Opgevoerde e-bikes gevaarlijk, maar extra handhaving blijft uit

Hoewel het opvoeren van elektrische fietsen in Nederland een bekend fenomeen is, komen er geen extra maatregelen. Dat blijkt uit antwoorden van verkeersminister Cora van Nieuwenhuizen op vragen van Kamerlid Maurits von Martels (CDA). Wel noemt de minister het opvoeren ‘onverstandig en gevaarlijk’.

In België en Duitsland is veel commotie ontstaan rondom het ‘tunen’ van de elektrische fiets. In Duitsland zou dat gebeuren bij een derde van alle e-bikes, melden Duitse media. Op dit moment rijden in Nederland ongeveer 2,4 miljoen elektrische fietsen rond. Minister Van Nieuwenhuizen laat weten dat de politie ook in Nederland opgevoerde fietsen tegenkomt, maar cijfers van de omvang van dit probleem ontbreken.

Kastjes niet illegaal

De trapondersteuning van een elektrische fiets moet volgens de regels stoppen bij 25 kilometer per uur. Met behulp van een kastje kan de fiets worden opgevoerd tot snelheden tot 40 kilometer per uur. De verkoop van deze setjes zijn niet illegaal. Het tunen van elektrische fietsen is in Nederland namelijk niet verboden, alleen mag de fietser dan niet meer de openbare weg op. Een andere optie is dat de eigenaar de e-bike als speed pedelec laat registreren, maar de fiets moet dan ook aan alle eisen van de speed-pedelec voldoen. Voor deze optie wordt zelden gekozen.

Een opgevoerde e-bike is volgens de minister ‘onverstandig en gevaarlijk’. “Omdat het voertuig dan zeer waarschijnlijk niet voldoet aan alle toelatingseisen waar een speed pedelec wel aan moet voldoen, zoals een stevig frame dat grotere krachten op kan vangen en bijvoorbeeld betere remmen om een groter remvermogen te leveren.”

Handhaving

Momenteel wordt er wel gehandhaafd op opgevoerde elektrische fietsen, maar extra controles ziet Van Nieuwenhuizen niet zitten. “De elektrische fiets biedt miljoenen mensen een milieuvriendelijke en actieve manier van vervoer. Ik wil voorkomen dat we nu direct met strengere regels deze hele groep op extra kosten of andere lasten jagen.”

Wel heeft ze de Fietsersbond, Bovag en RAI-vereniging gevraagd om ‘de vinger aan de pols te houden’. “Op die manier krijg ik in beeld of er aanleiding is voor het nemen van extra maatregelen. Zij zullen ook hun achterban actief informeren dat opvoeren van elektrische fietsen onverstandig en gevaarlijk is. Als je meer ondersteuning wilt en harder wilt rijden, is er een alternatief beschikbaar, namelijk de speed pedelec.”

Lees ook: Rijden op een speed pedelec: ‘gedraag je niet als fietser’

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Mon, 27 May 2019 10:13:34 +0000

Nieuwe Opel Corsa ook te koop als elektrische auto

De keuze uit elektrische auto’s neemt komende tijd in rap tempo toe. Ook de zesde generatie van de Opel Corsa zal worden verkocht met volledig elektrische aandrijving. Met een volle batterij kan volgens de WLTP1-methode 330 kilometer gereden voor opladen noodzakelijk is. Het opladen kan via een regulier stopcontact, een wallbox of bij een snellader. In dat geval kost het 30 minuten om de batterij tot 80 procent op te laden.

De Corsa is al sinds de presentatie van de eerste generatie begin jaren tachtig een garantie voor succes. In totaal werden er meer dan 13,6 miljoen exemplaren van de compacte auto verkocht. Met de elektrische variant van dit populaire model haalt Opel elektrische mobiliteit uit zijn nichebestaan. De nieuwe Corsa-e kan over enkele weken besteld gaan worden. Er komen overigens ook benzine- en dieselversies op de markt.

De stroom van de elektrische Corsa wordt geleverd door een 50 kWh-batterij, klanten krijgen een fabrieksgarantie van acht jaar op dit accupakket. Gebruikers kunnen de laadstatus controleren via een app van het Duitse automerk, waarmee ze ook laadtijden en -kosten kunnen optimaliseren.

De actieradius van de Corsa-e is voor een deel afhankelijk van de gekozen rijmodus, er is keuze uit drie standen: normal, eco en sport. De elektromotor levert een vermogen van 100 kW (136 pk) en beschikt over een koppel van 260 Nm. Daarmee duurt het slechts 8,1 tellen om vanaf stilstand de 100 km/u aan te tikken.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Remco Nieuwenbroek
Publicatie datum: Fri, 24 May 2019 07:20:52 +0000

ACM: machtsmisbruik door SOOB en STL onwaarschijnlijk

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) wijst het verzoek van 24 rijopleiders af om in te grijpen bij de werkwijze van Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer (SOOB) en het Sectorinstituut Transport en Logistiek (STL). Volgens de opleiders maken deze organisaties misbruik van hun machtspositie. ACM noemt deze machtspositie ‘onwaarschijnlijk’.

Volgens de 25 verkeersscholen, die zich hebben verenigd in Stichting Gelijk Speelveld Transportopleidingen, is er ‘ernstige verstoring van de markt’. De stichting verzocht ACM in oktober 2018 om in te grijpen.

STL biedt BBL-opleidingen aan die door SOOB worden gesubsidieerd. Hiermee stromen jaarlijks ruim duizend leerlingen in op de arbeidsmarkt als chauffeur beroepsgoederenvervoer. Verkeersscholen die de BBL’ers willen opleiden, kunnen zich hiervoor aanmelden. Uiteindelijk mogen 19 verkeersscholen zich BBL-opleider noemen. “Deze aanbestedingen hebben geenszins geleid tot een level playing field“, is de conclusie van de protesterende opleiders. “Zij moeten zich bovendien committeren aan extreem lage prijzen die STL voorschrijft.”

Verplichte testdag

Een van de bezwaren van de opleiders is de procedure bij de SOOB-subsidieregeling voor de zogeheten zij-instromers en doorstromers. Deze twee doelgroepen zijn verplicht mee te doen aan een intake bij STL en een testdag die alleen mag worden afgenomen bij een van de 19 verkeersscholen die STL heeft uitgekozen voor het opleiden van BBL-leerlingen. Volgens de stichting is dit ten nadele van de 81 andere gekwalificeerde rijscholen met een SOOB-certificaat.

De verkeersscholen noemen dit ‘ongewenste sturing’. “STL houdt op deze wijze zicht op elke instromende en doorstromende kandidaat en de geselecteerde 19 verkeersscholen krijgen dankzij deze procedure de kandidaten feitelijk in de schoot geworpen”, aldus de opleiders. “Deze groep leerlingen is evident veel omvangrijker dan alleen de BBL-leerlingen. De leerling wordt zonder zijn weten en zonder keuze vooraf ‘gestuurd’ naar een STL-opleider.”

Volgens de verkeersscholen is er ‘ernstige verstoring van de markt’. Ze verzochten ACM enkele maanden geleden om in te grijpen. “De transportsector is gebaat bij een maximale instroom van kandidaat-chauffeurs, zeker bij de huidige hoge tekorten. Een gezonde samenwerking tussen alle betrokken partijen is daarbij nodig. De stichting wil als oplossing de aanbesteding van de BBL-opleidingen afschaffen. Ook wil de Stichting Gelijk Speelveld Transportopleidingen van de verplichting af om alleen rijtesten af te laten nemen door STL-opleiders.

‘Onwaarschijnlijk’

De ACM heeft het handhavingsverzoek van de stichting afgewezen. “Het is onwaarschijnlijk dat SOOB/STL een economische activiteit verricht, een economische machtspositie heeft en daarvan misbruik maakt; het is bovendien twijfelachtig of er schade is, omdat het sturende effect beperkt lijkt en de verplichte testdag meerwaarde lijkt te hebben.” Uit eigen onderzoek van SOOB/STL zou blijken dat 87 procent van de kandidaten kiest voor een opleiding bij een andere rijschool dan waar de testdag is gedaan. “Als er al een sturend effect is, is dit effect beperkt.”

SOOB/STL heeft aan de ACM onder meer verklaard dat zij de BBL-opleiders hebben gekozen als verplichte testers omdat deze ‘voldoende kritische massa’ zouden hebben en ‘operationele slagkracht’ voor het testen. “De ACM ziet als meerwaarde van de testdag dat deze leerlingen en hun toekomstige werkgevers in staat stelt om goed geïnformeerd over hun slagingskans en daarmee het risico om tijd en geld te verliezen, te beslissen of ze aan de opleiding willen beginnen. De ACM kan niet beoordelen of de verplichting de testdag te doen bij BBL-opleiders gerechtvaardigd is, maar sluit de mogelijkheid niet uit.”

‘Zeer teleurgesteld’

Stichting Gelijk Speelveld Transportopleidingen beraadt zich nu op vervolgstappen. “We zijn zeer teleurgesteld”, zegt Hans Rutten, voorzitter van de stichting en directeur van Vervoerscollege Venlo. “ACM geeft geen prioriteit aan deze zaak, ze zien het maatschappelijk belang er niet van. Ze baseren zich op cijfers van een onderzoek van SOOB/STL, dat natuurlijk niet onafhankelijk is. Bovendien pakken ze er slechts één element uit, namelijk de testdag, terwijl onze klacht veel breder is. Dit is heel frustrerend.”

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 29 May 2019 15:23:10 +0000

‘Rijschoolbranche moet afspraken maken over milieuzones’

Is het voor een rijschoolhouder nog verstandig om voor een dieselauto te kiezen? De berichten rond dit onderwerp zijn tegenstrijdig. Amsterdam kondigt aan diesel en benzine over tien jaar te willen weren uit de binnenstad, terwijl sommige autofabrikanten tegelijkertijd flink in diesel investeren. Tijdens de Nationale Rijschooldag op dinsdag 18 juni vertelt Wout Benning van RAI Vereniging over de belangrijkste trends voor rijschoolhouders op het gebied van brandstof. 

‘Stop met het demoniseren van diesel’. Het was vorige week een felle oproep van Bovag-voorzitter Bertho Eckhardt. Volgens Bovag hebben we de moderne, schone euro6-diesel de komende jaren ‘keihard’ nodig om de klimaatdoelen te halen: “Een diesel stoot immers per definitie minder CO2 uit vergeleken met een zelfde benzinemodel. En de modernste diesels zijn zeer schoon.”

Imagoprobleem

Wout Benning, beleidsadviseur van Rai Vereniging, herkent het hardnekkige imagoprobleem van diesel. “Door de komst van de nieuwe wetgeving WLTP met RDE, die sinds vorig jaar actief is, zijn alle diesels die nu op de markt komen heel schoon in de praktijk. Ze zijn zelfs vergelijkbaar met een schone benzinemotor. Maar in de publieke opinie is dat verschil er natuurlijk wel: diesel heeft de smet over zich, terwijl benzine dat niet heeft.”

Daarbij komt dat Nederland een typisch benzineland is, vertelt Benning. “Slechts 17,5 procent (cijfers 2017, red.) van de nieuwe voertuigen in Nederland was een diesel, terwijl dat in Duitsland zo’n 39 procent was en in België zelfs 46,5 procent was. Onze overheid heeft benzine fiscaal gezien altijd begunstigd ten opzichte van diesel. Pas na zo’n 30 tot 40.000 kilometer is diesel voor de consument interessant. Ook stuurt de Nederlandse overheid op het gebied van bijtelling sterk op elektrisch vervoer.”

Strenge milieuzones

Dit alles vertaalt zich volgens Benning ook in toekomstplannen van lokale overheden, zoals dat van Amsterdam. Als het aan de beleidsmakers van Amsterdam ligt, mogen voertuigen op benzine of diesel vanaf 2030 niet meer de stad in. Benzine- en dieselmotoren moeten worden vervangen door uitstootvrije alternatieven zoals elektrisch vervoer en aandrijving op waterstof.

Volstrekt onrealistisch, was de stelling van Rai Vereniging: “Geen misverstand, ook wij denken dat uiteindelijk (bijna) al het vervoer batterij- en waterstof-elektrisch aangedreven zal zijn en daarmee emissieloos”, aldus de Rai Vereniging destijds in een verklaring. “Maar zeker niet per 2030, en niet voor de 200.000 die zich dagelijks binnen de ring van Amsterdam bewegen. In de overgangsperiode worden de komende jaren, naast elektrische auto’s, allerlei zeer schone en zuinige (plug-in) hybrides, diesel- en benzineauto’s geïntroduceerd, die uitstekend passen in een succesvol stedelijk luchtbeleid. En die auto’s rijden in 2030 zeker nog rond, óók in Amsterdam.”

Rijles in Amsterdam

Het Amsterdamse plan is afhankelijk van veel factoren, vertelt Benning. “Zijn de elektrische auto’s beschikbaar, zijn ze betaalbaar en kan de laadinfrastructuur dit aan? Met heel veel inspanning kunnen de doelstellingen misschien gehaald worden, maar er zitten heel wat uitdagingen aan. Er is bijvoorbeeld een compleet andere laadinfrastructuur nodig. Een rijschool uit Amsterdam moet wel op voldoende plekken kunnen snelladen. Twintig minuten stilstaan kan misschien worden gecombineerd met een lunch, maar twee of drie uur stilstaan is geen optie.”

Dan is er nog de vraag in hoeverre het mogelijk moet blijven voor jongeren in Amsterdam om in een schakelauto les te krijgen. “Ik denk dat de rijschoolbranche bij de gemeente Amsterdam zou moeten pleiten voor afspraken met rijscholen, zodat zij nog met benzine- of dieselauto’s de stad in kunnen om te leren schakelen”, zegt Benning.

De presentatie van Wout Benning is onderdeel van het Ondernemersontbijt. Tijdens dit ontbijt krijgen rijschoolhouders aan de hand van vier presentaties praktische tips mee. Naast de RAI Verenigingen zijn er ook presentaties van de Politie Oost-Brabant, het Ondernemersklankbord en Dation. Ook deelnemen aan het ontbijt? Schrijf je dan in voor de Nationale Rijschooldag of bekijk het programma.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 29 May 2019 08:20:54 +0000