Meer ouderen in de rij voor gezondheidsverklaring rijbewijs

Het aantal ouderen die wachten op een gezondheidsverklaring om een rijbewijs te verlengen is in januari voor het eerst in vier maanden gegroeid. Dat meldt het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) in een rapport. Ouderen vragen deze verklaring vroeger aan en daardoor wordt de wachtrij langer.

Nederlanders vanaf 75 jaar hebben een gezondheidsverklaring nodig als ze hun rijbewijs willen verlengen. Vorig jaar groeide de wachtrij snel en dat leidde tot klachten van ouderen die daardoor niet achter het stuur konden. Het CBR staat daarom vanaf december toe dat deze ouderen een jaar lang mogen blijven doorrijden met hun oude rijbewijs als zij wachten op deze gezondheidsverklaring, mits zij aan een aantal voorwaarden voldoen. Maar hun rijbewijs blijft alleen geldig in Nederland en dus niet in het buitenland. Veel ouderen zien dat als een nadeel. “Dit heeft veel mensen ertoe aangezet de gezondheidsverklaring nu alvast in te dienen, hoewel de verloopdatum soms nog ver in de toekomst ligt”, aldus het CBR.

Verdubbeling van aanvragen

In januari had het bureau bijna 173.000 aanvragen voor een gezondheidsverklaring in behandeling, tegen 155.000 in december. Het aantal nieuwe aanvragen verdubbelde. Het bureau verwacht dat de stapel aanvragen eind 2020 weer normaliseert als mensen niet steeds vroeger gezondheidsverklaringen aanvragen. Ongeveer 100.000 ouderen maken gebruik van de regeling dat ze een jaar mogen doorrijden in Nederland in afwachting van een gezondheidsverklaring.

(ANP)

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 18 Feb 2020 15:47:07 +0000

‘Alleen de OGS+ pas maakt je nog geen goede instructeur’

Ervaring is noodzakelijk om een goede OGS+ rijinstructeur te zijn. Dat vinden Richard Rijsdijk en Marc Timmer, beide leiden brandweerchauffeurs op om met optische- en geluidssignalen te rijden. Het behalen van de bevoegdheidspas is volgens de twee niet voldoende om een goede instructeur te zijn. Rijsdijk: “Je moet er zelf veel tijd in steken om je te bekwamen, bijvoorbeeld door een stagetraject te volgen.”

Richard Rijsdijk is al dertig jaar rijinstructeur en heeft daarnaast altijd gespecialiseerd werk gedaan, zoals voortgezette rijopleidingen op de motor. De OGS+ pas heeft hij nu een jaar of twee, Richard traint momenteel fulltime brandweerchauffeurs via de BRUSECO BrandweerRijschool. Zijn collega Marc Timmer is ongeveer een dag in de week druk met de ‘toeters en bellen’, daarnaast is hij motorinstructeur en verzorgt onder meer voortgezette rijopleidingen via de KNMV.

Wat heeft jullie bewogen om je te specialiseren in OGS+?
Richard: “Ik ben al dertig jaar instructeur en heb altijd meer gedaan dan alleen rijbewijsleerlingen lesgeven. Via voortzette rijtrainingen op de motor ben ik bij de politie terecht gekomen. Ik deed de basis van de rijopleiding en de docent van de politie vulde dat aan met het OGS-gedeelte. Dat bracht me ertoe om mij daar ook in te gaan bekwamen.”
Marc: “Altijd als ik een voertuig met sirenes voorbij hoorde en zag komen, speelde ik met de gedachte om me in OGS te specialiseren. Ik wil méér doen dan het standaard opleiden, vandaar dat ik deze stap heb gezet.”

In welk opzicht verschilt een gewone rijles van dit werk?
Marc: “Bij een rijbewijsleerling leidt je op met een specifiek doel: dat rijbewijs halen. Bij een bijscholing is dat anders. De brandweer heeft vrijwilligers die misschien vier keer per jaar achter het stuur zitten met de sirenes aan en professionals die het regelmatig doen. Je probeert iedereen in de training iets mee te geven, hun kennis en kunde te verhogen. Dat is maatwerk.”
Richard: “Inderdaad, aan een rijbewijsleerling geef je les volgens een vastomlijnd traject.”

Hoe ziet zo’n bijscholingsdag voor brandweerchauffeurs eruit?
Richard: “Eerst bepaal je het basisniveau van de mensen in de groep. Voor brandweermensen is de brand blussen hun prioriteit, niet het rijden. Mijn insteek is om vlot en veilig door het verkeer te bewegen. Je moet er voor zorgen dat de klas iets van je aan wil nemen. Na een eerste rit ga ik een groepsgesprek aan, daarbij gebruik ik video, ik laat voorbeelden zien van vooruitkijken en voorspellen. We bespreken de waarnemingscyclus en de uitdagingen waar je als hulpverlener tegenaan loopt. En dan de praktijk, we doen een aantal spoedritten. Die ritten vragen planning. Een brandweerwagen gaat met flink kabaal door de stad, dan komen er wel eens telefoontjes binnen wat er aan de hand is. Plannen waar en hoe je die prio 1 ritten invult is van essentieel belang.”

“Als je niet traint, is er geen routine.”

Tekst gaat verder onder de foto

Kan iedere rijinstructeur dit werk gaan doen?
Marc: “Ik heb afgelopen zomer de bevoegdheid gehaald. Sindsdien heb ik een stagetraject gedaan, meegelopen met brandweeroefeningen en ik ben op de kazerne geweest. Dat is geen verplichting, maar ik wilde die tijd investeren om het goed te doen, om de skills te leren. Dit schud je niet uit je mouw. Bij opleider BRUSECO heb ik ook een intake gedaan, om te kijken of dit past. Die begeleiding is prettig, want dit werk wordt onderschat.
De monitor die BRUSECO Hulpdiensten aanbiedt geeft geïnteresseerden een duidelijk beeld waar zijn haar capaciteiten bij aanvang van de opleiding liggen, denk hierbij bijvoorbeeld aan ervaring met het coachen van cursisten die al kunnen rijden. Tijdens de monitor wordt er ook gereden met en zonder optische- en geluidssignalen, aan de hand daarvan kan de rijvaardigheid van de cursist in relatie tot het rijden met een hulpverleningsvoertuig worden bepaald. Na de monitor wordt er een rapport opgesteld en ook besproken. De deelnemer kan aan de hand van dit rapport zelf bepalen of hij of zij vervolgens de opleiding tot OGS+ docent gaat volgen.”
Richard: “Veel instructeurs vinden dit een leuke toevoeging naar de reguliere lessen, maar alleen die pas maakt je nog geen goede instructeur. Ik denk dat ervaring met voortgezette rijopleidingen je beter maken. Je hoeft zo’n brandweerman niet uit te leggen hoe hij moet rijden, dus juist ervaring in begeleiden en coachen is nodig. Net als stages of meelopen met de hulpdienst, zodat je weet hoe het in de praktijk gaat. Je moet er veel tijd en energie in willen steken.”

De kritiek op rijinstructeurs met een OGS+ pas is dat zij niet de praktijkervaring hebben om met gillende sirenes uit te rukken naar een noodsituatie. Herkennen jullie dit?
Marc: “Als chauffeur moet je bepaalde inzichten en vaardigheden hebben. Daarvoor hoef je geen brandweerman te zijn. De chauffeurs komen door scholing beter beslagen ten ijs. Je moet je als instructeur kunnen inleven in de doelgroep en alle kennis en kunde in huis hebben. Ik wil dat ze nog weten wat ze hebben geleerd als die pieper eenmaal gaat. Als je vaardig bent met voertuig, dan gaat die rit met spoed ook beter.”
Richard: “Ik ben geen brandweerman, maar ik heb wel ervaring met het rijden met toeters en bellen. Ik denk dat een brandweerchauffeur iets van mij kan leren, en andersom ook. Het blijft ook een training, een bijscholing. Natuurlijk rij je anders als er adrenaline en stress bij komen kijken. Maar als je niet traint, is er ook geen routine.”

“Ik wil meer doen dan standaard opleiden”

Zowel Richard als Marc mogen lesgeven in alle rijbewijscategorieën. Maakt dat dit werk makkelijker?
Richard: “Op een motor rijden is iets heel anders dan in de brandweerwagen. Ik ben op mijn achttiende zelfs nog internationaal chauffeur geweest, daar heb ik ook ervaring opgedaan. Al die ervaringen neem je mee, dat is een voordeel.”
Marc: “Precies. Je weet hoe het is om met andere voertuigen door het verkeer te bewegen. Al die ervaringen in je rugtas geven je beter inzicht.”

Wat vind je mooi aan dit vak?
Richard: “Ik vind het verslavend om cursisten te motiveren en enthousiast te krijgen voor bijscholing. Hoeveel ervaring ze ook hebben. Dat ik aan het einde van de dag hoor dat ze het leuk hebben gevonden, dat ze wat hebben geleerd. Dat is een mooi compliment.”

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 18 Feb 2020 08:33:13 +0000

Verkeersveiligheid provinciale wegen Zuid-Holland snel aangepakt

Vijf provinciale wegen in Zuid-Holland worden versneld verkeersveiliger gemaakt. De provincie en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat trekken hiervoor samen ruim 8,5 miljoen euro uit. Langs vijf N-wegen wordt in totaal ruim 75 kilometer bermverharding en meer dan 6 kilometer aan nieuwe vangrails aangebracht.

Het is niet zo dat de wegen onveilig zijn. Ongelukken op N-wegen zijn vaak het gevolg van onveilig rijgedrag, benadrukt de provincie. Het veiliger maken van de bermen kan bijdragen aan minder (ernstige) ongelukken. Bijvoorbeeld door vangrails te plaatsen bij obstakels in de berm, zoals bomen of borden, of door de berm te verharden.

In totaal investeert het ministerie ruim 2 miljoen euro in de vijf projecten. De provincie draagt ruim 6,5 miljoen euro bij. De maatregelen moeten uiterlijk eind 2023 zijn uitgevoerd.

Oversteken

De N-wegen in de provincie waarlangs de verkeersveiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd, zijn belangrijke regionale schakels waar veel verkeer gebruik van maakt. De ruimte langs de bermen is er vaak maar beperkt, waardoor specifieke maatregelen nodig zijn.

Gedeputeerde Floor Vermeulen (Verkeer & Vervoer) is blij met het extra geld: “Het geld dat door de provincie voor deze projecten was gereserveerd maar nu door het ministerie wordt bijgedragen, kunnen we aan andere verkeersveiligheidsprojecten besteden, zoals het ongelijkvloers maken van voetgangersoversteekplaatsen.”

Bron: Verkeerspro
Auteur: Jan Pieter Rottier
Publicatie datum: Tue, 18 Feb 2020 06:12:57 +0000