BOVAG en RAI pleiten voor tussentijdse aanpassing BPM

RAI Vereniging en BOVAG roepen Staatssecretaris Snel op om de BPM-tarieven alsnog tussentijds aan te passen. De brancheorganisaties stellen vast dat voor veel auto’s een fors hogere BPM geldt door invoering van de nieuwe WLTP-testmethode. Deze test geeft een realistischer beeld van het werkelijke verbruik en de CO2-uitstoot. Gevolg is dat de BPM, de aanschafbelasting op nieuwe auto’s, voor veel modellen hoger gaat uitvallen.

Staatssecretaris Snel liet vorige week weten geen aanpassing te willen doen aan de BPM-tabel om de hogere BPM te compenseren. RAI Vereniging en BOVAG vinden deze beslissing onverteerbaar. Volgens beide organisaties is de automobilist hiervan opnieuw het slachtoffer.

Sinds 1 september 2018 moeten alle nieuw in Europa geproduceerde auto’s op emissies worden getest volgens de zogenaamde WLTP-testmethode. Deze test vervangt de oude NEDC-methodiek, waar veel kritiek op was vanwege de onrealistische verbruikscijfers. Omdat in Nederland de hoogte van de BPM wordt bepaald op basis van de CO2-uitstoot, stijgt ook de gemiddelde BPM op een auto.

Budgetneutraal

“De autokoper is daar weer de dupe van, terwijl de schatkist verder volloopt”, reageert Bertho Eckhardt, algemeen voorzitter BOVAG: “BOVAG en RAI Vereniging willen voorkomen dat de consument nog langer moet bloeden voor de WLTP-overgang en dringen erop aan dat de BPM-tabel zo spoedig mogelijk wordt aangepast zodat de overgang alsnog budgetneutraal gebeurt.”

Volgens staatssecretaris Snel is er echter geen sprake van een BPM-stijging door de overgang naar de WLTP-methode. De minister baseert zich op onderzoek dat TNO in zijn opdracht het afgelopen jaar heeft uitgevoerd. RAI Vereniging en BOVAG herkennen de uitkomsten van het TNO-onderzoek niet en zien wel degelijk een flinke BPM-stijging op nieuwe auto’s. Zowel onderzoek van internationaal autodataleverancier JATO als informatie van autofabrikanten inzake de CO2-uitstoot van WLTP-geteste auto’s wijst daarop.

Stijging BPM

Bovenstaande laat zien dat tussen de gemeten uitstootwaardes van twee identieke auto’s onder de oude en nieuwe test grote verschillen zitten. Over een nieuwe benzineauto wordt nu gemiddeld 800 euro meer BPM betaald en voor een dieselauto maar liefst 2.000 euro meer, laten beide organisaties weten. Daarmee komt de gemiddelde BPM op een nieuwe benzineauto in 2019 inmiddels uit op 5.480 euro, ten opzichte van 4.642 euro in 2018. Voor een diesel ligt dit gemiddelde bedrag in 2019 zelfs op 11.433 euro in vergelijking met 8.870 euro in 2018.

Steven van Eijck, voorzitter RAI Vereniging: “Voor steeds meer mensen wordt een nieuwe zuinige schone auto onbetaalbaar. De keuze voor de automobilist wordt nog verder beperkt, terwijl het juist van belang is dat ons wagenpark snel verduurzaamt. Dit jaar is de verkoop al met ruim 10 procent gedaald. Wij dringen er bij de staatssecretaris op aan om de eerdere toezegging van zijn voorganger Wiebes aan de Tweede Kamer dat de consument niet de dupe mag worden van de overgang naar de WLTP, te respecteren en de BPM-tabel op 1 januari 2020 alsnog te corrigeren.”

Contra-expertise

BOVAG en RAI Vereniging hebben KPMG opdracht gegeven voor een contra-expertise. KPMG legt daartoe alle beschikbare data van RDC, TNO, JATO en de fabrikanten naast elkaar. Naar verwachting is dit onderzoek eind deze zomer afgerond, waarna de organisaties dit met politiek en overheid zullen delen. In de hoop en verwachting dat deze data een belangrijke rol zullen spelen bij de behandeling van de belastingplannen in de Tweede Kamer.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Mon, 15 Jul 2019 07:25:57 +0000

Seat boekt verkooprecord in eerste helft van 2019

Seat heeft de eerste zes maanden van het jaar afgesloten met het hoogste aantal verkochte auto’s ooit. Wereldwijd stegen de verkopen van het merk in die periode met 8,4 procent tot 314.300 auto’s. Daarmee passeerde Seat voor het eerst de magische grens van 300.000 auto’s in de eerste zes maanden van een jaar en brak het hiermee het verkooprecord van afgelopen jaar.

In juni zag Seat zijn verkopen voor de tweede maand op rij met meer dan 10 procent toenemen. In deze maand verkocht de Spaanse autofabrikant wereldwijd 57.300 auto’s, een plus van 11,5 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Daarmee noteerde Seat het beste juni-resultaat in de historie van het merk.

De Seat Arona is onlangs op de Nationale Rijschooldag uitgeroepen tot Lesauto van het Jaar. De Arona kreeg een 8,87 als eindscore mee. Seat viel tweemaal in de prijzen, want de Ateca eindigde dinsdag op nummer 2. De Ford Focus behaalde de derde plaats. 

“Seat groeit harder dan verwacht”

Wayne Griffiths, Seat Vice-president voor Sales en Marketing, is blij met de resultaten. “We groeien sneller dan verwacht, en dat ondanks de uitdagende huidige situatie waarin registraties in de meeste Europese landen ofwel dalen dan wel slechts licht stijgen. Deze gunstige ontwikkeling biedt ons de mogelijkheid om ons marktaandeel te vergroten en door te groeien. Voor de tweede helft van het jaar verwachten we een vergelijkbare ontwikkeling.”

Het model Cupra bracht een nieuw halfjaarrecord in de boeken. In de eerste zes maanden van dit jaar zag het nieuwe, sportieve merk de verkopen toenemen tot 12.700 stuks, een stijging van 73,1 procent vergeleken met de eerste helft van 2018.

Lees ook: Seat Arona wint titel Lesauto van het Jaar 2020

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Fri, 12 Jul 2019 06:26:07 +0000

DON Opleidingen: het begon 50 jaar geleden in een Ford Capri

De eerste rijlessen van DON Opleidingen werden gegeven in een Ford Capri. Dat was in 1969. Erwin en Marco vormen de huidige generatie Dons. Ze geven geen les meer; de broers zijn druk met het dagelijkse bestuur. Bij de opleider werken zeventig mensen, het wagenpark bestaat uit 58 voertuigen. Met het 50-jarig jubileum als aanleiding vertelt Erwin Don in dit interview over het reilen en zeilen van het bedrijf en over de feestelijkheden. 

Martien Don is de vader van Erwin en Marco Don, de huidige eigenaren van DON Opleidingen. Hij begon eind jaren zestig als eenmansrijschool. Voor die tijd was hij chauffeur en reed hoofdzakelijk op Berlijn. Toen automerk Ford in ‘69 het model Capri lanceerde wilde hij die dolgraag hebben. Opa Don vond dat goed, maar adviseerde ook om vooral geen auto te kopen die je niet voor je werk nodig hebt. Dat was aanleiding voor Martien om ervoor te zorgen dat hij de auto wél voor zijn werk nodig had en zo was hij de eerste en enige instructeur die met een Ford Capri reed. Niet veel later groeide DON van eenmanszaak tot rijschool met Martiens vrouw Nel erbij als instructrice. Anno 2019 is het een opleidingsinstituut met zeventig mensen op de loonlijst en een scala aan opleidingen – zelfs ook buiten de sector. 

Honderd verschillende opleidingen 

DON Opleidingen heeft zich als doel gesteld om totaaloplossingen te bieden op het gebied van opleidingen voor op de weg of water, theorie en praktijk en regulier of versneld. Op de website is te zien dat er 264 opleidingen te volgen zijn. “Dat is wel een technisch cijfer”, licht Erwin Don toe. “Een dagopleiding of een tweedaagse opleiding voor hetzelfde examen geldt in het systeem als twee opleidingen. Dus die 264 is aan de hoge kant, we bieden rond de honderd echt unieke opleidingen.” 

Kwaliteit in huis 

Erwin en zijn broer Marco Don zitten al heel lang niet meer in de auto. “Met dertig mensen fulltime op kantoor is dat helaas niet meer te combineren.” Alles bij elkaar werken bij DON Opleidingen meer dan zeventig mensen. “We werken bij voorkeur met eigen mensen. We leiden ze op, investeren in ze en zo zijn we er zeker van dat we kwaliteit in huis hebben”, zegt Don. “We willen ook een zekere uniformiteit uitstralen. Onze mensen dragen bedrijfskleding, overal staat het logo op. Alle auto’s zijn wit en zijn ook voorzien van het logo.” In een Ford Capri wordt trouwens allang niet meer gereden, DON rijdt nu met vijftien Kia’s. Verder bestaat het wagenpark op dit moment uit negen scooters, elf motorfietsen, twee B-E combinaties, veertien vrachtauto’s, vijf aanhangwagens of opleggers voor achter de vrachtauto’s, een touringcar, een landbouwtrekker met aanhangwagen en er staan diverse nieuwe voertuigen in bestelling. 

Beroepsrijopleidingen 

“Hoewel we bekend zijn geworden met onze rijopleidingen, is de tak beroepsrijopleidingen momenteel groter.” DON Opleidingen verzorgt voor allerlei branches opleidingen en trainingen. Van heftruckrijden tot een training klantgericht handelen. De onderneming is opgedeeld in drie afdelingen, ‘eilanden’ noemt Don het. De kleinste afdeling omvat de particuliere klant die voor bromfiets, motor, auto, taxi of slipcursus uitkomt bij de Westlandse opleider. Het slagingspercentage voor rijbewijs B is bij DON 52 procent, blijkt uit de cijfers van het CBR. 

Daarnaast worden er opleidingen voor beroepsrijbewijzen gegeven en opleidingen voor Code 95 en klassikale opleidingen. Sommige van die opleidingen worden gegeven in andere talen (zoals Pools) of aan mensen in andere sectoren. “Je kunt je voorstellen dat een bhv-cursus ook in andere bedrijfstakken relevant is”, legt de ondernemer uit.  

DON Opleidingen is een Westlands bedrijf, maar is wel landelijk actief. Erwin Don: “Ja, die Westlandse achtergrond zijn we wel een beetje trots op. Westlanders staan bekend als harde werkers en daar staan wij ook voor. Ik denk dat 98% van onze mensen uit het Westland komt. Ik zie wel dat het gebied waar we werken steeds groter wordt.” 

Lid van branchevereniging 

Erwin Don vindt het belangrijk om vertegenwoordigd te zijn in een branchevereniging. Het bedrijf is al 50 jaar lid van de Bovag en sinds begin dit jaar zijn ook lid van de FAM, omdat zij specifiek voor de grotere rijopleiders staan. “Ik vind het positief om gezamenlijk een vuist te kunnen maken en onderwerpen aan te pakken, zoals bijvoorbeeld de kwaliteit van de branche.” Een keurmerk voor rijscholen zou volgens de ondernemer weinig aan de eigen onderneming toevoegen. “Om lid te zijn van Bovag of de FAM moet je ook aan bepaalde voorwaarden voldoen. Dat is naar je klanten toe al een duidelijk argument van een kwaliteitsschool. Voor de branche in het geheel zie ik het als een serieuze verbetering, maar dan moet er wel een wettelijke verplichting aan ten grondslag liggen.” 

Jubileumacties 

Om het 50-jarig bestaan te vieren worden het hele jaar door allerlei acties gehouden. Don: “We proberen iedere maand wel iets te doen. We hebben pas een groot personeelsfeest gehouden in jaren ‘70 stijl waarbij iedereen verkleed was. Dat was supergezellig.” 

Het personeel vierde mee, maar Don wil vooral ook maatschappelijke acties houden. Zo werden op 6 juli de vrijwilligers van Vitis Welzijn in het zonnetje gezet. Zij konden genieten van een rondvaart door het Westland met aansluitend een barbecue op het terrein van de opleider. In de loop van het jaar hoopt de opleider nog met een groep verstandelijk beperkten een dagje naar diergaarde Blijdorp te gaan en met de feestdagen willen zij een diner opzetten voor eenzame vijftigplussers. “We werken nog aan de precieze plannen en realisatie daarvan. Hoe dan ook vinden we het belangrijk om aandacht te geven aan de zwakkere groepen in de samenleving”, aldus Don. 

Het jubileum wordt tevens aangegrepen om een aantal commerciële activiteiten te ontplooien en de regio en het land te laten weten dat DON Opleidingen er al vijftig jaar is. Een en ander wordt nog uitgerold in de loop van het jaar. Wel zijn er alvast er vijftig taarten uitgedeeld aan zakelijke klanten en er is een magazine uitgebracht wat in de regio in een oplage van 45.000 stuks is verspreid. 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 11 Jul 2019 08:17:30 +0000

CBR ontvangt bijna 900 schadeclaims vanwege wachttijden

Het CBR heeft tot begin juli 453 verzoeken voor vergoeding gekregen van mensen die extra of dubbele kosten gemaakt hebben vanwege de wachttijden. Daarnaast zijn 430 claims ingediend voor een vergoeding van de spoedaanvraag bij de gemeente. Het gaat om 75-plussers en anderen die wachten op een beoordeling van een gezondheidsverklaring. Sinds april is het aantal verzoeken dat wordt neergelegd bij het instituut meer dan verdriedubbeld. 

Tot nu toe heeft het CBR dit jaar 453 verzoeken om vergoeding gekregen van mensen die extra of dubbele kosten hebben gemaakt door de lange doorlooptijden bij het rijexameninstituut. Het gaat dan bijvoorbeeld om taxikosten, ov-kosten en andere gemaakte kosten. Begin april waren er nog 139 verzoeken tot vergoeding ingediend. Daarnaast zijn er tot begin juli 430 claims ingediend bij het CBR om vergoeding van de kosten van de spoedaanvraag bij gemeenten. Gemeenten rekenen circa 35 euro voor een spoedaanvraag.

Explosieve groei 

“Het aantal mensen dat een gezondheidsverklaring indient, groeit al jaren als gevolg van een groeiende vraag naar examens en een stijging van het aantal 75-plussers dat aan het verkeer wil blijven deelnemen,” laat het CBR in een uitleg weten. “Daarbij zien we een stijging in het aantal dossiers dat medisch nader beoordeeld moet worden, omdat ouderen vaker een medische beoordeling nodig hebben. In 2017 groeide het aantal Gezondheidsverklaringen met 3%, in 2018 met 6% naar in totaal 637.000 en ook in 2019 verwachten wij op basis van bovenstaande een groei van 4% naar circa 665.000.” Alleen al in juni kwamen ongeveer 56.000 gezondheidsverklaringen binnen, daarvan moeten er 33.000 worden beoordeeld. De overige verklaringen hebben geen verdere medische beoordeling nodig. 

De instroom sinds januari 2019 is echter explosief gegroeid doordat klanten, vanwege de lange doorlooptijden, logischerwijs eerder startten met het indienen van de verklaring. 

Lees ook: Aantal gedupeerden door wachttijden CBR opnieuw gestegen 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 11 Jul 2019 07:59:56 +0000

Vier op tien zzp’ers heeft geen voorziening arbeidsongeschiktheid

Van alle zelfstandig ondernemers zonder personeel heeft 41 procent naar eigen zeggen geen enkele voorziening getroffen voor het geval ze arbeidsongeschikt worden. Zij hebben vaak vanwege de kosten geen verzekering afgesloten en houden ook geen spaargeld of beleggingen achter de hand voor eventuele arbeidsongeschiktheid.

De cijfers komen uit de tweejaarlijkse Zelfstandigen Enquête Arbeid van TNO en het CBS die onlangs is gepubliceerd. In het recent afgesloten akkoord tussen kabinet en werknemers- en werkgeversorganisaties over de vernieuwing van het pensioenstelsel is afgesproken dat er voor zelfstandigen een wettelijke verzekeringsplicht tegen arbeidsongeschiktheid komt. Het kabinet heeft de sociale partners gevraagd om hiervoor begin 2020 een concreet voorstel te doen.

In de Zelfstandigen Enquête Arbeid is aan 5,5 duizend zelfstandig ondernemers gevraagd of zij iets hebben geregeld voor eventuele arbeidsongeschiktheid. Ook is gevraagd wat de redenen zijn om geen arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Aan de enquete deden ook enkele tientallen rijscholen en -instructeurs mee. Deze groep respondenten is echter te klein om concrete uitspraken te doen over hoe het specifiek onder rijscholen is gesteld. 

Begin 2019 gaven ruim vier op de tien zelfstandig ondernemers zonder personeel aan geen enkele voorziening te hebben voor eventuele arbeidsongeschiktheid. Zij hebben geen verzekering voor het werk als zelfstandige, zij participeren niet in een broodfonds en kunnen ook niet terugvallen op spaargeld, beleggingen of op het vermogen dat zit in hun bedrijf of eigen woning.

Lage inkomens

Het percentage zelfstandig ondernemers zonder personeel dat geen voorziening heeft, verschilt naar inkomenspositie. Worden alle personen met een persoonlijk inkomen ingedeeld in vijf inkomensgroepen, dan blijkt dat minder dan een kwart van de zelfstandig ondernemers in de groep met de hoogste inkomens geen voorziening heeft. Van de zelfstandig ondernemers in de groep met de laagste inkomens heeft 65 procent geen voorziening.

Voor werknemers is een arbeidsongeschiktheidsverzekering de belangrijkste voorziening om het risico van inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid af te dekken. Voor werknemers is deze verzekering verplicht, de premie wordt ingehouden op het loon. Zelfstandigen kunnen vrijwillig een verzekering voor arbeidsongeschiktheid afsluiten. Volgens recent gepubliceerde cijfers uit het Integraal inkomens- en vermogensonderzoek van het CBS betaalde in 2017 krap 1 op de 5 zzp’ers een premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Vaker dan een arbeidsongeschiktheidsverzekering worden spaargeld of beleggingen genoemd als voorziening bij eventuele arbeidsongeschiktheid. Bijna een derde van de zelfstandig ondernemers zonder personeel denkt daarop te kunnen terugvallen. Een op de tien verwacht het risico af te kunnen dekken met de waarde van de eigen woning. Daarnaast zijn er relatief kleine groepen zelfstandig ondernemers die de waarde van het eigen bedrijf of deelname aan een broodfonds als voorziening noemen.

Hoge kosten 

Zelfstandig ondernemers zonder personeel die geen arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben afgesloten, noemen daarvoor vooral financiële redenen: 46 procent geeft aan dat de kosten van zo’n verzekering niet opwegen tegen de baten, 37 procent zegt de kosten voor een verzekering niet te kunnen betalen. Ruim een vijfde van alle onverzekerden geeft aan het financiële risico zelf te kunnen dragen. Deze reden wordt vaker genoemd naarmate de ondervraagden dichter bij de AOW-gerechtigde leeftijd zijn. Daarnaast kan een vijfde terugvallen op het inkomen van de partner. Onder deze groep zijn relatief veel vrouwen. Een kleine groep zegt niet te worden geaccepteerd bij een verzekering vanwege leeftijd of gezondheid. 55-plussers noemen relatief vaak (14 procent) deze afwijzingsgrond.

Pensioen vaak wel geregeld

Zelfstandig ondernemers zonder personeel hebben vaker een voorziening voor pensioen dan voor eventuele arbeidsongeschiktheid. Iets minder dan de helft (45 procent) van de zelfstandig ondernemers zonder personeel is aangesloten bij een pensioenfonds omdat ze als werknemer pensioen opbouwen of hebben opgebouwd. Daarnaast is 7 procent via het huidige werk als zelfstandig aangesloten bij een pensioenfonds. Ook spaargeld of beleggingen (43 procent) en de waarde van de eigen woning (33 procent) worden als pensioenvoorziening genoemd.

Bijna 1 op de 5 zelfstandig ondernemers zonder personeel zegt niets te hebben geregeld voor het pensioen. De meest genoemde reden is dat ze het niet kunnen betalen; iets meer dan de helft geeft dat aan. Andere redenen zijn dat ze er nog niet aan toe zijn gekomen (31 procent) of dat het pensioen nog ver weg is (20 procent).

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 10 Jul 2019 15:45:02 +0000

IBKI stopt met theorie-examens WRM in Dordrecht 

Vanaf 1 september 2019 worden er geen theorie-examens WRM meer afgenomen op het Da Vinci college in Dordrecht door het IBKI. Vanaf dan kun je alleen nog terecht op de locaties in Nieuwegein, Helmond of Zwolle. 

Wie nog een theorie-examen in de agenda heeft staan op een datum voor 31 augustus, kan nog wel gewoon terecht in Dordrecht. Ook kun je nog altijd aanvragen doen voor het examen tot en en met deze datum. Daarna is het examen uitsluitend nog af te leggen op de IBKI-locaties in Nieuwegein, Helmond of Zwolle.

Het theorie-examen is voor beginners. Wie het certificaat eenmaal op zak heeft, wordt wel geacht zes dagdelen per vijf jaar aan bijscholing te volgen om een geldig certificaat te houden. Die lessen hoeven niet op de drie aangewezen locaties te worden gehouden, dat kan ook op een locatie naar keuze. 

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 10 Jul 2019 09:54:10 +0000

Minister: overheid kan weinig doen aan misstanden aansprakelijkheid

Ja, er zijn situaties bekend waarbij leerlingen opdraaien voor verkeersboetes en schades tijdens de rijles. Nee, volgens branchepartijen komt dat niet voor bij aangesloten leden. Minister van Nieuwenhuizen reageert deze week op de Kamervragen van VVD-lid Dijkstra van 16 mei. 

Remco Dijkstra wilde van de minister van Infrastructuur en Waterstaat weten of het klopt dat leerlingen opdraaien voor schade en boetes tijdens de rijles en hoe het mogelijk is dat rijscholen onverzekerd rondrijden. Hij vroeg tevens naar de status van gesprekken met de branche om ‘het kaf van het koren te scheiden en de rijschoolbranche op te schonen van lieden die daar niet horen.’ De vragen van Dijkstra volgden op een bericht van BNR waarin wordt gesteld dat rijscholen de algemene voorwaarden en verzekeringen niet altijd op orde hebben.

Het klopt dat er situaties zijn waarin leerlingen moeten opdraaien voor verkeersovertredingen of schade tijdens de rijles, schrijft de minister in haar antwoord.  Volgens de branchepartijen komen die misstanden niet voor bij de bij hun aangesloten rijscholen. 

Eigen keuze 

Uit de antwoorden van de minister kan worden opgemaakt dat er vanuit de overheid weinig aan de misstanden kan worden gedaan. Rijscholen die bij een branchevereniging zitten, zouden zich niet schuldig maken aan deze praktijken. Een verzekering voor de auto of een ander lesvoertuig is bovendien verplicht, net als voor alle andere voertuigen op de weg. Er is een keurmerk voor rijscholen en leerlingen en hun ouders worden in de campagne ‘Rijbewijstips’ van het CBR aangespoord een goede rijschool te kiezen. De keuze voor een rijschool, en of deze aangesloten is bij een branchevereniging en/of een keurmerk draagt, is geheel aan de leerling. 

Integer en correct handelen  

Brancheorganisaties verwijderen rijscholen uit hun ledenbestand als blijkt dat hun verzekeringen of voorwaarden niet op orde zijn, hoewel dat in de praktijk nog niet is voorgekomen. De brancheorganisaties BOVAG, FAM en VRB geven allemaal aan dat ze leden jaarlijks controleren op de bevoegdheden. Er zijn wettelijk geen mogelijkheden om individuele rijscholen aan te spreken op vastgelegde standaarden die de consument beter kunnen beschermen. Wel onderzoekt de minister in overleg met de branche andere mogelijkheden om dit beter te organiseren. 

Kwaliteitsverbetering wordt onderzocht

De rijschoolbranche is een vrije sector en niet gebonden aan wettelijke vestigingsregels. Het Ministerie onderzoekt samen met de branche, het CBR en het IBKI de mogelijkheden de kwaliteit van rijscholen te verbeteren en de consument (beginnend bestuurder) beter te beschermen. Te denken valt hier aan het mogelijk maken van onderdelen van het verbeterplan van de branche (BOVAG,  FAM en VRB). 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 09 Jul 2019 09:59:22 +0000