Sanctie verandert: vreugde én kater in de rijschoolbranche

Rijinstructeurs zullen hun lesbevoegdheid niet meer verliezen als zij zakken voor de praktijkbegeleiding. Is dat goed of slecht nieuws? Daarover is grote verdeeldheid binnen de rijschoolbranche. Dinsdag stemde de Tweede Kamer in met het amendement dat regelt de sanctie op praktijkbegeleiding wordt aangepast. RijschoolPro peilde de stemming bij de brancheorganisaties.

Over een groot deel van de wijzigingen binnen de WRM waren alle partijen het wel eens, zoals het invoeren van een verplichte VOG voor rijinstructeurs. Ook de eis waarbij instromende instructeurs vijf jaar in bezit moeten zijn van het rijbewijs B, wordt positief ontvangen, net als het aanpakken van de inhoud van de praktijkbegeleiding.

Alleen het afschaffen van de huidige sanctie zorgde voor grote verdeeldheid. In het wetsvoorstel werd niet getornd aan de sanctie. Daar bracht SP verandering in met behulp van een amendement. Straks zullen rijinstructeurs hun bevoegdheid niet meer verliezen wanneer zij zakken voor hun praktijktoets. In plaats daarvan moeten zij bijscholing volgen en gaan ze na zes maanden op voor een herkansing. Zakken ze opnieuw, dan gaan ze weer na zes maanden in de herkansing. Hun bevoegdheid blijft in de tussentijd geldig.

Ruime meerderheid

Brancheverenigingen VRB, FAM en Bovag wilden de huidige sanctie voorlopig behouden en kregen daarin steun van de minister Cora van Nieuwenhuizen, de VVD en Forum voor Democratie. Alle andere partijen in de Tweede Kamer wilden van deze sanctie af, bleek dinsdag, en hadden daarmee een ruime meerderheid. Tot vreugde van stichting LBKR.

Onduidelijk is nog wanneer de aangepaste WRM kan worden ingevoerd. Het aanpassen van het sanctiebeleid vergt voorbereidingen. Daardoor moeten de andere wijzigingen uit het wetsvoorstel mogelijk ook langer wachten, zoals de VOG. Dat zou een tegenslag zijn voor Bovag, FAM en VRB, die hebben meegewerkt aan het wetsvoorstel. Zij wilden de huidige sanctie voorlopig behouden.

‘Niemand wordt hier beter van’

“Jammer dat het zo gelopen is”, zegt FAM-voorzitter Ruud Rutten. “Remco Dijkstra (Kamerlid voor VVD, red.) verwoordde het treffend: dit is een pyrrusoverwinning, oftewel een overwinning waar niemand beter van wordt. Daar sluit ik me bij aan”, vertelt Rutten. “Dit wordt bovendien een lang traject. Voorlopig gaat er dus niets veranderen verandert voor de branche.”

De FAM-voorzitter heeft altijd benadrukt dat hij eerst wil werken aan de instroom en opleiding van rijinstructeurs, voordat er getornd wordt aan de sanctie. “Als wij die branche op poten krijgen, dan kan wat ons betreft die sanctie eraf.” Rutten zegt dat de uitkomst hem niet uit het veld slaat. FAM blijft samen met de andere brancheverenigingen gesprekken voeren met ministerie, CBR en IBKI om de branche te professionaliseren. “Er gaat heel veel mis in de branche. Dat heeft niet alleen betrekking op de rijinstructeurs zelf. Denk ook aan de turbo-opleiders. Dat nemen we allemaal mee in die gesprekken.”

‘Zeer teleurstellend’

“Uiteraard zijn we zeer teleurgesteld over dit besluit”, zegt Tom Huyskens namens branchevereniging Bovag. “We strijden immers voor meer kwaliteit in onze branche en zijn zelfs actief door de politiek gevraagd om met plannen daarvoor op de proppen te komen. Dan is het natuurlijk zeer teleurstellend dat een maatregel die ervoor kan zorgen dat rotte appels definitief buiten de deur kunnen worden gehouden door een meerderheid van de Tweede Kamer opzij wordt geschoven.”

“We zijn wel blij dat er nu eindelijk eens duidelijkheid is en niet weer uitstel van besluitvorming. We gaan ons nu dan ook focussen op de invulling van een kwalitatief hoogwaardige selectie vooraf, voor wat betreft de mensen die in de rijschoolsector werkzaam willen zijn en blijven.”

‘Zinderende finale’

Vanzelfsprekend is Jos Post, voorzitter van LBKR, wél tevreden met de uitkomst. Hij noemt de beslissing in de Tweede Kamer een ‘zinderende finale’. Het bestuur gaat hier zeker op proosten, vertelt hij. Wel wil hij graag iets nuanceren: “De sanctie verdwijnt niet, zoals nu volop wordt gemeld. De sanctie wordt anders ingericht. De straf op de praktijkbegeleiding betekent nu dat het in de papieren gaat lopen voor rijinstructeurs. Ook dat is een sanctie.”

Toch is het ook een bijzondere uitkomst, stelt hij: “Zeker in relatie tot de andere partijen. Eigenlijk willen we allemaal hetzelfde: een professionele branche. We zijn het alleen op één punt niet eens: de straf op de praktijkbegeleiding.” Nu de beslissing is gevallen, hoopt Post dat dit meer kansen biedt om de samenwerking aan te gaan met de andere brancheorganisaties. “We wachten eerst het stappenplan af van de regering. De vraag is hoe de praktijkbegeleiding en de sanctie er straks precies uit gaan zien. We zijn nog lang niet klaar.”

Onduidelijkheden

De VRB vindt het nog te vroeg om inhoudelijk te reageren op het besluit van de Tweede Kamer. Volgens de branchevereniging zijn er nog te veel onduidelijkheden. “Nu iets roepen is voor de muziek uitlopen. Maar zeker is dat het traject nog een lange weg te gaan heeft. Op onze algemene ledenvergadering op 25 januari in Lexmond komen we hierop terug. We hopen dan aan te geven wat de trajecten zijn die we moeten afleggen.”

Lees ook: Sanctie op praktijkbegeleiding rijinstructeurs verdwijnt

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Wed, 05 Dec 2018 11:53:27 +0000

Sanctie op praktijkbegeleiding rijinstructeurs verdwijnt

Na jarenlange discussies binnen de rijschoolbranche is de beslissing gevallen: een meerderheid in de Tweede Kamer is dinsdag akkoord gegaan met het verdwijnen van de sanctie op de praktijkbegeleiding. Straks zullen rijinstructeurs hun bevoegdheid niet meer verliezen wanneer zij zakken voor hun vijfjaarlijkse examen. In plaats daarvan moeten zij bijscholing volgen en gaan ze na zes maanden op voor een herkansing. Hun bevoegdheid blijft in de tussentijd geldig.

Dinsdag werd er in de Tweede Kamer gestemd over het amendement dat is ingediend door SP, en werd gesteund door CDA, PVV en D66. Alleen Forum voor Democratie (FvD) en de VVD stemden tegen het voorstel. Het amendement is een toevoeging op het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet Rijonderricht Motorrijtuigen. Het wetsvoorstel zelf is eveneens aangenomen, inclusief diverse bijbehorende moties en amendementen.

Verdeeldheid

Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat liet eerder weten niets te zien in dit amendement. Ze bleef bij haar standpunt dat deze nieuwe invulling van de praktijkbegeleiding op deze manier te vrijblijvend is. De minister waarschuwde bovendien dat het aannemen van dit amendement zal zorgen voor een vertraging bij de invoering van de gewijzigde WRM, die kan oplopen ‘tot 1 januari 2020 en mogelijk nog verder’.

Het aannemen van het amendement kan worden gezien als een overwinning voor beroepsgroep LBKR. Zij waren grote voorstander van dit plan. Dit in tegenstelling tot de brancheorganisaties VRB, Bovag en FAM, die de huidige sanctie op de praktijkbegeleiding (voorlopig) wilden behouden.

Nieuw in de WRM

Het aannemen van het wetsvoorstel houdt verder in dat een VOG voor rijinstructeurs kan worden ingevoerd. Het aantal praktijkbegeleidingen gaat van twee naar één per vijf jaar. Bovendien wordt het meenemen van een echte leerling bij de praktijkbegeleiding verplicht. Verder zijn er meerdere moties en amendementen aangenomen:

  • 5 jaar rijervaring

Ook is er een motie van Cem Laçin (SP) aangenomen om een nieuwe eis in te voeren voor toekomstige rijinstructeurs. Zij moeten minstens vijf jaar in bezit zijn van rijbewijs B. De partijen VVD, FvD en DENK stemden tegen deze motie.

  • Invulling praktijkbegeleiding

Een andere aangenomen motie van  Laçin moet zorgen voor een nieuwe invulling van de praktijkbegeleiding. Laçin ziet graag een praktijkbegeleiding ‘waarin de behoeften van de rijinstructeurs centraal staan, de dagelijkse praktijk goed wordt gewaarborgd en er geen sprake is van voorspelbare examens’. Hier heeft de Tweede Kamer unaniem mee ingestemd.

  • Theoretische bijscholing

Verder ging de Kamer akkoord met een motie om verplichte onderdelen aan te wijzen voor de theoretische bijscholing, een voorstel van PVV’er Roy van Aalst. Alleen DENK stemde tegen.

  • Spookrijscholen

Laçin diende daarnaast ook een motie in waarbij ‘spookrijscholen’ worden aangepakt. Hiermee doelt hij op rijschoolhouders die meerdere inschrijvingen hebben bij het CBR, een manier waarop ze hun slagingspercentage hoog kunnen houden. Volgens Lacin wordt hiermee de transparantie en de concurrentie in de rijschoolbranche negatief beïnvloed. Ook deze motie is aangenomen. Het CBR maakte overigens afgelopen zomer al bekend hier onderzoek naar te doen.

  • Rijscholenregister

Matthijs Sienot (D66) verzoekt aan de hand van een motie de mogelijkheden te onderzoeken voor een rijscholenregister. De Tweede Kamer stemde voor deze motie, met uitzondering van FvD.

  • WRM-pas controleren

VVD’er Remco Dijkstra verzoekt de regering om een gemakkelijke te bedenken voor leerlingen om de WRM-pas te controleren, ‘zoals het verplichtstellen van een pasfoto van de houder van het certificaat’. Ook deze motie is aangenomen.Ook met deze motie heeft de Kamer unaniem ingestemd.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 04 Dec 2018 15:07:54 +0000

Ex-rijschoolhouder krijgt 2,5 jaar cel voor aanranding

Een ex-rijschoolhouder uit Alkmaar die zijn minderjarige dochter seksueel heeft misbruikt en twee oud-leerlingen heeft aangerand, is veroordeeld tot 2,5 jaar celstraf, waarvan een half jaar voorwaardelijk. Dat meldt het Noordhollands Dagblad.

De straf ligt in lijn met wat de officier van justitie eerder tegen hem had geëist. De man van 49 moet zijn slachtoffers bovendien in totaal bijna 10.000 euro schadevergoeding betalen. Ook kreeg hij een contact- en locatieverbod opgelegd.

De 49-jarige man wordt van verschillende delicten verdacht, waaronder aanranding van twee oud-leerlingen tijdens de rijles en bij hem thuis. Bovendien zou hij zijn toen 12-jarige dochter hebben misbruik en was hij in bezit van kinderporno.

Vertrouwen geschonden

De ex-rijinstructeur ontkent de beschuldigingen en stelt dat sprake is van een complot. Volgens de rechtbank zijn de verklaringen tegen hem betrouwbaar. De Alkmaarder heeft in de ogen van de rechters het vertrouwen van zijn dochter ernstig geschonden en dat van zijn oud-leerlingen beschaamd.

Lees ook: Tweeënhalf jaar gevangenis geëist tegen ex-rijschoolhouder

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 04 Dec 2018 10:37:38 +0000

Minister: ook in gewijzigd amendement is bijscholing te vrijblijvend

Ondanks het feit dat het amendement van CDA, PVV, SP en D66 is aangepast, blijft minister Cora van Nieuwenhuizen bij haar standpunt: het idee van de Kamerleden om de sanctie op de praktijkbegeleiding voor rijinstructeurs aan te passen, is en blijft volgens de bewindsvrouw te vrijblijvend. Dinsdag stemt de Tweede Kamer over het wetsvoorstel en het amendement.

Dat schrijft de minister in een brief aan de Tweede Kamer. Het recht van amendement houdt in dat de Tweede Kamer een wetsvoorstel niet alleen kan aannemen of verwerpen, maar ook een wijziging kan aanbrengen. Het amendement dat de vier partijen hebben ingediend, houdt in dat een rijinstructeur zijn bevoegdheid niet verliest bij het ‘zakken’ voor zijn praktijkbegeleiding. In plaats daarvan moet de instructeur na zes maanden weer opnieuw een praktijkbegeleiding afleggen. Zakt hij weer, dan moet hij opnieuw na zes maanden terugkomen. Ondertussen behoudt hij zijn WRM-bevoegdheid.

Vorige week hebben de partijen een passage toegevoegd aan het document over verplichte bijscholing. Na het zakken voor de praktijkbegeleiding moet de instructeur verplicht bijles volgen op de onderdelen waar hij onvoldoende op heeft gescoord. De cursussen worden gecertificeerd door het IBKI en door andere partijen gegeven. Na het volgen van de bijles gaat de instructeur opnieuw op voor herkansing.

Onbeperkt in de herkansing

Van Nieuwenhuizen ziet niets in dit gewijzigde voorstel: “Allereerst wil ik benadrukken dat ook het gewijzigde amendement inhoudt dat uitsluitend het deelnemen aan de bijscholingsactiviteiten al voldoende is om verzekerd te zijn van een verlenging van de bevoegdheid als rijinstructeur. Deze verlenging kan een onbeperkt aantal keren plaatsvinden. Omdat dit naar mijn oordeel nog steeds betekent dat de bijscholingsactiviteiten een te vrijblijvend karakter zullen krijgen ten opzichte van de huidige situatie, ontraad ik het amendement ook in de gewijzigde vorm.”

Hoewel het amendement uitvoerbaar is binnen de kaders van de WMR, voorziet de minister ook een lange weg tot de maatregelen genomen zijn. Zo moeten marktpartijen voor het ontwikkelen van de bijlessen worden benaderd en gecertificeerd. Ook moet de administratieve organisatie en de IT-systemen van IBKI worden aangepast. “De inwerkingtreding van het wetsvoorstel zal hierdoor in ieder geval vertraging oplopen tot 1 januari 2020 en mogelijk nog verder.”

Dinsdag besluit

Vorige week zou de Tweede Kamer stemmen over wijzigingen in de WRM, maar dat is een week uitgesteld. Dat gebeurde op verzoek van de VVD, omdat het amendement over de sanctie op praktijkbegeleiding op maandag nog werd gewijzigd. Het stemmen over het voorstel staat nu op de agenda voor aanstaande dinsdag om 15.00 uur. Dan moet blijken of er een meerderheid te vinden is voor het amendement.

Overigens zijn er nog drie amendementen en acht moties ingediend die betrekking hebben op de WRM. Een motie van Cem Laçin (SP) moet zorgen voor een hogere drempel bij de instroom van nieuwe rijinstructeurs: zij moeten minstens vijf jaar in bezit zijn van rijbewijs B. PVV’er Roy van Aalst stelt in een motie voor om samen met de sector verplichte onderdelen aan te wijzen voor de theoretische bijscholing. Deze theoretische bijscholing moet worden gegeven door instellingen die door het IBKI zijn gecertificeerd.

De gewijzigde WRM bevat verder maatregelen die op korte termijn genomen kunnen worden om de kwaliteit in de rijschoolbranche op te krikken. Het gaat bijvoorbeeld om het invoeren van de VOG voor rijinstructeurs. Ook is in dit wijzigingsvoorstel één praktijkbegeleiding voldoende wanneer deze met succes wordt afgelegd; een tweede is dan niet meer nodig. Daarnaast moet de instructeur een echte leerling meenemen bij de praktijkbegeleiding.

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Mon, 03 Dec 2018 16:06:42 +0000