Natuur & Milieu: schoon vervoer heeft weinig prioriteit bij grote steden

Grote steden in Nederland laten te weinig ambitie zien op het gebied van duurzame mobiliteit. Dat blijkt uit een analyse van Natuur & Milieu. De maatschappelijke organisatie nam de nieuwe collegeakkoorden van de 32 meest dichtbevolkte gemeenten onder de loep en concludeert dat er nog volop werk aan de winkel is. Vooral de maatregelen op het gebied van elektrisch rijden blijven achter. Bestaande projecten en plannen werden niet in het onderzoek meegenomen.

Investeren in laadpalen is nog lang geen vanzelfsprekendheid, zo blijkt uit de plannen van de nieuwe colleges. In minder dan de helft van de onderzochte akkoorden wordt gesproken over extra oplaadmogelijkheden. In een derde van de collegeakkoorden wordt zelfs met geen woord gerept over elektrisch rijden. “Een kwalijke zaak”, vindt directeur Marjolein Demmers, van Natuur & Milieu. “Steden hebben de sleutel in handen richting schonere lucht en een lagere CO2-uitstoot. Vooral zij kunnen maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te behalen.”

Mix van maatregelen

Slechts 4 van de 32 onderzochte gemeenten scoren een ‘goed’. Zij hebben aandacht voor een brede range van maatregelen om mobiliteit in de stad te verduurzamen. Naast elektrische mobiliteit, werd onder meer gekeken naar het wel of niet hanteren van een milieuzone, waarbij bepaalde auto’s en andere voertuigen worden geweerd uit het centrum. Ook duurzame stadsdistributie en plannen voor een emissieloos openbaar vervoer werden meegenomen in het onderzoek. Gemeenten met veel concrete ambities zijn Utrecht, Den Haag, Leiden en Zaanstad.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Remco Nieuwenbroek
Publicatie datum: Thu, 23 Aug 2018 09:16:08 +0000

‘Nieuwe jeugd in rijschoolbranche wordt met oude ideeën opgeleid’

Hij hoort het de examinatoren regelmatig vragen: staan de systemen aan? “Hoezo, staan de systemen aan? ADAS is niet iets wat je met één knop aan of uit kunt zetten.” Rijschoolhouder Ernest Alvares van Veronica Verkeersschool is een klein jaar onderweg met zijn opleiding ‘Ik les 100% zelfrijdend’. Op het Nationaal Rijschool Congres 2018 vertelt hij over zijn ervaring en kijkt hij hoe het op het gebied van innovatie gesteld staat in de rijschoolbranche. 

Veel mensen weten het maar al te goed: Ernest Alvares neemt geen blad voor de mond. Oók niet tegenover het CBR. Zijn kritiek levert vaak genoeg verhitte discussies op tussen examinatoren en andere collega’s uit de branche. Of je het nu met hem eens bent of niet: Alvares weet met zijn opvallende en vooruitstrevende projecten de aandacht op zich te vestigen. Niet alleen op zijn rijschool, ook op belangrijke maatschappelijke thema’s, zoals milieu en verkeersveiligheid. Mede daardoor kreeg hij eerder De Paul Nouwen aanmoedigingsprijs, een tweejaarlijkse prijs die wordt toegekend aan een persoon die zich verdienstelijk heeft gemaakt op het gebied van innovatie en mobiliteit.

Innovatie

De rijopleiding ‘Ik les 100 procent zelfrijdend’, waarbij leerlingen zoveel mogelijk gebruikmaken van rijhulpsystemen in de Opel Astra, draait nu bijna een jaar. De opleiding is een vervolg op ‘Ik les 100% elektrisch’. Terugkijkend op beide projecten, ziet Alvares nog geen beweging bij het CBR: er zijn nog steeds geen laadpalen voor elektrische auto’s, om maar een voorbeeld te noemen.

In een onlangs gepubliceerde evaluatie over het CBR werd eveneens op het belang van innovatie gewezen. Volgens het rapport is het CBR nu nog te veel bezig met de dagelijkse gang van zaken en wordt er te weinig aandacht besteed aan vernieuwingen.”Welke carrièretijger van 18 jaar oud gaat ‘lekker sexy’ bij het CBR werken?”

Nieuwe jeugd in de rijschoolbranche is er wel, maar deze generatie wordt met oude ideeën opgeleid, ziet Alvares: “We zien in de hele rijschoolbranche weinig veranderen. Rijscholen kunnen de prijzen nog steeds niet verhogen, er is nog steeds een overcapaciteit in de branche. De vraag is: waar zit het probleem? Waar zitten de verdienmodellen? Iedereen denkt: mijn tijd zal ik wel uitzitten. Als we de branche niet grondig veranderen, worden we overgenomen door een partij van buitenaf, zoals Uber deed in de taxibranche.”

Loondienst

Een andere oorzaak voor het gebrek aan innovatie, ziet Alvares in het feit dat de branche voor een groot deel bestaat uit zz’p’ers. “Bij de zzp’er ontbreekt het vaak aan middelen om te investeren en met vernieuwing bezig te zijn. Ook een franchiseorganisatie kan hier niet op sturen, want je hebt met gezagsverhouding te maken.”

Het werk als zzp’er is bovendien meestal niet geboren uit uit luxe, zegt hij. “Het zijn heel goedwillende rijinstructeurs, die op een bepaalde manier hun geld proberen te verdienen, maar wel alle risico’s op zich nemen.” Een werkgever is eerder geneigd in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, stelt hij: “Kijk naar de WLTP-regeling, waardoor auto’s duurder worden. De meeste zzp’ers worden nu pas wakker, in plaats van hier op tijd op in te spelen.”

Gedragsdeskundige

Maar waar moet de branche zich dan op richten? De Utrechtse rijschoolhouder is van één ding overtuigd: het hele concept van het rijbewijs, van de vaardigheden van leerlingen tot en met het examen, is achterhaald. “Natuurlijk, de komende jaren zal dit nog wel even zo door blijven gaan. De auto neemt echter steeds meer werk van de bestuurders over. Het document rijbewijs moet in de toekomst geen toegang geven voor het bedienen van een koppeling en versnelling, maar moet zich meer richten op sociaal gedrag.”

Alvares denkt dat rijinstructeurs in de toekomst steeds bewegen naar de functie van gedragsdeskundigen. “Instructeurs in de toekomst veel meer een maatschappelijke toegevoegde waarde, waarbij ze zich  richten zich op de sociale omgang in het verkeer. De vraag is alleen: is de branche en het CBR wel geschikt voor deze omschakeling? Kan de branche hierop overstappen?”

Ernest Alvares is als spreker aanwezig op het Nationaal Rijschool Congres op 18 september. Tijdens het congres bespreekt de branche de ‘rijles van de toekomst’. Het congres vindt plaats tijdens de Nationale Rijschooldag bij Autotron in Rosmalen. Aanmelden kan via de website van het evenement

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 23 Aug 2018 07:23:27 +0000

Minister: geen incidenten met Poolse neprijbewijzen

Er zijn geen gevallen bekend van ongelukken of andere incidenten waarbij chauffeurs over Poolse neprijbewijzen beschikten. Dat zegt minister Cora van Nieuwenhuizen. De bewindsvrouw meldt dit in antwoorden op Kamervragen van de SP. Eerder dit jaar werd bekend dat vrachtwagenchauffeurs neprijbewijzen kunnen bestellen bij een Poolse website. Enige tijd later werd duidelijk dat buitenlandse chauffeurs oververtegenwoordigd zouden zijn bij incidenten op Nederlandse wegen.

Daardoor gingen stemmen op dat deze twee zaken weleens met elkaar te maken zouden kunnen hebben. De SP wilde dan ook van de minister weten of er een verband is tussen het kunnen verkrijgen van een vals rijbewijs en het hoge aantal incidenten met niet-Nederlandse vrachtwagenbestuurders.

“Er is geen aanleiding dit te veronderstellen”, schrijft Van Nieuwenhuizen. “Er zijn mij geen gevallen bekend van incidenten waar chauffeurs beschikten over valse rijbewijzen.” Ze wijst er ook op dat driekwart van de incidenten wordt veroorzaakt door materieelgebreken. “Van alle vrachtwagenincidenten heeft 38% een technische oorzaak, 37% heeft bandenpech en in 25% is de oorzaak niet bekend.”

Buitenlandse bestuurders

Vorige maand kwamen cijfers naar buiten van de Stichting Incident Meldingen Vrachtauto’s (Stimva). Die meldde dat 40% van alle voorvallen (ongelukken en andere incidenten, zoals bandenpech) vorig jaar zijn veroorzaakt door buitenlandse bestuurders.

Daarmee was sprake van een oververtegenwoordiging, aangezien 13% van het vrachtverkeer van buitenlandse origine is. De minister is echter voorzichtig met het trekken van conclusies.

“Om de oorzaken van de betrokkenheid van buitenlandse chauffeurs nader te specificeren, is gedetailleerde informatie van alle incidenten noodzakelijk. Uit de informatie uit de verschillende bronnen waar we over beschikken, kan niet worden achterhaald wat precies de oorzaak is van de ongevallen”, aldus de bewindsvrouw.

Lees ook: Bestellen van vals rijbewijs blijkt koud kunstje

Bron: Verkeerspro
Auteur: Tom van Gurp
Publicatie datum: Wed, 22 Aug 2018 06:58:39 +0000

‘Iets positiefs halen uit de zinloze dood van onze dochter’

Het was een gitzwarte dag voor Frank Frijns en Lauranne Jansen. Op 31 maart 2016 overleed hun 21-jonge dochter Yannick. Een dag eerder werd ze aangereden door een automobilist, die vermoedelijk aan het appen was. Ondanks het grote verdriet proberen de ouders nu iets positiefs te halen uit trieste ongeluk. En daar hebben ze de rijschoolbranche bij nodig. 

Yannick was een jonge vrouw die volop van het leven genoot. Ze werkte als instructrice parachutespringen op Texel. Op 30 maart 2016 werd ze op haar fiets aangereden door een automobiliste die was afgeleid. Een dag later overleed Yannick aan haar verwondingen. Het tragische ongeval staat bekend als het ‘app-ongeluk’. Op de telefoon van de 26-jarige automobiliste vond de politie talloze actuele appjes van vlak voor het ongeluk.

Hoewel Yannicks ouders ervan overtuigd zijn dat de automobiliste aan het appen was op het moment van de aanrijding, was hier volgens de rechtbank onvoldoende bewijs voor. De automobiliste werd in november vorig jaar veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur.

Stichting Yannick

Ongeveer een jaar geleden richtten Frank en Lauranne Stichting Yannick op. Want wat Yannick is overkomen, mag niemand meer overkomen. “We vonden dat de zaak onvoldoende door het Openbaar Ministerie werd opgepakt. Het ongeluk verdiende meer aandacht. We zochten contact met de media. In eerste instantie wilden we hiermee aandacht vragen voor de rechtszaak, maar we merkten gaandeweg steeds meer dat ons verhaal ertoe deed en dat het impact had.”

De ouders van Yannick hebben diverse interviews gegeven en zijn bij meerdere televisieprogramma’s aangeschoven. Eerder dit jaar wonnen ze de Nationale Verkeersveiligheidsprijs en kregen hiermee voor een jaar de titel ‘nationale verkeersveiligheidsambassadeurs’ mee.

Yannick Frijns
Yannick Frijns

“We hebben het verhaal de afgelopen jaren al vaak verteld, maar het blijft elke keer weer moeilijk”, geeft Frank Frijns toe. “Op het moment dat je erover begint, roep je die beelden weer op. Lauranne en ik hebben dit van tevoren goed besproken. We zijn een van de weinige nabestaanden van een dergelijk ongeluk die ook het besluit hebben genomen om naar buiten te treden en ons verhaal te vertellen. Veel nabestaanden vinden het moeilijk om steeds met het ongeluk geconfronteerd te worden.”

“De dood van Yannick vinden wij zinloos”, vervolgt Frijns. “We hebben ook veel moeite om haar dood te accepteren. We hebben besloten dat wij op de een of andere manier iets positiefs willen halen uit die zinloze dood van onze dochter. Dat houdt ons op de been. Daarom hebben we besloten om naar buiten te treden, mét de consequentie dat we hier regelmatig over zullen spreken.”

Resultaat

Ondanks de moeite die het kost, heeft hun verhaal al degelijk wat opgeleverd. Zo hebben ze de Kamercommissie Infrastructuur en Waterstaat een petitie aangeboden waarin ze maatregelen eisen tegen het gebruik van mobiele telefonie in het verkeer. Dat leidde tot gesprekken met ministers Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) en Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid). “Uiteindelijk is het ons gelukt dat er een wetsvoorstel werd ingediend over de straftoemeting bij ongevallen waar een mobiele telefoon meespeelt.”

Minister Grapperhaus presenteerde eerder dit jaar namelijk een nieuwe strafbepaling voor appen achter het stuur. Daar is straks een gevangenisstraf van maximaal twee jaar voor mogelijk. Wordt door het telefoongebruik ook nog een ongeluk veroorzaakt, dan is een gevangenisstraf tot maximaal zes jaar mogelijk. Ook is Stichting Yannick positief over het wetsvoorstel voor het appverbod op de fiets.

“Uiteindelijk is het ons gelukt dat er een wetsvoorstel is ingediend

“Elk jaar zijn er nog steeds 200 verkeersdoden te betreuren waarbij men aanneemt dat de mobiele telefoon een rol heeft gespeeld, plus duizend gewonden per jaar. Het gaat om maar liefst 30 procent van de verkeersdoden. En dat aantal stijgt. Niet alleen het aantal mobiele telefoons is gestegen, ook het gebruik ervan stijgt. Dit is een enorme bedreiging voor de verkeersveiligheid.”

Rijinstructeurs

“We zijn niet voor een algemeen verbod van de mobiele telefoon”, vervolgt Frijns. “We zijn tegen een onverantwoord gebruik ervan. We zijn niet echt een voorstander van allerlei verboden. We zien meer kansen in investering en gedragsverandering.” Dat is de reden dat de de stichting graag in gesprek wil gaan met de rijschoolbranche.

In de vorm van een workshop op de Nationale Rijschooldag willen ze samen met de branche hierover brainstormen. “Daar zijn mensen die dagelijks met toekomstige weggebruikers bezig zijn. En ook hun verkeersgedrag kunnen beïnvloeden. Dat afleiding gevaarlijk is, hoef ik ze niet uit te leggen. We willen vooral in gesprek over wat rijinstructeurs kunnen doen om de jongeren op een constructieve en positieve manier bewust te maken van de risico’s van het gebruik van de mobiele telefoon tijdens verkeersdeelname.”

Gordel om

Frijns vindt het bijvoorbeeld belangrijk dat bestuurders enerzijds geconfronteerd worden met de gevolgen van afleiding. “Laat bijvoorbeeld zien wat het betekent als je even afgeleid bent van het verkeer.” Anderzijds ziet hij het uitzetten of wegleggen van een telefoon voordat je gaat rijden, als iets wat net zo standaard moet worden als het omdoen van een veiligheidsgordel.

“We kunnen afspreken dat dit onderdeel wordt van de veiligheidsroutine op het moment dat je de auto instapt. Regelmatig worden bestuurders aangesproken door de bijrijder om het feit dat ze geen gordel dragen. Dit moet ook gebeuren wanneer de bestuurder met een mobiele telefoon in zijn hand zit. Net als een steen in het water, proberen we het effect steeds verder uit te breiden.”

Stichting Yannick geeft een workshop tijdens de Nationale Rijschooldag op 18 september. Wil je ook meedenken met de ouders van Yannick en hun strijd tegen het telefoongebruik in het verkeer? Meld je dan aan op de website van de Nationale Rijschooldag.

Besteed jij tijdens de rijopleiding aandacht aan de gevaren van telefoongebruik achter het stuur?

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 21 Aug 2018 06:59:37 +0000

Het dilemma van wegbeheerders: de zelfrijdende auto

Hoewel niemand nog weet hoe het verkeer er in de toekomst precies uit komt te zien, moeten wegbeheerders nu al inspelen op de ontwikkelingen. Verkeerskundige John Boender is werkzaam bij CROW en werkt aan richtlijnen om infrastructuur geschikt te maken voor auto’s met ADAS en, uiteindelijk, de zelfrijdende auto. Hij vertelt over de uitdagingen die wegbeheerders te wachten staan. 

John Boender houdt zich bezig met het maken en actueel houden van ontwerprichtlijnen voor wegen, voor Rijkswaterstaat, provincies, gemeenten en waterschappen. “Doel is dat de wegen herkenbaar en uniform zijn voor de verkeersdeelnemers. De automobilist die van A naar B wil, moet alleen maar elementen in wegen tegenkomen die hij kent en waarbij hij weet wat hij moet doen.”

Veilige oplossing

Wat nu een veilige en logische oplossing is voor automobilisten, hoeft lang niet zo logisch te zijn voor zelfrijdende auto’s. “Een rotonde is nu bijvoorbeeld veilig omdat mensen met elkaar contact maken. Heeft de zelfrijdende auto straks nog een rotonde nodig? De voertuigen communiceren toch al met elkaar. Is een kruispunt dan niet logischer?”

De beslissingen die we nu nemen mogen de ontwikkelingen van de zelfrijdende auto niet in de weg staan

CROW heeft samen met Rijkswaterstaat verkenningen laten uitvoeren rond de vraag: wat betekenen de ontwikkelingen rond zelfrijdende auto’s voor het wegennet? Op dit moment zijn aanpassingen van het wegennet nog niet noodzakelijk, vertelt Boender. “Wel moeten we flexibel zijn naar de toekomst. We kunnen nu geen beslissingen nemen die het in de toekomst moeilijk of onmogelijk maken om de zelfrijdende auto te faciliteren.”

Uiteraard is dit geen kwestie waar alleen Nederland mee bezig is. Rijkswaterstaat is daarom betrokken bij diverse internationale overleggen. “De kennis die uit onze verkenningen komt, wordt ook weer internationaal gedeeld.”

Spaghetti

Een belangrijk verschil tussen de ‘gewone’ en de zelfrijdende auto’s is bijvoorbeeld de veiligheidsmarge, legt Boender uit. “Wanneer wij met onze auto willen invoegen op de snelweg, en het is druk, dan kunnen we invoegen door goed te kijken, de richtingaanwijzer te gebruiken en ons er tussen te ‘duwen’. Het is immers geven en nemen. Een zelfrijdende auto kan dit niet, aangezien die niet met het ‘gewone’ verkeer praat. Bovendien heeft deze auto te maken met zijn veiligheidsmarge. Wij hebben misschien maar 5 meter ruimte nodig, maar de zelfrijdende auto  wellicht 10 meter. Het invoegen in druk verkeer wordt daarom lastiger. Moeten we die in- en uitvoegstroken daarom langer maken?”

Een ander voorbeeld: de ‘spaghetti’s’ zoals bij Eindhoven. Een knooppunt met banen die bestaan uit één rijstrook. “Veilig voor ons, maar voor de zelfrijdende auto is dat misschien niet de beste oplossing. Als zij met elkaar kunnen communiceren, hoeven ze niet op losse stroken te rijden, want ze geven elkaar toch al voldoende ruimte. In dat geval is een weg met vijf rijstroken zoals tussen Utrecht en Amsterdam wellicht een betere oplossing.”

Versmalling

Oud-minister Melanie Schultz van Haegen wilde dat Nederland voorop loopt als testland voor zelfrijdende voertuigen. Haar zogeheten experimenteerwet is in gang gezet en inmiddels bijna rond. Als de wetswijziging is doorgevoerd, kunnen bedrijven een vergunning krijgen om experimenten uit te voeren op de openbare weg met zelfrijdende voertuigen zonder bestuurder.

Ook CROW wordt bij deze experimenten betrokken. “Wij geven advies aan wegbeheerders over aanpassingen die wellicht nodig zijn. Als een zelfrijdend voertuig bij een test bijvoorbeeld door een versmalling moet rijden, kan dat in sommige gevallen lastig worden. De auto houdt namelijk een veiligheidsmarge aan waardoor die misschien niet door de versmalling past. Ook kunnen we bepaalde verkeerssituaties aanbevelen als onderdeel van een pilot. Zo proberen we nog wat extra onderzoeksvragen mee te geven waar anderen ook iets aan hebben.”

Gaan sensoren uit van perfecte strepen op de weg? Dan moet de wegmarkering continu 100 procent bijgewerkt zijn. Dat kan niet.

De RDW houdt zich bezig met de voertuigeisen en SWOV kijkt naar het verkeersveiligheid-aspect. “CROW krijgt hulp van wegbeheerders die al ervaring hebben met het testen met zelfrijdende voertuigen. Zij zijn ondergebracht in de Taskforce Dutch Roads. Zij kijken mee naar pilots en geven advies aan de betreffende wegbeheerder en de RDW. Je moet namelijk van elkaar en van iedere test kunnen leren om stappen te kunnen maken.”

Wegmarkering

Om als gemeente mee te kunnen doen aan zo’n experiment, is het van belang dat de wegmarkering op orde is. “Veel systemen, zoals rijstrookassistentie, werken met sensoren. Deze zoeken de markering op de weg en reageren daarop.” Wegbeheerders hebben sowieso al de taak om markering op orde te hebben, vertelt Boender. “Toch zie je weleens dat een stukje markering is weggesleten. Als automobilist begrijp je wel dat een streep gewoon doorloopt, ook al is die op sommige plaatsen slecht zichtbaar. Maar begrijpen de sensoren dat ook? Of gaan die uit van perfecte strepen? Dat zou betekenen dat de belijning continu 100 procent bijgewerkt moet zijn. Dat kan niet.”

Er is overleg nodig tussen makers van deze systemen en de wegbeheerders.

Bovendien zijn er nog wegen die helemaal geen markering hebben. “Je moet er 100 procent vanuit kunnen gaan dat de auto de controle houdt, of dat de auto op tijd het stuur teruggeeft aan de automobilist wanneer de systemen het even niet meer weten. Er is daarom ook overleg nodig tussen makers van deze systemen en de wegbeheerders. Dat kun je niet als gemeente of als Nederland alleen doen. Hier is het overkoepelende Europese overleg voor nodig, want dit dilemma komt in elk land voor.”

Lees ook: Nieuwe borden op kruispunt Friesland passen zich automatisch aan

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Mon, 20 Aug 2018 07:10:36 +0000