mams ook steeds vaker daarmee uitgerust zijn. Wij hebben dus een verantwoordelijkheid om de nieuwe automobilisten op de juiste manier met deze systemen om te laten gaan, of dat nou wel of niet al formeel geregeld is als examenonderdeel.

Het is in toenemende mate een onlosmakelijke en cruciale functionaliteit van een auto en dus is het onze taak de leerling daarin wegwijs te maken. En op dit moment is het tevens van groot belang erop te wijzen dat rijhulpsystemen nog lang niet feilloos zijn én dat ze in verschillende auto’s ook verschillend kunnen werken. Nog even los van het feit dat autofabrikanten er momenteel uiteenlopende commercieel interessante benamingen aan geven.

Bovag pleit in elk geval voor eenduidigheid en standaardisatie daarin. Iemand die z’n Opel inruilt voor een Mazda moet er wat ons betreft op kunnen vertrouwen dat de cruise control en het automatische remsysteem op dezelfde manier functioneren. En dat de instructie hierover in de inhoudsopgave van de handleiding onder dezelfde letter is te vinden. Dat is nu nog lang niet het geval. Werk aan de winkel (en een gat in de markt) voor elke rijschool die veiligheid en kwaliteit hoog in het vaandel heeft staan.”

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 10 Dec 2019 10:20:15 +0000

ANWB: doorbraak stekkerauto’s bij particulieren in 2020

Elektrische auto’s breken volgend jaar door bij particulieren. Stekkerauto’s kunnen steeds langer rijden op een volle batterij. Bovendien wordt het prijsverschil met benzine- en dieselauto’s kleiner en komt er een aanschafsubsidie. Dat meldt de ANWB in zijn jaarlijkse Elektrisch Rijden-monitor.

Ruim de helft van de Nederlanders overwoog in 2018 om op termijn een elektrische auto aan te schaffen, zo komt naar voren uit onderzoek dat marktonderzoeker Blauw uitvoerde voor de ANWB. Volgens de onderzoekers zien veel mensen hier uiteindelijk toch vanaf, vooral vanwege de hoge aanschafprijs.

De ANWB verwacht dat hier volgend jaar verandering in komt. De interesse in elektrisch rijden neemt volgens hetzelfde onderzoek toe, als Nederlanders te horen krijgen dat er volgend jaar een aanschafsubsidie komt. Hier kan volgens de autovereniging nog veel gewonnen worden. Veel mensen weten helemaal niet dat die subsidie er komt en dat er bovendien geen motorrijtuigenbelasting hoeft te worden betaald voor elektrische auto’s.

Daarnaast komen er steeds meer volledig elektrische auto’s op de markt, die ook steeds betaalbaarder worden. Ook de goedkope modellen kunnen steeds verder rijden op een volle batterij.

(Bron: ANP)

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 10 Dec 2019 06:17:17 +0000

Lachgas mogelijk verboden als roesmiddel

Lachgas mag wellicht binnenkort niet meer als roesmiddel worden gebruikt. Staatssecretaris Blokhuis wil een verbod, maar er is nog geen meerderheid in de kamer voor. Onderzoekers concluderen dat lachgas gevaarlijker is dan gedacht, ook in het verkeer.

Lachgas komt op een zwarte lijst van de Opiumwet, schrijft staatssecretaris Paul Blokhuis aan de Tweede Kamer. Daarop staan onder meer qat en slaapmiddelen. “Het recreatief gebruik van lachgas heeft zich ontwikkeld tot een drugsprobleem en daarmee is de Opiumwet de juiste route om dit aan te pakken”, vindt Blokhuis.

Blokhuis maakt zich extra zorgen omdat de gebruikers vaak jong, onervaren en kwetsbaar zijn. Bovendien is lachgas een gevaar in het verkeer. Voor Blokhuis’ voorstel is nog geen meerderheid in de Kamer.

Maatregelen

Burgemeesters, politiechefs en artsen dringen al langer aan op maatregelen tegen lachgas. Blokhuis wachtte de bevindingen af van het CAM, dat nieuwe drugs onderzoekt. Het CAM ziet niet alleen bij overmatig gebruik gevaren. Wie bijvoorbeeld zonder het te weten een vitamine B12-tekort heeft, kan al na een enkel ballonnetje “ernstige neurologische schade” oplopen. Het aantal meldingen van gezondheidsklachten na lachgasgebruik steeg de afgelopen jaren snel.

Het leek echter moeilijk om lachgas te verbieden. Het gas wordt ook gebruikt in bijvoorbeeld slagroomspuiten en als verdovend middel in tandartsstoel of spreekkamer. Voor zulk “eigenlijk gebruik” maakt de wet straks een uitzondering. Dan moet wel heel precies duidelijk zijn waarvoor lachgas wél toegestaan moet blijven. Blokhuis en justitieminister Ferd Grapperhaus gaan daarover komende tijd met leveranciers en afnemers praten.

Jongeren ontdekten lachgas pas massaal toen de rechter het gebruik drie jaar geleden vrijgaf. Voordien werd het aangemerkt als geneesmiddel en golden er strenge regels. De regeringspartijen lijken verdeeld over lachgas. Vooral CDA en ChristenUnie drongen aan op een verbod.

Het verbod kan over een maand of negen ingaan, denkt Blokhuis. De staatssecretaris roept gemeenten op om lachgas tot die tijd al zoveel mogelijk terug te dringen. Producenten vraagt hij alleen nog klanten te bedienen die het middel goed gebruiken.

(ANP)

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Mon, 09 Dec 2019 11:05:37 +0000