Kabinet en Tweede Kamer zien niets in autoplannen Amsterdam

Het kabinet ziet niets in de plannen van Amsterdam om in 2030 geen vervuilende benzine- en dieselauto’s meer in de stad toe te laten. Dat laat staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur) weten.

“Schone lucht is belangrijk, dus goed dat steden daar plannen voor maken en mensen helpen bij de overstap naar schonere auto’s. Een verbod op alle benzine en dieselauto’s is voor mij nu niet aan de orde”, aldus de bewindsvrouw.

Het doel is schonere lucht te krijgen, liet verantwoordelijk wethouder Sharon Dijksma weten. Volgens haar leven de Amsterdammers gemiddeld een jaar korter door de vieze lucht. De plannen worden deze maand in de gemeenteraad besproken.

‘Totaal onrealistisch’

In de Tweede Kamer ziet een meerderheid ook niets in het voorstel. Amsterdam wil te snel, reageerde Matthijs Sienot van D66. ,,Totaal onrealistisch”, oordeelde CDA’er Maurits von Martels van het CDA. Ook VVD, PVV en FVD reageren afwijzend. Partij voor de Dieren en GroenLinks zijn wél enthousiast.

VVD’er Remco Dijkstra wijst in de Volkskrant erop dat het kabinet vorige maand instemde met een plan om een eind te maken aan de ‘ratjetoe’ in milieuzones, die de gemeenten zelf instellen. Als Amsterdam toch een verbod op alle benzine- en dieselauto’s wil, ‘moeten ze via de Kamer’, zegt hij.

Subsidies

De plannen voor Amsterdam bestaan uit verschillende fases. Als eerste stap mogen dieselpersonenauto’s van vijftien jaar en ouder de ring binnen de A10 vanaf 2020 niet meer binnen. Bestaande milieuzones voor vrachtwagens en bestelauto’s worden groter. Bussen en touringcars krijgen vanaf 2022 ten zuiden van Amsterdam CS te maken met beperkingen en vanaf 2025 mogen er binnen de bebouwde kom alleen schone brom- en snorfietsen komen.

Voor benzineauto’s is er nog geen concreet jaartal vastgesteld, maar richting 2030 worden steeds meer gebieden uitstootvrij en dus niet meer toegankelijk voor auto’s op fossiele brandstoffen. Subsidies en overgangsregelingen moeten autobezitters helpen over te stappen op elektrisch vervoer.

Bron: ANP

Lees ook: Vanaf volgend jaar één systeem voor milieuzones in Nederland

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Mon, 06 May 2019 09:24:06 +0000

Reserveer een plekje bij de workshops op de Nationale Rijschooldag

Veel instructeurs hebben zich al ingeschreven voor een gratis workshop op de Nationale Rijschooldag op 18 juni. Deelnemers kunnen kiezen uit diverse onderwerpen: van advies over Praktijkbegeleiding tot tips voor de motorrijles. Om verzekerd te zijn van een plekje, kunnen bezoekers zich aanmelden per sessie.

De Nationale Rijschooldag, het jaarlijkse evenement voor de rijschoolbranche, wordt dinsdag 18 juni gehouden bij 1931 Congrescentrum in Den Bosch. Bezoekers kunnen onder meer testritten maken in de nieuwste auto’s, de Rijschoolbeurs bezoeken en een workshop volgen.

Het workshopprogramma:

  • Vanwege de grote belangstelling voorgaande jaren, geeft IBKI opnieuw tips voor de Praktijkbegeleiding.
  • In Vlaanderen ging de rijopleiding flink op de schop. De Vlaamse Stichting Verkeerskunde vertelt over alle veranderingen en de verschillen met de Nederlandse branche.
  • Het CBR praat je bij over het thema Rijgeschiktheid.
  • Tips van Arjan Everink van de KNMV voor de motorinstructie.

Wil je je aanmelden voor een workshop? Schrijf je dan eerst gratis in voor de Nationale Rijschooldag. Vervolgens kun je op de pagina Workshops een sessie uitkiezen om bij te wonen.

Ondernemersontbijt en WRM-bijscholing

Dit jaar introduceren we twee nieuwe onderdelen op de Nationale Rijschooldag. Een ervan is het Ondernemersontbijt, waarbij rijschoolhouders in twee uur tijd praktische tips krijgen die ze meteen kunnen toepassen in hun rijschool.

Daarnaast kun je voor het eerst op de Nationale Rijschooldag een WRM-bijscholing volgen. Je kunt kiezen uit vijf verschillende bijscholingen van twee dagdelen. Inschrijven is al mogelijk.

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 07 May 2019 07:30:27 +0000

CBR bespreekt toekomst Rijopleiding in Stappen

Een deel van de activiteiten rondom de Rijopleiding in Stappen (RIS) blijken niet binnen de wettelijke taak van het CBR te passen. Het gaat onder meer om de praktijkbegeleiding van RIS-instructeurs voor de WRM-bevoegdheid. Het CBR gaat dinsdag met rijinstructeurs in gesprek over de toekomst van de RIS.

Het CBR voert meerdere taken uit op het gebied van de RIS. Naast het afnemen van RIS-examens en -deeltoets 3 (tussentijdse toets), zijn dat het beheer van RIS-leermiddelen, de certificering en toezicht bij de opleidingsinstituten voor RIS-instructeurs en de praktijkbegeleiding van RIS-instructeurs voor de WRM-bevoegdheidspas.

‘Dilemma’

Het CBR concludeert nu dat deze activiteiten niet binnen de wettelijke taak van het CBR passen, met uitzondering van het RIS-examen en RIS-deeltoets 3. “Dit dilemma stelt ons voor een uitdaging”, zegt CBR-woordvoerster Nathalie Dingeldein. “We willen en moeten ons houden aan de wet. Tegelijk zien we de toegevoegde waarde van de Rijopleiding in Stappen en willen we het kind niet met het badwater weggooien”

Het CBR heeft de klankbordgroep RIS uitgenodigd voor een meedenksessie die dinsdag 7 mei in Leusden plaatsvindt. Ook zijn opleiders via TOP internet uitgenodigd zich aanmelden. “Dit om hen te informeren over de ontstane situatie en met de direct betrokkenen hierover in gesprek te gaan. De uitkomst hiervan willen we meenemen in een passend vervolg van de RIS.”

Aanbevelingsdocument

Het CBR kwam tot deze conclusie na het inschakelen van de Landsadvocaat in verband met het aanbevelingsdocument van de brancheverenigingen FAM, VRB en Bovag. In dit plan zijn meerdere rollen toebedeeld aan het CBR. Zo is het doel de methode van praktijkbegeleiding van het CBR en die van IBKI gelijk te trekken. Daarnaast is er een zevenstappenplan, dat onder meer bestaat uit een certificeringssysteem voor rijscholen. Ook wordt gewerkt met een portfolio van zowel de instructeur als een leerling.

De Landsadvocaat is gevraagd advies te geven over de wettelijke mogelijkheden van het CBR. Daarop heeft de hij aangegeven dat het geen wettelijke taak is voor het CBR om, op het vlak van rijbewijsopleidingen, rijscholen te certificeren en bestuurders en rijinstructeurs op te leiden. Op basis van deze uitspraken van de Landsadvocaat heeft het CBR vervolgens gekeken naar de eigen activiteiten op het gebied van de RIS.

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Mon, 06 May 2019 15:13:13 +0000